Bijgewerkt op 13 mrt 26 door

Heads-up: de donkbet op de flop

Introductie:

In dit artikel:

  • Hoe verleid je de tegenstander tot fouten?
  • Wanneer donk je de flop?
  • Hoe speel je vervolgens verder?

Definitie:

Een donkbet op de flop is de naam voor een bet op de flop, terwijl je tegenstander preflop het initiatief had.

Fixed Betting Sequence:

Laten we eens het standaardscenario bekijken:

De button raiset, de BB callt en het board is K 7 2.
De button bet, de BB foldt.

De speler op de button heeft met zijn raise preflop een sterke hand aangegeven. Hij speelt de hand op dezelfde wijze als dat hij met AA zou hebben gedaan. Toch kan hij hier ook zeker J T hebben en op een raise van de BB meteen folden.

De intrinsieke logica van zijn continuationbet is, dat de zwakke handen uit zijn brede range (laten we zeggen de beste 38%) profiteren, omdat de tegenstander er steeds rekening mee moet houden dat de button hier AA/KK of een andere sterke hand heeft. Dit betekent dat de BB handen als A 3 in normale gevallen foldt, hoewel hij vaak voorligt.

Tegelijkertijd profiteren zijn bijzonder sterke handen van zijn brede range. Als we aannemen dat de BB een hand als A 7 heeft, dan zal de button met een hand als KK zonder noemenswaardig risico nog extra bets kunnen incasseren. We zien dat de button weer munt kan slaan uit zijn brede range. Sterk veralgemeniseerd kunnen we de regel opstellen, dat de button de pot wint, wanneer hij op de flop een made hand heeft en de BB niet.

Zouden we weten dat de button alleen met AA raiset, dan kunnen we met 72o callen en alleen dan verder spelen, wanneer we AA verslaan. We winnen wanneer we voor liggen, een zeer grote pot (gemiddeld 18-20SB postflop), en verliezen echter maar één enkele SB wanneer we achter liggen. Op die manier kan de button geen munt slaan uit zijn brede range of initiatief.

Aangezien we dit informatievoordeel niet hebben, hebben we duidelijk meer dan 22% equity nodig (we krijgen 1:3,5 voor onze call) om in de BB te verdedigen. Alleen zo weegt het nadeel, dat we geen initiatief hebben, op tegen een informatienadeel (en andere factoren zoals reverse implied odds).

Wanneer je nu inbrengt dat onze range in werkelijkheid veel groter is dan die van de tegenstander, vergelijk dan eens de handen die in onze range en die in de range van de tegenstander liggen. Qua aantal zijn het er in de range van de BB misschien meer, maar er zitten zeker handen bij, die Doyle Brunson in Super System 2 als "trashhanden" betitelt. In de range van de button daarentegen zitten hoge pocketpairs en AK. Dit maakt een groot verschil uit, waardoor de BB niet zeker kan zijn waar hij staat in de hand. Het gevolg is dan ook dat hij, zoals in het bovengenoemde voorbeeld, met handen als A3o, de beste hand foldt.
De button maakt gebruik van dit informatievoordeel en zijn initiatief, wanneer hij op de flop een continuationbet maakt. Heeft de button meerdere tegenstanders, dan wordt zijn informatievoordeel kleiner en is ook zijn initiatief niet veel meer waard, omdat minstens een tegenstander een made hand naar de showdown brengt met als gevolg dat enkel nog de sterkte van de handen telt. Als klein tegengewicht heeft de BB de mogelijkheid om met sterke handen te check/raisen en zo de button minstens een SB af te nemen.

Heads-up kunnen we er vanuit gaan dat de button altijd een continuationbet maakt. De BB moet nu echter een beslissing nemen en kan folden, callen of raisen. Na de continuationbet van de button eindigt daarmee een "vast betpatroon" (Fixed Betting Sequence = FBS).

Maar wat heeft dat nu met donkbets te maken?

Donkbets zijn een inbreuk op de FBS.

Een donkbet op de flop lijkt op het eerste gezicht niet logisch: waarom zou je met een sterke hand donken, wanneer je gewoon de FBS van de tegenstander kunt uitbuiten door te check/raisen?

Redenen voor een donkbet op de flop

Wanneer we daadwerkelijk alleen met sterke handen zouden donken, hebben we geen voordeel van deze strategie, omdat het zinvoller is om de FBS te benutten en te check/raisen, of de situatie te beschouwen als way ahead/way behind.

De clou is echter, dat we de donkbet met sterke handen mixen met donkbets met zwakke handen en zo een balans bereiken, waarvan onze tegenstander niet kan profiteren. Hierbij is het belangrijk te ontdekken of onze tegenstander donkbets iedere keer raiset. Als dat het geval is kunnen we onze made hands profijtelijker dan anders spelen. Hebben we een ongepaarde trashhand op een A72-rainbow board, kunnen we opeens de hand +EV spelen (normaliter moeten we de hand folden wat op de flop een EV van 0 betekent). Omdat we op dergelijke boards meestal trashhanden hebben is snel in te zien, dat hier iets aan waarde te halen valt. De tegenstander staat nu voor een moeilijke beslissing: wij geven hem de kans een fout te maken.

Omdat we maar één SB in de bluf investeren, is het niet mogelijk dat de tegenstander hier iedere keer ongepaarde handen foldt (omdat de donkbet dan zeker +EV is). Het is voldoende wanneer de tegenstander 18,2% van de keren foldt, om onze bluf profitabel te maken. Daarmee is hij gedwongen ook met ongepaarde handen als KQ minstens eenmaal te callen. Iedereen weet hoe vervelend het is met handen te callen die al lang vrijwel drawing dead zouden kunnen zijn.

Wanneer we nu op de turn checken met de intentie op een bet te folden, moet de tegenstander terugbluffen of ons een freecard geven (dus meestal zes volledige outs). Weer heeft onze tegenstander een lastige beslissing te nemen.

Met een sterke hand als A3o zouden we echter kunnen check/raisen, of op de river een crying-call kunnen krijgen. In het ideale geval winnen we van onze tegenstander tegen een trashhand als KQo nu 2SB meer dan normaal (de tegenstander zal meestal op onze check/raise op de flop folden). Wanneer we echter geheel afzien van donkbets op de flop, geven we onze tegenstander eerder de kans zijn hand perfect te spelen. Heeft hij een trashhand, dan kan hij op de turn een freecard nemen en op de river folden als hij niet verbetert. Heeft hij een sterke hand, dan hoeft hij enkel te blijven betten. Heeft hij een marginale hand in een - vanuit ons standpunt - "way ahead/way behind"-situatie, dan hoeft hij enkel op de river af te wegen of hij opnieuw voor value zal betten.

Stellen we ons voor, we hebben A3o op een A72-rainbow board en we check/raisen nadat we onze big blind verdedigd hebben. De tegenstander callt en raiset ons op de turn. Nu staan wij voor de lastige beslissing, en onze calldown zal, als we dat al doen, maar beperkt +EV zijn. Om deze mogelijkheid (de tegenstander krijgt erg veel value met zijn sterke handen) te vermijden, donken we liever.

Spelen we in plaats daarvan dezelfde hand in calldown-modus, dan zal het vrijwel onmogelijk voor ons zijn om postflop meer dan 3SB van marginale handen te krijgen, omdat onze tegenstander dan een free showdown neemt, of omdat we een gevaarlijke donkbet op de river moeten proberen. Weer laat de donkbet z'n voordelen zien.

En als de tegenstander perfect speelt?

Stel we nemen aan dat onze tegenstander de informatie die hem geboden wordt perfect benut; hij weet precies de procentuele verhouding tussen blufs en "valuedonkbets" en maakt bovendien in de normale situaties in 100% van de gevallen een continuationbet, dan is de donkbet op de flop in theoretisch opzicht weerlegbaar. In de praktijk is dat echter erg moeilijk tot helemaal niet te doen, omdat een berekening veel te complex is, om in de twintig seconden bedenktijd te maken. Verder zal onze tegenstander het moeilijk hebben, om onze verhouding tussen blufs en "valuedonkbets" (dat zijn donkbets met made hands) in te schatten.

Deze strategie is daarom zelfs op de hoogste limieten bruikbaar en loopt in de praktijk niet het risico weerlegd te worden.

Wanneer gebruiken we de flop-donkbet?

Het board moet de volgende eigenschappen hebben:

  • Het board is drawless.

  • De tegenstander heeft zelden wat getroffen.

  • We moeten de mogelijkheid hebben aas-hoog te laten folden.

  • Het board zou desondanks scary moeten zijn, zodat onze blufdonkbets het liefst vaak onze tegenstander dwingen te folden.

Wanneer deze vier voorwaarden vervuld zijn, denken we over een donkbet op de flop na. Bij deze structuur van het board heeft onze tegenstander normaliter ofwel een zeer sterke made hand, ofwel een zeer zwakke hand (die vrijwel geen outs heeft).

Onze hand moet de volgende eigenschappen hebben:

  • Hij mag niet sterk genoeg zijn voor een 3-bet op de flop. In een dergelijk geval check/raisen we liever, omdat we met die lijn meer value krijgen.

  • Hij moet zwak genoeg zijn, om na een 3-bet op de turn te folden.

  • Voor onze hand maken freecards niet uit, omdat we op de turn willen check/raisen  en onze tegenstander vaak de freecard neemt.

Donken op zeer scary boards zoals 7 8 9 is tegen veel tegenstanders een mogelijkheid, echter we kunnen deze lijn niet met made hands in balans brengen. Op lagere limieten leidt een donkbet van onze kant vaak tot een calldown door aas-hoog. Daarom moet je goed uitkijken, en is een donkbet normaliter niet aan te bevelen. Hier kunnen we daarom beter de Fixed Betting Sequence van de tegenstander benutten via een check/raise op de flop.

De tegenstander raiset op de flop, wat is onze speelwijze op de flop?

Trashhanden met onvoldoende outs folden we meteen.

Onze made hands zijn niet sterk genoeg voor een 3-bet, omdat we alleen met made hands donken die je ofwel net nog c/c flop, c/c turn of juist nog c/r flop, bet turn kunt spelen.

Onze gewenste lijn ligt ergens daartussen. Raiset de tegenstander op de flop, dan geeft dat de doorslag om de passieve lijn te kiezen - we callen de raise.

Na een 3-bet kan onze tegenstander heel gemakkelijk zijn zwakke handen wegleggen en zijn sterke op de turn voor value raisen. Dus ontstaat een WA/WB-situatie.

  • We spelen bet/call flop.

Vaak zal onze tegenstander de flop raisen en op de turn een freecard nemen.

Dat is echter niet erg, omdat hij, wanneer hij achterligt, weinig outs heeft, en we zo van een slechte made hand op de river vaak nog een big bet ontvangen.

Het spel op de turn

Op de turn nemen we in bijna alle gevallen afscheid van onze trashhanden en spelen we check/fold. Nog een keer betten (we krijgen normaliter ~1:3) geeft meestal niet genoeg foldequity.

Met onze goede handen check/raisen we, omdat onze tegenstander hier vaak (na een blufcall) met trashhanden zal betten en zwakte opmerkt. Zo kunnen we onze veelvoorkomende check/folds prima uitbalanceren en onze trashhanden krijgen vaak een freecard geschonken.

Wanneer de tegenstander 3-bet, wijst dat vaak op een zeer sterke hand. Onze check/raise op de turn out of position is ook een "action killer". Vandaar dat onze handen niet te sterk moeten zijn.

Dus zoeken we precies die handen uit, die we met een goed geweten op een 3-bet op de turn kunnen folden, maar waarmee we tegelijkertijd ook niet meer actie willen krijgen.

Een set zou hier een tegenvoorbeeld zijn, omdat we daarmee zouden wensen op de turn zes of liever acht bets in de pot te krijgen, terwijl de check/raise zo veel sterkte toont, dat dat meestal niet lukt.

Tegelijkertijd zouden we op de river kunnen betten voor value en niet check/fold moeten spelen. Check/fold op de river moeten we niet in overweging nemen, omdat we op de river vaak zeer losse calldowns krijgen, aangezien onze tegenstander veel te weinig sterkte toekent aan de donkbet op de flop.

Onze middlepairs met middelmatige kicker zijn eerder gevoelig voor freecards, en we willen daarmee vaak de tegenstander al op de flop laten folden.

Zo blijft enkel de groep middlepair/aas-kicker (waarmee we de tegenstander vaak domineren) tot en met top-pair/weak-kicker over. Vaak is onze hand niet sterk genoeg om op de river voor value te betten, of we verkrijgen meer geld, wanneer we nog een bluf uitlokken.

Op de turn zou bijvoorbeeld een aas op een K72-rainbow board erbij kunnen komen.

Nu is onze hand niet meer sterk genoeg om te check/raisen en op de river voor value te betten.

Het gevolg is, dat we de situatie als way ahead/way behind moeten behandelen en check/call turn spelen.
Maar ook als het board gelijk blijft, staan we vaak met middlepairs voor dezelfde beslissing: het board is K722-rainbow en wij hebben A7o.

Met een check/raise laten we slechtere handen folden. Vaak moeten we op de river check/fold spelen. Daarom is het zinvoller op de turn c/c te spelen, en een nieuwe bluf op de river uit te lokken.

Op het voorbeeldboard van K722-rainbow geven we de tegenstander met een hand als QJ zes volledige outs, met een hand als A3 nog altijd 3 outs. Helaas is dat niet te voorkomen, omdat we er niet vanuit kunnen gaan na een gecallde check/raise op de turn werkelijk de slechtere hand te hebben. We willen in dit voorbeeld a) de showdown zien en niet check/fold op de river moeten spelen en b) blufs uitlokken. De variant c/c op de turn is daarvoor het gunstigst.

Aanpassen aan onze tegenstander

We onderscheiden twee groepen tegenstanders:

  • Tegenstanders die te weinig sterkte toekennen aan onze donkbet op de flop, en deze eerder als zwakte zien.

  • Tegenstanders die te veel sterkte toekennen aan onze donkbet op de flop, en vervolgens te vaak folden.

Al naargelang of onze tegenstander eerder tot groep 1 of tot groep 2 behoort, moeten we de verhouding tussen pure blufs en valuedonkbets verschuiven.

Callt onze tegenstander iedere keer, dan bluffen we nooit. Foldt onze tegenstander steeds, dan bluffen we ieder keer.

In het extreemste geval moeten we zelfs geheel afzien van blufs.

Tegenstanders van groep 1 komen vaker voor op de midstakes. We kunnen ze uitmelken, wanneer we met onze sterke handen meer winnen dan gewoonlijk.

In het algemeen is het gunstig, wanneer de tegenstander tighter speelt, omdat onze blufs (die vaker zullen voorkomen dan onze made hands) een grotere kans van slagen hebben. Het beste is echter, wanneer onze tegenstander na onze donkbet op de flop ofwel steeds foldt ofwel nooit foldt. We kunnen dan zijn strategie erg gemakkelijk uitbuiten. De lastigste tegenstander om tegen te spelen is hij die zowel met sterke handen als met trashhanden onze donkbet op de flop raiset, met marginale (maar nog steeds betere) handen callt, met enkele trashhanden direct foldt en dat alles in de juiste verhouding.

Als de preflopraiserange  van de tegenstander tighter is, is het waarschijnlijker dat hij het board getroffen heeft. Dan moeten we met minder trashhanden bluffen, dan wanneer zijn range looser is.

Let op: wanneer we heel zelden donken, hoeven we onze line niet te balanceren.

In een dergelijk geval kunnen we ook besluiten de donkbet op de flop tegen tegenstander X enkel als bluf te gebruiken, of enkel als valuedonkbet. Voor iedere tegenstander afzonderlijk kunnen we dat naar believen omdraaien. Na een succesvolle bluf, zouden we eventueel weer omwisselen, omdat onze tegenstander zich dat meestal geen tweede keer laat gebeuren.

Na het tonen van een sterke hand, hebben we optimale foldequity, en daarom zouden we liefst snel naar een bluf grijpen.

Donkbets op de flop vanuit psychologisch perspectief

Zoals al genoemd, verleiden we de tegenstander ertoe fouten te maken, wanneer we hem de kans daartoe ook echt geven.

Stel je eens voor, we hebben A3o op een K72-rainbow board.

Vaak zal de tegenstander onze donkbet op de flop met QJo callen, maar noch de turn, noch de river onverbeterd betten. Wij winnen de pot met aas-hoog. Dus is onze tegenstander gedwongen met een hand als QJo te betten, en bluffen is niet voor iedereen weggelegd. Een callingstation zal ons vaak freecards of zelfs een kosteloze showdown geven, omdat hij een bluf achter onze onlogische en mysterieuze line vermoedt. Of hij ontwaakt na onze check/raise, en ontdekt dat hij ons volledig verkeerd gelezen heeft. Dat leidt niet alleen tot frustratie, met als gevolg zwakke calldowns, maar ook tot tilt.

Een ander aspect is, dat de tegenstanders vaak dwangmatig proberen zich aan te passen.

Zo foldt onze tegenstander de eerste keer nog zonder morren na onze donkbet op de flop, de tweede keer zal hij ons koelbloedig, met of zonder hand, raisen. We moeten daarom na een geslaagde bluf de verhouding tussen bluf en valuedonkbet opnieuw bepalen, om de tegenstander steeds een stap voor te zijn.

Voorbeelden

Cut-off raiset, wij callen in de BB:

a) Board: A 7 3

Het paradepaardje als voorbeeld voor de donkbet op de flop. De tegenstander is een TAG met 30/20/2,2/35 stats, die geen reads behalve onze stats heeft.

We donken hier met een aas en slechte kicker (A 5 en voegen daar een paar trashhanden aan toe. Het is natuurlijk zinvol als we nog extra outs hebben, voor het geval we gecalld worden. Daarom zijn handen als 56/45 prima geschikt. Verder moeten we er op letten dat bijvoorbeeld een koning in onze holecards vanwege dominantie extra gedisconteerd zou moet worden. Dit betekent dat een hand als 98 eerder voor een donkbet geschikt is dan K9. Eén mogelijkheid is om de beste 30% van onze trashhanden te donken. Een andere mogelijkheid is om met iedere trashhand te donken en erop te speculeren dat onze tegenstander de verhouding tussen blufs en valuedonkbets verkeerd inschat.

In ons voorbeeld betten we met A 5 , de tegenstander callt en de turnkaart is Q.

We proberen zoals gepland te check/raisen, maar de tegenstander 3-bet ons deze keer.

Wanneer we nu zijn range bekijken, stellen we vast dat er geen hand is waarmee onze tegenstander straightforward zou kunnen spelen, die wij verslaan - daarom folden we.

We hebben bij deze simpele fold met een probleem te maken:

Er zijn geen handen waarmee we op de flop donken en waarmee we een 3-bet op de turn uitbetalen, tenzij we onze hand verbeteren. We rekenen er ook op dat de tegenstander onze lijn niet kent en voldoende rechttoe rechtaan speelt. Een maniac zou dus geen goed slachtoffer voor onze donkbetstrategie zijn.

Met andere flops

A 7 2: een two-flush-board

Nu kunnen we zeker donken, maar moeten we minder vaak bluffen, omdat een bluf hier minder kans op succes heeft.

J 7 3

Op een dergelijk board willen wij met top-pair freecards verhinderen, en daarom zijn we gedwongen om op de turn niet te checken. Bovendien neemt onze equity met top-pair toe, omdat onze tegenstander minder vaak een top-pair met betere kicker heeft dan op een A73 board. Daarom is dit board niet geschikt, en moeten we daarom met top-pair check/raisen.

Ligt er een vrouw in plaats van de boer, dan bevinden we ons in een grenssituatie en kunnen we afhankelijk van de tegenstander vóór of (normaliter) tegen een donkbet besluiten.

b) K 7 2 Board:

De tegenstander is een LAG met 40/25/2,2/37 stats.

Bij deze tegenstander moeten we er rekening mee houden, dat hij ons met any two cards zou kunnen raisen, daarom moeten we minder vaak bluffen.

We betten met K6s, de tegenstander callt en we bevinden ons op de turn.

Is de turnkaart een aas, dan stappen we over op c/c, omdat we ons in een way ahead/way behind-situatie bevinden.

Is de turnkaart een blank, dan kunnen we check/raisen.

Is de turnkaart een heer of een zes, dan blijven we desondanks bij onze c/r-Line.

We zouden natuurlijk bet/3-bet kunnen proberen, maar onze 3-bet toont extreme sterkte en onze tegenstander zal veel zwakkere handen weg kunnen leggen. Bovendien gebeurt het maar zelden, dat onze tegenstander ons raiset. Hij zal met middelsterke handen waarmee hij showdown-committed is, eerder proberen meer blufs van ons uit te lokken. Daarom scoort de check/raise iets beter.

In het voorbeeld was de turnkaart nog een twee en onze tegenstander neemt een freecard. Ondanks dat de riverkaart de aas is, moeten we bet/fold spelen, omdat de tegenstander slechtere made hands meestal niet zal betten (niet in het minst om de verwarring, ontstaan door onze donkbet). Tegelijkertijd zal onze tegenstander nu vaak met ieder paar callen, omdat hij de kans op een bluf zeer hoog inschat.