Postflop: Verschillende flop texturen
Inleiding
In dit artikel
- De samenstelling is beslissend.
- Hoe goed zijn de flopkaarten samen te spelen?
- Hoeveel handen kunnen het board hebben getroffen?
|
Samenstelling De samenstelling (textuur) is de structuur van het board, in combinatie |
De flop is een kritisch, belissend moment in Hold'em. Je hand kan
dramatisch veranderen in combinatie met de drie kaarten van de flop.
Een middelmatige hand kan op de flop ineens veranderen in een monster.
Aan de andere kant kan een preflop sterke hand zich door een ongunstige
flop, snel ontwikkelen tot een middelmatige, of zelfs waardeloze hand.
Eén van de beslissende vaardigheden van een pokerspeler is het snel
kunnen vaststellen hoe de flop samenwerkt met de eigen kaarten en met
die van de tegenstanders. Hierbij is het anayliseren van de floptexture
van doorslaggevend belang.
De textuur van de flop wordt ingedeeld in drie grote categorieën:
- Suitedness
Hoeveel kaarten van dezelfde soort (suit) liggen er op het board? Is een flushdraw of een flush mogelijk? - Connectedness
Hoeveel kaarten op het board zijn aan elkaar verbonden of liggen dicht bij elkaar? Zijn straightdraws of straights mogelijk? - Highcards
Hoeveel hoge kaarten, "plaatjes" en azen liggen er op het board? Hoge
kaarten worden vaak gespeeld. Naarmate er meer hoge kaarten op tafel
liggen, des te hoger is de kans dat iemand iets heeft getroffen.
Allereerst onderzoek je de flop op kenmerken van suitedness en
connectedness. Hierbij is ook belangrijk hoe hoog de flopkaarten zijn en of er een pair op tafel ligt.
DOWNLOADS
Uitgebreide charts voor het preflop spel
Rainbow Flops
Een eerste stap in het beoordelen van de
floptextuur, is de vraag hoeveel kaarten van dezelfde suit op tafel
liggen: de suitedness. Zijn er flushdraws of flushes mogelijk?
Er zijn drie mogelijke combinaties, te weten:
- Rainbowflops - Alle drie de kaarten zijn van een andere suit.
- 2-suited flops - Twee kaarten van de flop zijn van dezelfde suit.
- 3-suited flops - Alle drie de flopkaarten zijn van dezelfde suit.
Drie kaarten van verschillende suits komt in 40%
van de gevallen voor. Zulke flops worden rainbowflops genoemd. In dit
geval zijn er geen flushdraws mogelijk, met uitzondering van een
"backdoorflusdraw" (die zowel op de turn als op de river een
flushkaart moet treffen om een flush te maken. Dit gebeurt maar in 4%
van de gevallen).
Twee typische vormen van een rainbowflop zijn de rainbow met een hoge
kaart (2.2.) en de rainbow "All rags" (2.3.), wat inhoudt dat er alleen
kaarten van de rank acht of lager op de flop liggen. Uiteraard zijn
rainbows ook mogelijk met een pair of meerdere hogere kaarten.
Wanneer je op een dergelijke flop een relatief
zwakke draw hebt, zoals overkaarten of een middle-/lowpair, dan geeft
deze flop je relatief goede kansen om de beste hand te maken, daar de
flushdraws ontbreken. Met de juiste pot-odds kun je op deze flop dus
callen.
Rainbow 'one' highcard betekent, dat de flop drie verschillende
soorten kaarten bevat, waarvan er één een hoge kaart is. Deze flop komt
vrij vaak voor en helpt de meeste spelers niet, daar er maar weinig
flush- en straightdraws mogelijk zijn.
| |
Top pair is vaak een sterke hand bij deze flops, omdat de kans om door een straight of flush te worden verslagen vrij klein is.
Wanneer er maar weinig spelers op de flop zijn, en je een middle-/lowpair hebt, dan is dat vaak zelfs de beste hand en zou je moeten raisen.
Heb je trips geflopt, dan heb je een zeer sterke hand en kun je zelfs
een slowplay overwegen.
Maar: is de pot al behoorlijk groot, of zijn er callingstations in het
spel, dan moet je nooit gaan slowplayen, dan moet je juist direct
raisen.
Daar de rainbowflop de hand van de tegenstander vaak zal missen, is dit
een goede gelegenheid om, tegen weinig tegenstanders, succesvol te
bluffen.
Een typisch voorbeeld: Je zit in de big blind en op de flop
komt K75-rainbow. Verder spelen alleen een limper en de small blind mee
in de hand. De SB checkt naar jou toe. Nu kun je een semi-bluf of zelfs
een pure bluf in overweging nemen. Bij een potgrootte van drie small
bets hoeven de tegenstanders slechts in 25% van de gevallen te folden,
om je bluf winstgevend te maken.
Dit type flop is geen hulp voor de meeste spelers
die vrijwillig geld in de pot hebben geïnvesteerd, daar de meesten toch
een voorliefde hebben voor de hogere kaarten. Eventueel zou echter een
limper een set kunnen hebben gehit en ook een loose speler zou de flop
goed gehit kunnen hebben.
| |
Met een set heb je natuurlijk een sterke hand, en wanneer je op één van
de blinds two pair hit ook. Met two pair moet je echter wel altijd
meteen raisen of checkraisen (checken en vervolgens reraisen nadat een
tegenstander bet). Deze handen zijn te zwak voor een slowplay. Ook
wanneer je een set hit zou je meestal op de flop moeten betten en
raisen, dit om de maximale winst uit je hand te halen.
Wanneer er niet dit soort handen in het spel
zijn, is een overpair meestal de beste hand. Overpairs op de flop zijn
sterke, maar ook kwetsbare handen en moeten in ieder geval beschermd
worden met een bet of raise.
De floptextuur geeft minder gelegenheid voor een bluf, daar
tegenstanders vaak met twee overcards meegaan op de flop. Hier
ontbreekt de mogelijkheid om hoge boardcards als scarecard te
gebruiken.
Vaak flop je een zwak top pair na een freeplay vanuit de big
blind. Een voorbeeld is T6 bij een 652-rainblowflop. Tegen één of twee
tegenstanders zou je in ieder geval betten, daar de kans groot is dat
je de beste hand hebt. Heb je meerdere tegenstanders, dan is het vaak
beter om te checken en af te zien van een bet. Afhankelijk van de
ontwikkeling van de hand kun je dan een check/raise overwegen, om
daarmee tegenstanders te elimineren. Bet echter iemand uit vroege
positie en wordt hij daarna geraised, dan kun je de kaarten rustig
wegleggen, daar je bijna nooit de beste hand hebt.
Suited Flops
In ongeveer de helft van de gevallen (55%) komt de flop 2-suited, dus
met twee kaarten van dezelfde soort. Dit betekent dat iedere speler die
twee kaarten van deze soort heeft, een flushdraw heeft. Heb je zelf een
flushdraw gehit, dan zul je de hand meestal tot de river uitspelen.
| |
Flushdraws zijn sterke handen. Ze komen in 35% van de gevallen uit op de river en een flush staat hoog in de handrankings.
Wat kwetsbaarder wordt een flushdraw wanneer er op
het board een pair verschijnt. Tegenspelers die het board hebben
getroffen kunnen hier minstens two pair hebben en het gevaar bestaat nu
dat ze de flush verslaan met een full house. Toch zou ook in deze
situatie een flushdraw over het algemeen gespeeld worden, al is het dan
wat minder agressief.
Made hands, en dan vooral top pairs, zijn op een
2-suited flop wat zwakker dan op een rainbowflop. Het gevaar bestaat
dat een tegenstander met een flushdraw een betere hand maakt op de
river. Top pair ligt preflop vaak echter voor en daarom moeten deze
handen over het algemeen worden beschermd met agressief betten
en raisen. Ook wanneer een tegenstander een flushdraw niet wilt opgeven
is het erg belangrijk om hem te laten betalen zolang je zelf de beste
hand hebt.
Door de mogelijke flushdraw zijn de zwakkere draws
nu alleen nog speelbaar wanneer de pot-odds veel beter zijn dan bij een
rainbowflop. Voor spelers met overcards, gutshots en kleine pairs zijn
de mogelijke flushkaarten geen out meer. Bovendien bestaat de grotere
kans dat je op de turn je hand hit, om vervolgens te verliezen na een
redraw op de river. Daarom zijn zwakkere draws meestal beter te folden
en slechts bij zeer goede odds te spelen.
Een speler met een aas of koning in dezelfde kleur als de dubbele
suit op het board heeft een backdoor flushdraw. Deze wordt tot de river
in 4% van de gevallen compleet. Een backdoor flushdraw is op zichzelf
geen reden om na de flop verder te spelen. Wel kan hij marginale andere
handen wat meer sterkte geven.
In ongeveer 5% van de gevallen is een flop
3-suited, wat inhoudt dat alle kaarten van dezelfde suit zijn. Nu is op
de flop al een flush mogelijk.
| |
Heb je het geluk om op de flop al een flush te
treffen, dan zou je altijd (met uitzondering van de hoogst-mogelijke
flush: de nutflush) moeten betten of raisen. Dit doe je om je hand te
beschermen tegen een mogelijke draw op een betere flush.
Heb je echter zelf de nutflush, dan heb je een erg sterke hand en zoek
je naar de manier om zoveel mogelijk uit de hand te halen. Ook hier kun
je meestal het beste sterk spelen op de flop. Een vierde flushkaart op
de turn zou namelijk je actie ernstig kunnen doodslaan. Ook bestaat een
kleine kans dat iemand een kleinere flush heeft gehit en zich niet
realiseert dat hij niet de beste hand heeft. Vermoed je echter alleen
zwakke handen bij je tegenstanders, dan is een slowplay vaak de juiste
keuze.
Heb je één van de twee hoogste flushkaarten, dan
zul je de hand vaak tot de river uitspelen. Daarbij zijn vaak
verschillende winstgevende semi-blufs mogelijk. Heb je echter een
kleinere flushdraw, dan kun je die zondermeer wegleggen tegen meerdere
tegenstanders. Het gevaar om je eigen hand te maken en vervolgens toch
de pot niet te winnen is gewoon veel te groot (drawing dead).
Wanneer niemand een flush heeft, dan ligt de
speler met een straight of een set natuurlijk voor. Ook een top pair is
bij een 3-suited flop nog speelbaar. Ga daarmee echter relatief
conservatief mee om. Zwakke handen, zoals middle- en bottompair en
straightdraws, kun je eveneens beter folden.
Connected Flops
De tweede vraag bij de beoordeling van de
floptextuur is de manier waarop het board verbonden is. Zijn er
aaneensluitende kaarten, of kaarten die dicht bij elkaar liggen en het
mogelijk maken dat er straightdraws of straights liggen? Vooral deze
twee types flop zijn interessant:
- 2-Connected flops - Hier zijn twee kaarten aaneensluitend, zoals bijvoorbeeld JT.
- 3-Connected flops - Hier zijn drie aaneensluitende kaarten aanwezig en zou onder andere een complete straight mogelijk zijn.
In ongeveer 40% van de gevallen is de flop
2-connected. Dit maakt straightdraws mogelijk en vergroot de kans op
two pairs, daar de meeste pokerspelers graag verbonden starthanden
spelen.
| |
Vooral een OESD is een sterke hand bij een rainbowflop. Hij zal in zo'n 32% van de gevallen verbeteren tot een straight.
Heb je, naast een straightdraw, ook nog eens overcards, dan wordt dit
al een behoorlijk sterke hand op de flop, en speel je hem dus ook als
zodanig uit.
Een typisch voorbeeld is een KQ op een JT2-rainbowflop. Een andere
speelbare draw is de gutshot met twee overcards, op dit board dus de
AK.
Bij 3-connected flops bestaat de verhoogde kans
dat een speler al een straight heeft geflopt. Daarom is dit type flop
voor alle andere handen gevaarlijk.
| |
De nutstraight (hoogst mogelijke straight) is
echter lang niet zo sterk als de nutflush. Er bestaat altijd de kans om
op de showdown te verliezen van een flush. Bovendien kunnen andere
straightkaarten verschijnen, waardoor de pot gesplit wordt, of kunnen er
eventueel nog hogere straightkaarten komen en je laten verliezen.
Daarom bescherm je een geflopte straight altijd met agressief spel.
Straightdraws speel je alleen met de bovenkaarten van de straight en
niet met de onderste kaarten (ook wel: idiot's end genoemd). Je loopt
namelijk anders een flink risico uiteindelijk je straight te maken en
toch te verliezen op de showdown.
Overpairs en top pairs zou je voorzichtig moeten
spelen. Er is altijd het risico dat een tegenstander two pair heeft
(vanwege de voorliefde van pokerspelers voor connected cards).
Heb je, naast je overpair, ook nog eens een straightdraw, dan is je
hand al veel sterker, zoals bijvoorbeeld met JJ op een 987-flop. Vaak kunnen
overcards in combinatie met een gutshot ook gespeeld worden.
Een pair op het board
In 17% van de gevallen ligt er een pair op het
board. Duidelijk zal zijn dat trips dan een erg sterke hand is. Wordt
er echter zeer sterk gebet, dan moet je als speler met trips en een
zwakke kicker, voorzichtiger worden. De tegenstander zou een betere
kicker, of een full house, kunnen hebben.
Flush- en straightdraws verliezen bij een pair op
het board behoorlijk aan waarde. De grotere kans op een full house en
sterkere redraws is hier de oorzaak van.
Zeer zelden (ééns in de 425 handen) ligt er een
three of a kind op het board. Een speler met quads heeft dan uiteraard
de sterkste hand. Meestal heeft echter niemand quads getroffen. In dit
geval zijn pocketpairs sterk (hoe hoger hoe beter). Heeft niemand een
pocket, dan is een grote aas een sterke hand.
Bijzonder gevaarlijk wordt een flop met een hoog
pair. Hoge kaarten worden uiteraard vaker gespeeld. Wanneer meerdere
spelers bij een dergelijke flop geld investeren, dan heeft meestal
minstens één speler trips.
| |
Zijn er echter maar weinig spelers op de flop, dan
is vaak een overpair, top pair of zelfs een grote aas al de beste
hand. Bij een pair op de flop zijn er namelijk maar vijf kaarten die er
op aansluiten, terwijl dat er anders negen zijn.
In principe geldt hetzelfde als bij een hoog pair.
Toch is het onwaarschijnlijk, dat solide spelers in een vroege positie
of middenpositie trips hebben getroffen. Een tight-speler zal over het
algemeen niet met een vier in een hand zijn met een board als T44. In dat
geval kun je met een overpair of top pair agressiever spelen. Zijn er
echter erg loose spelers in de hand, dan kun je zeker ook rekening
houden met trips.
| |
Bij een klein pair op het board in een niet
geraisede pot, zijn er goede mogelijkheden om een bluf te maken vanuit
de big blind, wanneer bijvoorbeeld een 44J-rainbowflop komt. Heb je
drie tegenstanders op een dergelijke flop en is de small blind niet in
de hand of heeft hij gecheckt, dan bet je uit, daar de kans groot is
dat niemand een goede hand heeft, terwijl je zelf heel goed trips kunt
representeren.
Alleen highcards
Een ander speciaal geval is de flop met alleen
hoge kaarten, zoals een AKT of QJ9-flop. In dit soort gevallen heb je
een sterkere hand nodig dan bij de meeste andere floptypes.
| |
De reden daarvoor is dat de tegenstanders over het
algemeen vaak met hogere kaarten spelen, en dus de kans groter is dat
iemand een sterke hand heeft gehit.
Wil je tegen meerdere tegenstanders op een dergelijke flop de beste
hand hebben, dan is meestal minimaal een top pair met een goede kicker
nodig.
Zwakkere draws als middle- of bottompair geef je hier op. Het gevaar is
te groot dat je de hand verbetert en toch de pot verliest. Door de
combinatie van het board met de drie hoge kaarten liggen er vaak
straightmogelijkheden.
Slot
Suitedness, connectedness en highcard-druk zijn de
drie grote criteria waarop je de boardtextuur onderzoekt. Daar komt nog
de vraag bij of het board een pair vertoont, en hoe hoog dat pair is.
Met hoeveel starthanden is het board connected? Hoe gevaarlijk is het
board voor mijn made hand? Hoe waarschijnlijk is het dat mijn
tegenstander deze handen ook werkelijk speelt? Dit zijn enkele vragen
die je moet kunnen beantwoorden. Dit zal uiteraard niet vanaf het begin
lukken. Het zal moeten worden aangeleerd, en wel met de klassieke
hulpmiddelen: oefening, forum, coachings, artikelen en
handbeoordelingen.
| LINKS | |||||
|
|||||

