Bijgewerkt op 06 jul 26 door

Blindbattle - Het spel vanuit de big blind

Inleiding

In dit artikel:

  • Hoe je reageert op opencompletes en hoe op openraises
  • Hoe je in een ongeraisete pot speelt
  • Hoe je tegen agressieve spelers speelt

Naast de normale blinddefense, waarbij je de blind verdedigt tegen een
speler buiten de blinds, is er in het blindsspel een
andere uitzonderlijke situatie, die sterk verschilt van alle andere
spelsituaties aan een shorthanded- of fullringtafel, en aan een erg individuele dynamiek onderhevig is: de
blindbattle.

Hierbij verstaat men onder een blindbattle de situatie waarbij alle
andere spelers, dus degenen die geen blind hebben betaald, preflop folden en
de small blind de mogelijkheid heeft om de inzetronde te
openen.

Dit artikel zal het spel vanuit de big blind in een dergelijke
blindbattle verduidelijken, je laten zien waar je op moet letten, en
hoe je jezelf het beste aanpast aan je tegenstander.

Wat zijn de bijzonderheden bij het spel BB vs. SB?

Uiteraard is nu de vraag wat
deze blindbattle zo bijzonder maakt, en waarom je het spel
speciaal hierop zou moeten aanpassen. Als hoofdkenmerk moet je hierbij
de
bijzondere speldynamiek van een heads-up-partij in de gaten houden.
Deze situatie
stelt in wezen niets anders voor dan een kleine heads-up-partij aan
een shorthanded- of fullringtafel.

Dat betekent voor jou dat je eigen spel erg sterk van het
spel van de tegenstander afhankelijk is, dat je een bijzondere nadruk moet
leggen op het doorzien van het spel van de tegenstander, en
dat je zijn leaks moet uitbuiten. Je kunt dus in een blindbattle nooit
echt een standaardspel spelen, waarbij je overtuigd kunt zijn dat het
altijd +EV zal zijn.

Het psychologische aspect staat hier op de
voorgrond, waarbij je hem nu ook weer niet zo hoog moet waarderen
als in een normale heads-up-partij. De afstand in tijd bij zulke
blindbattles kan juist aan agressieve tafels erg hoog zijn, en de
tegenstander zal de voorafgaande blindbattles niet meer zo sterk in het
geheugen hebben. Je kunt er daarom niet altijd op rekenen dat
de tegenstander nog steeds je laatste calldown of je laatste
turnfloat in het geheugen heeft, en je nu zondermeer uit wil spelen.

Wanneer hij meerdere tafels speelt of naast de
online-poker nog andere zaken aan de computer doet, zal hij deze
situatie vaak allang zijn vergeten. Dit zal bij een
normale heads-up-partij nooit voorkomen, want een speler zal daar altijd proberen om zich aan zijn tegenstander aan te passen.

Naast het bijzondere psychologische aspect is er
nog een andere directe invloed op je eigen hand. Doordat je nu in een heads-up-situatie verkeert verandert
de handsterkte dramatisch. Het is nu onwaarschijnlijker dat
beide spelers de flop even goed hebben getroffen.

Daar je in deze situatie uit de big blind kunt spelen en daardoor
postflop altijd positie op de tegenstander hebt, zul je over het algemeen vaker geneigd zijn om middelsterke handen als middlepair/top-kicker of top-pair/no-kicker naar de showdown te brengen, om daar met de betere hand
de pot te winnen. Hoe je deze handen goed speelt hangt
echter heel sterk van je actuele tegenstander af. Bij veel tegenstanders kun je een
top-pair/no-kicker na actie zonder veel twijfel folden, terwijl je tegen andere tegenstanders ook je bottompair na een 3-barrel
downcallt.

Daarom is in een dergelijke blindbattle vaak moed nodig om je
read te volgen en overenkomstig te handelen. Hoe je jezelf op
je speciale reads zou kunnen aanpassen wordt later bescheven. Allereerst moet echter op een aantal fundamentele vragen
worden ingegaan.

Wat is het verschil tussen een blindbattle vanuit de big blind en die vanuit de small blind?

De vraag is: Waarin ligt het verschil tussen het
spel in de blindbattle vanuit de big blind en dat vanuit de small blind? Waarom zijn er twee artikelen in plaats van één? Kun je een
blindbattle niet bijna hetzelfde spelen, los van of je nu de small
blind of de big blind hebt betaald? Het gaat toch over dezelfde spelsituatie?

Hier moet worden gezegd dat het inderdaad om dezelfde spelsituatie gaat, en dat vanuit dat standpunt gezien ook dezelfde
situatie beschreven wordt. Hij wordt echter uit twee compleet
verschillende gezichtspunten beschreven. En deze beide
gezichtspunten verschillen hoofdzakelijk door je positie in de spelsituatie.

Speel je vanuit de big blind, dan heb je steeds een informatievoordeel,
zowel preflop als postflop. Door dit positievoordeel ben je
in de gelegenheid om een groter aantal handen na de flop winstgevend te
spelen. En dit is ook het doel van je spel in de big blind. Je wilt postflop
je positievoordeel gebruiken en de tegenstander langdurig in
-EV-situaties verwikkelen.

Je kunt in positie dus zelfs marginale handen
spelen, handen die voor jou zelfs +EV zijn omdat je door het
positievoordeel naast de informatievoorsprong, ook de macht over
de potsize hebt. Dit voordeel heeft de speler in de small blind niet,
waardoor zijn spel er meer op gericht is om niet teveel aan je te
verliezen en om zich uit marginale situaties te houden.

Hoe reageer je op completes van de small blind?

Veel spelers spelen hun small blind in een
blindbattle erg passief en completen alleen de big blind, om
zo gunstig een flop te kunnen zien. De directe odds van de small
blinds zouden deze complete altijd correct laten lijken. De tegenstander krijgt 3:1 op een call en  heeft daardoor preflop een equity van
meer dan 25% nodig om hier een +EV-call te hebben. En zoals we
allemaal weten heb je in Texas Hold’em met iedere hand bijna altijd zo'n 30%
equity.

Wanneer je de situatie alleen preflop bekijkt, zou je tegenstander met zijn complete dan ook geen fout maken. Daar het je doel is om de
tegenstander te dwingen fouten te maken en je dat het beste
bereikt met agressie, kun je daar beter meteen mee beginnen. Een raise is hier
dus een goed middel om de tegenstander voor zijn complete te bestraffen,
door hem de goede prijs te ontnemen om een flopje te zien.

Daar je postflop verder het positievoordeel aan je kant zult hebben, heb je er ook geen probleem mee om voor een iets grotere pot te
spelen. Door je preflopraise bereik je dan ook dat je de tegenstander
postflop tot grotere fouten dwingt. Hij wordt daar tenslotte met grotere
bets geconfronteerd.

Met agressie reageren op een complete heeft op de langetermijn alleen voordelen voor jou. Maar moet je nou iedere
starthand in deze situatie raisen?

Deze vraag kan niet zomaar met ja of
nee beantwoord worden. Het ligt aan je eigen postflopskills en aan de stijl van de tegenstander. Er zijn natuurlijk handen die in bepaalde situaties meer geschikt zijn voor een raise en handen
waarmee je de tegenstander ook eens een flop kunt laten zien.

VALUEHANDS (22+, A7+, KT+, QT+, JT+)

In deze range bevinden zich alle pocketpairs, alle middelgrote en grote azen en ook alle broadwayhanden.

Met deze handen kun je beter meer neigen naar
een preflopraise, daar je op die manier meteen value uit je hand haalt. Vaak
tref je op de flop ook de beste hand en domineer je voor een deel de
hand van je tegenstanders. Hiermee wil je proberen om zowel preflop als
postflop de maximale value uit de hand te halen.

Daar komt bij dat kleine pocketpairs zich erg slecht laten spelen in een kleine pot, zonder initiatief en zonder treffer.
Raise je deze preflop, dan heb je aan de ene kant het voordeel van het initiatief
en de mogelijkheid om de pot vaak ook zonder treffer te winnen, en aan de andere kant heb je al iets aan de potsize gedaan in het geval dat je een set
zou treffen. Het is erg moeilijk om voor stacks te spelen met een geflopte set in een 2BB grote
pot.

SEMI-BLUFHANDEN (54-T9, 53s-J9s, 74s-Q9s)

In deze range bevinden zich alle connected hands en ook middelmatige suited one- en two-gappers.

Deze handen bevinden zich ongeveer op de
grens tussen een raise en een check. Aan de ene kant
tref je daarmee niet zo vaak een voor jou perfecte flop, maar aan
de andere kant zijn deze handen erg geschikt om postflop te
semi-bluffen, wat zich in een geraisete pot natuurlijk wel wat beter
laat realiseren, omdat de tegenstander daar gemakkelijker van zijn
slechte made hands zal kunnen scheiden.

Voor een check spreekt dat je daarmee zelf niet te veel geld naar het midden schuift met een
draw, waarmee je er dan op aangewezen
bent om de pot zonder showdown te kunnen winnen voorzover je geen goede
draw treft.

Door een check kun je bovendien je implied odds behoorlijk groot houden, om bij een treffer als favoriet het meeste geld te kunnen inzetten. Dit argument is slechts gedeeltelijk
correct, want veel speler kennen de sluwe move "Don't go broke in
an unraised pot!" en handelen daarnaar.

Een check helpt je dus in ieder geval niet om
je implied odds werkelijk groot te houden, doordat nu eenmaal veel spelers
zich slechts moeizaam in een ongeraisete pot laten verwikkelen in een overmatig grote pot,
en hun hand dan meer terughoudend spelen.

GEDOMINEERDE HANDEN (A2-A6, K2-K9, Q2-Q9)

In deze range bevinden zich, zoals de naam al doet vermoeden, alle kleine azen, koningen en vrouwen, waarmee
je bij een top-pair meestal geen kicker hebt en logischerwijs
vaak gedomineerd bent.

Deze handen hebben preflop vaak een equity-edge
tegen de completingrange van de tegenstander, maar helaas stellen deze handen
ook jou voor een pobleem. Speel je ze nu agressief en raiset preflop, dan zal het je vaak zwaar vallen om een
top-pair zonder goede kicker op een directe flop-check/raise van de tegenstander
te folden. Zodra je met deze handen om een middelgrote pot
speelt en zelfs geen two-pair+ getroffen hebt, bestaat er altijd een
groot risico dat je gedomineerd ben en bij de showdown aan het kortste eind zult trekken.

Op deze handen is de uitspraak "small hands,
small pots" perfect van toepassing. Je kunt daarom beter proberen om de pot klein te
houden, en ook de mogelijkheid openlaten om eventueel de tegenstander
te domineren, of hem ertoe te verleiden om een slechtere hand tegen
je te valuebetten/bluffen, en zo je hand gedeeltelijk ook als
blufvanger te  gebruiken.

Met deze handen is een preflopcheck aan te raden om niet het gevaar te lopen, plotseling met een middelmatige hand
om een grote pot te spelen.

BLUFHANDEN (Bijvoorbeeld: T3o, 94o, 75o)

In deze range bevinden zich zo ongeveer alle
craphanden waarmee je preflop zondermeer uit iedere positie
de foldbutton kunt aanklikken.

Met deze handen heb je nauwelijks kansen om een
showdown te winnen. Je treft te zelden two pairs of top-pairs
(die dan ook nog moeten standhouden). Een bevochten pot zul je
hier dus met showdown nauwelijks kunnen winnen. In een normale
situatie zijn deze handen een instafold. Af en toe kun je daarmee
in een blindbattle echter ook raisen en proberen om de pot postflop zonder
showdown op te pakken. Een fold van de tegenstander is ten slotte alleen mogelijk
wanneer je agressief speelt.

Bovendien schep je door deze handen een
perfecte balans tussen de raiserange en de valuehanden. Heeft je
tegenstander je al een keer met een dergelijk slechte hand zien raisen,
dan zal het hem zwaarder vallen om zijn K6o te complete/folden omdat hij door je raise niet zeker zal zijn dat hij de slechtere hand foldt. Slechte spelers worden daardoor verleid om met
een bredere range je preflopraises te callen.

En zelfs wanneer je op de flop met je slechte handen niets treft
kun je de tegenstander met een continuationbet verder onder druk
zetten. Aan de andere kant wordt een aantal tegenstanders er nu toe verleid om met gedomineerde handen gemakkelijker te downcallen, wat je valuehands alleen
ten goede komt.

Toch moet je natuurlijk in het achterhoofd houden dat je deze handen uit balancingredenen raiset om ze dan
agressief te spelen. Daarom kun je deze handen beter niet altijd
raisen. Je gehele raise-range verslechtert dan te sterk. Je staat te vaak met een echte craphand.

Je hebt nu gezien dat je alle handen bijna
perfect in een van deze vier categorieën kunt inschalen en als gevolg daarvan
ook gestandaardiseerd op een complete kunt reageren. Laat ik er op deze
plaats nog eenmaal op wijzen dat je nooit altijd dezelfde actie met dezelfde hand moet uitvoeren. Je moet ook een bepaalde
onvoorspelbaarheid in je acties hebben en kunt vanzelfsprekend handen als KQ of AQ erg goed preflop
checken, om postflop de tegenstander in een situatie te brengen waarin hij
bijna drawing dead is, maar zelf gelooft dat hij waarschijnlijk nog de beste hand heeft.

1/2 No-Limit Hold'em (5 handed )

BB: 200$
Hero: 200$

preflop: Hero is BB with A , Q

3 folds
, SB calls $1.00, Hero checks.

flop: ($4.00) A , 7 , Q (2 players)

SB bets $4.00
, Hero calls $4.00.

turn: ($12) 4 (2 players)

SB bets $10
, Hero raises to $30, SB reraises to $85, Hero reraises to 194$ (all-in), SB calls $109 (all-in)

river: ($400) T (2 players)

SB shows 74
Hero wins.

Dit is een extreem voorbeeld en stelt een
coolersituatie voor de tegenstander voor. Toch verduidelijkt het erg goed
de sterke van een dergelijke preflopcheck. Zou je preflop hebben geraiset, dan
had je nauwelijks value uit de hand van de tegenstander gekregen. Deze zou erg waarschijnlijk preflop hebben gefold of (voor zover hij niet
echt slecht speelt) op de flop na een continuationbet hebben opgegeven.

Het voordeel van een preflopcheck met sterke azen
ligt natuurlijk voor de hand. Zou hij hier een slechtere aas hebben gehad, dan hadden we er door onze preflopcheck, postflop meer
value uit kunnen halen dan in het geval van een preflopraise. Een
raise zou de tegenstander hebben duidelijk gemaakt dat je hier erg vaak een sterke
aas hebt en hem eventueel domineert.

Hoe speel je tegen een small blind, die vaak complete/3-bet speelt?

De eerste stap om tegen een dergelijke tegenstander
goed te kunnen spelen, is deze speelwijze te herkennen. Maak
meteen een notitie wanneer je ziet dat de tegenstander in de small blind
complete/raise speelt.

Naast de eigenlijke informatie, dat hij in staat
is om na een complete te reraisen, noteer je ook de betsize en
zo mogelijk de betreffende hand van de tegenstander.

Veel spelers gebruiken een
complete/minraise-move als valstrik, om zo uit hun sterke handen wat
value te krijgen en de pot wat op te bouwen. Weet je dus dat een
dergelijke move een sterke hand aangeeft, dan call je een dergelijke minreraise behoorlijk tight en let je er op dat je niet met potentieel gedomineerde handen in een grote pot
verstrikt raakt.

Hoe groter de effectieve stacks worden, des te gemakkelijker moet je
natuurlijk met je draws callen vanwege de enorme
implied odds. De tegenstander heeft getoond dat hij echt een
sterke hand heeft en het zal hem vaak zwaar vallen om deze te
folden, ook op een drawheavy flop.

Agressievere tegenstanders zullen een dergelijke complete/raise daarentegen alleen als bluf aanzien en raisen daarom ook iets hoger, om je zo van je aanhoudende preflopraises af te houden. Hierdoor kun je natuurlijk looser je goede handen callen om zo een middelgrote pot naar de showdown te brengen of de tegenstander de mogelijkheid te laten, postflop naar je toe te bluffen omdat je hier niet zo sterk het gevaar van dominatie loopt.

Zou een tegenstander echter werkelijk een complete/raise als "standaardline" met een enorm brede range spelen, waartegen je postflop slechts moeilijk kunt spelen met slechts een middelsterke hand, dan is het beter om tegen deze tegenstander iets tighter te raisen en jezelf zo tegen dergelijke onaangename situaties te beschermen.

Tegen een dergelijke tricky speler is het je doel om je postflop-edge uit te spelen, die je hopelijk hebt door je positievoordeel. Het levert eigenlijk niets op wanneer je er nu mee begint om loose te reraisen tegen complete/raises of deze raises loose te callen om postflop te moven. Je kunt beter een solide spel blijven spelen.

Hoe speel je postflop in een ongeraisete pot?

Heb je preflop besloten je hand alleen te checken en de flop te zien, om welke reden dan ook, dan zijn er een aantal zaken die je in een dergelijke situatie in de gaten moet houden.

BET NA EEN CHECK VAN EEN TEGENSTANDER

Checkt de tegenstander na zijn complete, dan kun je de flop met bijna 100% van je range betten. In geen geval een minbet, maar minstens 3/4 potsize.

De reden voor deze speelwijze ligt voor de hand. bet je 3/4 potsize, dan hoeft je tegenstander maar in 43% van de gevallen op deze bet te folden om de inzet zelf +EV te maken. Vaak zal de tegenstander echter een beduidend hoger percentage folden, want zijn preflopcomplete geeft meestal een ongepaarde starthand aan, die een flop maar in 1/3 van de gevallen zal treffen.

Daardoor zal de tegenstander in 2/3 van de gevallen op de flop niet verbeteren en vaak tot een fold gedwongen zijn. Zelfs wanneer de tegenstander niet al zijn onverbeterde handen check/fold speelt, dan heb je door je 100%-flop-bet-strategie het voordeel dat je, wanneer je de flop wél treft, dankzij je positievoordeel maximaal value uit de hand kunt halen. Je tegenstander zal daarentegen uit positie, bij een treffer op de flop en een check/call maar weinig value overhouden.

Tegen agressieve spelers kun je overwegen om hun bets op de flop in een ongeraisete pot te callen, daar deze spelers vaak zullen proberen om de pot op te pikken. Daar je verder positievoordeel hebt, kun je in zulke spots heel goed handen met alleen een beetje showdownvalue, erg goed in positie callen.

DON'T GO BROKE IN AN UNRAISED POT

Speel je in een ongeraisete pot, dan moet je altijd in het achterhoofd houden dat je niet veel informatie over de range van de tegenstander hebt, daar je de tegenstander tot nog toe nog niet voor een grote beslissing hebt gesteld. Let er bij dit gebrek aan informatie op dat je in zulke situaties niet te grote potten speelt, want de tegenstander zou bijna iedere hand kunnen hebben en je plotseling op een AJ2-flop zowel met AA als met J2 kunnen verrassen.

Ga daarom ook in deze situatie werkelijk alleen bij uitzondering voor 100BB broke wanneer je niet de nuts hebt, want die ligt dan te vaak bij de tegenstander.

Hoe reageer je op een openraise van de small blind?

In deze situatie staan meestal alle beslissingsmogelijkheden nog open. Een hand zoals bijvoorbeeld T8s kun je in deze situatie folden, callen, maar ook raisen. Bij 100BB stacks kun je ook de volgende basisstrategie volgen.

POCKETPAIRS

De grote en middelgrote pairs (JJ+) raise je eigenlijk bijna altijd voor value. Je balanceert daarmee je slechtere raisehanden uit en hebt er natuurlijk geen probleem mee om in deze situatie met QQ preflop broke te gaan voor 100BB.

Met de middlepairs (66-99) kun je beter meer naar een call neigen. Je hebt weliswaar vaak nog de beste hand, maar wanneer je reraise en je continuationbet op de flop worden gecalld ben je meestal verslagen. Reraise je de middlepairs dan zul je meer kleine potten winnen en middelgrote verliezen. De enige mogelijkheid om met deze handen een grote pot te winnen is een set te treffen, wat maar in een op de acht gevallen gebeurt.

Daar de middlepocketpairs een acceptabele showdownvalue bezitten, kun je er in positie beter mee proberen om zo gunstig mogelijk naar de showdown te komen. Door een preflopreraise minimaliseer je juist de kans om te winnen en de mogelijkheid om gunstig de showdown te zien.

Bij de kleine pairs (22-55) verandert dat weer een beetje. Zodra er postflop wat actie komt heb je met deze pairs nauwelijks werkelijke showdownvalue. Daarom is het niet echt zinvol om op showdownvalue te spelen en dan te proberen om met geluk een kleine pot te winnen. Daar komt bij dat je met deze pairs postflop nauwelijks een bet kunt callen. Je zult meestal met minstens twee overcards geconfronteerd worden, en andere bets moeten vrezen. En je kunt helaas nooit callen, als draw met maar twee outs.

Daarom is het beter om preflop met de kleine pocketpairs te reraisen. Dat maakt het spel gemakkelijker en beschermt je tegen al te hachelijke postflopspots. Je zult vaak middelkleine potten winnen en hebt met je 3-bet opening op de flop ook kans om gewoon een freecard te nemen.

Daar komt bij dat je juist bij de kleine pocketpairs grotere implied odds hebt voor een set. Tref je een goed verborgen bottomset dan heeft de tegenstander gelegenheid om een goede top-pair-hand te treffen. Als je met een hogere pocket een topset heb getroffen is de kans dat je tegenstander een goede hand heeft veel kleiner.

Samenvattend kan dus gezegd worden: Neig ernaar om kleine en grote pocketpairs te raisen, maar met de middlepairs alleen te callen, om zo een goed mengsel over te houden, en de individuele sterktes van de handen zo goed mogelijk uit te spelen en de zwaktes binnen de grenzen te houden.

Uiteraard geldt ook hier weer dat je een hand niet altijd op dezelfde manier moet spelen. Tenslotte wil je ook wel eens een bottomset treffen, met 44 na een preflopcall op een KJ4-flop. De strekking is echter duidelijk.

ONGEPAARDE HANDEN

Bij de ongepaarde handen ontwikkelt de zaak zich niet zo simpel. Voor bijna iedere hand is elke beslissing mogelijk. Het zou het kader van dit artikel overschrijden om iedere hand in detail te bespreken, want dat hangt ook altijd van het type tegenstander af.

In het vervolg worden daarom de voor- en nadelen van de betreffende actie aangegeven. Aan de hand van de gegeven overwegingen kun je er je eigen gedachten over vormen welke handen voor welke actie beter geschikt zijn. Hier kunnen de handcategorieën, die eerder voor een normale raise na een complete van de small blinds werden opgesteld, erg goed van pas komen.

Fold

Met een fold volg je duidelijk het doel om niet teveel geld te verliezen in spots waarin je hand meestal alleen een middlepair kan treffen en dus geen grote tegenstand kan weerstaan. Speel je daarbij nog tegen een echt solide speler dan is een fold vaak het beste alternatief om je juist van deze situaties vandaan te houden.

Preflopfolds op small-blind-openraises zijn ook erg belangrijk, daar je de tegenstander met je folds toont dat hij je blind over het algemeen kan stelen. Zo motiveer je hem tot gemakkelijke openraises. Speel je uit de big blind na een raise any two, dan zul je op langetermijn heel vaak met een hoge agressie van de tegenstander geconfronteerd worden. De tegenstander zal (over het algemeen correct) aannemen dat in je range veel slechte handen zijn opgenomen.

Raise (3-bet)

Een raise heeft altijd het voordeel dat je de tegenstander ermee onder druk kunt zetten, waardoor je altijd iets foldequity aan jouw kant hebt. Door een raise krijg je ook vaak handen met goede equity maar slechtere speelbaarheid (reverse implied-odds) tot folden, zoals kleine azen of koningen. Deze handen zijn voor de tegenstander postflop en uit of positie nauwelijks winstgevend te spelen en hij zal ze dus vaak moeten folden.

Hij bevindt zich door je raise in een erg gecompliceerde positie. Of hij foldt teveel handen die tegen je raise-range genoeg equity hebben, of hij callt te vaak je 3-bets en begeeft zich daardoor met potentieel slecht speelbare handen, out of position in een middelgrote pot.

Naast normale valuehands zijn goede draws daarom erg goede kandidaten om preflop op een raise mee te 3-betten en de tegenstander in deze gecompliceerde positie te brengen. Door een raise bezorg je jezelf niet alleen preflop een hoge foldequity maar kun je verder ook je positievoordeel postflop in een iets grotere pot perfect uitspelen en zo de potsize altijd in jouw voordeel manipuleren.

Een behoorlijk nadeel dat een raise natuurlijk met zich meebrengt is dat je de tegenstander de mogelijkheid voor een 4-bet geeft. Daarmee geef je het positievoordeel bijna op, daar je jezelf zo'n beetje aan de hand moet committen wanneer je wilt doorspelen na een 4-bet van de tegenstander. In dit geval is de relatieve positie niet meer zo belangrijk.

Bovendien kun je de grotere pot niet alleen als voordeel zien, want voor een deel waag je jezelf nu op erg dun ijs, met slechts middelsterke handen. Met deze handen zou je eigenlijk meer kleinere potten moeten proberen te spelen. Daar je nu de pot al groter hebt gemaakt heeft de tegenstander zelfs na een checkbehind op de flop van jouw kant, altijd nog twee streets ter beschikking om een behoorlijk deel van zijn stack naar het midden te schuiven en je zo tot moeilijke beslissingen te dwingen.

Call

Het grootste voordeel van een call ligt natuurlijk meteen voor de hand. Je bent in de gelegenheid om je handen postflop in positie te spelen en kunt deze handen nu volledig op hun implied odds spelen. In tegenstelling tot een ongeraisete pot heb je hier niet het probleem van de kleine potsize, en heb je dus een goede gelegenheid om na een preflopcall om middelgrote en grote potten te spelen. Met een call heb je bovendien goede kansen om juist agressieve tegenstanders in de val te lokken. Die zouden je call als directe zwakte uitleggen en nu proberen je uit de hand te bluffen, of heel kleine valuebets maken met hun top-pair/no-kicker op de river.

Bovendien kun je nog van alles beslissen na een preflopcall. Je kun de hand postflop nog erg gemakkelijk wegleggen, de tegenstander vaak op de flop blufraisen, of met een aantal outs floaten om hem eventueel ook op de river nog een kleine beat te bezorgen.

Het nadeel van een call ligt echter ook voor de hand. Handen die waarschijnlijk preflop een equity-edge hadden tegen de range van de tegenstander worden niet volledig benut, en je begeeft je in het gevaar dat je uitgeflopt wordt. Door vaker een postflopspel te spelen in middelgrote potten word je bovendien tot moeilijkere beslissingen gedwongen, wat juist bij niet zo zekere postflopspelers averechts kan werken.

Afhankelijk van de inschatting van je eigen skills kies je hier je acties. Ben je postflop nog niet zo zeker, dan kun je beter wat vaker afzien van een aantal preflopcalls. Speel je in 3-bet-pots nog niet zeker en zijn je beslissingen bij een grotere potsize onzeker, dan kun je beter minder 3-betten.

Dit was echter nog niet alles over de ongepaarde handen. Ter afsluiting van dit gedeelte krijg je nog enige suggesties voor de moeilijkste handen, waartoe veel azen en koningen behoren. Misschien zul je nu denken: "AK, AQ, A7 of KQ, K6 zijn toch geen probleemhand!", maar dat klopt niet.

Velen spelen deze handen behoorlijk recht door zee, door juist de zwakke azen en koningen gedeeltelijk te callen of folden en de sterkere meestal te 3-betten. Dit is zeker niet slecht, maar je zou ook eens een wat andere speelwijze moeten bekijken, die voor veel tot nog toe nog niet werkelijk voorstelbaar was.

Je hoeft met deze handen niet altijd preflop te 3-betten om daar direct de pot mee op te pakken, of na een call van de tegenstander te hopen dat je de pot wint door een continuationbet, of met een treffer een middelgrote pot op de showdown te winnen.

Juist grote azen en koningen zijn bijna gemaakt om een openraise van de small blind alleen te callen en de hand dan, postflop in positie, te spelen. Door te callen met zulke handen schep je voor jezelf een erg goede situatie waarin je de tegenstander een heleboel chips kunt afnemen en echt ver vóór ligt. Tref je hier de flop en onderneemt de tegenstander actie, dan zul je hem vaak domineren, terwijl dat niet van je wordt verwacht. Juist slechte spelers schenken te weinig aandacht aan deze mogelijkheid van dominantie, omdat ze ervan uitgaan dat je als solide TAG AK, AQ of KQ gewoon preflop raisen moet.

Hier kun je goed extra value binnenhalen door de call flop / raise turn, call flop / call turn / call river of call flop / call turn / minraise river. De tegenstander zal vaak proberen om je weg te bluffen, terwijl zijn eigen pair erg moeilijk valuebet.

Hier zou natuurlijk duidelijk moeten zijn dat AK, AQ, AJ, en KQ meer geschikt zijn dan A5, K8 of QT. Met deze laatste handen heb je bij een call vaak het probleem dat je zelf gedomineerd wordt. Zelfs wanneer je dat niet bent heeft de tegenstander een dermate kleine kicker dat hij passief speelt, of de hand loopt bij de showdown uit op een splitpot.

Vooral de kleine en middelgrote azen hebben dit in zich, daar ze voor een deel te sterk zijn om te folden, iets te zwak zijn om te 3-betten en bij een call de neiging hebben om alleen kleine potten te winnen en grote te verliezen. Deze handen moet je daarom tegenstander-afhankelijk spelen en dus is een uitspraak als, "Je moet ze altijd folden omdat je er alleen maar problemen mee krijgt" niet optimaal en niet op zijn plaats.

Later zal het artikel nog verder op tegenstanderspecifieke speelwijzes ingaan en laten zien waar de sterktes van deze hand liggen, en hoe je hun speelwijze aan verschillende speelwijzes aanpast.

Welke rol speelt de hoogte van de raise van je tegenstander?

Wat tot nog toe niet werd meegerekend en nog onderzocht moet worden, is de grootte van de preflopraise en hoeveel invloed deze op je beslissing heeft. In principe moet je hier twee met elkaar in verband staande aspecten in de gaten houden. De hoogte van de raise van de tegenstander en de effectieve stacks. Je moet altijd de verhouding tussen deze twee onderdelen in de gaten houden, en je kunt niet zeggen dat je altijd een minraise callt, zonder meer te weten over de precieze stacksizes.

In het vervolg krijg je een aantal aanpassingsvoorstellen voor verschillende situaties bij een effectieve stack van 100BB. Aansluitend zal worden ingegaan op welke aanpassingen je moet doen wanneer de stackgroottes daarvan afwijken.

DE TEGENSTANDER RAISET TUSSEN DE 2,5BB EN 5BB

Hier kun je in principe twee zinnen voor formuleren.

Hoe beter je de hand postflop door je positievoordeel kunt spelen, des te beter is het om de raise alleen te callen.

Deze zin is erg vanzelfsprekend. Op een kleine bet kun je postflop natuurlijk vaker handen winstgevend spelen en ben je er daarom ook meer toe geneigd om met een wat zwakke hand te callen in plaats van te folden. Je hebt altijd nog genoeg grote reststacks om bij een erg goede treffer value uit de hand te kunnen halen. Hoe groter de betsize is, des te kleiner zijn je implied odds en des te beter zou daarom ook de speelbaarheid van de hand zijn om een call te rechtvaardigen.

Hoe groter de raise van de tegenstander is, des te eerder zou je ertoe geneigd zijn om te 3-betten.

Deze zin heeft nu wel een iets duidelijkere uitleg nodig, want hij klinkt niet direct logisch. Deze zin berust op twee basisideeën. Aan de ene kant heb je minder foldequity nodig bij een grotere raisesize van de tegenstander bij een blufraise. Er zit tenslotte meer dead money in de pot.

Daar komt bij dat je bij een 3-bet natuurlijk wordt gedwongen om een iets hogere betsize te kiezen, daar je 2.5BB en 5BB openraises niet meteen hoog kunt 3-betten. Door je bereidheid om preflop meer geld in je hand te investeren, kom je op de tegenstander natuurlijk heel sterk over, en je dwingt hem om te beslissen of hij werkelijk om zijn gehele stack wil spelen of niet.

Het tweede idee, dat een 3-bet bij grotere betsize van de tegenstander tot favoriet maakt, is dat je de tegenstander niet niet kunt toestaan om door een extra investering van slechts één big blind de mogelijkheid te kopen bijna iedere flop te zien en je daardoor in een passieve rol te dringen.


DE TEGENSTANDER MINRAISET NAAR 2BB

De altijd geliefde minraises bekijken we apart, daar ze toch weer iets heel speciaals zijn en je het spel hier weer tegenstanderafhankelijk zou moeten aanpassen. Veel spelers (of het nou goede of slechte spelers zijn is hier bijzaak) streven naar verschillende doelen met een minraise.

Een doel kan zijn om door een dergelijke minraise goedkoop de flop te zien en tegen een zwakke range te spelen, daar je in principe op een minraise met any two kunt callen. Een ander doel kan zijn om je, net zoals bij een complete/raise, tot een 3-bet te verleiden, waarop de tegenstander vervolgens zelf opnieuw kan reraisen om je zo werkelijk onder druk te zetten.

Dit zijn de doelen die preflop kunnen worden nagejaagd en waarvan je het slagen wilt verhinderen. Daarom kun je tegen een bijzonder tricky tegenstander niet zondermeer loose 3-betten, wanneer je vervolgens te vaak wordt gedwongen om op een 4-bet te folden. Foldt de tegenstander echter zelf vaak op een 3-bet, of callt hij deze alleen, dan kun je de goede handen natuurlijk 3-betten voor value.

Je moet niet alleen op het preflopspel, maar ook op het posflopspel van de tegenstander letten. Er zijn potentieel slechtere spelers die de neiging hebben om uit de small blind slechts te minraisen en een 3-bet altijd te callen, om dan op de flop heel light te callen.

Wanneer je tegen een dergelijke tegenstander speelt, verval dan niet in een bijzondere vorm van tilt door te proberen om deze tegenstander permanent uit de pot te dringen. Het zou hier gewoon fout zijn om met middelsterke en zwakke handen preflop de pot al groot te maken, terwijl het je postflop niet niet zal lukken om de tegenstander van zijn bottompair af te krijgen. Hier is het zaak om solide value-ABC-poker te spelen en liever een goedkope flop te zien, om dan bij een eigen treffer een kleine valuebet te maken.

Denk er dus altijd aan dat je naar een solide basisspel neigt zodra de tegenstander tricky speelt of zich niet van zijn slechte pairs kan scheiden, en dat je preflop nog kunt callen, om dan postflop je positievoordeel te gebruiken en de potsize in je voordeel te manipuleren.

Hoe pas je jezelf aan verschillende stacksizes aan?

Veel spelers vergeten om hun spel aan de verschillende stacksize-samenstellingen aan te passen. Met deze aanpassingen houden we ons bezig in het volgende gedeelte.

In principe zijn er twee verschillende situaties waaraan je het spel moet aanpassen, uitgaande van een standaardstacksize van 100BB. Aan de ene kant heb je de stacks die veel groter zijn dan honderd big blinds en aan de andere kant de stacks van veel minder dan honderd big blinds.

De stacks zijn beduidend groter dan 120 big blinds

Hoe groter de reststacks postflop zijn, des te grotere winst kun je door je positievoordeel binnenhalen. Je kunt je tegenstander tot steeds duurdere fouten verleiden. Dit voordeel kun je het beste uitbuiten door veelvuldig postflopspel. Het is echter belangrijk om steeds te kijken of je om een acceptabele pot kunt spelen.

Het helpt je dus niets om in een ongeraisete pot 170BB deep te zijn wanneer je nooit de mogelijkheid hebt om deze 170BB in een voor jou voordelige situatie naar het midden te schuiven. Denk eraan om bij zulke grote stacks de tegenstander altijd het gevaar voor ogen te houden, dat hij met iedere actie eventueel voor zijn hele stack moet spelen.

Exacte speelwijzen kunnen hier niet worden aangegeven. Bedenk goed dat in het deepstacked spel je postflopskills extra van belang zijn. Je moet weten hoe je de verschillende boardsamenstellingen goed in kunt schatten; hoe en wanneer je voor potcontrole zou moeten spelen en hoe en wanneer je moet beschermen. Je moet de juiste momenten herkennen voor een bluf, weten welke betsize je moet gebruiken, en telkens weer controleren of je winstgevend kunt valuebetten.

De stacks zijn beduidend kleiner dan honderd big blinds

Speel je tegen een speler met een stack van 95BB of 80BB, dan zal je spel nauwelijks veranderen, omdat deze afwijking minimaal is. Speel je echter tegen iemand met 50BB of zelfs 25BB en minder, dan wordt het al interessanter en belangrijker hoe je jezelf aanpast aan deze omstandigheden.

Is de stack van de tegenstander ongeveer 50BB, dan moet je er op letten om vooral preflop niet overmatig gemakkelijk te 3-betten. De stack van de tegenstander is nu perfect geschikt voor een restealpush, die je alleen nog maar met werkelijk sterke handen kunt callen. En daar je juist tegen deze speler je postflop positievoordeel kunt uitspelen moet je er goed op letten letten dat je jezelf niet zomaar uit de hand laat dringen.

Maar waarom kun je bij deze stacksizes het positievoordeel zo goed uitbuiten? Dat ligt er vooral aan dat je met de meeste handen slechts one-pair-handen zult krijgen en er dus niet op uit bent om voor een grote pot te spelen. Een stack van ongeveer 50BB is daarom echt goed om one-pair-handen te spelen voor potcontrole en een middelmatige pot te winnen op de showdown. Hoe groter de stack wordt, des te meer moet je opletten dat je de tegenstander geen mogelijkheid geeft om je uit de hand te raisen. Je kunt daarom niet altijd de meest agressieve line kiezen. Worden de stacks beduidend kleiner dan 50BB, dan heb je er geen al te groot probleem meer mee om broke te gaan met slechts een pair.

Daar komt bij dat je met deze stacks soms goede spots zult vinden om de turn te floaten of een semi-bluf te maken. Je krijgt daarmee meestal een enorme foldequity omdat het na je move voor de tegenstander meteen om zijn gehele stack gaat, onafhankelijk van het feit of je dit doel met je turnfloat ook werkelijk nastreeft.

Speel je tegen een echte shortstack dan bereik je al snel een punt waarop je zelf preflop al met zeer marginale handen broke kunt gaan. Hier is het natuurlijk belangrijk om zoveel mogelijk informatie over de shortstack te verzamelen. Is de shortstack slechts een "fish" die zijn laatste geld vergokt, dan kun je de conservatievere line kiezen en proberen om postflop tegen hem te spelen. Speel je daarentegen tegen een "professionele" shortstack, dan heb je al wat meer problemen. Nu heb je namelijk geen andere keuze dan zelf ook een zo optimaal mogelijke shortstackstrategie te gebruiken. Dit zal je als bigstack niet altijd meevallen, daar je hiervoor goed vertrouwd moet zijn met de pushranges.

Een goede shortstack heeft twee verschillende preflop-speelwijzes in zijn inventaris: Hij pusht je meteen, of hij raiset een normaal bedrag om je blind aan te vallen.

DE TEGENSTANDER PUSHT DIRECT OP JE IN

Na een push van de tegenstander heb je nog maar twee mogelijkheden. Je kunt callen of folden. Meer mogelijkheden zijn er niet. Afhankelijk van je inschatting over de pushrange van de tegenstander kun je nu proberen uit te vinden of je een +EV-call hebt.

Het probleem is natuurlijk om een zo passend mogelijke inschatting te maken van de pushrange van de tegenstander. Pusht de tegenstander hier altijd, of zal hij ook af en toe normaal raisen? In hoeverre verandert zijn pushrange door zijn huidige stack?

Je beslissing staat of valt bij de inschatting van de range van je tegenstander. Natuurlijk is de range van je tegenstander niet zo belangrijk wanneer je AA hebt, maar je hebt helaas niet altijd AA.

Kun je een inschatting over de pushrange van de tegenstander maken, dan moet je de volgende stappen uitvoeren om uit te vinden of je een +EV-call hebt of niet.

  • Stacksize van de tegenstander bepalen (aangegeven in big blinds)
  • Je equity met je huidige hand met behulp van Equilator bepalen
  • Deze beide waardes in de onderstaande EV-formule invoeren en het resultaat berekenen.

S : Stacksize van de tegenstander in BB
E : Equity van je hand tegenover de pushrange van de tegenstander

EV = E * (S+1) – [(1-E) * (S-1)]

Met een positieve waarde kun je callen. Bij een negatief resultaat is een fold aan te raden.

Voorbeeld

Inschatting van de pushrange van de tegenstander: 22+, A8o+, A5s+, KT+, QT+.

1/2 No-Limit Hold'em (5-handed )

BB: 30$
Hero: 200$

Preflop: Hero is BB with A , 9

3 folds
, SB raises to $30 (All-In), Hero ???

Je equity is 44,39%.
Zijn stack is 15BB.

Hierdoor krijg je het volgende resultaat:

E = 0,4439
S = 15

EV = E * (S+1) – [(1-E) * (S-1)]
EV = 0,4439 * (15+1) – [(1- 0,4439) * (15-1)]
EV = 7,1024 – 7,7854


EV =
-0,683

Een call is bij deze inschattingen dus –EV en daarom zou je moeten folden.

Met deze methode kun je tenminste bij benadering uitzoeken of je een +EV-call had of niet. Aan tafel zijn zulke berekeningen helaas niet niet uit te voeren.

Wat je echter wel kunt voorbereiden om +EV te kunnen callen tegen shortstacks die volgens de Sklansky-Chubukov-getallen pushen, is een tabel waarin je de benodigde callranges hebt opgeschreven. Dit heeft natuurlijk alleen zin wanneer de tegenstander altijd strikt volgens de Sklansky-Chubukov-chart pusht. Met een beetje vlijt en de Equilator moet een dergelijk overzicht te realiseren zijn.

Kijk voor verdere informatie over dit thema ook in het volgende artikel: Sklansky-Chubukov-getallen en preflop-pushes

DE TEGENSTANDER RAISET EEN NORMAAL BEDRAG OM JE BLIND TE STELEN

In dit geval is de keuze niet alleen of je callt of foldt. Je hebt nu ook de mogelijkheid van een reraise tot je beschikking. Het is bij een reraise natuurlijk belangrijk dat je jezelf daardoor aan de pot commit en dus ook altijd alle vijf de kaarten wilt zien. Je moet daarom bij een shortstack altijd direct pushen. Je zou namelijk na een raise van jouw kant en een push van de tegenstander sowieso moeten callen.

Situatie 1: Je beslist voor een resteal

In deze situatie is het heel belangrijk om te weten hoe de shortstack speelt. Zal de shortstack op je reraise ook af en toe folden, of heeft hij met zijn openraise al besloten om preflop broke te gaan? Dit inschatten is heel erg belangrijk. Heb je foldequity of moet je alleen op de sterkte van je hand vertrouwen?

Ga je ervan uit dat je met je push geen foldequity krijgt, dan kun je ongeveer de range van je tegenstander inschatten en net als eerder je EV berekenen.

S: Stacksize van de shortstack (aangegeven in BB)
E: Je equity met jouw hand tegen de range van de tegenstander

EV = E * (S+1) – [(1-E) * (S-1)]

Denk je echter dat je door je push nog een beetje foldequity kunt krijgen, dan heb je een aantal stappen meer te doen om de uiteindelijke EV van je push te berekenen. Om te beginnen moet je natuurlijk weer een vermoeden van de callrange van de tegenstander maken, om dan met behulp van de Equilator je equity te berekenen.

Heb je dat gedaan, dan kun je aan de hand van de onderstaande vergelijking de benodigde foldequity berekenen.

R : Openraisebetsize van de tegenstander (aangegeven in BB)
S : Stack van de shortstack (aangegeven in BB)
E : Je equity tegen de callingrange van de tegenstander

0 < f * (r+1) + (1-f) * [E * (S+1) – (1-E) * (S-1)]

Aan de hand van deze waarde en je inschatting van de callrange van je tegenstander, kun je de minimale range vaststellen waarmee de betreffende tegenstander moet openraisen om nog genoeg handen weg te leggen na jouw push en daarmee je push +EV te maken.

Voorbeeld

Schatting van de callrange van de tegenstander: 22+, A8o+, A5s+, KT+, QT+ (20,06%)

SB: 30$
Hero: 200$

1/2 No-Limit Hold'em (5-handed )

Preflop: Hero is BB with A , 9

3 folds
, SB raises to $6, Hero reraises to $30

Je equity is 44,39%.
Zijn stack is 15BB.

E = 0,4439
S = 15

0 < f * (r+1) + (1-f) * [E * (S+1) – (1-E) * (S-1)]
0 < f * (3+1) + (1-f) * [0,4439 * (15+1) – (1- 0,4439) * (15-1)]
0 < 4f + (1-f) * [7,1024 – 7,7854]
0 < 4f + (1-f) * (-0,683)
0 < 4f –0,683 + 0,683f
4,683f > 0,683
f > 0,1458

f > 14,58%

Nu kun je berekenen hoe groot zijn openraiserange oH moet zijn.

oH = 0.2006 / (1 – 0.1458) = 0.2348

oH = 23.48%

Dit komt overeen met een openraiserange van 22+, A5o+, A2s+, KT+, QT+ en betekent dus dat de tegenstander op je push met A5o-A7o en A2s-A4s zal folden.

Zodra hij in deze situatie met een grotere range openraiset en toch slechts met de aangenomen callrange je push callt, dan heb je hier een +EV-push.

Het klinkt heel wiskundig, maar juist zulke fundamentele wetenswaardigheden zullen je heel goed helpen wanneer je probeert om je spel buiten de tafel te analyseren, en eventueel merkt dat je óf te tight, óf te loose reageert op zulke situaties. Door deze analyses kun je ook je eigen gevoel voor je ranges controleren of versterken, om in dergelijke situaties vaker de juiste beslissingen te kunnen treffen.

Onder de volgende link vind je een Excel-bestand met tabellen die deze berekeningen van je overnemen: Excel-tabellen over het spel tegen shortstacks en agressieve 4-betters

Wat je absoluut niet mag vergeten, is de mogelijkheid dat een tegenstander first-in zijn zwakke handen volgens de Sklansky-Chubukov-getallen pusht en zijn heel sterke handen normaal openraiset om je zo aan te zetten tot een push. Bij een dergelijke speelwijze van de tegenstander is de openraisingrange heel tight en zul je bij een push ook geen foldequity kunnen krijgen. Herken je deze strategie van de tegenstander, dan kun je dienovereenkomstig tight op zijn openraise pushen!

Situatie 2: Je callt preflop en ziet de flop 

Naast de mogelijkheid van een resteal heb je ook nog de mogelijkheid van een simpele flatcall, om zo een flop te zien en postflop in positie te kunnen spelen. Hiervoor valt geen wiskundige formule of vergelijking op te stellen. De volgende dingen moet je bij deze speelwijze goed bedenken.

  • Hoe kleiner de effectieve stack is, des te slechter is postflop je positievoordeel.

    Bij kleine stacks commit je jezelf én je tegenstander meestal al aan de pot met één bet, en dus heb je hier minder spelmogelijkheden tot je beschikking. Je kunt bij deze kleine stacks dus niet floaten of blufraisen, daar je in principe door je move geen foldequity kunt krijgen. Daar komt bij dat potcontrol bij zulke kleine stacks volledig op de achtergrond raakt. Het grootste voordeel dat je door je betere positie kunt hebben is dus niet meer nodig. Bij een treffer besluit je meestal alleen nog of je broke gaat of niet.

  • De tegenstander kan op de flop vóór jou handelen.

    Dit is een voordeel voor jou bij grote stacksizes, daar je zo wat informatie krijgt over de handsterkte van de tegenstander. Bij kleine stacks is het echter een nadeel, want de tegenstander heeft hier nu niet per se een hand nodig om een continuationbet te maken. Die heb je echter zelf wel nodig om agressief op deze bet te kunnen reageren. In deze situaties pakt vaak, wanneer beide tegenstander de flop hebben gemist, degene die als eerste een bet afvuurt de pot op. Dus heeft de tegenstander nu een voordeel want hij heeft altijd de mogelijkheid om als eerste te zetten.

  • Hoe beter de shortstack speelt, des te eerder kent hij de bovenstaande punten

    Speel je tegen een slechte en postflop passief handelende speler, dan kan een preflopcall over het algemeen heel goed zijn. Tegen zulke tegenstanders kun je postflop nog heel goed de pot zonder showdown winnen. Hoe beter de shortstack echter is, des te eerder weet hij dat hij nu een aantal voordelen aan zijn kant heeft en zal hij deze ook vaker uitspelen. Bij een goede speler kun je er niet van uitgaan dat hij postflop een hand weglegt waaraan hij zich door een continuationbet heeft gecommit. Dit is echter bij slechte spelers over het algemeen wel het geval.

Let erop, dat je weet waarop je jezelf door een preflopcall inlaat en kies daarop je handen uit. Je hebt voor een dergelijke call handen nodig met showdownvalue en moet er dus van afzien om bijvoorbeeld kleine suited-connectors op niet aanwezige implied odds te callen.

Hoe speel je tegen een tegenstander die je 3-bets heel vaak 4-bet?

Hier komt het direct aan op de grootte van de 4-bet van de tegenstander. Commit de tegenstander zich daarmee, of maakt hij kleine 4-bets waarmee hij je weliswaar goed onder druk kan zetten, maar tegelijk de mogelijkheid openlaat om nog te folden?

Speel je preflop tegen een agressieve tegenstander, houd je dan juist met je draws een beetje in, en 3-bet deze minder. Je hele range verschuift zich hier een beetje om zich aan te passen aan deze situatie. Je past jezelf nu actief aan deze agressie aan.

Je aanpassing kan op twee manieren tot stand komen:

  • Je 3-bet in totaal minder, zodat je bij een 4-bet losjes voor value kunt 5-betten.
  • Je 3-bet verder in dezelfde hoeveelheid, maar met een iets andere range, zodat je vaak genoeg 5-bet-blufraises kunt instrooien.

In principe kun je ook hier beide manieren combineren en minder 3-betten, maar daarvoor in de plaats bij een 4-bet vaker bluf-5-betten.

Voor de eerste aanpassing neem je gewoon de draws wat vaker uit je eigen 3-bet-range, waardoor je automatisch minder 3-bet. Deze aanpassing kun je vooral gebruiken bij tegenstanders die zich door hun 4-bet committen, of direct als 4-bet all-in pushen.

Maar hoe verandert je range als gevolg van de tweede genoemde aanpassing? Hier hoef je alleen na te denken over met welke handen je nu wilt bluffen als 5-bet. Dit zijn natuurlijk handen met een echt goede equity tegen de callrange van de tegenstander, opdat je niet direct met 72o bij een call van de tegenstander in een werkelijk verloren positie staat. Hier 3-bet je dus je probleemhanden, zoals middelmatige en kleine azen (in bijzondere mate de suited azen), daar je deze dan ook als bluf kunt pushen.

Een dergelijke hand zou er dan zoals volgt uitzien.

1/2 No-Limit Hold'em (5-handed )

SB: 215$, 4-bet je erg vaak in een blindbattle .
Hero: 200$

Preflop: Hero is BB with A , 4

3 folds
, SB raises to $7, Hero reraises to $24, SB reraises to 56$, Hero reraises to 200$ (All-in)

In twee artikelen in het kader van de extra leermaterialen over het thema 4-bet-blufs, heeft de leider van het No-Limit-vakgebied van PokerStrategy, Jan Samuelsen, de thematiek uitgebreid geanalyseerd:

Light 4-bets deel 1
Light 4-bets deel 2

In de bovenstaande hand kun je goed zien in hoeverre de wiskunde hier toepasbaar is, om uit te vinden of de (semi-)blufpush +EV is.

Bij de volgende berekening moet nog worden vermeld dat daarin niet is meegenomen dat meer blufs ook leiden tot een betere uitbetaling voor je monsters. Is je bluf dus +EV of net break-even, dan kun je door de nu gewonnen actie zeker nog wat winst op je monsters verwachten.

Aan het begin van de berekening staan schattingen over de callrange van de tegenstander. In het voorbeeld gaan we uit van drie verschillende types tegenstander, die je push steeds met een verschillende range zouden callen.

  • Tegenstander 1: QQ+, AK (2.6%)
  • Tegenstander 2: TT+, AK (3.5%)
  • Tegenstander 3: TT+, AQ+ (4.7%)

Je equity is bij de drie tegenstanders steeds:

  • Tegen tegenstander 1: 29.7%
  • Tegen tegenstander 2: 30.7%
  • Tegen tegenstander 3: 30.7%

Er zijn nauwelijks verschillen in de equities te zien en je zou ervan uitgaan dat de callrange van de tegenstander nauwelijks interessant is. Dit is weliswaar op het eerste gezicht correct, maar je zult zien dat de callrange toch van grote invloed is op het wel of niet +EV kunnen blufpushen.

In de volgende stap is het zaak om uit te vinden hoe hoog je foldequity moet zijn om een push te rechtvaardigen. Ben je met dergelijke berekeningen bekend, dan kun je al bedenken dat je benodigde foldequity tegen de drie verschillende tegenstanders bijna hetzelfde is.


Foldequity voor tegenstander 1:

0 < f *(24+56) + (1-f) * (0.297 * (200+24) – (1-0.297) * (200-24))
0 < 80*f + (1-f) * (66,528 – 123,728)
0 < 80 * f + (1-f) * (-57,2)
0 < 80f –57,2 + 57,2f
137,2f > 57,2
f > 0,4169

f > 41,69%


Foldequity voor tegenstanders 2 en 3:

0 < f*(24+56) + (1-f) * ( 0,307 * (200+24) – (1-0,307) * 200-24))
0 < 80f + (1-f) * (68,768 – 121,968)
0 < 80f + (1-f) * (-53,2)
0 < 80f – 53,2 + 53,2f
133,2f > 53,2
f > 0,3993

f > 39,93%


Aan de hand van deze foldequitywaarden kun je nu de minimale 4-bet-range van de tegenstander berekenen, zodat je 5-bet blufpush +EV is.

Hiervoor heb je slechts een kleine, drieregelige berekening uit de vierde klas nodig.

Tegenstander 1:

4-bet-range = 0,026 / (1- 0,4169) = 0,0445 = 4,45% (Range: TT+, AQ+)

Tegenstander 2:
4-bet-range = 0,035 / (1- 0,3993) = 0,0582 = 5,82% (Range: 88+, AQo+, AJs+)

Tegenstander 3:
4-bet-range = 0,047 / (1- 0,3993) = 0,0782 = 7,82% (Range: 77+, AJo+, ATs+, KQs)

Aan de hand van deze kleine berekeningen kun je de minimumranges vaststellen, waarmee je de betreffende tegenstander minstens moet 4-betten om je push +EV te laten zijn. Hoe verder hun 4-bet-range van dit minimum is verwijderd, des te winstgevender wordt natuurlijk ook je push.

Onder de volgende link vind je een Excel-bestand met tabellen die deze berekeningen van je overnemen:
Excel-tabellen over het spel tegen shortstacks en agressieve 4-betters

Tot zover over het thema 5-bets als blufs. Op dit moment is je aanpassing van de range echter nog niet helemaal klaar. Door de nieuw gewonnen actie of de zwakkere pushcallrange van de tegenstander, ben je nu ook in staat om iets kleinere valuepushes te ondernemen.

Je valuepushrange zal hier dus nu niet meer alleen QQ+, AK omvatten. Daar je vooral je kleine suited azen als blufs pusht, wordt de tegenstander nu ook vaak verleid om zijn AQ of zelfs AJ te callen. Je moet dus bij je eisen voor de pocketpairs wat omlaag gaan, daar juist deze bij een dergelijk verschoven callrange van de tegenstander enorm profiteren. Het bewijs daarvoor zie je in de volgende tabel, die de equity van verschillende ranges aangeeft. Als referentiepocketpair dient 88.

Equity van 88 tegen verschillende ranges

Range van de tegenstander
Jouw equity
QQ+, AK 35,85%
QQ+, AQ+ 41,83%
QQ+, AJ+ 44,96%
JJ+, AK 33,27%
JJ+, AQ+ 39,36%
JJ+, AJ+ 42,77%
TT+, AK 31,34%
TT+, AQ+ 37,33%
TT+, AJ+ 40,89%

Je wint met je pocketpairs dus tot 9% aan equity. Dat is een enorme toename. In de bovenstaande situatie zou je 44% equity nodig hebben om voor value te pushen, wanneer de callrange van de tegenstander hetzelfde als de 4-bet-range zou zijn. Daar de tegenstander echter in deze situatie niet zo tight zal 4-betten en je dus foldequity krijgt, kun je nu met een aantal pocketpairs voor value pushen.

Het moet nu duidelijk zijn dat je enorme agressie heel goed door een, beter uitgekozen, eigen tegenagressie tegemoet kunt treden. Realiseert de tegenstander zich dat je in dergelijke spots vaker in de betere situaties all-in bent, dan zal hij zijn agressie terugschroeven. Realiseert hij zich dit niet, dan heb je een mooie manier gevonden om je winstgevend aan zijn agressie aan te passen.

De andere manier zou zijn, algeheel tighter te 3-betten en meer handen in positie te callen, om dan postflop het eigen positievoordeel -juist tegen een agressieve tegenstander- te gebruiken. Daarmee zou de tegenstander ook gedeeltelijk zijn doel bereiken. In een dergelijke spot kun je dan de, al eerder voorgestelde, lighte calldowns maken met middelsterke handen. Hoe groter je dus je postflop-edge inschat, des te eerder kun je een dergelijk spel spelen en afzien van preflopblufpushes.

Hoe speel je tegen small blinds die graag de flop check/raisen?

Vooral minraises wil je sowieso niet zien. Hier maak je gewoon minder continuationbets, of je nou wel of niet de flop hebt getroffen, om zo de tegenstander geen mogelijkheid te geven voor een check/raise. Na een checkbehind op de flop en een bet van de tegenstander, heb je nu twee bijzonder goede speelmogelijkheden, die veel tegenstanders niet kennen en waaraan ze zich dan ook nauwelijks aanpassen.

Aan de ene kant kun je checkbehind flop/raise turn spelen en aan de andere kant checkbehind flop/call any turn/re-evaluate river.

Beide lines beschermen je door hun checkbehind op de flop voor de check/raise en verzekeren je ervan dat je door je positievoordeel toch value uit je hand kunt halen.

Beide lines hebben hun speciale doel. De volgende gedeeltes houden zich daarom bezig met de betreffende voor- en nadelen.

CHECKBEHIND FLOP / RAISE TURN

Deze line vindt zijn grootste sterkte tegen "eendimensionaal" agressieve tegenstanders, die door hun check/raise op de flop vaak proberen om de pot te stelen, en dus ook heel vaak na een flop-checkbehind van jouw kant, de turn betten in de hoop dat ze de pot kunnen oppakken.

Door je turnraise ben je nu in staat om zelf de pot te stelen. Daarvoor heb je niet per se showdownvalue nodig, daar je door deze move meestal voldoende foldequity krijgt. Een ander voordeel van deze line is dat je hier een goede mogelijkheid hebt gevonden om echt veel value uit, zich op de turn verbeterende, monsterhanden te winnen. Een two pair op de turn is natuurlijk perfect om de top-pair van de tegenstander te stacken. Maar natuurlijk biedt deze line zich ook aan als slowplay voor een top-set, wanneer je tegen een tegenstander speelt die graag verliefd wordt op zijn one-pair-handen en niet kan opgeven.

CHECKBEHIND FLOP / CALL ANY TURN / RE-EVALUATE RIVER

Tegen agressieve tegenstanders krijg je door deze line vaak twee blufbets (meestal nog één op de river) en houd je daarnaast de pot nog relatief klein. Zou je de tegenstander na een flopraise op een bluf zetten en proberen om deze te onderscheppen, dan heb je het nadeel dat de tegenstander na een check/raise op de flop nog twee streets ter beschikking heeft om (meestal bijna zijn gehele) stack naar het midden te schuiven. Dit zou voor jou behoorlijk duur kunnen worden wanneer je in een betere hand rent of de tegenstander zijn hand op de turn of river nog kan verbeteren.

Daar je bij deze line zelf op de turn geen agressie toont, zal het duidelijk zijn dat je een hand met showdownvalue of met een aantal outs nodig hebt om bij een mogelijke showdown nog vaak genoeg de pot te kunnen winnen.

Een ander voordeel van deze line is dat je voor jezelf de mogelijkheid van een blufraise op de river openlaat, in het geval dat er een scarecard komt. Veel spelers schatten een regular niet in op een blufraise op de river omdat ze hem meestal zien als een solide ABC-speler. Door deze line kun je daarom een eventueel aanwezige leak oplossen en je riverraises door een aantal goed getimede blufraises uitbalanceren. Deze blufraise-spots moet je echter heel goed uitkiezen, want het heeft erg weinig zin om een scarecard op de river te blufraisen wanneer je tegen een agressieve "showdownmonkey" speelt, die hier ook nog met zijn second pair/good kicker callt.

Een nadeel van deze line ligt echter voor de hand. Bet de tegenstander de turn en checkt hij de river naar je toe, dan heb je hier meestal een ietwat komische situatie geschapen. Met een gemiste draw weet je dan niet of je nu moet blufbetten of niet, daar de line van de tegenstander ook sterk lijkt op een check/call river voor bluffinduce. Met een made hand heb je hier vaak een moeilijke valuebet, daar je door je line nauwelijks informatie over de handsterkte van de tegenstander hebt gekregen. Hier is het belangrijk om de juiste balans te vinden en niet te magere valuebets te maken of te veel value te laten liggen door een passieve manier van spelen.

Speel je dan ook nog tegen een tricky tegenstander, die in staat is om een river ook af en toe te check/raisen als bluf, maar ook als valuebet, dan wordt je beslissing nog benauwder.

Beide lines hebben wat postflopskills nodig, maar geven je wel een goede mogelijkheid om jezelf tegen de check/raises op de flop te beschermen. Zou de tegenstander niet op de turn betten, dan is dat voor jou geen probleem, daar je nu door zijn tweede check van de tegenstander iets meer informatie over zijn hand hebt gekregen en dus zwakke handen met showdownvalue (A-hoog) behoorlijk gunstig naar de showdown krijgt. Bovendien krijg je met zwakke handen zonder potentie, de mogelijkheid tot een uitgestelde continuationbet. Deze is bijzonder succesvol wanneer op de turn een highcard valt (A of K). En niet als laatste kun je met made hands op twee streets altijd nog genoeg value krijgen door te betten.

De checkbehind op de flop is dus een heel succesvol wapen tegen tegenstanders die erg graag de flop check/minraisen om je uit de hand te dringen.

Hoe speel je tegen tegenstanders die afzien van een continuationbet op de flop?

In deze situatie komt het heel sterk op je reads aan. Schat je de tegenstander als een sterke, of eerder als een zwakke speler in? Hoe schat de tegenstander jou in? Denk hij dat je een hyperagressieve TAG bent, die iedere vorm van zwakte wil uitbuiten?

Goede spelers zien vaak af van hun continuationbet op de flop wanneer ze een hand met showdownvalue hebben, maar de pot out of position niet te groot willen laten worden. Draws zal een dergelijke speler zelden hebben, want daarmee zal hij er eerder op uit zijn de flop door een continuationbet op te pakken of hem al wat op te bouwen, zodat hij bij een treffer gemakkelijker meer value krijgt.

Loop dus niet in de val door te proberen om tegen een goede regular in een dergelijke spot een pure-3-barrel-bluf uit te voeren. Deze zal weliswaar tegen postflop weak handelende spelers vaak lukken, maar heeft tegen een dergelijke speler nauwelijks zin. Meestal geeft hij door zijn check op de flop een middelsterke made hand aan.

Speel je tegen een speler die duidelijk straightforward speelt en door zijn check op de flop aangeeft dat hij niets heeft getroffen, dan kun je natuurlijk proberen om de pot ook zonder treffer op te pakken. Hier is het belangrijk om het initiatief te krijgen en bij een dergelijke niet-bevochten pot, waarbij beide spelers waarschijnlijk niets hebben getroffen, degene te zijn die de ander onder druk zet.

Heb je op de flop iets getroffen, neig er dan naar om voorzichtig verder te gaan. Hier moet je heel sterk handelen volgens je handsterkte en de structuur van de flop. Hoe drawheavyer de flop is, des te eerder moet je natuurlijk je hand beschermen, maar in het geval van een raise ook in staat zijn je hand weg te leggen. Is het board echter droog en heb je een sterke made hand, dan hoef je niet te betten om je hand te beschermen. Je stelt je anders alleen bloot aan het gevaar van een check/raise of iedere slechtere hand tot een fold aan te zetten. Denk hier aan "small hand, small pot" en checkbehind.

Heb je een made hand die vaak nog voorligt op de flop, maar wel een flinke kans loopt om tot de river te worden ingehaald (bottompair/no kicker), dan kun je op de flop weer proberen je hand te beschermen.

Welke fouten moet je in een blindbattle in ieder geval vermijden?

Hier moet je op twee dingen letten. Aan de ene kant moet je erop letten, niet te veel continuationbets te maken en je zo door meerdere check/raises uit de potten te laten duwen. Wat je dan moet doen heb je in de gedeeltes hiervoor gezien.

Een tweede vaak gemaakte fout, is de neiging om in een blindbattle zondermeer het positievoordeel te willlen gebruiken met vreemde moves en altijd te proberen om de tegenstander uit de pot te dringen. Je bezit het positievoordeel. Gebruik het en handel naar de situatie. Hier wordt nog steeds een solide basisspel verlangd. Gewoon wild op de pot schieten en te verwachten dat de tegenstander moet folden omdat hij out of position speelt en daarom geen grote pot zou mogen verliezen, is zwakzinnig en overduidelijk –EV.

Slot

Na het lezen van dit artikel en de andere tekst over de Blindbattle - het spel vanuit de small blind heb je een breed overzicht over het spel tussen de blinds. Door de in dit artikel aangeboden spel-ideeën staat je nu niets meer in de weg om uit blindbattles tevoorschijn te komen als een speler die op de lange termijn wint en iedere speler hoofdpijn bezorgt wanneer deze zich realiseert dat je directe positie op hem hebt, en hij dus altijd met je zal moeten vechten.

Ter afsluiting verwijs ik nog eens naar het Excel-formulier dat je bij verschillende berekeningen te hulp schiet. Dit bestand kun je hier downloaden: Excel-tabellen over het spel tegen shortstacks en agressieve 4-betters