Na de flop - niemand heeft preflop geraised
Inleiding
In dit artikel
- Speel made hands op de flop nooit passief.
- Je hebt een sterke hand nodig voor een grote pot.
- De river is er niet om te bluffen.
Het gebeurt vaak dat niemand preflop raiset. Dit noemt men
een ongeraisede pot (Engels: unraised pot). Het spel is dan heel anders
dan dat na een preflopraise. Niemand heeft de rol als agressor, niemand
heeft het initiatief naar zich toe getrokken.
In handen waarin niemand preflop geraised heeft, hebben de spelers
meestal een grotere handrange en willen ze met zwakkere
handen, zoals bijvoorbeeld suited kaarten, goedkoop de flop zien.
De speler in de big blind kan in deze situatie
zelfs iedere mogelijke kaartencombinatie hebben, want hij kan preflop
gewoon checken en heeft geen reden om zijn hand te folden.
Vaak zijn in zulke handen ook meer spelers actief. Gaat iemand preflop
alleen mee (limpt), dan voelen anderen zich aangemoedigd om ook eens
een goedkope blik op de flop te werpen.
Je staat dus vaak tegen meerdere spelers, die
telkens een brede keuze aan kaarten kunnen hebben en waarvan
niemand het voordeel van het initiatief heeft. Het belangrijkste punt
waarom je anders speelt wanneer er geen raise was, is echter de grootte
van de pot. Was er geen raise, dan is de pot beduidend kleiner.
|
Je bent de CO
|
De pot is $4.85. |
![]() |
|
Je bent de CO
|
De pot is $1.10. |
![]() |
Zoals je ziet is de pot in voorbeeld 1 meer dan
vier keer zo groot als in voorbeeld 2. Ook de verhouding tussen
je stack en de pot is veranderd. In voorbeeld 1 heb je circa het
vijfvoudige van de pot aan chips ter beschikking. In voorbeeld 2 heb je
nog
ongeveer het 22-voudige van de pot over.
Het zal duidelijk zijn dat jouw speelwijze anders is.
In een hand waarin er preflop niet werd geraised heb je
al een goede reden nodig om de pot groter te laten worden. Je hebt
een klein deel van je chips geïnvesteerd. Om nu met een groter
deel van je chips verder te betten heb je een goede reden nodig, oftewel:
goede kaarten.
Er is een oude regel in poker: Never go broke
in an unraised pot. Ga nooit broke in een pot waarin niemand
heeft geraised . Dit gaat niet altijd op, maar het zegt wel duidelijk dat je
een werkelijk sterke hand nodig hebt om een kleine pot, waarin je
nauwelijks iets geïnvesteerd hebt, te laten uitdijen.
Waarom dat zo is en hoe je welke handen speelt
wanneer er preflop geen raise was, zal dit artikel uitleggen. Het
gaat daarbij uit van de twee basisartikelen over pokerwiskunde. Heb je
die nog niet gelezen, dan is het beter als je dat eerst doet,
voordat je dit artikel doorwerkt.
Ga naar het artikel: pokerwiskunde - odds en outs
Ga naar het artikel: pokerwiskunde - implied pot-odds
Maar laten we teruggaan naar het thema. Als eerste
stap bekijken we hoe zo’n ongeraisede pot tot stand
komt, met welke kaarten je daarin aanwezig kunt zijn en wat je eigenlijk
treffen wilt.
DOWNLOADS
Welke hand wil je treffen?
Er zijn twee verschillende manieren hoe iemand in een ongeraisede pot kan komen. Of hij is de big blind, betaalt dus niets en
checkt, of hij vult de big blind aan vanuit een willekeurige positie en raiset niet. Dat noemt men limpen. Veel spelers doen
dit uit alle mogelijke posities, onafhankelijk van of er voor hen al iemand in
de pot gekomen is of niet. Ook doen ze dit met alle mogelijke
handen.
Jij daarentegen, komt alleen met geselecteerde handen op uitgekozen posities in deze situatie:
- Of je bent de big blind en checkt met iedere hand behalve TT, JJ, QQ, KK, AA en AK, waarmee je raiset.
- Of je investeert vrijwillig geld uit
een van de andere posities, je limpt.
Terwijl je in de big blind bijna iedere mogelijke
hand kunt hebben, limp je alleen met kaarten die zich na de flop ook
goed in een ongeraisede pot laten spelen. Dit zijn bijna uitsluitend
speculatieve
handen zoals kleine pairs, een aas met een kleine bijkaart van dezelfde
kleur, suited connectors zoals 76 (opeenvolgende kaarten van dezelfde
soort) en plaatjes.
Zoals je in de starthandenkaart al hebt gezien
zul je in vroege positie nooit limpen. Wanneer je in deze positie
speelt, dan raise je. De reden ken je al: Zonder initiatief
en positie spelen, is een hachelijke en vaak een niet-winstgevende
bezigheid.
Is er voor jou nog niemand in de hand gekomen, dan limp je
over het algemeen alleen kleine pairs, want daarmee kun je ook nog een
eventuele raise na jou callen. Tref je dan je three of a kind
op de flop dan is dat mooi. Gebeurt dat niet, dan fold je gewoon. Met andere
handen loont het niet om te limpen en dan een raise
te callen. Je treft té zelden om de inzet te
rechtvaardigen.
Alle andere genoemde handen kun je alleen dan
limpen, wanneer iemand voor jou al gelimpt heeft. In dat geval stijgt de
kans dat iemand je ook uitbetaalt wanneer je een
goede hand treft.
Maar wat wil je eigenlijk treffen? Over het algemeen
wil je handen in de orde van een three of a kind of een flush-
of straightdraw treffen. In een niet geraisede pot houd je
uitzicht op een sterke hand waarmee je om een grote pot
kunt spelen, zoals een three of a kind, een flush, een straight en bij uitzondering ook
two pairs.
Tref je niets dergelijks, dan kun je heel gemakkelijk je kaarten wegleggen. Marginale handen zoals een top-pair, speel je
voorzichtig verder. Maar daarover later meer.
|
Je bent MP1
|
|
![]() |
In deze hand heb je een klein pair. Pairs
zijn de enige handen waarmee je ook als eerste in een hand
binnenkomt. De reden werd al genoemd: Het maakt minder uit wanneer
achter jou nog geraised wordt. Dan kun je vaak deze raise
callen en kijken of je op de flop je three of a kind treft. Je weet
dus op de flop heel precies of je doorspeelt of niet.
Met andere kaarten, die bijvoorbeeld suited zijn en
je een flush kunnen bezorgen, is het niet zo gemakkelijk. Ten eerste
tref je te zelden met deze handen, en ten tweede tref je dan
vaak alleen een draw die erg duur kan worden om te spelen.
|
Je bent MP2
|
|
![]() |
|
Je bent MP3
|
|
![]() |
In deze beide voorbeelden zie je, dat je vanaf
de middelste positie met speculatieve handen zoals twee suited
connectors (56s) of twee hoge suited kaarten in het
spel kunt stappen, s voor jou al spelers gecalld hebben.
|
Je bent de BU
|
|
![]() |
In late positie komen naast de al genoemde
handen, ook azen met kleine suited bijkaarten erbij. Met deze kaarten
speculeer je niet zozeer op een pair azen, maar op een flush of een
flushdraw. Tref je op de flop alleen een pair azen,
dan kun je erg snel een kickerprobleem krijgen. Vooral in het
bovenstaande
voorbeeld met A2o kan een top-pair snel een hoofdpijnhand
worden.
Hoe sterk is je hand?
De sterkte van je hand kun je niet gewoon
alleen op je kaarten baseren. Je kunt niet zeggen: Ik heb een
straight, ik ga all-in.
Je moet de sterkte van je hand steeds zien in relatie tot de verschillende factoren. Dat zijn vooral:
- De hand die je hebt.
- Het aantal tegenstanders. Hoe meer tegenstanders, des te sterker je hand moet zijn.
- Je
positie met betrekking tot je tegenstanders. Hoeveel zijn er in een
inzetronde vóór jou aan de beurt, hoeveel na jou? Het is steeds beter om
zo min mogelijk spelers achter je te hebben. - Hoe spelen
je tegenstanders? Tegen iemand die alleen de absolute topkaarten agressief
speelt kun je een pair meteen folden, wanneer hij op de flop ineens
actief wordt.
Het eerste punt in de lijst houdt zich bezig met de absolute handsterkte.
De mogelijke handen die je op de flop kunt hebben kunnen grof in
vijf categorieën worden onderverdeeld:
- Waardeloze handen
- Zwakke draws
- Sterke draws
- Middelsterke made hands
- Sterke made hands
Bij deze categorie horen alle handen die
geen noemenswaardige made hand opleveren, noch een goede kans
hebben om zich tot zoiets te verbeteren.
Of je hebt de flop compleet gemist of
je hebt alleen een zwakke hand zoals een middlepair. Meestal gooi je deze
handen meteen weg zodra iemand bet.
|
Je bent de BB
|
|
![]() |
Klassiek en duidelijk. De hand was voor de
flop slecht en is het nu ook. Je heb geen mogelijkheid om iets
goeds te treffen. Simpele opdracht: Zou iemand iets betten,
dan foldt je.
|
Je bent de BU
|
|
![]() |
Hier heb je weliswaar een pair, maar dat is dan ook
alles. Iedere tien en iedere boer verslaat je. Alle handen die je
nog niet verslaan hebben veel mogelijkheden om nog een goede kaart te
krijgen en jou dan in te halen.
Daarentegen helpen maar twee kaarten jou verder, namelijk de beide overgebleven
vieren in het deck. De kans dat er een van
wordt uitgedeeld is erg klein. Daarom loont doorspelen
niet.
|
Je bent de BU
|
|
![]() |
Deze hand is nauwelijks anders dan die hiervoor, maar
je kaarten zijn hier iets meer waard. Allereerst helpen nu niet slechts
twee, maar al vijf kaarten je verder: iedere vijf of zes. Je
kunt op de turn ook een flushdraw oppikken, maar dat maakt nauwelijks iets
uit.
In totaal heb je meer mogelijkheden om je hand te verbeteren. Toch
is het nog steeds een zwakke hand. Slechts zelden loont het om daarmee
verder te spelen. Over het algemeen gooi je die kaarten na iedere
raise van een tegenstander weg.
Bij de zwakke draws horen alle handen die
geen noemenswaardige made hand opleveren, maar wel kansen hebben om
zich te verbeteren. De overgang naar de waardeloze handen is vloeiend,
want een hand zoals een klein pair is weliswaar aan de ene kant een relatief
waardeloze hand, maar aan de andere kant ook een zwakke draw want hij kan
zich nog verbeteren, al komt dat niet vaak voor.
Bij deze categorie behoren gutshotstraightdraws en pairs met de
kleinste of middelste communitycard, maar ook overcards. Ook
deze handen zul je zelden door kunnen spelen.
|
Je bent de BU
|
|
![]() |
Dit voorbeeld werd al bij de waardeloze handen aangehaald. Het markeert de overgang tussen beide categorieën: tussen waardeloze
hand en zwakke draw.
De hand staat op deze positie omdat weliswaar vijf
kaarten hem verder helpen, maar slechts twee daarvan maken een sterke
three of a kind, terwijl
drie kaarten alleen relatief zwakke two pairs maken.
Toch heeft hij kansen, vaak kun je er zelfs een
showdown mee winnen, maar in het geheel is de verwachting laag. Een betere draw zou
de volgende hand zijn.
|
Je bent de SB
|
|
![]() |
In dit voorbeeld zijn er wel slechts vier kaarten die je
verder (iedere koning) helpen, maar dan heb je met de straight ook zeker de
beste hand. Over het algemeen geeft het je draw meer sterkte wanneer je ermee
drawt naar de best mogelijke hand.
Bij een aantal straightdraws is daarom voorzichtigheid
geboden. Draw je met je draw niet naar de best mogelijke straight,
dan bestaat steeds de mogelijkheid dat een tegenstander een betere straight
krijgt. Het wordt dan erg duur wanneer die kaart die jou verder helpt, ook
hem helpt.
Met zulke handen moet je erg voorzichtig
omgaan, want ze horen bij de hoofdpijnhanden, waarmee je
óf een een kleine pot wint, of een grote verliest.
|
Je bent de CO
|
|
![]() |
Hier geeft elke acht je dan wel een straight, maar iedere boer verslaat jou, terwijl je -mocht je voorliggen- maar zelden een
slechtere hand ziet uitbetalen. Iedere speler ziet tenslotte dat elke 6 en
iedere boer de straight maakt. Daar komt bij dat hier een flushdraw
mogelijk is die jou nog kan inhalen.
|
Je bent de BU
|
|
![]() |
Zes kaarten geven jou mogelijk een goed
top-pair, alle schoppenkaarten een flushdraw, iedere negen en iedere
aas
een gutshot-straightdraw en iedere boer een OESD. In totaal is het geen
sterke draw, maar een paar kaarten kunnen je verder brengen. Onder
bepaalde omstandigheden is deze hand voor een kleine inzet nog
speelbaar.
Vanaf deze categorie wordt het interessant.
Terwijl je bij de vorige categorieën eerder alles goed kunt doen dan
fout, wanneer je die handen gewoon meteen op de flop
foldt, loont het nu al om wat beter te kijken.
Sterke draws kunnen weliswaar nog niet zondermeer
een showdown winnen, maar hebben goede kansen om zich tot een sterke
hand te ontwikkelen. Daar horen in ieder geval de flushdraw en de
OESD bij, maar ook de zogenaamde combidraws die bijvoorbeeld bestaan uit een pair en
een flushdraw of zelfs een flushdraw en een OESD.
Sterke draws zijn goede handen, wat echter niet
betekent dat je ze onder alle omstandigheden kunt verderspelen. Later leer je wat uitgebreider hoe je
daarmee omgaat.
|
Je bent MP2
|
|
![]() |
Een klassieke sterke draw is de OESD op
een flop van drie offsuited kaarten (rainbow-flop). Er zijn acht
kaarten die je verder helpen en dat ook nog naar de best mogelijke
straight. Alles bij elkaar een mooie draw.
Zou je niet naar de best mogelijke straight drawen, of waren er twee
suited kaarten in de flop die een flushdraw mogelijk maakten, dan zou
je de kaarten al weer iets minder waarde geven.
|
Je bent MP2
|
|
![]() |
In dit voorbeeld heb je weliswaar ook een OESD, maar twee factoren maken hem minder waard:
- Er is een flushdraw mogelijk.
- Je gebruikt maar één kaart en drawt niet naar de beste straight.
Je hebt een zogenaamde idiots-end-straight doordat je aan de onderkant aansluit. Zou nu op de turn een
zeven komen en je zou met je straight zonder te twijfelen om al je
geld willen spelen, dan zou het erg onnadenkend en zelfs dom zijn. Iedere
acht zou jou dan verslaan.
Je heb weliswaar een OESD, maar hij is in deze
samenstelling nauwelijks iets waard. Je hand hoort in dit geval eerder bij
de waardeloze handen.
|
Je bent MP2
|
|
![]() |
Een flushdraw is steeds een mooie hand, voorzover je jouw beide kaarten gebruikt. Er zijn in dit voorbeeld weliswaar
betere flushdraws mogelijk, maar die zijn minder waarschijnlijk. Daarom kun je ervan uitgaan dat je werkelijk de beste hand hebt
wanneer op de turn nog een hartenkaart verschijnt.
|
Je bent MP2
|
|
![]() |
Dit voorbeeld toont weer de keerzijde van de medaille. Deze flushdraw is niets waard. Je gebruikt maar één van
je kaarten. Iedere klaverenkaart die groter is dan een negen, heeft een betere
flushdraw. Bij drie tegenstanders op de flop is het zelfs waarschijnlijk dat
een van hen een betere flushdraw heeft.
|
Je bent MP3
|
|
![]() |
Over het algemeen is met draws voorzichtigheid geboden wanneer de
communitycards een pair bevatten. Daardoor is namelijk de
mogelijkheid aanwezig dat iemand al een full house heeft,
of met een three of a kind een full house kan treffen.
Flushdraws en straightdraws geven je bij paired communitycards, en vooral bij veel tegenstanders, meestal minder waarde.
Wat de straightdraw in het bovenstaande voorbeeld nog verder in waarde vermindert, is weer:
- dat je niet naar de best mogelijke straight drawt. Een tien geeft jou niet per se de beste hand;
- dat een flushdraw mogelijk is. Effectief helpen dus maar zes kaarten
je werkelijk verder, waarbij je nog steeds de kans loopt
dat deze kaarten een speler met een three of a kind een full house bezorgen.
Uiteindelijk hoort de hand meer bij de zwakke draws en je moet
dan ook erg voorzichtig te werk gaan, mocht je er verder mee willen spelen.
|
Je bent MP2
|
|
![]() |
Ter afsluiting nog een echte monsterhand. Je heb een flushdraw en een
OESD. Nu helpen in totaal vijftien kaarten je verder. Beter kan het
nauwelijks.
In handen met weinig medespelers is het middlepair de overgang van waardeloze handen naar de middelsterke handen.
In potten met meer spelers vind je hier bijna
alleen top-pair met goede kicker, dus iets als een heer of een vrouw.
Een enkele keer heb je ook een overpair wanneer je preflop met een pair hebt
gelimpt.
Deze handen zijn zelf al sterk genoeg om geld te investeren,
maar zijn bij tegenstand bijna nooit speelbaar. De overgang naar de sterke
made hands ligt bij de situatie waarin je twee kleine pairs hebt.
|
Je bent MP1
|
|
![]() |
Een echt sterke maar kwetsbare hand.
Hier lig je dan wel meestal voor, maar bij tegenstand zou je toch
meestal folden. Juist in een niet geraisede pot zou je al door een 22,
JT of ook een T2 vanuit de big blind, verslagen kunnen zijn.
|
Je bent MP3
|
|
![]() |
Ook een sterke, maar in dit geval ook erg
kwetsbare hand. Er zijn veel turnkaarten die je hand er
minder goed uit laten zien. Naast een flushdraw en een
straightdraw kunnen je tegenstanders ook overcards hebben, zoals een vrouw
of een koning.
En mogelijk lig je zelfs al op de flop achter op een
made straight, two pairs (vooral 54), een three of a kind met 44, 55
of 88 of vaak ook een hoger pair zoals twee tienen of twee
boeren. Daarmee raisen veel spelers preflop niet.
Je kunt weliswaar in eerste instantie nog voor liggen,
maar zou bij tegenstand moeten folden, vooral bij
veel tegenstanders. Wanneer je niet al verslagen bent hebben je
tegenstanders vaak nog goede kansen om je in te halen.
Tegen veel tegenstanders, zoals hier, is ook een
iets sterkere hand niet veel meer waard. Tegen
weinig tegenstanders vormt hij echter de overgang naar de sterkste categorie: de sterke
made hands. Deze zullen we later bekijken.
|
Je bent MP3
|
|
![]() |
Ook voor deze hand geldt het hiervoor gezegde. Weliswaar
heb je momenteel mogelijk de beste hand, maar er zijn veel
kaarten die je op de turn of river hoofdbrekens kunnen bezorgen. Met deze hand, bottom-two pair genaamd, moet je op deze
flop en vooral bij meerdere tegenstanders voorzichtig zijn.
De hand is niet zo goed als hij er op het eerste
ogenblik uitziet.
Zelfs ieder pair achten heeft nog een aantal mogelijkheden om je hand
in te halen. Je lig niet per se voor en kunt bovendien erg gemakkelijk
ingehaald worden.
De laatste categorie bestaat uit de werkelijk sterke
handen. Het begint met de sterke two pair en gaat via three of a kind,
straight en flush omhoog naar de royal flush, die - toegegeven - echt
zelden voor komt.
|
Je bent de BB
|
|
![]() |
Ten opzicht van de two pair uit het voorbeeld hiervoor
zijn two pairs vooral dan sterk, wanneer het ene pair met de hoogste
communitycard wordt gevormd en het tweede met de op één-na hoogste
communitycard. Dat noemen we top-two pair.
In dit geval wordt je alleen verslagen door een
onwaarschijnlijke three of a kind
koningen, een three of a kind vijven of een three of a kind tweeën, dus
maar door drie handen. Je hebt dus hoogstwaarschijnlijk de beste hand.
Maar er zijn wel enige
draws mogelijk. Vooral de mogelijke harten flushdraw en de OESD met 43
zullen je niet bevallen.
In dit voorbeeld is je eerste doel
je hand voor deze draws te beschermen, door ze een liefst
hoge en daarmee niet-winstgevende prijs voor die turnkaart te laten betalen.
|
Je bent de BB
|
|
![]() |
Een three of a kind, in dit geval trips, is
natuurlijk ook een erg sterke hand. Op het moment lig je alleen achter op
een three of a kind met een betere kicker (boer, koning, aas) en een full
house (twee vrouwen of vrouw-vier).
Er is echter een flushdraw mogelijk en ook een extra vrouw zal je niet gelukkig maken. In geen geval
mag je in een dergelijke situatie (en die zul je vaker beleven)
tricky worden en proberen om een val op te zetten voor je tegenstanders.
Vooral bij meerdere tegenstanders is het dodelijk om hier niet meteen in actie te
komen.
Welke invloed hebben je tegenstanders?
Naast je kaarten moet je ook opletten tegen wie je eigenlijk speelt.
Daarbij is belangrijk:
- Het aantal tegenstanders
- Je positie met betrekking tot de tegenstanders
- De speelwijze van de tegenstanders
Een basisregel luidt: Hoe meer tegenstanders je hebt,
des te sterker moet je hand zijn. Heb je een top-pair met
middelmatige kicker, dan kan dat tegen één speler nog een goede
hand zijn. Tegen vier spelers bevind je je daarmee meestal in een verloren situatie.
Het is bovendien belangrijk hoe je positie op je
tegenstanders is. Hoeveel tegenstanders zijn vóór jou aan de
beurt? Hoeveel komen er nog na jou en kunnen bijvoorbeeld je inzet nog raisen?
Je heb al geleerd dat in positie spelen, dus na je
tegenstanders te kunnen reageren, vele malen
winstgevender is dan vóór de tegenstanders, dus uit positie, te moeten
handelen. Dit principe geldt ook wanneer er preflop geen raise
is geweest.
Met een marginale hand moet je over het algemeen sneller
folden wanneer je eerder dan je tegenstanders moet handelen, dan wanneer je na
hen aan de beurt bent.
En niet als laatste is het voor jezelf van betekenis
hoe je tegenstanders spelen. Dit betekent niet: ingebakken reads op ze
krijgen of ontdekken dat ze steeds een monster hebben wanneer ze
exact 1.3 seconden wachten voordat ze betten. Het gaat veel meer om
heel
banale, maar beslissende vragen zoals:
- Hoe gemakkelijk geeft de tegenstander zijn hand op wanneer je bet?
- Hoe vaak zal hij in latere inzetronden proberen om je uit de hand te bluffen?
- Wanneer hij niet graag op de flop opgeeft, wanneer geeft hij dan wél op?
Tegen spelers die gemakkelijk uit de hand te duwen
zijn kun je ook met zwakkere handen actie ondernemen. Van hen vang je
vaker kleine potten.
Bij spelers die graag en vaak een inzet
callen moet je de eisen aan je hand duidelijk
opschroeven. Daar staat tegenover dat je uit je sterke made hands
duidelijk meer winst kunt halen, daar ze niet graag folden en je
in meerdere inzetronden kunt betten.
|
Je bent de BB
|
|
![]() |
|
Geen gemakkelijke situatie. Bijna altijd is het beter om in dit geval meteen te folden.
Call je, dan zijn er veel kaarten
die je op de turn niet wilt zien (A, 8, 5, T, 3, iedere harten).
Het zal erg moeilijk zijn om nog zinnig verder te spelen.
Zelfs raisen zou hier volledig overtrokken zijn. Je hand is daarvoor
niet sterk genoeg. Je zou ook heel goed al verslagen kunnen zijn.
Daarom is de enige optie dat je die kaarten foldt.
Hoe speel je op de flop?
Nu je met de basis vertrouwd bent en weet waar je
op moet letten, wordt het iets concreter. Wat moet je nu doen en met welke hand, op welke flop, tegen welke tegenstanders?
Hiervoor heb je aan het begin de categorieën leren
kennen. Deze zullen we nu als grove richtlijn gebruiken. Over het
algemeen geldt ook het volgende:
Speel op de flop nooit passief met een made hand. Zet geen val op voor
de
tegenstander, call geen inzet met een middelmatige
made hand en speel gewoon rechttoe rechtaan.
De enige uitzondering is wanneer de small blind bet. Bet hij echter niet en heb je een made
hand, dan heb je alleen de mogelijkheid om zelf te betten of te folden.
Je wilt niet checken en dan een
inzet callen. Je heb dan geen idee waar je met je
hand staat en kunt dan ook moeilijk de controle over de hand en
de potgrootte krijgen.
Daar in potten niet echt veel gebluft wordt, zijn er met made hands namelijk maar twee mogelijkheden:
- Je ligt voor. In dat geval moet je de hand beschermen en geld van slechtere handen oppakken.
- Je ligt achter. In dat geval moet je opgeven omdat je kansen om nog te winnen niet goed zijn.
Met alle handen uit categorie 1 kun je rustig meteen opgeven.
Opgeven betekent hier gewoon checken en op iedere inzet
folden. De hand is het gewoon niet waard om ook maar een
enkele big blind te investeren.
|
Je bent de CO
|
|
![]() |
|
In dit voorbeeld zijn er precies twee kaarten die jou verderhelpen.
Je hand is waardeloos en het zou pure geldverspilling zijn om nog
meer geld te investeren. Je foldt simpelweg.
|
Je bent de BB
|
|
![]() |
|
In dit voorbeeld is je hand iets sterker dan
hiervoor. Je heb een pair met de middelste communitycard en er zijn
vier kaarten die je hand verbeteren. Overigens zijn ook
flushdraws en straightdraws op deze flop mogelijk en natuurlijk een
top-pair met de aas. Tenslotte spelen vooral slechtere
tegenstanders graag alle mogelijke starthanden met alleen een aas.
Met deze samenstelling zit je bij in totaal vier tegenstanders op de
flop waarschijnlijk in een verloren situatie. Je hand hoort in dit
geval in categorie 1, dus bij de waardeloze handen. Er zijn te veel
draws
mogelijk, te veel tegenstanders, er zijn enige betere handen
mogelijk en je heb ook nauwelijks ontwikkelingskansen naar een
werkelijk
sterke hand.
Zou je in het voorbeeld hiervoor tenminste een gutshotstraightdraw en
uitzicht op een straight hebben, dan kon je tenminste een minimale
bet callen. De bet van $1 kun je echter in geen geval
betalen.
Anders ziet het er al uit wanneer je slechts
een of twee tegenstanders hebt. Heb je positie op hen en
checken ze beide, dan kun je ook iets betten, mits ze beiden ook
in staat zijn hun kaarten weg te leggen. Een inzet ter hoogte van 2/3 pot is voldoende.
Dit is een soort bluf, maar geen complete bluf. Je hebt op het moment
niet echt een sterke made hand, maar wel kansen om je hand ernaar te
verbeteren. Wanneer je nu bet, dan maak je een
semi-bluf.
Een semi-bluf is zinvol wanneer:
- je uitzicht op een sterke made hand hebt;
- je de tegenstander met een bet ook vaak direct tot opgave kunt dwingen.
Je wint dus af en toe meteen doordat je tegenstanders folden en je
wint af en toe wanneer je de hand kunt verbeteren. Alleen deze twee tesamen maakt een semi-bluf winstgevend. Kun je geen sterke
made hand treffen of zijn je tegenstanders niet van het type dat gemakkelijk weglegt, dan is een semi-bluf zinloos.
Callt iemand de bet en je verbetert
je hand op de turn niet, dan check je. Nog eens te bluffen is
zelden winstgevend en ondanks alles blijft een semi-bluf nog steeds een
bluf.
|
Je bent de SB
|
|
![]() |
|
Hier helpen vier kaarten je aan de werkelijk best mogelijke hand. Een
minimale bet van een speler met een volle stack kun je callen.
Bet hij meer, dan fold je. Tegen drie tegenstanders kun je ook niet
meer op de flop betten als semi-bluf. Daarvoor win je te zelden wanneer
iemand callt en bij drie tegenstanders is die kans te groot.
|
Je bent de BB
|
|
![]() |
|
Hier heb je slechts twee tegenstanders en kun je ook met
je zwakke straightdraw eens semi-bluffen. Callt iemand en je treft de turn niet, dan fold je.
Handen uit categorie 3, dus sterke draws, zou je op de flop meestal
niet mogen opgeven, behalve bij grotere actie van tegenstanders. Over het algemeen heb je
hier een winkans van 30%. De vraag is slechts hoe je het beste kunt spelen.
Erg sterke draws, zoals een flushdraw naar de hoogstmogelijke flush (bijvoorbeeld A




de tegenstanders voor jou checken. Een bet van 2/3 tot een hele pot is het beste.
Tot de erg sterke draws behoren ook combidraws, zoals een flushdraw
plus een straightdraw of een flushdraw plus een pair, een
OESD plus een pair, of een OESD met twee overcards (bijvoorbeeld Q




Wordt er voor jou gebet, dan call je met zulke draws slechts, mits je
tegenstander nog genoeg geld heeft om je later
uit te betalen (implied pot-odds) of je direct op de flop de juiste
prijs krijgt (pot-odds). Voor welke prijs je met een draw een
inzet winstgevend kunt callen, leer je in de twee artikelen
over pokerwiskunde:
Ga naar het artikel: De Wiskunde van Poker - odds en outs
Ga naar het artikel: De wiskunde van Poker - implied pot-odds
Met een draw (ook een sterke draw) een bet raisen
in een hand waarin er voor
de flop geen raise was, is overdreven. Je brengt daarmee alleen andere
draws die jou later nog meer geld zouden kunnen geven, tot folden en je
loopt bovendien het gevaar dat je tegenstander opnieuw raiset.
Heb je een zwakkere draw zoals een kleine
flushdraw of een straightdraw op een ongunstig board, en
speel je tegen meer dan twee tegenstanders, dan is het vaak een optie om alleen te
checken en te kijken of iemand bet en welke prijs hij je
aabiedt. Dan kun je naar het pot-odds-principe kijken of je deze
prijs kunt betalen of niet.
|
Je bent MP2
|
|
![]() |
|
Je heb nu weliswaar drie tegenstanders, maar ook een wat sterkere draw. Deze kun je met acht outs naar de beste
hand ook tegen zoveel tegenstanders semi-bluffen.
Zelfs wanneer het niet lukt, zoals hier, win je de pot twee keer zo
vaak als met een zwakkere straightdraw. Dit rechtvaardigt een
inzet tegen meerdere tegenstanders. Was je in het voorbeeld de big
blind en niet de MP2, dan zou je als alternatief ook kunnen checken.
|
Je bent de CO
|
|
![]() |
|
In dit voorbeeld heb je een sterke flushdraw
en bovendien nog overcards (koning en boer) die je draw nog
iets beter maken. Normaal gezien zou je tegen vier tegenstanders een
semi-bluf achterwege laten. Je zul zelden alle tegenstanders tot opgave dwingen.
In deze speciale situatie kun je
echter tóch betten. De grootste reden daarvoor is dat je in positie
bent,
dus al je tegenstanders moeten voor jou handelen. Daar komt bij dat
veel kaarten op de turn of de river je verder kunnen helpen. Callt
iemand de bet, dan zul je toch vaak een goede kaart treffen en de
hand voor jezelf kunnen beslissen.
Alleen slecht voor je hand, zou een raise
van een medespeler zijn. Dit is echter erg onwaarschijnlijk, daar
iedere speler al gecheckt heeft.
|
Je bent de SB
|
|
![]() |
|
Bij het thema "draws" hoort natuurlijk nog een korte uitstap naar het thema
"odds en outs". Hier is de vraag of je kunt callen of niet.
Heb je het artikel over het thema pot-odds en implied pot-odds al
gelezen, dan is het voor jou waarschijnlijk geen probleem.
De pot is na de raise $3.80. Je moet
$1.20 betalen. Daarmee heb je pot-odds van $3.80:$1.20, dus ongeveer
3:1. Eigenlijk zou je dan folden. Wanneer je op de flop met een
flushdraw
winstgevend een bet wilt callen heb je namelijk pot-odds nodig van
minstens
4:1 om de turnkaart te zien.
Maar je heb ook implied pot-odds. Dit betekent dat je jezelf iets
betere pot-odds kunt geven, omdat je tegenstander niet in ieder geval
meteen zal opgeven wanneer je flush op de turn aankomt. Een andere
mogelijkheid is dat je tegenstander op de turn niet meer bet wanneer je
callt. Je kunt dan ook nog de riverkaart zien - twee
kaarten voor de prijs van één.
Laten we aannemen dat je op de turn je flush maakt. Hoe veel
geld moet je dan nog van je tegenstanders winnen om je call op de flop correct te laten zijn? De oplossing is simpel.
Je hebt normaal gezien pot-odds nodig van 4:1 om winstgevend te kunnen
callen. Je inzet bedraagt $1.20. De pot zou dus 4 * $1.20 = $4.80
moeten zijn.
De pot is echter maar $3.80. Het verschil is precies
$1.00. Dit betrag moet je er nog uithalen en het is wel aanneembaar dat je tegenstander deze dollar nog gaat betalen,
zelfs wanneer je geen flush treft. Tenslotte heeft hij geen inzet op
flop geraised, en dat bij drie tegenstanders. Daarom heeft hij vaak een sterke
hand die hij niet graag zal willen wegleggen.
Middelsterke made hand speel je weliswaar
voorzichtig, maar geef je op de flop niet onder alle omstandigheden op, want
vooral bij weinig spelers heb je vaak de beste hand.
Wanneer voor jou iedereen checkt, zou je altijd moeten betten. Wordt er
na je geraised, dan fold je, onafhankelijk van de grootte van die
raise.
Zoals in het begin is uitgelegd, heb je in een ongeraisede pot een duidelijk sterkere
hand nodig. Een gewoon top-pair is niet voldoende om na een raise
verder te spelen.
Bet iemand vóór jou, dan raise je voorzover je niet te veel
tegenstanders hebt. Daarmee ontdek je waar je staat. Is er een verdere
raise, dan fold je. Callt iemand, dan moet je op de turn opnieuw beslissen, afhankelijk van de kaart en de tegenstanders.
Zijn op de flop geen noemenswaardige draws mogelijk en er bet iemand,
dan kun je bij drie of minder tegenstanders ook eenmaal de bet
gewoon callen en dan op de turn verder zien. Dit moet alleen geen gewoonte worden.
|
Je bent MP1
|
|
![]() |
|
In deze situatie is je top-pair een goede, maar
slechts middelsterke made hand. Vooral omdat veel draws
mogelijk zijn moet je een bet voor jou zondermeer raisen. Je moet je
kaarten beschermen en bovendien een beter idee krijgen hoe sterk de
handen van je tegenstanders zijn.
In de getoonde voorbeeldhand raiset de speler
in de big blind echter opnieuw. Dit is voor jou een duidelijk teken dat je verslagen bent. Je foldt daarom zonder twijfelen.
|
Je bent de BB
|
|
![]() |
|
Zoals gezegd een marginale hand. Daar je hier
echter maar twee tegenstanders hebt en het alleen gaat om de small
blind en de button, die hier preflop waarschijnlijk geen
sterke hand hadden omdat ze dan geraised zouden hebben, kun je eenmaal
betten. Na de call door de button moet je op de turn opnieuw beslissen
hoe het verdergaat.
Sterke made hands spelen op de flop erg gemakkelijk. Slechts in
uitzonderingsgevallen kun je die nog opgeven, bijvoorbeeld wanneer je er bijna zeker van kunt zijn dat je verslagen bent.
Meestal geef je met deze handen gewoon gas. De pot is klein en
je hand is sterk. Reden genoeg om een grote pot op te bouwen. Dit bereik je maar op één manier: Je bet of raiset.
Over het algemeen moet je met sterke made hands
op de flop altijd agressief spelen en proberen om zo veel mogelijk geld
in de pot te krijgen. Wanneer je bet, doe dat dan met 2/3 tot een hele
pot.
Wanneer je een bet van een tegenstander raiset, dan houd je voor je raise de volgende formule aan:
raise = pot (inclusief alle inzetten) + 2 * inzet tegenstander
|
Je bent MP1
|
|
![]() |
|
Niet leuk dat iedereen foldt, maar nog steeds
beter dan een tegenstander die later een draw treft. Er zijn in dit
voorbeeld erg veel draws en je moet je hand beschermen.
Preflop was er $1 in de pot. Je tegenstander bet $0.70 en de pot groeit daarmee naar $1.70.
Je raise is dus $1.70 + 2 * $0.70 = $3.10.
Zou het board minder gevaarlijk zijn, en geen sterke flush- en
straightdraws mogelijk maken, dan kon je ook minder raisen.
|
Je bent de CO
|
|
![]() |
|
Ondanks de actie lig je met je flush
meestal voor. Overigens wil je in geen geval een vierde ruiten,
maar ook geen aas, tien of negen op de turn zien. Je moet je
hand beschermen en in dit geval zo veel mogelijk geld naar het midden
van de tafel krijgen wanneer je hoogstwaarschijnlijk de beste
kaarten hebt.
Hoe speel je op de turn?
Op de turn wordt het spel opnieuw geopend. Over het algemeen kun je onderscheid maken tussen twee situaties:
- Iemand heeft op de flop iets gebet.
- Op de flop heeft niemand iets gebet.
Heeft op de flop niemand iets gebet, dan wordt de hand bijna zoals op de flop gespeeld. Heb je op de flop geen speelbare
made hand gehad en je verbetert jezelf nu doordat je bijvoorbeeld een
top-pair treft, dan bet je. Is je hand niet verbeterd, dan fold je op iedere bet. Tref je een draw, dan kun je een
bet nog callen wanneer je de juiste pot-odds krijgt, bijvoorbeeld
11:1 voor een gutshot-straightdraw, 4:1 voor een flushdraw en 5:1
voor een OESD. Je kun ook alleen dan callen wanneer zeker is
dat na jou niemand raiset.
Heeft op de flop iemand gebet en je hebt de inzet
gecalld, dan heb je óf een middelsterke made hand tegen
weinig tegenstanders, óf een draw. Als eerste de made hand.
Heb je op de flop meer dan één tegenstander, en
één van hen bet, dan moet je met iedere middelsterke made hand folden.
Met een draw kun je callen wanneer je de juiste pot-odds krijgt en je
zeker bent dat na jou geen spelers meer raisen.
Kon je de hand verbeteren en bijvoorbeeld two pair
treffen, dan moet je aan de hand van de communitycards en de speelwijze
van je tegenstanders inschatten of je daarmee een goede kans op de
beste hand hebt. Two pair is met vier
hartenkaarten op tafel waarschijnlijk niet de beste hand.
Ben je er zeker van dat je de beste hand hebt, dan is een
bet of een een raise op zijn plaats.
|
Je bent de BU
|
|
![]() |
|
| |
|
In dit voorbeeld heb je op de turn positie op de tegenstander. Je kunt eerst kijken wat hij doet. Hij checkt.
Je heb je draw agressief gespeeld op de flop, maar op de turn helaas
geen flush getroffen.
Je hebt twee mogelijkheden:
-
Je checkt
- Anders gezegd: Je neemt een freecard. Je houd de pot klein
en ziet in feite twee communitycards voor je inzet
op de flop. -
Je bet
- Is je tegenstander iemand die nog wel eens kan opgeven, dan is een
bet zinvol. Je semi-bluft opnieuw en hebt daarmee de winkans dat je
tegenstander foldt of dat je op de river je flush maakt. Zou je
tegenstander alleen maar callen en je treft geen flush, dan moet je op
de river gewoon opgeven. Raiset hij zelf, dan fold je meteen op de
turn. Er is geen kruimel meer voor jezelf te winnen.
|
Je bent de BU
|
|
![]() |
|
| |
|
Dezelfde situatie als in het voorbeeld hiervoor, alleen heb je ditmaal
op de turn twee tegenstanders. Dan doe je er goed aan wanneer je niet
verder bet met je draw. Je checkt en kijkt of een
tegenstander bet.
Dan kijk je de hoogte van de bet aan, berekent snel je pot-odds en bepaalt aan de hand daarvan of je callt of
foldt.
Iets anders ziet de situatie eruit wanneer je in het voorbeeld een made
hand hebt waarmee je al op de flop hebt gebet. Dan moet je opnieuw
inschatten of je ervan uit kunt gaan dat je voorligt. Hoeveel draws
zijn er mogelijk? Welke
betere handen zijn mogelijk? Kan de turnkaart tegenstanders hebben
geholpen? Hoeveel tegenstanders heb jij, en hoe spelen ze?
Met een sterke made hand en vaak ook met zwakkere
overpairs en top-pairs, bet je opnieuw. Dat doe je echter niet wanneer
een draw aankomt, of wanneer je een top-pair hebt en er een hogere
kaart komt. Alleen bij één tegenstander kun je zelf dan
eventueel nog eens betten, maar niet bij meerdere. Hoe meer
tegenstanders je
hebt, des te beter en solider moet je hand zijn .
Wordt je inzet geraised dan geef je op, behalve
wanneer je een sterke made hand hebt. Daarmee schuif je het geld naar
het midden.
|
Je bent MP3
|
|
![]() |
|
| |
|
De turnkaart in de getoonde hand bevalt je. Wanneer één van de kleine flopkaarten op de turn pairt is dat meestal
goed voor je pair. Heb je jezelf op de flop als beste hand gezien, dan kun je dat ook met deze turnkaart.
Er zijn ook veel draws mogelijk. Je moet je
hand beschermen en wilt geld uit de draws van je tegenstanders trekken.
Er is geen andere manier dan een inzet. Raiset de tegenstander, dan
fold je
zondermeer. Deze speelwijze is te zelden een bluf en je
verslaat met je hand bijna alleen nog blufs.
|
Je bent MP3
|
|
![]() |
|
| |
|
Bij deze turnkaart moet je, zelfs tegen twee tegenstanders, opgeven. De flushdraw en de OESD met 32 komen aan, en een
tegenstander kan een aas hebben. De situatie is niet winstgevend. Je geeft hier onder alle omstandigheden op.
Je hand was op de flop al middelmatig, je hebt
twee tegenstanders en de turnkaart is bovendien de slechtste kaart die kon komen.
Heb je slechts een middelsterke hand, maar ook
maar één
tegenstander, dan is weer een inschatting nodig van de speelwijze van
je tegenstander. Je kunt folden, maar ook een inzet callen wanneer je
hem zo inschat dat hij vaak een slechtere hand heeft en ook
op de river geen grote blufs meer maakt. Op de turn callen om dan
op de river te folden, is een spel dat je jezelf niet tot gewoonte moet
maken.
Bet je tegenstander niet dan ligt het aan je
eigen oordeel of je bet of ook checkt. In dit geval staan er twee
standaardmoves tot je beschikking:
-
Je checkt en callt een inzet op de river (check-behind turn, call river).
De voordelen van deze speelwijze zijn:
- Je houdt de pot op de turn klein.
- Je motiveert tegenstanders om een bluf op de river te maken.
De nadelen zijn:
- Je beschermt je hand niet.
- Je verzuimt geld uit draws van een tegenstander te halen.
Deze speelwijze is vooral zinvol tegen agressieve tegenstanders bij minder drawheavy communitycards. Je hoeft je
kaarten dan minder te beschermen en je tegenstander is agressief genoeg om op de river te bluffen.In het geval dat je op de turn checkt
en je tegenstander niet bet, sta je weer voor de vraag of je nog
zinvol kunt betten. Zijn er genoeg slechtere handen die de
inzet kunnen callen? Zijn er betere handen die zouden kunnen opgeven?
Hoeveel betere handen zijn er mogelijk die je verslaan? Over het algemeen
kun je beter gewoon niets betten en de showdown bekijken.Bet je wél, dan moet je ook
zo consequent zijn om op iedere raise van je tegenstander te folden.
Wordt je inzet geraised, dan fold je. -
Je bet en checkt op de river (bet turn, check-behind river)
De voordelen van deze speelwijze zijn:
- Je beschermt je hand.
- Je haalt geld uit draws van een tegenstander.
- Je kunt vaak zelfs betere handen wegbluffen.
- Jij bepaalt de prijs waarvoor je de showdown ziet.
Vooral dat laatste punt is interessant. Wanneer je de grootte van de
bet bepaalt, is het ook in je macht om de prijs te bepalen waarvoor je de showdown ziet.Stel: de pot is $10 en je tegenstander checkt. Wanneer jij ook checkt
kan het gebeuren dat je tegenstander op de river $10 bet. Dit kan een
bluf zijn, maar dat hoeft niet. Wanneer je echter op de turn $6 bet, is
het waarschijnlijk dat je voor deze $6 ook tot de showdown kunt komen.
Je heb daarmee $4 bespaart, ziet de showdown en hebt bovendien nog geld
uit een mogelijke draw getrokken.De nadelen zijn:
- Je stelt jezelf bloot aan het gevaar van een zogenaamde check/raise (de tegenstander checkt, jij bet, hij raiset).
- Je ontneemt je tegenstander de mogelijkheid om op de river met een slechtere hand te bluffen.
Deze speelwijze is zinvol tegen een groot deel van de eerder passieve
spelers op de lagere limieten, wanneer de communitycards draws of
zinvolle slechtere handen zoals die van jou toelaten. Kan je
tegenstander gemakkelijk een draw of een slechtere hand dan die van jou
hebben, dan moet je op de turn betten, en op de river afhankelijk van
de kaart, de showdown zonder een verdere bet bekijken.Onder omstandigheden kun je zelfs op de river nog eens betten, wanneer de al genoemde voorwaarden voor
een bet vervuld zijn.Raiset je tegenstander op de turn, dan fold je in ieder geval. Zelfs wanneer hij bluft, wat op deze manier zelden
voor komt, is de prijs te hoog om het uit te vinden.
|
Je bent de BB
|
|
![]() |
|
| |
|
Er zijn sterke draws mogelijk, je heb maar één tegenstander en de
turnkaart heeft hem waarschijnlijk niet geholpen. Daarom heeft een bet
zin. Je hoeft niet altijd te betten, maar er zijn redenen voor.
Bij twee tegenstanders of een slechtere turnkaart,
zoals een negen, boer, vrouw of een ruiten-kaart, zou de zaak voor jou
voorbij zijn. Op lange termijn is het niet winstgevend om nog meer geld
te investeren.
|
Je bent de BB
|
|
![]() |
|
| |
|
Dit voorbeeld toont een typische fout die
veel spelers op de lagere limieten maken. Je zit tussen twee
spelers ingesloten. De flop brengt een pair achten en je heb een
top-pair negens getroffen met een middelmatige kicker, namelijk de vrouw.
De speler voor jou bet. Je callt, wat zeker te verdedigen valt. Er zijn niet veel draws mogelijk. Hij kan
een acht of een negen hebben, hij kan bluffen of gemakkelijk ook een
pair op de hand hebben, misschien een pair tienen of een
pair vijven.
De speler achter jou callt eveneens en
nu moet je duidelijk zijn dat je geen geld meer investeert wanneer je hand niet verbetert.
Op de turn, die waarschijnlijk niemand geholpen heeft, bet de speler in de small blind opnieuw, hoewel twee spelers op de flop
gecalld hebben. Zelfs wanneer hij je middelmatige top-pair negenen
niet verslaat, dan doet misschien de speler achter jou dat wel. Call je, dan kan hij nog raisen.
Je kunt maar heel moeizaam verderspelen.
Vooral de speler achter jou maakt de zaak moeilijk. Je zul
nooit weten waar je staat. Het zal een gok worden en wat je met poker niet wilt, is moeten gokken.
In zijn totaliteit is de situatie veel te gevaarlijk en te marginaal om op de turn nog te kunnen callen.
Had je in het voorbeeld echter een sterke
made hand, een flush, een straight, een three of a kind of two pair,
dan zou je opnieuw betten. Raiset iemand dan, dan moet je two pair
helaas wegleggen. Ook de straight is dan meestal niets meer waard.
Alleen de three of a kind kun je doorspelen, daar je nog kansen hebt op
een
full house en eventueel nog kunt voorliggen. Alleen ook dan niet met
alle communitycards. Ben je heel duidelijk
verslagen, dan kun je ook een three of a kind zondermeer wegleggen.
Zou de turnkaart ongevaarlijk zijn en komt er niet
duidelijk een flush of een straight aan, dan speel je met een sterke
made hand ook op de turn verder op all-in, en probeer je zo veel
mogelijk geld in het midden van de pokertafel te krijgen.
|
Je bent de SB
|
|
![]() |
|
| |
|
Hier heb je op de flop vanwege de vele
tegenstanders gekozen voor een passieve speelwijze. Vanwege het geld
dat jij en MP1 nog hebben, kun je de inzet gemakkelijk callen.
Op de turn tref je jouw draw.
Nu moet je zelf
actief worden. Zou je checken, dan zouden je
tegenstanders maar zelden iets betten, uit angst voor de flush. Maar
juist op de kleine limits doe je vaak nog een bet, dit omdat die er zo
als een bluf uit zou kunnen zien.
Raiset iemand dan, zoals in dit voorbeeld,
dan raise je opnieuw en ga je afhankelijk van je stackgrootte ook
direct all-in. In de hand hierboven is het beter om op de raise all-in
te gaan.
Een normale raise zou je sowieso aan de pot binden.
Die werd dan zo groot dat je niet meer uit de hand wegkomt. Bovendien
is je hand er sterk genoeg voor, en moet je hem beschermen.
Een vierde harten op de river zou je niet bepaald bevallen.
|
Je bent MP3
|
|
![]() |
|
| |
|
Ook hier een bekend voorbeeld. Zo zou het kunnen
aflopen. Je bet op de flop is standaard. Nadat beide spelers op de turn
checken, zou je nog eens moeten betten. Er kunnen flushdraws
zijn die nu callen. Ook slechtere made hands zouden nog
een reden kunnen vinden om te callen. Bovendien houd je het initiatief.
Wanneer je checkt heb je geen controle meer, en weet je ook niet waar
je staat.
Maar dan komt er een raise van de speler op de big
blind, die in eerste instantie alleen gecheckt heeft. Hij maakt een
check/raise. Deze
move op de turn tegen meerdere tegenstanders demonstreert erg veel
sterkte. Hij zal vaak de flush hebben. Daartegen zien je two pairs
er natuurlijk niet meer zo goed uit. Je kunt hier dus beter folden.
Anders wordt het wanneer de speler in de big
blind meteen zou hebben gebet. Dat heet "donken". De standaardmove
daarvoor luidt: Komt op de turn een draw aan en een
tegenstander donkt, dan raise je met een three of a kind of sterker.
Met two pair kun je eventueel nog callen, maar die moet je, zonder
verbetering, op de river opgeven. Met alle andere handen fold je
meteen.
Hoe speel je op de river?
Nu ben je in de laatste inzetronde aangekomen.
Wanneer tot nog toe niemand interesse in de pot heeft getoond, en heeft
gebet, kijk je weer of je hand zich heeft verbeterd, en of het zinvol
is:
- daarmee te betten omdat genoeg slechtere handen je kunnen uitbetalen;
- daarmee een inzet te callen omdat de tegenstander met slechtere handen betten kan.
Er heeft dus op de
flop en turn nog niemand gebet. Op de river kun je in dit geval met
ieder top-pair of een zogenaamd "second pair" (een pair met de op
één-na hoogste communitycard) een kleine bet plaatsen van ongeveer 1/3
pot. Is je hand zwakker, dan
zou je gewoon opgeven.
Is er in de eerdere inzetrondes al actie geweest, dan is je aanpak weer
anders. Had je een draw die niet is aangekomen, dan geef je op. Het is
niet van belang of je hem
agressief of passief hebt gespeeld. potten zijn vooral op lagere
limieten geen plaats voor grote blufs op de river. Het loont niet.
Met een made hand moet je opnieuw
bekijken hoe goed hij tegenover de mogelijke handen van je
tegenstanders
staat. Daarom moet je weer de communitycards (texture) en de speelwijze
van je tegenstanders tot dan toe in je berekeningen betrekken.
Kun je daarmee betten? Zijn je kaarten sterk
genoeg voor een raise of zijn er bij de communitycards en de speelwijze
van je tegenstanders te veel betere en te weinig slechtere
handen mogelijk?
Kun je tenminste een inzet callen omdat een tegenstander vaak genoeg
met slechtere handen dan jij, op de river zou betten? Zou je beslissen
om een bet te callen, dan moet je echter ergens op letten.
- Situatie A: De tegenstander bet en jij callt.
- Situatie B: De tegenstander bet, een tweede speler callt en jij callt ook.
Beide situaties lijken op elkaar. In situatie B kun je zelfs
een iets grotere pot winnen omdat er nog een speler heeft gecalld
en geld heeft geïnvesteerd. Maar de situaties verschillen op een belangrijk punt.
In situatie A hoef je maar één tegenstander te overwinnen. In situatie
B moet je er twee verslaan, en in ieder geval de tweede speler die de
bet heeft gecalld, heeft aangegeven dat hij een made hand heeft,
waarvan hij gelooft dat hij er de showdown mee kan winnen.
Bet een speler op de river, dan moet
je hand nog sterker zijn naarmate er meer spelers voor jou hebben
gecalld. In situatie B is het maar zelden zinvol om met een middlepair
of zwak
top-pair te callen. Je moet twee spelers
verslaan, niet één.
|
Je bent de BU
|
|
![]() |
|
| |
|
| |
|
In dit voorbeeld heb je op de flop en de turn de
draw agressief gespeelt. Op de river heeft een verdere inzet geen zin.
De speler in de small blind heeft zich in twee inzetronden niet laten
verdrijven en zal dat maar zelden doen bij deze river. Alleen slechtere
flushdraws zou hij hier kunnen opgeven, maar die versla je voor het
grootste deel evengoed.
Interessant wordt het wanneer je op de river een
middelsterke made hand uit categorie 4 hebt. Was je tot nog toe de
agressor en heb je in de inzetronden hiervoor gebet, dan hangt je
speelwijze op de river sterk af van de communitycards.
Was met de flop geen noemenswaardiger draw mogelijk, dan kun je op de river meestal nog 1/3 pot tot iets meer dan 1/2 pot
betten. Wordt er geraised, dan kun je folden.
Was er op de flop een draw die op de river aankomt,
dan probeer je met positie op je tegenstander zonder verdere
inzet naar de showdown te komen.
Heb je geen positie en moet je dus voor de
tegenstander handelen, dan heb je de mogelijkheid om bij niet meer dan twee tegenstanders
nog eens een bet te plaatsen in de hierboven genoemde grootte. Na een raise fold je dan. Je kunt er dan zeker
van zijn dat je verslagen bent.
Meestal wordt er op de river na een bet weinig
tot nooit gebluft. Zou je hier checken, dan zou je vaak nog
een bet moeten betalen, daar je anders riskeert om de beste hand weg te leggen.
Helaas zal je tegenstander checken (omdat ook hij angst voor de draw
heeft) met veel handen
die je nog zouden kunnen uitbetalen wanneer je zelf iets bet. Het is
dan ook beter om zelf te betten en op een raise te folden. Je verliest
hetzelfde bedag wanneer je achter ligt, maar wint meer, daar er nog
slechtere handen je uitbetalen die anders zouden checken.
Een andere speelwijze biedt zich aan wanneer op de
flop bijvoorbeeld een flushdraw mogelijk was, die echter ook op de
river niet
aankomt. Wanneer de kansen goed zijn dat je tegenstander deze flushdraw
had en je bent voor hem aan de beurt, dan kun je ook "check/call for
bluffinduce" spelen.
Dit betekent dat je checkt en een inzet
van je tegenstander callt. Heeft je tegenstander de draw die gemist is,
dan zal hij meestal geen inzet callen. Hij heeft tenslotte niets. Maar
misschien wil hij wél de kans benutten om met dat "niets" te bluffen.
Wanneer je deze move kiest en wanneer je beter
kunt betten, hangt af van de speelwijze van je tegenstanders en de
communitycards. Algemene richtlijnen zijn nauwelijks mogelijk. Met wat
speelervaring zul je echter weten wanneer je voor welke actie kiest.
|
Je bent MP1
|
|
![]() |
|
| |
|
| |
|
Hier is geen plaats meer voor een bet. Je
tegenstander schijnt iets te hebben dat het waard was om op de turn
$4.5 te investeren. Dat zal óf een made hand zijn, óf een draw.
De draws zijn op de river echter grotendeels aangekomen of zullen na
een bet folden.
Bij deze communitycards zijn er nog nauwelijks slechtere handen die je
uitbetalen, terwijl er enige betere handen mogelijk zijn. Daarom mag je
blij zijn wanneer je tegenstander niet bet en je zonder
verdere inzet tot de showdown kunt komen.
|
Je bent de BU
|
|
![]() |
|
| |
|
| |
|
Deze situatie is al weer anders. Je tegenstander heeft geen sterkte getoont. Op grond van je bet op de turn is
een vijf onwaarschijnlijk en zal hij veel eerder een koning of een
tien hebben.
De meeste pairs versla jij en je tegenstander zou er zo mogelijk nog een inzet op de river mee kunnen betalen. Na zo veel
demonstratie van zwakte kun je nog een derde keer betten, om daarmee geld van slechtere handen te krijgen.
|
Je bent de BU
|
|
![]() |
|
| |
|
| |
|
Op een dergelijke riverkaart kun je niet meer
betten. QJ als straightdraw is nu aangekomen en zou op de river een val
kunnen leggen. Een tien zal meestal opgeven wanneer je bet
en alleen een slechter pair koningen zou je misschien nog
uitbetalen.
Het is dus een te marginale situatie om een bet lonend te maken. Je kunt beter checken en de showdown bekijken.
|
Je bent de CO
|
|
![]() |
|
| |
|
| |
|
Op de river komt de flushdraw aan en moet je
beslissen: betten of checken. Hier is betten weer een mogelijkheid. Je tegenstander kan meestal met een slechtere boer nog een
bet betalen. Heeft hij een flush, dan zal hij raisen en kun je
folden. Hij zal nauwelijks als bluf raisen en je riskeert dat
hij met handen checkt die geen bet zouden hebben gecalld en alleen sterke handen nog eens bet.
|
Je bent de BB
|
|
![]() |
|
| |
|
| |
|
Hier loont een verdere inzet niet meer. Zoals de
hand gegaan is, kun je opgeven. Je heb op de flop en op de turn
al twee knappe inzetten gedaan. Je tegenstander zou weliswaar met twee
ruitenkarten kunnen bluffen, maar het is net zo goed mogelijk dat hij
een tien had, een vrouw op de river heeft getroffen of ook gewoon een
twee
heeft. De winstgevendste beslissing is op de river te folden.
|
Je bent de CO
|
|
![]() |
|
| |
|
| |
|
Deze situatie werd al besproken. De flop maakt
een sterke draw mogelijk, namelijk een flushdraw. Je tegenstander speelt passief
en callt op de flop en de turn je bets. Het is goed mogelijk dat hij de
flushdraw heeft. Op de river is zijn hand dan niets meer waard.
Hier is een mogelijkheid te checken en een inzet van hem te callen. Zo geef je hem de gelegenheid voor een
bluf. Ook wanneer hij een zwakker pair heeft, bijvoorbeeld twee achten
op de hand, kan hij nog eens betten omdat hij jou bijvoorbeeld op een
zwakke hand zet.
|
Je bent de CO
|
|
![]() |
|
| |
|
| |
|
Was er echter op de flop geen draw, dan is het
mogelijk om op de river zelf nog een standaardbet te maken en op een
raise te folden.
Met sterke made hands kun je altijd nog een keer
betten. Afhankelijk van wat je tegenstander bereid is te betalen, bet
je tussen een halve en een hele pot. Dit geldt ook voor draws die je op
de river hebt getroffen.
Je kunt er hier niet van uitgaan dat je tegenstander bet nadat jij
checkt. Heb je de draw eerder passief gespeelt, doordat je slechts de
bets van de tegenstander hebt gecalld, dan ben je op de river erop
aangewezen om het geld in het midden te brengen. Te vaak zal de
tegenstander
niet meer betten.
|
Je bent de SB
|
|
![]() |
|
| |
|
| |
|
Simpel: Een hand uit categorie vijf wordt
verder agressief gespeelt. Je wilt tenslotte je tegenstanders nog eens
de kans geven om bijvoorbeeld met een aas, geld aan jou te verliezen.
Slot
Je heb nu een overzicht gekregen hoe je in
de verschillende situaties spelen kunt, wanneer er preflop niet geraised
werd. Je hebt een aantal voorbeelden van de verschillende mogelijke situaties doorgenomen, en hebt geleerd
waarom je in bepaalde situaties geld investeert en waarom je jezelf buiten andere situaties houdt.
Nogmaals: het is erg belangrijk dat je jezelf niet
laat verleiden tot het passief spelen van made hands op de flop. Met
made hands bet je of fold je. Daar de pot nog erg klein is, is
informatie over de handsterkte van de tegenstander hier nog veel
belangrijker dan in de grotere potten, waarin er preflop een raise was.
Deze krijg je het beste door zelf te betten, daar
je uit een eenvoudige bet van een tegenstander weinig informatie
krijgt. Hij zou een monster kunnen hebben, maar ook alleen een
middelsterke made hand of een draw. Je weet het
gewoon niet.
Wanneer je zelf bet zal hij met een monster meestal raisen. Dat is vaak
de informatie die je wilt hebben. Daarom bet je op de flop.
Over het algemeen speel je in een pot erg rechttoe rechtaan. Je hebt
maar wenig geld geïnvesteerd, de pot is klein en je tegenstanders kunnen
een grote range aan kaarten hebben. Wanneer je een grote pot
opbouwt, doe dat dan alleen wanneer je een werkelijk sterke hand hebt.
Het is een grote fout om bij een pot die preflop niet geraised was, met
middelsterke handen om grote potten te spelen. Houd dit steeds in
gedachten.
| LINKS | ||||||||||
|
||||||||||







