Bijgewerkt op 06 jul 26 door

Hoe speel je voor de flop?

Inleiding

In dit artikel

  • Welke kaarten zijn speelbaar?
  • Hoe groot mag je inzet zijn?
  • Hoe ga je verder na een actie van een tegenstander?

De juiste keuze van je starthanden is in poker al het halve werk. Wanneer je met de goede kaarten begint, vermijd je niet alleen moeilijke beslissingen in de volgende inzetrondes, maar ben je er tevens zeker van dat je vaak werkelijk de beste hand hebt.

Dit artikel houdt zich bezig met juist dit thema. Je leert welke kaarten speelbaar zijn en hoe je ze moet spelen om de maximale winst te maken.

Je krijgt een overzicht, de starthandenkaart (SHC), waarmee je al snel een duidelijk, begrijpbaar beeld krijgt van de strategie voor de eerste inzetronde. Net zoals bij de andere strategieën kun je deze kaart downloaden, printen en tijdens je spel gebruiken.

Het volgende deel zal voor alle beginners nog éénmaal de posities aan de pokertafel behandelen. Vervolgens beginnen we met de strategie zelf. 

DOWNLOADS

Wat is je positie aan de tafel?

Jouw positie aan de tafel hang af van wie de kaartendeler (dealer) is. Naarmate er meer spelers tussen de dealer en jou in zitten (tegen de klok in) ben je eerder aan de beurt. Om dit een naam te geven is het begrip "positie" ingevoerd.

Je positie geeft aan wanneer je in een inzetronde aan de beurt bent.

Ben je vroeg aan de beurt, dan zit je ook in vroege positie. Zit je in late positie, dan ben je ook relatief laat in de inzetronde aan de beurt. Dit is belangrijk, want naarmate je eerder aan de beurt bent, moet je starthand sterker zijn. Met iedere speler extra nà jou stijgt immers de kans dat één van hen een sterke hand heeft.

Hoe vroeger je positie, des te sterker moet je hand zijn.

Aan een tafel met tien spelers heb je ook tien posities. Deze worden weer onderverdeeld in vier groepen: vroege, middel- en late posities en de blinds.

Dealer
2 late posities
3 middel posities
3 vroege posities
2 blinds posities
Beweeg je muis over een positiegroep om hem aan te duiden.

De twee late posities BU en CO 
De dealer en de speler aan zijn rechterzijde, zijn de twee late posities. De dealer heet BU (button) en de speler direct vóór hem heet CO (cutoff).

De drie middelposities MP1, MP2 en MP3
De drie spelers die, tegen de klok in, vóór de twee late posities zitten, zijn de middelposities. Ze heten MP1, MP2 en MP3

De drie vroege posities UTG1, UTG2 en UTG3
De drie spelers die, tegen de klok in, vóór de spelers in de middelposities zitten, zijn in vroege positie. Ze worden UTG1, UTG2 en UTG3 genoemd.

De twee blinds SB en BB
De twee spelers die de kleine en de grote inzet betalen heten de blinds. De speler direct links van de dealer is de small blind en de speler links daarvan is de big blind. De small blind betaalt de kleine verplichte inzet en de big blind de grote verplichte inzet. 

WAT GEBEURT ER BIJ MINDER DAN TIEN SPELERS?

Het overzicht hierboven gaat er van uit dat er tien spelers aan tafel zitten. Dat is echter niet altijd het geval.

Wanneer er in plaats van tien, maar negen spelers aan tafel zitten, dan vervalt de laatste UTG-positie (UTG3). Bij acht spelers vervalt UTG2 ook en bij zeven spelers heb je helemaal geen vroege posities meer. Toch blijf je de term UTG gebruiken voor de eerste speler die moet handelen. In dat geval vervalt MP3. Bij zes spelers heb je geen MP2 meer en bij vijf helemaal geen middenposities meer. Je houdt dan over: UTG, CO, BU, SB en BB.

Hoe minder spelers er aan een tafel zijn, des te meer posities vallen er dus weg. Eerst de vroege-, dan de middelposities en zo verder.

Welke kaarten speel je?

DES TE VROEGER JE POSITIE, DES TE STERKERE KAARTEN HEB JE NODIG

Klicke auf das Bild, um das Chart zu öffnen
De chart (openen)

Welke kaarten je het beste kunt spelen, is te vinden op de starthandenkaart (Starting-Hands-Chart) van PokerStrategy. Print deze uit, en je kunt tijdens het spel ten alle tijde weten wat je moet doen.

De chart verbindt drie soorten informatie:

  • Je startkaarten
  • Wat de tegenstanders vóór jou hebben gedaan
  • Je positie

Wanneer je op het plaatje rechts klikt, verschijnt de chart in een nieuw venster. Je kunt hem ook downloaden als een PDF-file en uitprinten:

 

Download de Starting-Hands-Chart (starthandenkaart) als PDF-file

EERSTE KOLOM: DE KAARTEN
In
de linkerkolom zie je de mogelijke startkaarten. Ze worden aangegeven met afkortingen. AA staat bijvoorbeeld voor twee azen, 99 voor twee negens. Wanneer een hand niet op de chart staat, dan fold je die. Zulke handen brengen alleen ellende.
A Aas
Q Vrouw
T Tien
K Koning
J Boer
9 Negen

Een "s" achter de kaarten duidt er op dat ze "suited" zijn, wat wil zeggen dat ze van dezelfde soort zijn. Een "o" staat voor "offsuited" en geeft aan dat de kaarten niet van dezelfde soort zijn.

DE TWEEDE KOLOM: WAT HEBBEN JE TEGENSTANDERS GEDAAN?
In de tweede kolom zie je de mogelijke antwoorden op de vraag wat de tegenstanders vóór jou hebben gedaan. Je speelt natuurlijk anders wanneer er werd geraised, want dat duidt toch altijd nog op sterke kaarten bij de tegenstander.
DERDE TOT EN MET ZESDE KOLOM: JOUW ACTIE VOOR DE DESBETREFFENDE POSITIE
Je positie vertelt je nu in welke kolom je moet kijken. Zit je in vroege positie, dan kijk je in de derde kolom. Ben je de small of de big blind, dan kijk je in de laatste kolom.
WAT BETEKENT "CALL 20"?

Wanneer je een klein pair speelt, zoals 55, dan speculeer je erop dat je op de flop "three of a kind" krijgt. Dit gebeurt maar in ongeveer 12% van de gevallen, maar wanneer je wél treft, dan heb je een zeer sterke hand die behoorlijk wat geld kan opleveren. Het is dan ook winstgevend om een raise met een klein pair mee te gaan, mits je tegenstander ook genoeg geld heeft om je behoorlijk uit te betalen.

Daarom geldt deze regel: met een klein pair call je alléén wanneer de tegenstander nog minstens 20x de raise over heeft en ook jij die 20x de raise nog overhoudt. Is dat niet het geval, dan loont het niet. Je kunt niet meer geld winnen dan je zelf kunt inzetten. Vandaar dus die term "call 20".

Wanneer je raiset, hoeveel raise je dan?

ER WAS NOG GEEN RAISE

Wanneer nog niemand vóór jou heeft geraised, bedraagt de basisraise steeds vier big blinds. Speel je bijvoorbeeld NL10 (0.05/0.10),
dan raise je naar $0.40.

Voor iedere speler die heeft gelimpt, dus alleen de basisinzet heeft gecalld, maak je jouw inzet nog één big blind hoger.

Je raiset naar vier big blinds + één big blind per limper.

VOOR JOU WERD PRECIES EENMAAL GERAISED

Wanneer er vóór jou precies éénmaal werd geraised, dan reraise je naar driemaal deze raise.

Is een andere speler met de raise meegegaan, dan leg je nog eenmaal extra het bedrag van de raise erbij. Bij twee spelers die callen leg je er tweemaal de raise bij en kom je dus op vijfmaal de raise uit.

Je raiset dan dus drie maal de raise + één maal de raise per caller van die raise.

VOOR JOU WERD MEER DAN EENMAAL GERAISED

Wanneer er voor jou twee of meer raises waren, dan is de situatie vrij duidelijk: zonder een monsterhand zul je er niet aan meedoen. Je legt dus alle kaarten weg, al zien ze er nog zo mooi uit, behalve met een pair azen of koningen op de hand. In dat geval ga je all-in en zet je al je geld in.

Je speelt alleen nog verder met een pair azen of koningen, en gaat daarmee all-in.

Wat doe je wanneer er na je wordt geraised?

JE HEBT TWEE AZEN OF KONINGEN

Heb je een pair azen of koningen, dan raise je sowieso verder. Het beste wat je kunt bereiken is voor de flop al all-in zijn, en dus al je geld in te zetten. Beginners hebben daar vaak wat moeite mee, maar je ligt tot ca. 80% voor op alle andere pairs. een meer winstgevende mogelijkheid om al je geld erin te schuiven zul je nauwelijks kunnen vinden.

Alle andere handen leg je gewoon weg. Ook AK en AQ, hoe moeilijk ook om te folden, leg je gewoon weg. De enige uitzondering is wanneer je een ander pair hebt.

JE HEBT EEN POCKETPAIR OP DE HAND

Zoals gezegd, is er een uitzondering, namelijk wanneer je een kleiner pair dan AA of KK op de hand hebt. Daarmee kun je nog callen wanneer zowel jij als de tegenstander nog minstens het 20-voudige van het te callen bedrag overhouden.

Net als bij de call 20 regel op de starthandenkaart speculeer je dan op een set op de flop. Wanneer je die treft is de kans namelijk groot dat je de gehele stack van je tegenstander kunt opstrijken.

DE TEGENSTANDER RAISET MET HET MINIMUM

Op de lagere limieten komt het regelmatig voor dat spelers slechts een minimumraise maken. Wat ook hun reden mag zijn; veel zin heeft dat niet. Zit je in de hand en iemand maakt een minimale raise (ook wel "minraise" genoemd), dan call je in ieder geval. Uitzondering daarop zijn AA en KK, want die raise je natuurlijk verder.

Slotwoord

Wanneer je hebt begrepen hoe je de starthandenkaart gebruikt, dan bevind je jezelf in de eerste inzetronde in ieder geval aan de zekere zijde. De juiste keuze van je starthand is het halve werk en juist hier verbranden veel spelers hun geld. Ze spelen teveel handen, of weten niet wanneer ze zich beter uit de vuurlinie kunnen terugtrekken met kaarten die er naar hun mening nog prima uitzien.

Wanneer je een zorgvuldige keuze maakt van de handen die je voor de flop speelt, zoals aangegeven op de starthandenkaart, dan zul je daarmee veel stekelige en moeilijke beslissingen na de flop vermijden. Vooral op de lagere limieten gooien de tegenstander ook zo wel graag hun geld erin. Er is dan ook geen reden om hier de marginale situaties te gaan opzoeken. Winning by folding is het devies.

In het volgende artikel leer je welke handen je eigenlijk kunt treffen op de flop of de verdere inzetrondes.

Ga naar het artikel BSS: Wat kun je op de flop hitten?