SSS: Preflop-spel voor gevorderden
Inleiding
In dit artikel:
- Equity in plaats van charts
- Limpen en completen
- Squeezen
De volgende situatie zal niet onbekend zijn: je hebt voor de flop een speelbare hand, die echter niet op de starthandenkaart staat. Tot nu toe heb je dergelijke handen steeds weggelegd. In dit artikel zul je gaan ontdekken of dat altijd de beste oplossing is, en of je niet toch meer handen kunt spelen.
Je leert wanneer je handen kunt limpen, of wanneer je handen die niet op de starthandenkaart staan, moet raisen. Daarnaast leer je de principes van squeezen kennen.
Hoe speel je op basis van equity?
|
Wat betekent equity? Met equity (Engels voor marktwaarde, vermogensbestanddeel) of pot-equity bedoelen we het deel van de huidige pot, dat een speler, naar verwachting op lange termijn, gemiddeld genomen zal winnen, gemeten naar zijn huidige winstkansen. |
Equity is de sleutel tot succesvol preflop-spel. Schenk daarom heel veel aandacht aan dit gedeelte van het artikel. Het volgende voorbeeld licht deze manier van denken toe:
Je hebt AK in handen, en speelt tegen twee tegenstanders, die beide een willekeurige hand hebben. Wat is je equity?
Met Equilator kun je uitvinden dat je equity ongeveer 48% bedraagt. Laten we aannemen dat je een normale raise van 4 BB hebt gemaakt, en dat beide spelers - ongeacht hun hand - gecalld hebben. Hoeveel BB win je gemiddeld voor de flop?
Omdat iedere speler nu 4 BB betaald heeft, is de pot 12 BB groot. Hiervan behoort jou, op grond van je equity, 48%, dus 5,76 BB toe. Daarmee verdien je dus met iedere verhoging van 4 BB de som van 5,76 BB - 4 BB = 1,76 BB.
Natuurlijk is het spel nog niet ten einde, en met goed postflop spel zul je vaak nog extra winst kunnen behalen.
Verplaats je eens in de volgende, veel voorkomende, situatie: voor je wordt vanuit vroege positie verhoogd, en je hebt zelf JJ. Volgens de starthandenkaart uit de beginnerssectie verhoog je hier opnieuw en ga je dus direct all-in.
Tegen sommige tegenstanders, waarvan je weet dat ze loose raisen, kun je met JJ zonder problemen je hele stack riskeren. Maar bij sommige tegenstanders vraag je je steeds weer af of dat wel juist is.
Tegen een gemiddelde tegenstander is het ook zeker correct om met JJ te reraisen. Maar er zijn ook tegenstanders die zo tight spelen, dat je tegen hun range met JJ niet meer favoriet bent.
Wanneer je precies all-in kunt gaan, en hoe je je equity uitrekent, leer je in het volgende hoofdstuk. Zoals zo vaak is de voorwaarde wel dat je je tegenstander kunt inschatten en dat je Elephant-stats en liefst ook aantekeningen over hem hebt.
Is je tegenstander onbekend, dan speel je volgens de starthandenkaart. Is hij bekend, dan kun je aan de hand van de range handen die hij in vroege positie raiset en je equity bepalen, wanneer het profitabel is om tegen hem te reraisen.
Voor de flop - blinds: $0,5/1 - 10 spelers
|
Jij bent BU
|
|
![]() |
- A) UTG: 10/5 (VPIP/ PFR op UTG)
- B) UTG: 20/10
In voorbeeld A heeft Villain ongeveer de volgende range: TT+, AQs+, AQo+. Wanneer je deze range met Equilator bekijkt, dan heb je hiertegen met TT een equity van 40%.
In voorbeeld B is de range van Villain groter, en wel: 77+, A9s+, KTs+, AJo+, KQo. Tegen deze range heb je een equity van ongeveer 53%. Omdat alleen de speler die geraised heeft nog in de pot is, vullen jullie beiden de pot voor 50%.
Daarom moet je een aandeel in de pot, oftewel een equity van minstens 50% hebben. Zijn er in totaal nog drie spelers, dan heb je nog maar 33% nodig, en bij vier spelers 25% enzovoort. Deze berekening is voor je toekomstige overwegingen erg belangrijk, omdat je nu iedere speler individueel kunt beoordelen.
Deze berekening is slechts een vuistregel! Je tegenstander zal niet met alle handen waarmee hij raiset, ook een reraise callen. De exacte berekening ziet er als volgt uit: eerst bepaal je met hoeveel procent van zijn range hij callt. Dan bekijk je hoeveel hij op je raise foldt en uit de optelling kun je de precieze EV (verwachtingswaarde) berekenen:
FE = Foldequity
Pot1 = Pot voor je reraise
Pot2 = Pot als je tegenstander callt
Equity = Winstkans tegen de range waarmee hij callt
Kosten = Grootte van je raise
EV = FE * Pot1 + (1-FE) * (Equity * Pot2 - Kosten)
Natuurlijk is dit nog niet alles. Je kunt bijvoorbeeld de foldequity nog beter bekijken. Foldt je tegenstander vaak genoeg, dan kan een reraise ook +EV zijn, wanneer je theoretisch minder dan 50% equity hebt. Dit soort beschouwingen zijn echter niet het doel van dit artikel.
Tot nu toe is het zo dat je, zoals in de beginnerssectie aangegeven, met een vaste range handen all-in gaat na een reraise na jou. Gemiddeld genomen is dat een goede beslissing, maar iedere tegenstander speelt anders. Tegen de ene is het goed om TT na een reraise weg te leggen, tegen een andere laat je daardoor waarde liggen.
Met behulp van statistieken kun je iedere tegenstander individueel benaderen en je all-in range aanpassen. Het is daarvoor van belang dat je gegevens over je tegenstander hebt. Alleen als je statistieken hebt kun je volgens het hieronder voorgestelde equity principe handelen. Aan de hand van een voorbeeld zul je zien hoe je de juiste beslissing kunt nemen.
$100 NL Hold'em
Voor de flop - blinds: $0,5/1 - 10 spelers
|
Jij bent MP2
|
|
![]() |
Hieronder staan de statistieken die je van de small blind hebt:
- A) SB: 15/10/5 (VPIP / PFR / 3-Bet)
- B) SB: 20/15/10
VPIP geeft aan, in hoeveel gevallen de speler vrijwillig geld in de pot investeert. De PFR-waarde vertelt je in hoeveel gevallen de speler raiset en de waarde voor 3-bet geeft aan hoe vaak je tegenstander raiset, wanneer er voor hem al geraised is. Dat laatste is in dit voorbeeld ook de waarde die voor het maken van de juiste beslissing belangrijk is. Met behulp van Equilator kun je uitrekenen hoeveel equity je tegen de range van je tegenstander hebt.
Voorbeeld A: Villain heeft een 3-bet-range van 5%, dat zal ongeveer zijn: TT+, AQs+, AQo+. Als we deze range afzetten tegen 99, dan zien we dat we ongeveer 37% equity hebben. Is dat voldoende om in deze situatie te callen?
Daarvoor moet je eerst weten hoeveel equity je nodig hebt. Is dat 50%, want je investeert 50% van het geld in de pot? Nee, het is minder dan 50%. Je hebt al geld in de pot gestopt en het geld in de pot is niet meer van jou.
Om te bepalen, hoeveel equity je nodig hebt om hier te kunnen callen, moet je de pot-odds uitrekenen. Neem hiervoor de grootte van de pot, en tel daar de raise van je tegenstander bij op. Denk eraan dat je maar zoveel van de raise meetelt als je zelf nog als reststack over hebt. Je speelt namelijk alleen maar om de kleinste stack, en dat is over het algemeen jouw stack.
Pot-odds 1:1,56 (de pot bedraagt $25 en je moet $16 betalen)
Een methode om de odds om te rekenen naar equity is de volgende: Tel de beide getallen op en dan 100 delen door deze som. Dus 1 + 1,56 = 2,56. Dan deel je 100 door 2,56 en dat levert op 0,39 wat gelijk is aan 39%. Je equity bedraagt dus 39%.
Je kunt in dit geval callen als je equity tegen de hele range van je tegenstander meer dan 39% is. Aangezien je maar 37% hebt, moet je folden, omdat je anders op de lange termijn verlies maakt.
Voorbeeld B: Ook hier hebben we de reeds uitgerekende pot-odds van 1:1,56 en daarmee 39% equity nodig. Nu verwacht je een range van 10%, wat overeenkomt met ongeveer 77+, A9s+, KTs+, AJo+ tot KQo. Tegen deze range heb je een equity van 48% en daarmee kun je in vergelijking tot de pot-odds callen.
Andere voorbeelden - ook met andere starthanden of andere handen van je tegenstander - kun je nu gemakkelijk zelf opstellen en uitproberen. Let er daarbij op dat je tegenstanders ook andere ranges kunnen hebben, dan die in Equilator aangegeven worden. Handen, waarvan je weet dat hij ze niet zal raisen, kun je dan uit de range verwijderen. In voorbeeld B kan je tegenstander ook 66 hebben in plaats van A9s. Het is daarom ook vrijwel onmogelijk om de exacte range te bepalen en je zult tevreden moeten zijn met een schatting.
- 1. Bepaal de pot-odds.
- 2. Maak een inschatting van de handrange van je tegenstander.
- 3. Bereken de equity van je hand tegen de handrange van de tegenstander.
- 4. Call wanneer de odds een positieve verwachting laten zien.
Wanneer kun je limpen?
Kun je met een bepaalde hand profitabel limpen of niet? Deze vraag heb je jezelf vast wel eens gesteld. In de beginnerssectie is je geleerd dat je niet moet limpen, maar dat je ofwel raiset of foldt. Dat is echter niet altijd optimaal.
Bepaalde handen kun je bij het juiste postflop-spel profitabel limpen. Ze zijn echter te zwak voor een raise. Je moet alleen limpen, wanneer er voor je al limpers in de pot zijn. Ben je first in, heeft er nog niemand voor je geld in de pot gestopt, dan speel je gewoon raise of fold.
Met limpen wil je graag goedkoop een flop zien. Als je limpt, heb je meestal een zwakke hand, die echter kan verbeteren tot een zeer sterke hand.
Hit je op de flop, dan hoop je op een flinke uitbetaling. Hit je niet, dan heb je weinig geïnvesteerd en kun je zonder verdere kosten de hand wegleggen.
Let er steeds op dat je stack niet te klein wordt. Hoe kleiner je stack, hoe minder je moet limpen. Is je stack bijvoorbeeld 16 BB, dan heeft limpen weinig zin. Een goede grens is 17 tot 17,5 BB.
Limpen doe je enkel in late positie. Je doel is om goedkoop de flop te zien. Met iedere speler die na je nog moet reageren, stijgt de kans dat er geraised wordt en dat je moet folden.
Stel je voor, de spelers na jou hebben een PFR van 10%. Dan zullen twee spelers na je in ongeveer 20% van de keren raisen. Zit je zelf in MP2, dan zijn er na je nog vijf spelers en moet je iedere tweede keer folden, wat zeker niet je doel is.
De gemakkelijkste handen, die ook postflop eenvoudig te spelen zijn, zijn kleine pocketpairs (22-66). Hiervoor geldt de volgende, gemakkelijke regel voor het postflop-spel: No Set, no Bet!
Dit betekent dat je alleen dan verder geld investeert als je een set hebt. In alle andere gevallen speel je check/fold.
Met een klein pocketpair kun je met één tot twee limpers meelimpen. Zijn de limpende spelers of de blinds erg "showdownbound", dat wil zeggen zien ze vaak de showdown, dan kun je al meelimpen met één limper, in andere gevallen kun je het beter vanaf twee limpers doen.
Een ander belangrijk criterium is hoe agressief de spelers na jou zijn. Hebben zij een hoge PFR-waarde, dan moeten er ook minstens twee limpers zijn, omdat je vaker uit de pot geraised wordt.
Suited connectors zijn lastiger te spelen dan pocketpairs. Je moet echt goed weten hoe je postflop draws moet spelen. Heb je deze kennis, dan kunnen suited connectors je winrate zeker positief beïnvloeden.
Je limpt alleen met suited connectors van 54s tot en met QJs (met KQs raise je). Let er op dat je minstens twee limpers voor je hebt. Minder tegenstanders heeft geen zin, omdat je te weinig uitbetaald krijgt als je hit.
Tenslotte kun je met handen als QJs of sommige, hogere one-gappers vanaf één limper spelen, omdat je hiermee ook met top-pair kunt winnen, ofwel omdat de kans om top-pair te maken groter is. Ook nu kun je beter van limpen afzien wanneer er na jou agressieve tegenstanders komen, of er moeten minstens twee limpers voor je zijn.
Suited one-gappers zijn connectors met een "gat". Zo is bijvoorbeeld 97s een one-gapper en is 96s een two-gapper. Om in late positie te limpen zijn ook de one-gappers interessant. Let er op dat je tenminste twee, liever nog drie, limpers voor je hebt. Anders geldt ook hier hetzelfde als hierboven voor de suited connectors beschreven is.
Veel lastiger om te spelen zijn de Axs handen. Dat zijn de suited azen met een slechte kicker, bijvoorbeeld A2s. Hiermee speel je alleen voor de flush(-draw) of two pair/trips (en dan vooral trips met de kicker, niet de aas). Met minder dan drie limpers moet je ze niet meelimpen.
Hit je de aas, dan geldt heel vaak het volgende: met een paar azen en een slechte bijkaart (kicker) win je vaak kleine potten, en verlies je grote. Verplaats je eens in je tegenstander: je verhoogt alleen azen met een goede kicker en je wint dan dankzij je bijkaart grote potten.
Heb je geen aas, dan wint je tegenstander niet je hele stack, maar slechts een relatief klein gedeelte. Hij wint dus een kleine pot en verliest de grote. Waak ervoor dat het jou niet overkomt.
- Limp enkel in late positie.
- Limp alleen wanneer voor je al spelers gelimpt hebben.
- Limpen kan met: kleine pocketpairs, suited connectors en one-gappers.
- Met veel limpers kun je ook Axs limpen.
Wanneer kun je completen?
Analoog aan limpen werkt het completen in de small blind. De doelstellingen blijven gelijk, maar je kunt meer handen completen, omdat je in de small blind minder geld moet investeren. Net als bij limpen complete je met pocketpairs, suited connectors en one-gappers.
Met een klein pocketpair is het voldoende als er één tegenstander voor je limpt. Met suited connectors moeten het er echter één of twee zijn - met plaatjes is één limper voldoende, met lagere kaarten moeten het er minstens twee zijn. De reden: je hebt minder vaak top-pair, waarmee je voldoende vaak wint.
Ook met Axs kun je completen, maar omdat je OOP speelt, en daarom een draw lastig te spelen is, is het beter als er twee of drie limpers zijn. Verder moet je je vooral de adviezen uit het hoofdstuk over limpen ter harte nemen.
Tot slot voegen we nog een kleine groep toe: de offsuited connectors. De voorwaarden om hiermee te completen zijn pas vervuld als er minstens twee, liever nog vier limpers voor je in de pot zijn. Offsuited connectors vormen een groep handen, die je maar zelden speelt. Belangrijk is ook dat hoe kleiner je hoogste kaart, hoe meer limpers je in de pot wilt, omdat de kans op top-pair naar nul daalt.
Waarom heb je zoveel limpers nodig, terwijl je met suited connectors veel vaker kunt completen? Bekijk eens hoe vaak je met suited connectors een combinatie hebt, waarmee je op de flop verder wilt spelen:
Two pair+: 3,49%
OESD: 10,10%
Flushdraw: 10,13%
In totaal is zo'n 25% van de flops geschikt om verder te spelen. Daarvan verdwijnt bij offsuited connectors ~40%, wat relatief gezien heel veel is, en je winstkansen duidelijk doet dalen. Overspeel de offsuited connectors niet! Wanneer je ze helemaal niet speelt, verlies je erg weinig waarde in verhouding tot het risico als je ze wel speelt. Controleer regelmatig je spel met deze handen, en bekijk of ze werkelijk waarde toevoegen. Zo niet, laat deze kaartcombinaties dan links liggen.
Wanneer kun je squeezen?
Een squeeze of squeezeplay is een bluf voor de flop. Heeft een speler voor jou geraised, heeft minstens één speler deze raise gecalld en raise jij nu opnieuw, dan noemen we dat een squeeze(play).
De achterliggende gedachte bij deze speelwijze is, dat de openraiser zich in een sandwich tussen jou en de coldcaller(s) bevindt. Hij weet niet hoe de andere spelers zullen reageren, terwijl deze juist niet heel vaak een voldoende sterke hand hebben om verder te kunnen spelen. Je valt dus vooral de dead money in de pot aan, en in het ideale geval folden alle tegenstanders.
$200 NL Hold'em
Stacks Hero ($40)
Voor de flop - blinds: $1/2 - 10 spelers
|
Jij bent BU
|
|
![]() |
Dit is een eenvoudig voorbeeld van een squeezeplay. De speler in MP1 raiset en een speler coldcallt. Nu raise jij nog meer en MP1 moet nu de moeilijke beslissing nemen om nogmaals te raisen, te callen of toch maar te folden. MP2 heeft meestal niet een zo sterke hand, dat hij jouw reraise kan callen.
Af en toe zal de openraiser natuurlijk gewoon een hele sterke hand hebben en callen. Ook zal het voorkomen dat de coldcaller een sterke hand slowplayt. Maar als het goed gaat verzamel je zo veel dead money.
In tegenstelling tot de bigstackstrategie commit je jezelf respectievelijk je stack vrijwel altijd, omdat je bij een squeeze meestal all-in zult gaan. Daarom moet je goed nadenken met welke handen je gaat squeezen. Maar heel zelden zul je een squeeze als pure bluf spelen.
Natuurlijk zullen je tegenstanders noodgedwongen vaak folden, omdat ze grote verliezen zullen maken, als ze iedere keer callen. Daarom heb je foldequity, je tegenstanders folden, en jij wint de dead money uit de pot.
Ook als je gecalld wordt ben je niet kansloos. Theoretisch wint ook 32o in één op de vijf gevallen van AA. Daarmee heb je de twee belangrijkste punten die de EV van een squeeze bepalen te pakken: de foldequity en de pot-equity.
Zo kun je de EV van een squeeze uitrekenen:
FE = Foldequity
Pot = Pot voor je squeeze
Equity = Aandeel in de pot bij een call
Totaalpot = Potgrootte na een call
Kosten = De stack die jij investeert
EV = FE * Pot + (1-FE) * (Equity * Totaalpot - Kosten)
Schat in, aan de hand van de handranges van de tegenstanders, hoe vaak speler 1 en 2 folden. Dat is je foldequity. Vervolgens schat je in hoe vaak speler 1 callt en bereken je de equity. Vervolgens doe je dat ook voor de situatie dat speler 1 foldt en speler 2 callt. Dan neem je het gemiddelde, of je voegt nog een term toe aan de formule.
c1= Speler 1 callt
c2= Speler 2 callt
EV = FE * Pot + (c1) * (Equity * Totaalpot - Kosten) + (c2) * (Equity * Totaalpot - Kosten)
Het komt natuurlijk ook voor dat beide spelers callen. Maar dat maakt de formule alleen maar extra lang en de berekening is dan aan tafel gezien de korte tijd toch niet te maken. Daarom is deze afronding voldoende.
Zijn er meer dan twee spelers, dan kun je theoretisch nog meer termen toevoegen, voor iedere speler één. Net als bij reraisen is het dus afhankelijk van de range van je tegenstander, omdat een squeeze voor een SSS'er zelden enkel vanwege de foldequity profitabel wordt.
Hoe speel je met gedubbelde stack?
Nadat je gedubbeld hebt, verlaat je de tafel niet meteen, maar pas op het moment dat je weer de big blind moeten betalen. Tot dat moment moet je wel rekening houden met de kansen, maar ook met de gevaren, die deze dubbelgrote stack je biedt.
In theorie kun je alle handen uit de starthandenkaart spelen. Voel je je nog onzeker over je postflop-spel, laat dan onprettige handen eruit, en werk aan je postflop-spel, zodat je deze kunt toevoegen aan je spel. Er is een kleine verandering: je kunt pocketpairs als 77 of 88 na enkele limpers ook limpen in plaats van raisen.
Precies zoals boven beschreven is, met het weten dat je pot-odds veranderd zijn, omdat je stack groter is. Bovendien is een reraise nu geen directe push meer, maar een raise. Maar je equity en de bijbehorende principes zijn hetzelfde gebleven.
Dat zijn wel de belangrijkste punten van het spel met een gedubbelde stack. Probeer met berekeningen, zoals die hierboven, een gevoel hiervoor te ontwikkelen. Maar ook met een gedubbelde stack hoef je het wiel niet opnieuw uit te vinden.
Samenvatting
Een goed begrip van equity is de sleutel tot succes bij het preflop-spel voor gevorderden. Raises voor of na jou geven in samenhang met de beschikbare statistieken informatie over de mogelijke handranges van je tegenstanders. Met inachtneming van je hand kun je dan op de juiste manier reageren.
Limpen kan profitabel zijn, maar moet weloverwogen toegepast worden. Positie en selectie van de juiste handen zijn bepalend voor het succes op de lange termijn, net als bij het completen van de small blind.
Een belangrijke speelwijze in het preflop-spel is de squeezeplay, waarbij je probeert zonder showdown het reeds in de pot betaalde geld op te pakken. Je squeezet uitsluitend met handen, die bij een call showdownpotentieel hebben of voldoende kunnen verbeteren.
| LINKS | |||||
|
|||||

