De drie soorten blufs
|
| » EXTRA MATERIAAL |
Inleiding
Door: Thorsten77
Laat het iedere speler duidelijk zijn dat de handen die je bijvoorbeeld op televisie ziet bij pokertoernooien of cashgames, niet representatief zijn. Hier selecteert de producent op TV-waarde: Niemand wil handen zien waarin alle tegenstanders gewoon folden. Voor de kijkcijfers zijn 3-barrel blufs, een check/raise all-in of vergelijkbare situaties, veel meer geschikt. Wanneer we aan de pokertafels zitten moeten we voor het grootste deel solide ABC-poker spelen - de winst komt dan vanzelf wel.
Toch heeft ook het bluffen in normaal spel een rol. Ten eerste kunnen we door goede blufs onze winrate laten stijgen, daar we betere handen tot folden brengen en zo de pot met een zwakkere hand toch nog winnen. Bovendien zijn we door het invoegen van blufs niet zo leesbaar. Wanneer we bijvoorbeeld altijd de flop betten wanneer we een top-pair hebben gemaakt en anders check/fold spelen, krijgt onze tegenstander dat relatief snel door (voorzover hij oplettend is) en kan hij dan ook winstgevend tegen ons spelen (ofwel bij een bet slechts handen spelen die beter dan TP zijn en bij een check met any two betten).
In deze column wil ik er graag op ingaan welke soorten blufs bestaan en onder welke voorwaarden je voor de betreffende bluf zou moeten beslissen.
De drie soorten blufs en hun toepassing
De standaardbluf
De eerste categorie zijn standaardblufs, dus blufs of raises die je in bepaalde standaardsituaties maakt. De meest voorkomende bluf van deze soort is de continuationbet. Wanneer we preflop-agressor zijn betten we vaak, onafhankelijk van of we het board getroffen hebben of niet. Laten we aannemen dat we met AQo uit MP1 hebben geraiset en de CO, een weak-tighte speler, callt ons. Op het board komt K72-rainbow. In deze situatie maak ik altijd een continuationbet, maar hoe ziet het er uit in andere situaties?
Voor de beslissing of ik een continuationbet maak of niet, richt ik mij op twee factoren:
- 1. Het board en de range van de tegenstander
In ons voorbeeld hebben we een ideaal board, omdat het een high card en twee low cards zonder draws bevat. We kunnen daarom aan de ene kant heel goed iets representeren (handen als AK, KQ of hoge pocketpairs) en het is onwaarschijnlijk dat de tegenstander een sterke made hand of een sterke draw heeft getroffen. Hij callt ons hier preflop vaak met een hand als een suited connector of een pocketpair en heeft daarom in de meeste gevallen maximaal een middlepair.
In tegenstelling tot dit board zou een ongunstig board bijvoorbeeld zijn: T89 2-suited. Hier kan onze tegenstander, naast de mogelijke sets, ook een made straight, two pair of een pair + OESD hebben. Daarom zullen we hier heel vaak worden gecalld.
- 2. De tegenstander
Het tweede aspect is onze tegenstander. Ideaal zijn tegenstanders die heel straight-forward spelen: hebben ze het board goed getroffen dan callen of raisen ze en anders folden ze. Tegen zulke tegenstanders kun je ook eigenlijk bijna altijd een continuationbet maken, daar we vaak genoeg een fold krijgen. Het andere uiterste is een callingstation, die ook met 22 of een gutshot callt. Hier is een continuationbet gewoon niet winstgevend en moeten we gewoon check/fold spelen. Wanneer we een goede hand krijgen betaalt deze tegenstander ons wel uit.
Een vergelijkbare standaardbluf is de raise van een continuationbet. Laten we aannemen dat de weak-tighte speler van daarnet nu openraiset vanaf de CO en dat we callen met 98s. De flop is weer K72-rainbow en hij maakt een continuationbet. Wanneer we ervan uitgaan dat ook een tighte speler een iets bredere range heeft en bijna altijd een continuationbet maakt, maar slechts dan doorspeelt wanneer hij werkelijk een sterke hand heeft, dan kunnen we hier ook vaak een raise plaatsen.
Uiteraard moet je standaardblufs niet zo zien dat je ze standaard maakt. Veel beter kun je nadenken over de range van de tegenstander, de floptextuur en het type tegenstander, en dan beslissen of je winstgevend kunt continuationbetten (dus bluffen) of niet.
De semi-bluf
De tweede categorie is de semi-bluf. Hier hebben we een draw en betten of raisen we, met het doel de pot direct mee te nemen. Wanneer we ondanks dat worden gecalld hebben we echter nog de kans dat onze draw aankomt en we zo de pot met de beste hand winnen. Een voorbeeld voor een semi-bluf is de de volgende situatie:
MP3 heeft preflop geraiset, we zitten met 98s op de BU en callen. De flop wordt Q54 met twee kaarten van onze kleur en MP3 bet. Hier kunnen we winstgevend raisen. Ten eerste heeft de tegenstander de flop vaak gemist en moet hij daarom opgeven. Zelfs wanneer hij een hand als TT-77 heeft zal het voor hem moeilijk zijn om onze raise te callen en dan zonder positie met een marginale hand verder te spelen.
Ook hier verlopen de gedachten analoog: je denkt na over de range van je tegenstander, brengt deze dan met de flop in verbinding en probeert uit te vinden hoe waarschijnlijk het is dat de tegenstander de flop heeft getroffen of gemist en hoe de tegenstander op een call of een raise zal reageren. Komt aan het einde van deze analyse de conclusie eruit dat hij vaak genoeg foldt, dan kunnen we hier een semi-bluf maken. Wanneer dit niet het geval is (bijvoorbeeld omdat onze tegenstander een callingstation is) kunnen we ons altijd nog afvragen of we volgens odds en outs kunnen callen, of onze hand moeten opgeven.
Vooral semi-blufs zijn naar mijn mening een heel sterk middel: aan de ene kant oefenen we, door een raise met onze draw, enorme druk uit die de meeste tegenstanders niet kunnen weerstaan. Bovendien hebben we outs en krijgen we over het algemeen na een call van onze raise, op de turn een check van de tegenstander, zodat we de turn- en de riverkaart voor niets kunnen bekijken. Wanneer de turn onze draw compleet maakt kunnen we direct verder betten en anders hebben we de kans om de freecard te nemen.
De pure bluf
Van een pure bluf spreek je wanneer je het board compleet gemist hebt, er ook geen draws aanwezig zijn en je de pot ondanks dat niet opgeeft, maar juist bet of raiset. Een voorbeeld hiervoor is de volgende situatie: we maken een openraise met 54s van de BU en worden door de BB gecalld. De flop wordt K72-rainbow, BB checkt en we maken een continuationbet. De BB callt. Op de turn komt een 6, die ons een OESD brengt. BB checkt nogmaals en we schatten hem zo in, dat hij onze bet hier definitief nog een keer met een hand als een middlepair callt, daar de situatie vanuit zijn gezichtsveld niet is veranderd. Daarom nemen we de freecard en de river brengt een aas. De BB maakt een kleine blockbet. Callen heeft in deze situatie logischerwijs geen zin, daar we geen kans hebben om de pot te winnen (we hebben slechts 5 high). We kunnen de hand opgeven, wat veel spelers in deze situatie ook zouden doen. Als alternatief zou ik hier, tegen tegenstanders die kunnen folden, een raise maken. We kunnen de aas perfect representeren en spelen gedeeltelijk ook handen als AQ/AJ met dezelfde line. Hij zal zich vaak genoeg van een middelmatige pair ontdoen.
| » SAMENVATTING |
|
95% van het dagelijkse spel is ABC-poker. Toch moeten we het middel 'bluffen' in ons arsenaal opnemen, daar we zo extra potten kunnen winnen en onszelf bovendien moeilijker leesbaar maken. Wel moeten we die situaties om te bluffen zorgvuldig uitkiezen. Over het algemeen moet je jezelf afvragen of je een hand zinvol kunt representeren, of dat het waarschijnlijk is dat de tegenstander een zwakkere hand heeft en of hij inderdaad in staat is om te folden. Vooral op de laagste limieten is dit laatste punt niet vanzelfsprekend en word je ook door bottompairs gedowncalld - tegen zulke tegenstanders kun je niet winstgevend bluffen! Wanneer de tegenstander echter in staat is om ons op een sterke hand te zetten wanneer we sterk betten of raisen, dan moeten we onze uiterste best doen om een geloofwaardig 'verhaal' te vertellen, opdat hij gerust kan folden.
|