Bijgewerkt op 06 jul 26 door

Win ik de juiste potten?

» EXTRA MATERIAAL

Inleiding

Door: Thorsten77

Naast plezier proberen de meeste van ons ook winst uit het pokerspel te halen. Hiervoor zijn er twee mogelijkheden: aan de ene kant kun je meer potten winnen; aan de andere kant kun je proberen de potten die je wint zo groot mogelijk te maken en ondertussen de potten die je verliest klein te houden.

 

 

Het gaat niet om het aantal potten


Ik heb al kort nadat ik ben gaan pokeren een aantal boeken gelezen en voelde me bewapend: ik kende zowel de basisprincipes als ook de gevorderde moves om de tegenstander uit de hand te bluffen. Mijn devies voor maximalisering van de winst was dan ook heel eenvoudig: probeer zoveel mogelijk potten te winnen. Of door een goede hand, óf gewoon doordat je de tegenstander uit de pot bluft.

Deze denkwijze is echter een kapitale fout en heeft me gegarandeerd winst gekost. Ondertussen weet ik dat het er niet op aan komt dat je de meeste potten weet te winnen: het komt erop aan dat je belangrijke potten wint. In het artikel van vandaag bekijken we waarom de grootte van de pot zo belangrijk is. Binnenkort volgt dan een analyse van verschillende handen, aan de hand waarvan we belichten in hoeverre de actieve beïnvloeding van de potgrootte een rol speelt.

 

 

Het belang van de potgrootte

Toen ik enige tijd geleden een No-Limit-video van Stoxtrader bekeek, viel mij op dat hij heel anders te werk gaat bij het plannen van een hand. Zodra de eerste drie communitycards opgelegd worden heeft hij bij bijna iedere hand al gezegd wat voor pot hij hier wil spelen: moet dit een kleine, een middelgrote, of een heel grote pot worden? Pas daarna kamen de gedachten over alternatieve speelwijzen en de gekozen move.

Tot daartoe had ik weinig nagedacht over de geplande grootte van een pot. Het was me al duidelijk dat ik met een royal flush zo mogelijk om al mijn chips wilde spelen en met een hand als een highcard, zonder een kans op een goede hand niet veel wilde riskeren. Schijnbaar heeft de potgrootte echter een veel grotere betekenis.


Het centrale punt is dat je juist in No-Limit heel verschillende potgroottes tegenkomt. Laten we aannemen dat we met een stack van 100 BB spelen. We krijgen een speelbare hand in middle position en openen door naar 4 BB te raisen. Vaak nemen we de pot direct mee, daar alle tegenstanders hun hand wegleggen. We winnen daarmee de verplichte inzetten en dus 1.5 BB. Gedeeltelijk callt een speler ons en dan maken we op de flop over het algemeen een continuationbet, die onze medespeler ertoe aanzet om zijn hand weg te leggen. We winnen in dit scenario 5.5 BB. Dergelijke kleine winsten behoren tot de praktijk van alledag.


Nu bekijken we een anders scenario. Een tighte speler (oftewel hij speelt voor de flop relatief weinig handen - let er dus op dat je alleen goede handen speelt) in vroege positie opent met een 4 BB raise en we callen met een kleine pocketpair. Op de flop treffen we onze set. Een flush of een straight zijn niet mogelijk. De tegenstander bet 7 BB en we callen. De pot is nu 23.5 BB (1.5 BB van de blinds, 2*4 BB van de acties voor de flop en 2*7 BB van de acties op de flop). Op de turn komt een ongevaarlijke kaart en de tegenstander bet opnieuw, ditmaal 20 BB. We raisen naar 60 BB en hij callt. Op de river is de pot nu al 143.5 BB. De tegenstander checkt naar ons toe en we zetten onze overblijvende chips in. Hij callt, laat een overpair (AA) zien en we winnen met onze three-of-a-kind de hand.


Onafhankelijk van of de tegenstander hier goed of slecht heeft gespeeld — de hand laat zien hoe groot een pot kan worden. In dit voorbeeld hebben we om een pot van 201.5 BB gespeeld en 101.5 BB gewonnen. Wanneer we bijvoorbeeld vijftien keer een kleine pot verliezen, waarin we 5 BB hebben geïnvesteerd, maar slechts één keer een grote pot winnen zoals deze, maken we uiteindelijk tóch winst! Omgekeerd geldt ook: We kunnen de meeste potten winnen (bijvoorbeeld die vijftien kleine potten) en ondanks dat een sessie met verlies afsluiten, daar we die ene grote pot hebben verloren.

 


De gouden regel bij poker

 

Het komt er dus niet op aan dat je de meeste potten wint, maar vooral dat je de centrale potten wint. Uiteindelijk kun je een sessie terugbrengen naar enkele sleutelhanden - dat zijn de handen waarmee om een grote pot werd gespeeld. De winst of de verlies van deze handen bepalen het grootste deel van het resultaat.


Zodra een pot dus groot wordt (en dat kun je door je eigen acties natuurlijk mede bepalen) moet je er relatief zeker van zijn dat je de beste hand hebt. Met een marginale hand, zoals bijvoorbeeld een middlepair, moet je over het algemeen niet om een grote pot spelen. Hier geldt de volgende regel:


“Hoe beter de eigen hand is, des te groter moet de pot zijn waar je om speelt. Dus geldt ook: Hoe slechter de eigen hand is, des te kleiner moet de pot zijn waar je om speelt.”


We kijken nog een keer naar het tweede scenario van daarnet. We hebben op de flop onze set gemaakt. Dit is een heel sterke hand. Daar zowel een flush als een straight niet mogelijk waren, is de enige hand die ons verslaat eigenlijk een hogere set. Dit is echter heel onwaarschijnlijk en wanneer hij werkelijk een dergelijke hand heeft is dat pech en verliezen we alle chips. In de meeste gevallen liggen we echter voor en willen we uit onze sterke hand ook veel winst halen. Daarom probeer je hier om een grote pot te spelen.


Behandel je dezelfde hand vanuit het standpunt van de tegenstander, dan wordt diens fout duidelijk. Preflop heeft hij met AA een monster - er is geen hand die beter is. Op de flop kan dat echter snel veranderen. Hij heeft een overpair, wat een nette hand is. Toch zijn er veel handen die je kunnen verslaan. Zo kan de tegenstander bijvoorbeeld two pair of een three of a kind hebben. Het betten op de flop is een standaardmove en heeft ook zin.

De fout van de tegenstander is zijn actie op de turn. Op een relatief ongevaarlijke flop laat de tegenstander sterkte zien en toch laten we ons niet uit de hand verjagen. Dat moet hem te denken geven. In plaats van erover na te denken wat voor hand we kunnen hebben, bet hij opnieuw een groter bedrag en callt hij onze raise. De pot is daardoor groot geworden en onze tegenstander heeft slechts een pair (ook al zijn het azen - het is slechts een pair). Hij heeft zich door zijn speelwijze in een situatie gebracht waarin hij met een middelmatige hand om zijn hele stack speelt - dat was zijn fout, die hem heel veel geld heeft gekost.

 

» SAMENVATTING

Bij een gemiddelde sessie verlies ik meestal meer potten dan ik win. Toch win ik bij de meeste sessies. De reden hiervoor is dat ik marginale handen vaker wegleg wanneer de pot te groot wordt, maar daarvoor bij sterke handen probeer om een zo groot mogelijke pot op te bouwen. Ik kan er goed mee leven om af en toe de beste hand weg te leggen, wanneer ik daarvoor in situaties waar om een grote pot gespeeld wordt de favoriet ben.


Dit artikel moet jullie laten zien dat het er niet om gaat zoveel mogelijk potten te winnen. Het belangrijkste is de potten die je relatief zeker wint (daar je een sterke hand hebt) groot te maken en de potten waar je ook goed kunt verliezen (daar je een zwakkere hand hebt) klein te houden.