All-in in poker is de actie waarbij je al je chips die je voor je hebt liggen, je ‘stack’, in één keer in de pot schuift. Vanwege dit laatste wordt all-in gaan ook wel ‘shoven’ of ‘pushen’ genoemd en je zet met deze inzet dus ‘alles op alles’. Je wint óf de pot, óf je verliest en houdt niets meer over.
Nadat je all-in gegaan bent, neem je niet meer deel aan de inzetrondes in de hand, maar speel je wel mee tot aan de showdown, mits er ten minste één speler je all-in callt. De actie kan een strategische zet zijn, maar wordt ook veel gebruikt door spelers met weinig fiches (short stack). Met een laatste investering maken ze toch nog kans op winst.
In cash games kun je na een verloren all-in altijd meer chips bijkopen, maar in toernooien betekent het meestal het einde van je toernooileven. Dit maakt vooral in pokertoernooien de beslissing om all-in te gaan een van de zwaarste in het pokerspel.
All-in is belangrijk om drie verschillende redenen. Ten eerste kun je ertoe gedwongen worden wanneer je een kleine stack hebt. Een simpel voorbeeld maakt dit duidelijk:
Voor je heeft een tegenstander meer ingezet of geraised dan jij kunt callen met de chips die je nog hebt. In deze situatie is pre-flop all-in gaan vrijwel altijd winstgevend, omdat je de sterkst mogelijke starthand in poker hebt. Met je all-in maak je nog steeds kans op winst. Zou je folden, dan hou je nog steeds je kleine stack over, maar ben je die kans kwijt en feitelijk uitgespeeld.
Ten tweede oefen je met all-in in strategische zin maximale druk uit op je tegenstanders. Je dwingt ze te beslissen om mee te gaan en mogelijk al hun chips of een groot deel daarvan te verliezen. Deze psychologische druk kan zelfs ervaren spelers fouten laten maken, bijvoorbeeld door te folden met relatief sterke handen.
Bij pokertoernooien speel je in latere fases niet zozeer om potten en meer chips te winnen. Je speelt meer om in het toernooi te overleven en in het prijzengeld te raken. Als je tijdens een toernooi all-in gaat en je verliest, dan verlies je niet alleen je chips maar ook meteen je deelname. Deze dynamiek volgens het ‘Independent Chip Model’ (ICM) – waarbij de waarde van je chips gaandeweg het toernooi verandert – maakt de keuze voor een all-in nog complexer.
Op het moment dat een speler all-in gaat, maar met minder dan de volledige call na een inzet of raise, dan ontstaat er een aparte ‘side-pot’. Hierin spelen de spelers die na de all-in nog verder kunnen callen of inzetten met het volledige bedrag. De speler die all-in ging – en dus niet meer aan de inzetrondes deelneemt – kan alleen winnen wat tot de all-in in de ‘main pot’ zat. Een voorbeeld:
Je tegenstanders blijven echter callen en raisen, waardoor de side-pot bijvoorbeeld oploopt tot € 350 en de totale pot € 500 bedraagt. Als je nu van allebei je tegenstanders wint, ontvang je slechts de € 150 in de main pot. De overige € 350 in de side-pot gaat naar de speler die van je andere tegenstander wint, of die pot wordt verdeeld bij gelijkspel (split pot).
Als je ‘pot committed’ bent – letterlijk vertaald ‘gebonden aan de pot’ – dan heb je zoveel chips al in de pot zitten dat folden onrendabel wordt. Zelfs al heb je een marginale hand: als je al 80% van je stack ingezet hebt en je foldt, dan ben je dat kwijt. Mathematisch kan het beter zijn om met de resterende 20% volledig all-in te gaan en de showdown af te wachten. Vooral als je all-in beslissing een positieve waarde (+EV) heeft op de lange termijn, wat je bepaalt via de pot odds.
Pot odds spelen namelijk een essentiële rol bij all-in beslissingen: hoeveel moet je investeren (callen) om uiteindelijk wat te winnen (potgrootte). Een voorbeeld:
Je pot odds zijn hier € 50 / € 200 = 0,25 = 25%: je moet 25% van de tijd de hand winnen om met je all-in call break-even te spelen. Als dit percentage lager is dan je equity – de kans dat je de best mogelijke hand hebt of je hand kunt verbeteren – dan is all-in gaan de juiste beslissing. Met een equity hoger dan je pot odds heeft je beslissing een positieve ‘expected value’ (+EV), een winstgevende verwachte waarde op de langere termijn.
Andersom is een all-in wiskundig bij een lagere equity dan je pot odds een ‘EV’-call en daarom naar verwachting en op langere termijn niet winstgevend. Folden is dan beter. Deze mathematische overwegingen zijn fundamenteel bij all-in calls in toernooien en cash games.
Deze praktijkvoorbeelden geven je een idee in welke situaties, waarom en hoe spelers all-in gaan bij pokeren.
De river brengt de 6♠ – je mist je flush compleet. Er zit nu € 200 in de pot en je hebt nog € 150 over. Je tegenstander checkt. Dit is een ideaal moment voor een all-in bluf. Je gaat all-in voor € 150, wat een overbet is van 75% van de pot.
Deze all-in actie signaleert naar je tegenstanders dat je je hand hebt gemaakt. Veel tegenstanders met medium pairs of gemiste draws zullen hier folden, zelfs als ze je uiteindelijk zouden verslaan. De all-in maakt je bluf geloofwaardig en maximaliseert de fold equity. Als je slechts een kleine bet zou doen, nodigt dat uit tot een call in plaats van folden.
De flop komt A♦8♥3♠ – je flopt top set. Je tegenstander checkt, jij bet € 50 (ongeveer 70% van de pot), hij callt. De pot is nu € 172. De turn is de K♥. Hij checkt opnieuw, jij bet € 110, en hij callt weer. Nu zit er € 392 in de pot en je hebt nog ongeveer € 205 over. De river brengt de 2♣. Je tegenstander checkt voor de derde keer.
Dit is het perfecte moment om all-in te gaan voor je resterende € 205. Je hebt de nuts en je tegenstander heeft veel interesse getoond: al je bets werden gecalled. Een all-in maximaliseert je value tegen handen als two pair, sets, of top pair met top kicker. Door all-in te gaan in plaats van een kleinere bet te doen, maak je het moeilijker voor je tegenstander om weg te komen.
Met deze stack size en deze hand heb je twee opties: folden of all-in pushen. Callen is geen optie omdat je dan een groot deel van je stack investeert en vaak uit positie moet spelen na de flop. Limpen is evenmin een optie in modern toernooipoker.
Je gaat hier all-in voor al je 8000 chips. Dit geeft je twee manieren om te winnen: iedereen foldt en je wint de blinds en antes (2400 chips – een 30% toename), of je wordt gecalled en wint de hand. Met A♥J♦ heb je vaak de beste hand tegen handen die zullen callen (de calling range), zelfs als je wordt gecalled door een middenstack. Deze all-in pokerstrategie is essentieel voor short stack survival.