Na de flop - Je hebt voor de flop geraised
Inleiding
In dit artikel
- Speel made hands op de flop nooit passief.
- Maak continuationbets alleen op geschikte flops.
- Bluf nooit tegen meer dan twee tegenstanders.
Wanneer je voor de flop een sterke hand hebt en het spel van de tegenstander je tot nog toe het vermoeden geeft dat je de beste hand hebt, dan raise je. Maar ook een goede positie en weinig overgebleven spelers kan je ertoe brengen om met een minder sterke hand te raisen, bijvoorbeeld om de spelers in de blinds aan te vallen met een zogenaamde "blindsteal".
In dit artikel wordt de situatie behandeld waarin je preflop raiset en waarbij één of meerdere spelers callen. Wordt na jou opnieuw geraised, dan krijg je een compleet andere situatie. Hoe je dan verder gaat kun je in de andere artikelen vinden.
|
Je bent MP2
|
|
![]() |
|
Je bent de CO
|
|
![]() |
Als zogenaamde preflopagressor bevind je je in een bijzondere situatie en is je aanpak anders dan wanneer je preflop een raise callde, of wanneer er helemaal geen raise was.
In de volgende hoofdstukken zul je leren:
- hoe je de sterkte van je hand vaststelt;
- wat een continuationbet is en wanneer je die speelt;
- welke invloed de communitycards en de tegenstanders hebben;
- hoe je op flop, turn en river speelt.
Let er goed op dat een artikel alleen niet voldoende is om dit complexe thema volledig te bestrijken. Als gevolg van je agressieve speelstijl zul je vaak als preflopagressor de inzetrondes na de flop ingaan. Hier op de juiste manier spelen is een absolute must.
Gebruik daarom ook het andere studiemateriaal van PokerStrategy.com, de materialen voor gevorderden. de video's, andere strategie-artikelen, coachings en natuurlijk het forum, om zo je kennis zo goed mogelijk uit te breiden en te funderen. Alleen op die manier zul je ook op de hogere limieten langdurig succes hebben.
DOWNLOADS
Hoe sterk is je hand?
Bij je eerste blik op de flop geldt aanvankelijk je hand en de vraag wat je kaarten waard zijn. AK is preflop een sterke hand, maar kan op een minder mooie flop snel aan waarde verliezen.
In principe kunnen de mogelijke handen in vijf categorieën worden ingedeeld, waarbij deze niet strikt gescheiden zijn, maar vloeiend in elkaar overgaan.
De vijf categorieën zijn:
- Waardeloze handen
- Zwakke draws
- Sterke draws
- Middelsterke made hands
- Sterke made hands
Dit zijn de handen die de flop compleet hebben gemist, zoals bijvoorbeeld een klein paar dat hogere kaarten op de flop krijgt, maar ook sterke starthanden als AK en KQ die de flop hebben gemist en nu alleen nog maar overcards zijn.
|
Je bent de CO
|
|
![]() |
|
Je bent de CO
|
|
![]() |
In deze categorie vallen alle handen die weinig potentieel hebben om de showdown te winnen en ook weinig mogelijkheden bieden om te verbeteren. Dit zijn handen als gutshot-straightdraws, kleine pairs of overcards met backdoordraws (een draw die op de turn en river niet één, maar twee perfecte kaarten moet treffen).
|
Je bent de CO
|
|
![]() |
|
Je bent de CO
|
|
![]() |
Onder sterke draws tellen alle handen die weliswaar nog geen noemenswaardige made hand maken, maar wel goede vooruitzichten hebben om er een te worden. Dit zijn flushdraws, open-ended straightdraws (OESD) en ook de zogenaamde "combidraws", zoals een klein pair + een flushdraw of OESD, of een flushdraw + straightdraw.
|
Je bent MP2
|
|
![]() |
Deze titel kan een beetje verwarrend zijn. Tot de middelsterke handen behoren in een geraisede pot, alle relatief sterke made hands die ook een showdown kunnen winnen. Dit zijn eigenlijk alle sterke pairs. Dat kan een top-pair met goede kicker zijn, maar ook een overpair.
Ze zijn sterk, maar niet onkwetsbaar en kunnen worden ingehaald. Wanneer dat gebeurt lig je vaak hopeloos achter, zoals wanneer je een overpair hit terwijl er een flushdraw aankomt.
|
Je bent MP2
|
|
![]() |
|
Je bent de CO
|
|
![]() |
In deze categorie vallen de werkelijke monsters. Dit begint bij de two pairs, gaat via de three of a kinds en straights verder naar de royal flush. Uiteraard komt het bij het bepalen van je handsterkte ook aan op de communitycards en het aantal tegenstanders. Een sterke made hand houdt in dat je waarschijnlijk de beste hand hebt en dat hij moeilijk te verslaan is.
Hoe speel je op de flop?
Op de flop leg je de hoeksteen voor de gehele verdere hand. In dit hoofdstuk leer je:
- wat een continuationbet is;
- welke flops en tegenstanders daarvoor geschikt zijn;
- hoeveel je inzet;
- wat je doet, wanneer iemand voor je bet;
- wat je doet wanneer je continuationbet geraised wordt.
Een continuationbet is een inzet die de getoonde agressie van de vorige inzetronde voortzet. Je hebt preflop geraised, de flop wordt gedeeld en jij bet opnieuw. Dat is een continuationbet, afgekort: contibet.
In principe kan een inzet drie motieven hebben:
- Je wilt alle spelers laten folden en de pot direct winnen.
- Je hebt een made hand en wilt hem tegen draws beschermen. Dit noemt men protection.
- Je hebt een made hand en wilt geld halen uit slechtere handen van tegenstanders. Dit noemt men valuemaximalisatie.
|
Je bent MP2
|
|
![]() |
|
|
Je bent de CO
|
|
![]() |
|
Deze speelwijze ken je vast al uit je eigen speelpraktijk, uit pokervideos of van de televisie. De continuationbet op de flop nadat je preflop hebt geraised, is een basismove.
Het kan een bluf zijn, maar kan ook met een sterke hand worden gedaan. Dit houdt in dat je zeer regelmatig een contibet zult zetten, ook wanneer je niets hebt getroffen. Natuurlijk zijn niet iedere flop en tegenstander daarvoor geschikt.
Wanneer een tegenstander zelden op de flop opgeeft is de contibet als bluf zinloos. Wanneer de flop veel handen zal verderhelpen is de contibet als bluf eveneens nutteloos. Er zijn goede en slechte flops voor een continuationbet als bluf.
Regel 1: Heb je een goede made hand, een top-pair of beter, dan maak je altijd een continuationbet. Je missie is: pot opbouwen en hand beschermen.
Regel 2: Heb je een sterke draw, dan maak je tegen één tegenstander altijd een continuationbet. Dit is een soort bluf, een "semi-bluf". Je kunt winnen door de tegenstander uit de hand te duwen, maar ook door te verbeteren met een van de komende communitycards.
Het blijft echter nog steeds een bluf en die is alleen dan winstgevend wanneer hij ook als dusdanig functioneert, namelijk dat je tegenstander meteen opgeeft. De mogelijkheid van een sterke hand alleen is niet genoeg voor de bluf. Daar is de kans weer niet goed genoeg voor, tenzij je een monsterdraw hebt.
Bij veel tegenstanders, of bij tegenstanders die erg moeilijk hun handen opgeven, daalt de kans dat ze allemaal folden. Alleen wanneer jij de mogelijkheid ziet (goede flop + juiste tegenstanders) dat ze ook allemaal meteen zullen folden kun je ook tegen meerdere tegenstanders een contibet plaatsen.
Is dat niet het geval, dan speel je jouw draw naar de pot-odds zoals je het hebt geleerd in de artikelen over pot-odds en implied pot-odds. Je checkt, en je kijkt of iemand anders bet, en voor welke prijs of pot-odds je de turnkaart kunt zien.
Regel 3: Heb je een zwakke draw, een zwakke made hand of helemaal niets, dan is je continuationbet een bluf. Bluffen tegen meerdere tegenstanders of tegenstanders die maar zelden kunnen scheiden van hun kaarten, is geldverspilling. Over het algemeen komt een bluf met een zwakkere of waardeloze hand sowieso pas in beeld bij maximaal twee tegenstanders.
Dit laatste zul je vaak tegenkomen. Je hebt preflop geraised, een of twee spelers callen, maar je treft niet echt iets op de flop. De vraag is nu of bluffen lonend is. Dit hangt af van de communitycards en de speelstijl van je tegenstanders.
Wanneer je naar de communitycards kijkt, moet je twee vragen beantwoorden:
- Kunnen je tegenstanders geloven dat je iets getroffen hebt?
- Kunnen je tegenstanders hier zelf iets getroffen hebben?
Iedere flop waarbij je de eerste vraag kunt beantwoorden met "ja" en de tweede met "nee", is een goede flop voor een continuationbet. Geschikt zijn flops met hoge kaarten zoals koning, vrouw en aas. Daar je preflop geraised hebt heb je zelf vaak hoge kaarten. Het is geloofwaardig wanneer je nu met een inzet een hoog paar representeert.
|
|
|
Zoals je ziet helpt een goede flop voor een bluf-contibet slechts weinig handen verder. Hij biedt dus weinig mogelijkheden voor draws of sterke made hands. Op een goede flop kun je een sterke hand representeren terwijl je tegenstander zelden de kaarten heeft om je bluf te breken, zelfs wanneer hij er zeker van is dat je bluft.
Op de eerste flop is de OESD met 43 de enig mogelijke sterke draw. Er zijn ook niet veel sterke made hands mogelijk. Er zijn een paar combinaties van two pairs mogelijk (52, K5, K2), maar daar je tegenstander preflop een raise callde is dit erg onwaarschijnlijk. Een three of a kind vijven of tweeën of een top-pair koningen zijn de enige zinnige sterke handen die je tegenstander getroffen kan hebben. Dat is niet bepaald veel en hij zal bij de eerste flop dus zelden een hand hebben om verder te kunnen spelen.
Ook de tweede flop volgt dit patroon. Er zijn helemaal geen sterke draws mogelijk en met de aas en de koning kun je geloofwaardig een goede hand presenteren. Het zal voor je tegenstander moeilijk zijn om een goede made hand te treffen, en draws zijn niet mogelijk.
Dit geldt ook voor het derde voorbeeld. Het verschil hier is dat je nauwelijk meer kunt representeren dan een pair vrouwen of boeren. Je tegenstander zal je minder vaak een goede hand afbetalen. Aan de andere kant heeft deze flop waarschijnlijk geen enkele hand getroffen.
Zou de tegenstander je op een bluf zetten, dan is dat één ding. Een andere zaak is dat hij veel te zelden de kaarten heeft om er geld uit te trekken. Hij kan meestal nauwelijks meer doen dan zelf bluffen en je inzet raisen. Bij agressieve spelers zie je vaker dat ze een dergelijke flop aanvallen. Daarom loont een continuationbet hier niet wanneer je tegenstander agressief is en dit preflop spel (pair en ongecoördineerd) voor een tegenbluf weet te gebruiken.
|
|
|
Alle drie de bovenschriften zeggen "drawheavy". Wanneer dat het geval is, komt een contibet eigenlijk alleen nog in beeld wanneer je slechts één tegenstander hebt.
In het eerste voorbeeld kun je nauwelijks een sterke hand representeren. Bovendien levert deze flop veel handen een reden om door te spelen. Je zult 98, 87, 76, 65, 54, 43, 88, 77, 66, 55, 44 en elke flushdraw niet tot folden kunnen dwingen. Dit zijn handen waarmee een tegenstander graag een preflopraise zal callen. Een pair negens, een pair tienen, er zijn nog meer combinaties denkbaar die niet zullen opgeven.
Je kunt niets representeren en je tegenstander heeft maar al te vaak iets speelbaars getroffen. Dit zijn twee redenen om op deze flop alleen tegen een geschikte tegenstander geld in een bluf te investeren.
Dit geldt ook voor de andere twee voorbeelden. De flops helpen veel handen verder. Je tegenstander kan al two pair of een gemaakte straight hebben. Hij kan een straightdraw of flushdraw getroffen hebben of een pair met een gutshot. Natuurlijk kan hij de flop ook gemist hebben, maar te vaak is het tegendeel het geval. Zie je dergelijke communitycards, dan is het meestal tijd om op te geven en te wachten op een betere gelegenheid.
|
|
|
Vaak is deze flop niet ideaal voor een continuationbet, maar er ook niet onbruikbaar voor. Het ligt ergens in het midden. Je kunt geloofwaardig een sterke hand representeren, maar aan de andere kant kunnen je tegenstanders ook goed hebben gehit.
De drie voorbeelden hierboven tonen dergelijke flops. Op deze flop zou je twee dingen niet moeten doen:
- Altijd een continuationbet plaatsen.
- Nooit een continuationbet plaatsen.
Het hangt af van de tegenstanders. Wat kunnen ze hier getroffen hebben? Wat kunnen ze daarvan folden? Met welke kaarten zouden ze een inzet callen en hoe gemakkelijk geven ze op na een continuationbet? Dit zijn flops waarvoor geen gegarandeerde oplossing bestaat. Zie bij twijfel liever af van de inzet.
Er zijn verschillende types tegenstanders en de meesten reageren verschillend op een continuationbet. Je kunt vier grove basistypes onderscheiden:
- Loose-passive
Loose spelers hebben moeite met het wegleggen van hun handen. Je kunt dan ook beter niet tegen ze bluffen. De loose-passive speler herken je aan het feit dat hij zelden agressief spelgedrag vertoont. Hij bet of raiset zelden, maar callt veel bets. Bluf niet tegen hem, maar probeer een goede hand te treffen. Dan blijf je vuren, want ze callen veel van je inzetten.
- Loose-aggressive
Loose-aggressive-spelers (LAG) kunnen ook moeilijk opgeven, maar spelen agressief. Ze bluffen bijvoorbeeld vaker. Zo zullen ze bijvoorbeeld een flop met een pair, zoals hierboven, zien als mogelijkheid voor een aanval. Bluf dus niet tegen dit type tegenstander. Je wint je geld van hem door een sterke hand te spelen en die te laten uitbetalen. Geef kleine potten tegen hem op en win groot wanneer je eenmaal treft.
- Tight-passive
Tight-passive spelers zijn ideale tegenstanders voor een blufcontibet. "Tight" betekent dat ze maar weinig handen spelen. Ze geven snel op en tonen ook alleen agressieve moves wanneer ze werkelijk sterke kaarten hebben. Tegen hen maak je vaak een continuationbet. Wanneer die niet lukt, dan weet je meteen waar je staat.
- Tight-aggressive
Tight-aggressive (TAG) is ook de speelstijl die jij speelt. Ze spelen meestal sterke handen en proberen marginale situaties uit de weg te gaan. Daarom kun je tegen hen ook bluffen. Je bent "blufbaar", iets wat je positief moet zien. Was je het niet, dan deed je iets niet goed. Goede spelers moeten blufbaar zijn.
Tegen zogenaamde "TAG's" kun je ook veel flops aanvallen, al is het niet zoveel als bij de tight-passive. Dit geldt in het bijzonder wanneer de betreffende speler op meerdere tafels tegelijk speelt. Daardoor zal hij vaak zijn standaardspel spelen en opgeven op iedere flop die hij niet heeft getroffen.
Een continuationbet als bluf loont zich meer naarmate de tegenstander tighter is en hogere eisen stelt aan zijn hand om verder te spelen. Loose-aggressive tegenstanders zijn de slechtste doelen voor deze speelwijze. Vooral op de lagere limieten, waar je vaak ook mensen tegenkomt die totaal niet weten hoe ze moeten pokeren, geldt het devies: bluf nooit tegen iemand die niet kan opgeven.
Zie ook af van een blufcontibet wanneer je tegenstander nog maar een kleine stack heeft. Hij is óf een slechte speler, óf een shortstackstrateeg en beide types zullen nog maar zelden folden. Hoe minder geld je tegenstander overheeft, des te zeldzamer zal je bet functioneren. Spelers met kleine stacks voelen zich snel potcommitted.
Let er ook op of de speelwijze van een tegenstander voor en na de flop verschilt. Er zijn spelers die preflop erg voorzichtig te werk gaan, maar vanaf de flop wisselen van tight naar loose en bijna nooit folden op een contibet. Andere veel voorkomende spelers maken preflop nauwelijks aanspraak op hun kaarten en willen gewoon steeds de flop zien. Hebben ze niets getroffen, dan folden ze. Deze tegenstander is voor jou een goede, want hij speelt met zoveel slechte kaarten dat hij vaak op de flop niets heeft.
Nu heb je alle benodigde informatie om je beslissing te nemen. Deze informatie moet je nu nog uitwerken.
Allereerst de simpele gevallen. Je hebt een middelsterke tot sterke made hand, top-pair met goede kicker of beter. In dit geval maak je altijd een continuationbet, onafhankelijk van het aantal tegenstanders en hun speltype. Je hand is vaak de beste of heeft goede kansen om te verbeteren.
Met sterke draws bet je tegen één tegenstander altijd. Tegen twee ook nog vaak. Bij meer tegenstanders komt het sterk aan op de communitycards en de manier van spelen van je tegenstanders of een inzet nog loont. Je doet het alleen wanneer er een goede kans bestaat dat alle tegenstanders op je inzet zullen folden.
Moeilijker wordt het wanneer je alleen een zwakke draw hebt, of alleen een klein pair of zelfs helemaal niets. Je hand rechtvaardigt geen bet en ook een bluf moet vaak werken om winstgevend te zijn. Kijk daarom goed naar de flop en je tegenstanders:
- Veel tegenstanders - je bet niet.
- Erg drawheavy flop - je bet niet.
- Een loose tegenstander die iedere bet callt - je bet niet.
Een goeder speler maakt normaal tussen de 65% en 75% continuationbets. Heb je positie op je tegenstanders, dan zul je wat vaker een contibet plaatsen. Gemiddeld maakt een goede speler maar met een kwart tot een derde van de kaarten waarmee hij had geraised, geen contibet. De andere 65% tot 75% zijn pure blufs en de handen waarmee hij wel iets speelbaars heeft getroffen.
Heb je maar één tegenstander, dan zou je bijna altijd contibetten, tenzij hij loose is en maar zelden een hand op de flop al opgeeft. Tegen twee tegenstanders moet de flop er al goed uitzien om een contibet in overweging te nemen. De tegenstanders moeten in staat zijn om te folden en op te geven. Hoe je dat beoordeelt heb je al geleerd.
Ter oefening zijn hier vier voorbeelden, waarin je kunt beslissen of je wel of niet een continuationbet zou plaatsen.
|
Je bent de BB
|
|
![]() |
|
De oplossing is niet moeilijk. Je bet in ieder geval. Je hand is sterk, maar moet ook beschermd worden. Je wilt van slechtere handen geld in de pot krijgen en de flushdraw een slechte prijs laten betalen voor de turncard.
Zou je in dit voorbeeld echter géén goede hand hebben gehad, dan zou je afzien van een contibet. Drie tegenstanders op een relatief drawheavy flop zijn een goede reden om geen geld meer te investeren in slechte of middelmatige kaarten.
|
Je bent de BB
|
|
![]() |
|
Je hebt weliswaar geen made hand getroffen, maar wel een sterke draw. Aan de ene kant heb je zicht op een flush en aan de andere kant ook op twee overcards, die je nog een goed top-pair kunnen geven. Zelfs tegen drie tegenstanders is een contibet een must.
|
Je bent MP2
|
|
![]() |
|
Dit is een grensgeval. Weet je van een van de tegenstanders dat hij wat loose is, dan geef je hier op. Weet je dat niet of geloof je dat beide tegenstanders eerder tight zijn, dan kunt je ook betten. De flop ziet er goed uit en je hebt nog een paar outs op een goed top-pair met de aas en de koning.
|
Je bent MP2
|
|
![]() |
|
Op deze flop kun je beter opgeven. Zijn je beide tegenstanders niet extreem tight, dan loont een bluf-contibet totaal niet. Veel handen hebben hier iets getroffen en je kunt nauwelijks iets representeren. De kans dat beide spelers opgeven daalt op een dergelijke flop dramatisch.
Heb je gekozen voor een bet, dan heb je nog de vraag hoe groot hij moet zijn.
Over het algemeent geldt:
- Hoe slechter de flop er uitziet en vooral hoe meer draws er liggen, des te meer bet je.
- Hoe meer tegenstanders je hebt, des te meer bet je.
Je inzet moet altijd liggen tussen een halve en een hele potgrootte. Een goede richtlijn is 2/3 pot. Bij twee tegenstanders en een mogelijke flushdraw op de flop kun je ook gerust een potsize bet plaatsen, om daarmee je hand zo goed mogelijk te beschermen (je zult in deze situatie nauwelijks bluffen).
Bij één tegenstander en een erg onschuldige flop kan een contibet ter hoogte van een halve pot al genoeg zijn. In dit geval hoef je de hand nauwelijks tegen draws te beschermen en wordt een eventuele bluf goedkoper. Hij hoeft ook minder vaak te functioneren.
|
Je bent de CO
|
|
![]() |
|
In dit geval is een inzet van een halve pot voldoende. De flop is ongevaarlijk ("droog") en je zou een eventuele made hand nauwelijks hoeven te beschermen. Je kunt dus ook met een kleine inzet goed een aas representeren. Je bluf wordt gunstiger en je hoeft minder vaak succes te hebben.
Zonder aas, of misschien nog een zeven, kan je tegenstander nauwelijks verderspelen. Bovendien heb je positie op hem. Vaak zal hij moeten opgeven.
|
Je bent de BB
|
|
![]() |
|
Dit voorbeeld ken je al. Hier heb je een duidelijke continuationbet. Daar je hand kwetsbaar is, de flop een sterke draw mogelijk maakt en je drie tegenstanders hebt, waarvan twee met positie op jou, moet je inzet groot zijn, Hier bet je dus ongeveer de hele pot.
|
Je bent MP2
|
|
![]() |
|
We hebben al gezegd dat de contibet in dit voorbeeld een grensgeval is. Je kunt hem ook gerust weglaten. Wanneer je hem wel maakt, dan is een standaardbet van 2/3 pot het meest geschikt.
Uiteraard is het niet altijd zo dat alle tegenstanders voor je checken en je dan in alle rust kunt overleggen of je wel of niet een continuationbet maakt. Het komt ook voor dat een tegenstander vóór jou iets bet. Dit noemen we een "donkbet". Hoe je daarmee omgaat hangt af van de hoogte van die bet.
- Je hebt één tegenstander en hij bet weinig, in verhouding tot de pot (vaak 1-3 BB).
Deze bet geeft meestal een zwakke tot matige hand weer. Heeft je tegenstander een erg kleine stack (minder dan 2,5 keer de pot), dan loont een bluf niet. Hij voelt zich meestal potcommitted en zal nauwelijks nog iets opgeven. In dit geval speelt je alleen made hands en sterke draws verder en raiset daarmee.
Heeft je tegenstander een middelgrote tot grote stack, dan kun je vaak ook met zwakkere handen raisen. Hij mag natuurlijk niet al te loose zijn en je moet er zeker van zijn dat hij zoiets niet doet om een raise uit te lokken. Bij een tight-aggressive-speler waarbij deze manier van spelen niet standaard is, kan een kleine inzet ook een val zijn.
- Je hebt één tegenstander en hij bet relatief hoog
In dit geval zou je met sterke draws en made hands vanaf top-pair met hoge kicker raisen en de rest folden.
- Je hebt meerdere tegenstanders
Bij meerdere tegenstanders zijn blufs niet meer aan de orde. Over het algemeen raise je met sterke made hands en sterke draws. Met zwakke draws en middelmatige made hands (zwak top-pair of een middlepair) kun je vaak een kleine inzet nog callen, maar heb je niets getroffen dan fold je.
Moeilijker wordt de situatie wanneer vóór je een tweede speler nog raiset. In dit geval zijn meestal alleen sterke made hands vanaf two pair en sterke combidraws (vooral flushdraw+OESD) nog goed winstgevend te spelen. na een inzet en een raise kun je ook top-pairs en zelfs een overpair azen folden. Het hangt natuurlijk van de spelers en de communitycards af.
De tweede speler toont veel sterkte. Wanneer hij erg agressief is hoeft dat nog niet veel te betekenen. Zijn er veel draws mogelijk? Kan hij zwakkere handen dan die van jou hebben, die er voor hem zo goed uitzien dat hij actie onderneemt?
|
Je bent de CO
|
|
![]() |
|
Hier kun je op de flop de kleine bet zonder problemen raisen. De speler in de big blind toont zwakte met deze manier van spelen en je hebt nog de aas achter de hand als verzekering. Je kunt altijd nog op de turn een flush- of straightdraw oppikken.
|
Je bent de CO
|
|
![]() |
|
Dezelfde situatie, maar de inzet van je tegenstander is hoger. Hierop kun je folden. Een hoge bet toont hier meer kracht en veel speler doen zoiets met een top-pair en hier misschien ook met 88 of A9. Een bluf zou je bovendien teveel kosten, dus dat loont niet.
|
Je bent de CO
|
|
![]() |
|
In dit afsluitende voorbeeld bet de speler op de big blind weliswaar weer relatief weinig, maar het aantal tegenstanders is gestegen. Je hebt niets getroffen en moet folden. Een bluf tegen twee tegenstanders heeft weinig kans en zou geldverkwisting zijn.
Een andere situatie die je vaker tegenkomt, is die waarin je weliswaar je contibet maakt maar vervolgens door een speler wordt gereraised.
Het zal duidelijk zijn dat je dan alle waardeloze handen, low- en middlepairs en zwakke draws weglegt. Met sterke combidraws, flushdraw + OESD, flushdraw + pair, waarmee je mogelijk drawt naar de nutflush of nutstraight, speel je agressief verder. Wanneer je meer dan twaalf zuivere outs denkt te hebben ga je na een raise all-in.
Heb je alleen een enkele flushdraw, OESD of dubbele gutshot, dan kun je de raise onder bepaalde omstandigheden callen. Dit hangt er van af hoe hoog de raise is. Daarmee zijn we weer bij het thema pot-odds en implied pot-odds aangekomen.
Over het algemeen kun je er van uitgaan dat je op de turn nog ongeveer de helft van de turnpotten zult winnen wanneer je de draw hit. Als vuistregel geldt daarom: Je kunt de raise callen wanneer je niet meer dan 3/4 van de actuele pot (inclusief alle inzetten en de raise van de tegenstander) hoeft te betalen.
Bij passieve tegenstanders waarbij een raise veel sterkte aangeeft, of bij erg slechte tegenstanders, kun je er van uitgaan dat je in latere inzetrondes nog meer geld zult winnen. Daarom kun je tegen hen ook een inzet ter hoogte van de hele pot callen.
Heb je een made hand vanaf een top-pair, dan is de flop interessant. Zijn er veel mogelijkheden voor flush- of straightdraws, dan zou je met je erg sterke handen meteen reraisen. Op onschuldige flops kun je ook alleen callen om daarmee je tegenstanders in de pot te houden wanneer hij bluft of een zwakkere hand heeft.
Zwakkere handen, zoals een top-pair met een middle-kicker, kun je na een raise meestal folden zolang je tegenstander niet erg agressief is.
|
Je bent UTG1
|
|
![]() |
|
Geen gemakkelijke situatie. De flop biedt meerdere drawmogelijkheden en je tegenstander kan ook een top-pair koningen hebben. Daarom kun je beter raisen. De raise was zo groot dat je vaak potcommitted bent, dus je kunt beter meteen all-in gaan.
|
Je bent de CO
|
|
![]() |
|
Je hebt een hoge flushdraw en een OESD. In totaal heb je vijftien outs en een hand die erg waarschijnlijk de beste zal zijn. Op de raise zou je direct all-in gaan. Zelfs wanneer de speler in de button je all-in altijd callt en nooit foldt, speel je winstgevend doordat je draw zo sterk is.
|
Je bent de CO
|
|
![]() |
|
Nu ziet de situatie er al anders uit. Je hebt weliswaar een top-pair met erg goede kicker, maar op deze flop zijn veel handen denkbaar waar je al op achter ligt - two pairs, een Three of a kind, een made straight of een flush, misschien ook AT met de klaverenaas.
Zelfs wanneer je nog de beste hand hebt, heeft je tegenstander zoveel mogelijkheden om je in te halen, dat je gewoon niet verder kunt spelen. Misschien herinner je de eerste regel nog: grote potten voor sterke handen, kleine potten voor zwakke handen. De pot is groot en je hand te zwak, dus is verderspelen niet winstgevend.
Hoe speel je op de turn?
Op de turn moet je de hand opnieuw waarderen. Blijft hij sterk, kun je verbeteren of is hij nu waardeloos? Kan een tegenstander op de turn misschien een draw van hebben getroffen?
- Met sterke made hands speel je aggressief verder.
- Heb je op de flop gebluft, dan geef je op de turn op.
- Heb je een sterke draw, dan kun je bij één tegenstander agressief verder spelen, bij meerdere tegenstanders alleen passief.
- Met sterke pairs bet je, maar je kunt bij ongevaarlijke communitycards ook checken en een inzet callen.
- Komt er een mogelijke draw aan, dan wordt je voorzichtiger. Met goede made hands zonder veel kans op verbetering, zou je eerder betten en bij een raise opgeven.
- Bet een tegenstander vóór jou, dan raise je alleen met werkelijk sterke handen en bluf je niet.
Is je hand nog steeds sterk, zoals two pair of beter, dan speel je agressief door. Is een draw voor een betere hand aangekomen, dan moet je overwegen of je liever bet en vervolgens na een raise foldt, of liever checkt en een bet van de tegenstander callt.
|
Je bent MP2
|
|
![]() |
|
|
Op de turn heb je nog steeds de bestmogelijke hand, maar er zijn wel flush- en straightdraws mogelijk. Je moet je three of a kind verder beschermen en wilt natuurlijk ook geld in de pot krijgen. Daarom bet je.
|
Je bent MP2
|
|
![]() |
|
|
Er komen weliswaar een flushdraw en een straightdraw aan, maar zelfs daartegen heb je nog een aantal winkansen voor een full house op de river. De tegenstanders hoeven niet altijd de flush of een straight te hebben. Wel hebben ze nu met een enkele hartenkaart al een flushdraw.
Je kunt nog goed voorliggen, maar moet je hand beschermen. Zou je achter liggen, dan heb je nog tien outs voor een full house of quads.
Een zo sterke combinatie van een sterke made hand en sterke draw kun je hier niet passief spelen. Er zijn te veel slechtere handen die een bet callen, en je zult nog vaak genoeg winnen, zelfs wanneer je op dit moment achter ligt.
Heb je op de flop gebluft, dan zou je op de turn opgeven, want met zwakke draws en waardeloze handen loont verderspelen niet. Een bluf wordt te duur en functioneert te zelden.
|
Je bent de CO
|
|
![]() |
|
|
Duidelijke zaak! Op de flop heb je gebluft en dat heeft niet gewerkt. Je hand heeft zich op de turn niet verbeterd, dus geef je op. Nu nog eens betten werkt vaak, maar met een bluf zou je alleen kunstmatig een pot opbouwen. Dat is een speelwijze die je jezelf nooit moet aanleren.
Heb je een sterke draw, dan kun je tegen meerdere tegenstanders niet winstgevend agressief spelen. Je checkt en kijkt of er iemand bet. Gebeurt dat, dan kun je de pot-odds berekenen en zo vaststellen of een call loont, of dat je beter kunt folden.
Tegen slechts één tegenstander kan een bet nog lonen. Dit kan alleen wanneer er een goede kans bestaat dat hij daarna opgeeft. Is dat niet het geval, dan moet je de draw eveneens passief spelen en misschien opgeven.
Ook wanneer je hand er goed uitziet komt er nog maar één communitycard Je kans om je draw te completen is dus sterk geslonken.
|
Je bent de CO
|
|
![]() |
|
|
Op de flop heb je gebluft en op de de turn krijg je een flushdraw. Daar de communitycards ook niet echt veel sterke handen mogelijk maken kun je hier op de turn nog eenmaal bluffen.
Pairs bieden twee mogelijkheiden:
- Je bet, maar foldt wanneer er geraised wordt
Op de flop kan een raise ook een draw of een bluf zijn. Op de turn geeft een raise -zeker op de lage limieten- vaak een erg sterke hand aan. Een uitzondering kom je tegen bij duidelijke loose-aggressive-spelers, de zogenaamde "maniacs". Deze zijn zo agressief dat ze ook op de turn vaak met slechtere made hands, draws of zelfs pure blufs raisen. Tegen zulke spelers zijn een overpair of top-pair met hoge kicker altijd nog speelbaar, zolang er tenminste geen sterke draws zijn aangekomen.
- Je checkt
Heb je positie op je tegenstanders en checken ze, dan kun je eveneens checken. Je "checkt behind". Op de river kun je dan een eventuele bet callen. Heb je geen positie, dan check je en call je een bet. Op de river moet je dan opnieuw beslissen.
|
Je bent de CO
|
|
![]() |
|
|
Betten heeft vooral zin wanneer je tegenstanders positie op je hebben of wanneer je geen gratis rivercard wilt weggeven. In dit voorbeeld is weliswaar de flushdraw aangekomen, maar je tegenstander hoeft die niet per se te hebben. Iedere hartenkaart geeft hem echter wel een flushdraw.
Je moet dus betten om je hand daartegen te beschermen. Raiset je tegenstander, dan kun je er van uitgaan dat je verslagen bent en dus folden. Deze speelwijze zou je ook kiezen wanneer de flush op de turn niet zou zijn aangekomen, maar de turn bijvoorbeeld een klaveren tien was. Raiset je tegenstander, dan kun je eveneens opgeven.
|
Je bent MP2
|
|
![]() |
|
|
De beste manier om bij deze turnkaart te spelen is te betten en na een raise te folden. Je tegenstander zal te zelden met een slechtere hand dan die van jou raisen. Je kunt ook niet checken, want zelfs een hand als 2

Callt je tegenstander je inzet alleen, dan fold je op de river of maak je een kleine bet en fold je na een reraise achter jou.
|
Je bent de CO
|
|
![]() |
|
|
Deze speelwijze kun je toepassen wanneer er geen noemenswaardige draws mogelijk zijn en je in positie bent. In het voorbeeld laten de communitycards wel een gutshotdraw als mogelijkheid over, maar je hoeft je hand op deze turn niet te beschermen.
Wanneer je checkt gebeurt het volgende:
- Heeft je tegenstander een betere hand, dan betaal je hem daar weinig voor. Je houdt de pot klein.
- Heeft je tegenstander een slechtere hand, misschien een gutshot, een slechter pair azen, een pair achten of een ander pair, dan zal hij vaak folden na jouw bet. Check je, dan ziet hij dat als zwakte en kan hij op de river nog betten als bluf of omdat hij gelooft de betere hand te hebben. Bet hij niet, dan zal hij misschien eerder een bet van jou callen.
Een speciale situatie ontstaat wanneer op de turn een draw van de flop compleet wordt. Lagen er op de flop bijvoorbeeld twee kaarten van één soort en op de turn komt de derde, dan moet je de hand opnieuw overdenken. Het is goed mogelijk dat je tegenstander je nu heeft ingehaald. Hier is het vaak ook een optie om met iets sterkere handen, die geen verbeteringsmogelijkheden meer hebben, te betten en op een eventuele raise te folden.
Met handen die zich nog kunnen verbeteren, zoals een pair met een sterke flushdraw, kun je checken en een bet callen wanneer je geen positie hebt, of checken en op de river een bet callen wanneer je wel positie hebt.
Wanneer je tegenstander op de turn bet voordat jij aan de beurt bent, dan zou je alleen nog moeten raisen met echt sterke made hands, zoals goede two pairs en beter. Kwam er een draw voor een betere hand aan, dan zou je eventueel ook niet meer raisen, maar gewoon callen. Uitzondering is hier wanneer je een three of a kind hebt en er een flush of een straight is aangekomen.
Hoe speel je op de river?
Op de river komt opnieuw de vraag naar voren hoe sterk je hand is. Een van de eerste blikken laat al zien of er een bepaalde draw is aangekomen die je tegenstander gemakkelijk geholpen zou kunnen hebben. Heb je een sterke made hand vanaf two pair en is de kans groot dat je nog voorligt, dan kun je agressief verderspelen.
Heb je alleen een top-pair of overpair en daarmee gebet op de flop en turn, dan zou je af moeten zien van een bet op de river. Dit geldt niet wanneer je tegenstander loose of gewoon slecht is. Bij alle andere tegenstanders zou je liever checken en alleen nog een eventuelen inzet callen. Dit is vooral zinvol wanneer op de flop bijvoorbeeld een flushdraw mogelijk was, die tot de river niet is gevallen. Heb je op de flop en turn gebet, dan kun je op de river checken wanneer je tegenstander agressief genoeg is om met een niet aangekomen flushdraw te bluffen.
Verschijnt er een draw en heeft je tegenstander positie op je, dan is het beter om te betten en na een raise te folden. Hierdoor krijg je misschien nog geld van slechtere made hands waarmee je tegenstander anders geen geld meer zou investeren. Tegen agressieve spelers kun je ook checken en een bet callen. Zou de speelwijze van je tegenstander te sterk aangeven dat je bent verslagen, dan kun je natuurlijk ook altijd opgeven.
Over het algemeen wordt op de river weinig gebluft. Wanneer dus op de river een flush valt, jij bet en een tegenstander raiset, dan kun je er behoorlijk zeker van zijn dat hij deze ook heeft en moet je dus meestal folden.
Met two pair en beter zou je hier nog eenmaal betten, om daarmee je tegenstander de mogelijkheid te geven om te callen met een slechtere hand. Je zet dan op de river ook niet meer zoveel als op de flop en turn, daar je de hand niet meer hoeft te beschermen. Meestal bet je dan ongeveer een halve pot. Bluffen doe je op de river overigens niet, want riverblufs werken maar zelden.
|
Je bent de CO
|
|
![]() |
|
|
|
Zoals al gezegd zou je uiterlijk op de river je blufs opgeven. In dit voorbeeld kon je de turn nog eenmaal spelen met je flushdraw. Nadat je tegenstander daar opnieuw callde kon je niet verwachten dat hij op de river opgeeft na de ongevaarlijke 2. Je zult de pot slechts zelden kunnen oppakken met een bluf.
|
Je bent de CO
|
|
![]() |
|
|
|
Hier is het krap. Je kunt ook proberen om de river met een kleine bet te spelen. Raiset je tegenstander, dan fold je. Op deze manier zou hij eventueel nog kunnen callen met slechtere handen. Je houdt de prijs voor de showdown klein en wanneer hij raiset is een bluf onwaarschijnlijk.
Aan de andere kant is de kans op een bluf al klein. Hij callde tenslotte op flop en turn. Wanneer hij op de river bet, dan heeft hij ook iets, terwijl jij nauwelijks iets verslaat. De meeste spelers zullen in deze situatie niet betten met een slechter pair, maar blij zijn om de showdown te zien.
Wanneer ze betten hebben ze een straight, een flush, of in het beste geval een three of a kind, of gewoon een bluf. Je kunt in deze situatie daarom ook checken en op de bet folden, tenzij hij heel klein uitvalt.
|
Je bent de CO
|
|
![]() |
|
|
|
In dit voorbeeld heb je een typisch potcontrolspel gekozen. Je hebt preflop geraised en op een ongevaarlijke flop een top-pair met middelsterke kicker getroffen. Je bet en één tegenstander callt.
Op de turn verandert er nauwelijks iets. Je tegenstander checkt en jij checkt ook. Op een ongevaarlijke river bet hij en jij callt. Je bet op de flop, je checkt op de turn en callt een bet op de river. Let goed op dit verloop.
In dit voorbeeld moet je de turn niet uitbetten, behalve tegen erg slechte spelers. Anders druk je alleen alle handen eruit die je verslaat. Een negen speelt door en misschien ook een koning. De flushdraw kun je verwaarlozen, daar hij pas op de turn verschijnt en nauwelijks een verbinding heeft met kaarten waarmee je tegenstander op de flop zou callen.
Je hoeft je hand niet te beschermen en je kunt op deze manier je tegenstander nog proberen uit te lokken tot een inzet op de river met een slechtere hand. Tegelijkertijd houd je de pot klein voor het geval dat je achter ligt.
Slot
Gecontroleerd agressief positiespel is de sleutel tot succes in No-Limit Hold'em. Daarom is de meest voorkomende en belangrijkste spelsituatie die, waarin je preflop geraised hebt en zo als preflopagressor in de inzetrondes vanaf de flop komt.
Een daarbij veel voorkomende vraag is die van de continuationbet. De basisprincipes heb je in dit artikel leren kennen. Bet altijd met sterke made hands en sterke draws en neem een bedrag tussen een halve en een hele pot.
Verder speel je draws passief. De basis daarvoor heb je leren kennen in de artikelen over pot-odds en implied pot-odds. Bluf nooit tegen meer dan twee tegenstanders of tegen loose spelers die niet kunnen folden.
Op de turn geef je een bluf op, maar met sterke made hands bet je verder. Met draws speel je passief naar pot-odds, met uitzondering van een gunstige gelegenheid met een sterke draw bij één tegenstander. Met pairs bet je zonder positie eerder, terwijl je in positie bij drawvrije communitycards ook eenmaal alleen zou kunnen checken.
Op de river kun je dan een inzet callen. Heb je echter op flop en turn met een pair gebet, dan bet je in positie niet meer op de river, maar check je (behalve bij slechte spelers).
Heb je waarschijnlijk de beste hand, dan speel je op de river natuurlijk agressief verder. Je maakt alleen de grootte van je bet kleiner. Op de river bet je eerder iets van een halve pot.
Het volgende artikel houdt zich bezig met de tegenovergestelde spelsituatie, namelijk die waarin je preflop een raise hebt gecalld.
Ga naar het artikel: BSS: Na de flop - Een tegenstander heeft voor de flop geraised




