Advanced Openraising (FR)
Inleiding
In dit artikel
- Welke positie je precies hebt aan tafel
- Welke kaarten je uit welke positie winstgevend kunt spelen
- Onder welke omstandigheden moet je looser of tighter spelen
- Hoe hoog je voor de flop raiset en waarom
Met de starting-hands-chart (SHC) uit de brons-sectie heb je een goede basis gelegd voor het preflopspel. Deze chart is zeer eenvoudig gehouden en is voor het begin zeker voldoende. Wanneer je echter in de limieten gaat klimmen, dan wordt het tijd om ook je preflopspel verder te ontwikkelen.
In dit artikel leer je hoe je meer variatie kunt brengen in de selectie van je starthanden aan fullring tafels.
Daarom leer je hoe je jouw positie aan tafel precies kunt bepalen en hoe je jouw starthanden nog nauwkeuriger in speciale groepen kunt opsplitsen.
In de loop van het artikel krijg je een gedetailleerde starthandenkaart. Hiermee kun je het preflopspel van het beginnersniveau verder ontwikkelen, zonder dat je er meteen alleen voor staan.
Wat is je positie aan tafel?
In het basic artikel Hoe speel je voor de flop? heb je geleerd je positie aan de pokertafel te bepalen. Dit is belangrijk omdat de sterkte van je starthanden ook afhangt van hoeveel spelers er na jou nog de mogelijkheid hebben om in de hand te stappen. Bovendien kun je een hand veel winstgevender spelen als je in positie bent.
De tafel werd in 4 "groepen" onderverdeeld: De vroege posities, de middenposities, de late posities en de blinds. Deze ruwe verdeling is nu niet meer voldoende. Je moet iedere positie apart bekijken om met de nieuwe starting-hands-chart die je in dit artikel krijgt, te kunnen werken.
|
|
|
De twee late posities BU en CO
De dealer en de speler aan zijn rechterzijde zijn de beide late posities. De dealer wordt ook de BU (button) genoemd, terwijl de speler direct voor hem de CO heet (cutoff).
De drie middenposities MP1, MP2 en MP3
De drie spelers die tegen de klok voor de late posities zitten, zijn in middenpositie. Ze heten MP1, MP2 en MP3
De drie vroege posities UTG1, UTG2 en UTG3
De drie spelers die tegen de klok in voor de middenposities zitten zijn in vroeger positie. Men noemt ze UTG1, UTG2 en UTG3.
De twee blind-posities SB en BB
De beide spelers die de kleine en de grote blind betaald hebben, noemen we de blinds. De speler links naast de dealer is de small blind. Hij heeft de kleinere verplichte inzet betaald. De tweede speler is de big blind. Hij heeft de grotere van de beide verplichte inzetten betaald.
Wanneer er minder dan 10 spelers aan tafel zitten vallen er enkele posities weg. Daarbij worden allereerst de vroege weggestreept, dan de middelste en zo verder.
Dit betekent dat je de posities zoals aangegeven van de dealer uit, tegen de klok in kunt aftellen.
De uitgebreide starting-hands-chart
Nu is het tijd om de nieuwe starting-hands-chart te leren kennen. Eigenlijk bestaat die uit drie afzonderlijke tabellen: de standaardtabel, de minimum-tabel en de maximum-tabel.
Wanneer je begint te werken met de geavanceerde starting-hands-chart, gebruik je in eerste instantie steeds de standaard tabel. Daarmee bereik je over het algemeen in iedere situatie een winstgevend preflopspel.
Er zijn echter factoren die ervoor spreken om looser te raisen. Bijvoorbeeld wanneer er heel veel tighte spelers achter je zitten, of er al een aantal limpers voor je zijn. Wanneer werkelijk alles voor een raise spreekt, dan kun je de range beginnen te verruimen, met een oogje op de maximum-tabel. Dit betekent niet automatisch dat je alle handen van de maximumchart moet spelen, maar dat je gewoon een paar handen meer raiset dan op de standaardchart aangegeven.
Hoe meer handen je raiset, des te waarschijnlijker wordt het dat je tegenstanders zich verdedigen en je bijvoorbeeld gemakkelijker 3-betten. Daardoor zul je vaak op de flop in marginale situaties komen. Hiervoor heb je een goed postflopspel nodig en ervaring in de omgang met marginale situaties.
Wanneer er veel factoren tegen een raise spreken, zou je alleen nog maar de handen uit de minimum-tabel moeten raisen. Dit zal echter in de praktijk niet zo vaak voorkomen.
Uiteindelijk zal het dan zo zijn dat je per situatie moet inschatten welke hand je nog winstgevend kunt spelen en welke niet. Daarvoor is enige ervaring nodig, want je kunt niet altijd je suited connectors raisen voor value. Daarom moet je jezelf slechts langzaam en in kleine stappen van de standaardtabel naar de maximum-tabel opwerken.
Er zullen zelden situaties zijn waarin je precies kunt zeggen welke tabel de juiste is. Daarom zul je meestal “tussen de tabellen” zweven.
Bedenk daarbij: LAG spelen is behoorlijk cool, maar slechts weinigen hebben de postflopskills om loose ranges ook winstgevend te spelen. Je doel is niet de coolste en meest loose LAG te zijn, maar om je winrate te laten stijgen.
Werk daarom voorzichtig vanuit de standaardtabel door naar de maximum-tabel en hou je spel nauwkeurig in de gaten. Merk je dat je bijvoorbeeld niet graag slechte azen speelt, laat ze preflop dan voorlopig weg. Werk echter wel verder aan jezelf en je spel.
De tabellen zijn slechts een hulp om je spel te verbeteren. Eigen overwegingen en voorkeuren gaan daarbij altijd vóór het strikt volgen van de charts. Vertrouw eerder je eigen gedachtes en vind met de tijd je eigen stijl.
Standaardtabel:
| UTG1 |
UTG2 |
UTG3 |
MP1 | MP2 |
MP3 |
CO |
BU |
SB | |
| Pocketpairs | 77+ | 77+ | 77+ | 77+ | 66+ | 55+ | 22+ | 22+ | 22+ |
| Ax |
AKo+ AQs+ | AKo+ AQs+ | AQo+ AQs+ | AQo+ AJs+ | AJo+ AJs+ |
ATo+ ATs+ |
A9o+ A7s+ | A2o+ A2s+ | ATo+ A2s+ |
| Kx |
- | - | - | - | KQo+ KQs+ | KQo+ KJs+ |
KTo+ K9s+ | KTo+ K9s+ | KTo+ K9s+ |
| Qx |
- | - | - | - | - | - | QTo+ Q9s+ | QTo+ Q9s+ | QTo+ Q9s+ |
| Jx |
- | - | - | - | - | - | JTo+ J9s+ | J9o+ J8s+ | JTo+ J9s+ |
| Connectors |
- | - | - | 98s+ | 87s+ | 76s+ | 87o+ 54s+ | 65o+ 54s+ | 54s+ |
| One-gappers | - | - | - | - | - | - | 97s+ | T8o+ 75s+ | - |
Minimum-tabel:
| UTG1 | UTG2 | UTG3 | MP1 | MP2 | MP3 | CO | BU | SB | |
| Pocketpairs | TT+ | TT+ | TT+ | TT+ | 99+ | 88+ | 22+ | 22+ | 77+ |
| Ax |
AKo+ AQs+ | AKo+ AQs+ | AKo+ AQs+ | AQo+ AQs+ | AQo+ AJs+ |
AJo+ AJs+ |
ATo+ A9s+ | A8o+ A2s+ | ATo+ A7s+ |
| Kx |
- | - | - | - | - | KQo+ KQs+ |
KTo+ KTs+ | KTo+ K9s+ | KTo+ K9s+ |
| Qx |
- | - | - | - | - | - | QTo+ QTs+ | QTo+ Q9s+ | QTo+ Q9s+ |
| Jx |
- | - | - | - | - | - | JTo+ JTs+ |
J9o+ J8s+ |
JTo+ J9s+ |
| Connectors |
- | - | - | - | - | - | 87s+ | 98o+ 54s+ |
87s+ |
| One-gappers | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
Maximum-tabel:
| UTG1 | UTG2 | UTG3 | MP1 | MP2 | MP3 | CO | BU | SB | |
| Pocketpairs | 22+ | 22+ | 22+ | 22+ | 22+ | 22+ | 22+ | 22+ | 22+ |
| Ax |
AQo+ AJs+ | AQo+ AJs+ | AJo+ ATs+ |
ATo+ ATs+ | ATo+ A9s+ |
ATo+ A7s+ |
A2o+ A2s+ | A2o+ A2s+ | ATo+ A2s+ |
| Kx |
- | - | - | KQo+ KQs+ | KQo+ KJs+ | KJo+ KTs+ |
KTo+ K9s+ | K7o+ K2s+ | KTo+ K9s+ |
| Qx |
- | - | - | - | - | - | QTo+ Q9s+ | Q8o+ Q4s+ | QTo+ Q9s+ |
| Jx |
- | - | - | - | - | - | J9o+ J8s+ |
J8o+ J7s+ |
JTo+ J9s+ |
| Connectors |
98s+ | 98s+ | 98s+ | 76s+ | 65s+ | 54s+ | 76o+ 54s+ |
54o+ 54s+ |
54s+ |
| One-gappers | - | - | - | - | 97s+ | 86s+ | T8o+ 64s+ |
97o+ 64s+ |
T8o+ 86s+ |
De tabellen geven steeds voor iedere positie de handrange aan waarmee je winstgevend kunt raisen. Wanneer er dus AT+ in de regel voor azen staat, kun je van deze positie AT, AJ, AQ en AK winstgevend raisen.
De handen worden hier opgedeeld in handen met aas (Ax), koning (Kx), vrouw (Qx), boer (Jx), connectors en one-gappers.
Volgen de holecards elkaar direct op (bijvoorbeeld 7 en 8), dan spreek je van een connector. Ontbreekt er een kaart daartussen (bijvoorbeeld 7 en 9) dan spreek je van een one-gapper. De starthanden zijn in de tabel tevens steeds opgedeeld in suited (bijvoorbeeld J8s) en offsuited (bijvoorbeeld J8o).
Wanneer er in een hand nog geen raise was, is het zelden voordelig om zelf slechts te limpen maar is een raise meestal winstgevender. Daarom zul je meestal raisen wanneer je een hand wilt spelen en er voor je nog niemand heeft geraised.
Er zijn echter situaties waarin het zinvol is slechts te callen, ook wanneer er nog niet was geraised. Dit is het geval wanneer er al meerdere of heel loose tegenstanders in de hand zijn gekomen en je een speculatieve hand hebt (bijvoorbeeld suited connectors of kleine pocketpairs). Dan zul je de pot niet vaak genoeg winnen alleen door agressie en het is dus beter om goedkoop de flop te bekijken.
Hieronder zie je een aantal factoren die voor een raise (=toepassing van de maximum-tabel) of tegen een raise (=toepassing van de minimum-tabel) spreken:
Wat spreekt er voor een raise?
- Er zijn al zwakke spelers in de hand ingestapt.
- Na jou zijn er zwakke spelers aan de beurt en die kunnen nog in de hand instappen.
- Spelers die na jou aan de beurt zijn, folden veel.
Wat spreekt er tegen een raise?
- Spelers die na jou aan de beurt zijn, spelen heel agressief.
- Goede spelers hebben positie op je en kunnen dus postflop na jou handelen.
Wat doe je wanneer er voor of na je werd geraised?
Wanneer voor je al werd geraised hangt de handrange waarmee je winstgevend kunt doorspelen sterk af van de positie van de openraiser. Dit betekent dat je tegen een raise in vroege positie over het algemeen minder kaarten winstgevend kunt spelen dan tegen een raise uit late positie.
Ook de gewoontes van de oorspronkelijke raisers hebben een grote invloed op je acties. Je kunt zeggen dat QQ+ en AK na een raise eigenlijk altijd winstgevend opnieuw zijn te raisen, hoewel het met deze handen ook soms slimmer kan zijn om slechts te callen. Al het andere hangt van te veel factoren vanaf om het op een zinvolle manier in een tabel te kunnen zetten.
Wanneer je tegenstander een zwakke range heeft, dus op een verdere raise veel moet folden (dit is bijvoorbeeld bij raises uit late positie vaak het geval), dan kun je veel handen met goede speelbaarheid raisen. Daarbij behoren bijvoorbeeld kleine pocketpairs en suited connectors.
Wanneer je tegenstander weliswaar een zwakke range heeft maar ondanks dat heel zelden op een raise zal opgegeven, dan kun je de range met sterke facecards (bijvoorbeeld AQ, AJ, KQ) en middelsterke pocketpairs (JJ TT) uitbreiden.
Ook of je al dan niet in de blinds zit heeft invloed op je beslissing. Zit je in de blinds, dan moet je namelijk na de flop out of position spelen. Dat is onprettig met handen die weliswaar een acceptabele equity hebben, maar geen mooie playability (speelbaarheid). Onder deze categorie vallen middelsterke facecards en middelsterke pocketpairs.
Deze handen laten zich zo lelijk out of position spelen omdat je zelden een hand zult hebben waarmee je all-in wilt gaan. Aan de andere kant wil je jezelf natuurlijk ook niet van de beste hand af laten bluffen.
Je hebt verder (vooral in positie) nog de mogelijkheid om een raise voor de flop slechts te callen. Dit loont wanneer je de tegenstander na de flop heel goed kunt uitspelen. Wanneer je met een raise slechts slechtere handen tot folden brengt en er slechts betere zullen callen, dan kun je deze speelwijze in overweging nemen.
Wanneer voor je vaker werd geraised kun je alleen AA en KK nog altijd winstgevend verder spelen. In veel situaties is het nuttig om met onze gratis Equilab te bepalen of je winstgevend kunt raisen, of dat een fold beter is.
Ook hier is het theoretisch (vooral in positie) mogelijk om slechts te callen, om jezelf niet tegen een betere range te isoleren. Maar juist in deze situatie moet je oppassen.
Als jij niet degene was die raisede, dan is er altijd nog een andere speler in de hand. Met een eventuele call geef je hem nu de kans om goedkoop de flop te zien, of om te bluffen. Daarom zou je het callen van de reraise eigenlijk alleen moeten overwegen als je zelf de oorspronkelijke raiser was.
Hoeveel raise je?
Met een normale raise of reraise (3-bet) voor de flop schuif je nog geen aanzienlijk deel van je chipstack in de pot. Zolang dit het geval is kies je de grootte van de raise zodanig dat je aan de ene kant de pot vergroot en aan de andere kant de tegenstander niet de mogelijkheid geeft om te gemakkelijk alle slechtere handen weg te leggen.
In de praktijk heeft een potsize raise zich hiervoor bewezen. Dit betekent dat de tegenstander de helft van het bedrag dat al in het midden ligt moet callen om de flop te mogen zien. Of om het anders uit te drukken: Je geeft de tegenstander pot-odds van 2:1.
Hoe bereken je een potsize raise voor de flop?
Wanneer nog geen speler voor je heeft geraised, raise je zo groot dat je de speler in de big blind pot-odds van 2:1 geeft. Deze speler heeft tot nog toe het meest geld in de pot geïnvesteerd en krijgt daarom de beste pot odds.
Wanneer er nog niemand in de pot is gekomen bedraagt een potsize raise precies 3,5BB (= big blinds). Daardoor ligt er in totaal al 5BB in de pot (0,5BB van de small blind, 1BB van de big blind en jouw 3,5BB). De speler in de big blind moet nog 2,5BB bijleggen om de flop te zien.
In de praktijk rond je dit bedrag vaak af op 4BB. Dit is zinvol omdat de tegenstanders op de micro- en lowstakes met veel te veel handen callen en jij daarom slechts goede handen raiset.
Wanneer er limpers voor je waren is de pot per limper 1BB groter. Daarom moet je ook 1BB per limper meer raisen om de big blind weer de pot odds van 2:1 te geven.
Je raiset naar 4 big blinds + 1 big blind per limper.
Wanneer voor je precies éénmaal werd geraised wil je de speler die voor je in de hand is gekomen, pot-odds geven van 2:1. Nu is hij degene die tot nog toe het meeste geld heeft geïnvesteerd en dus de beste pot odds krijgt. Bovendien is hij degene waartegen je in de meeste gevallen de hand door zult spelen.
Om deze speler ongeveer pot-odds van 2:1 te geven raise je het drievoudige van zijn raise. Raiset hij bijvoorbeeld naar 4BB dan raise je naar 12BB. In de pot ligt dan 17,5BB (4BB van de tegenstander, 0.5BB van de small blind, 1BB van de big blind en 12BB van jou) en de tegenstander moet nog 8BB bijleggen. Daarmee geef je hem pot-odds van 2,2:1 wat ongeveer met de gewenste pot odds overeen komt.
Wanneer er al een speler is die raise heeft gecalld, dan is de pot al met dit bedrag verhoogd en moet je dus ook je raise groter maken.
Je raiset het drievoudige van de raise + 1 keer de oorspronkelijke raise per speler die de raise al heeft gecalld.
Werd er voor jou tweemaal geraised, dan schuif je met een extra raise al een behoorlijk deel van je chipstack naar het midden. In het brons-artikel heb je hierover geleerd daarom direct al je chips te zetten.
Wanneer je in de limieten opklimt worden je tegenstanders steeds agressiever. Dit heeft tot gevolg dat ze in bepaalde situaties met een grotere range zullen openraisen en reraisen (3-betten). Om je daar optimaal aan te kunnen aanpassen zul je vroeger of later voor de flop ook re-reraises (4-bets) als bluf maken.
Deze bluf-4-bets worden heel duur wanneer je iedere keer al je chips riskeert. Raise je naar 4BB en je tegenstander raiset opnieuw naar 12BB dan ligt er 16-17BB in de pot. Zet je de tegenstander nu als bluf all-in, dan zou je 96BB betalen om deze 16-17BB te kunnen winnen. Je moet de tegenstander dan in bijna 6 van de 7 gevallen tot opgeven brengen en dat is gewoon zo goed als nooit mogelijk.
Als grootte van een 4-bet heeft zich de 2,5-voudige 3-bet-grootte bewezen. Met deze grootte krijgt je genoeg foldequity, vergroot je de pot met sterke handen en investeert altijd nog zo weinig genoeg, dat je in de juiste situatie een winstgevende bluf kunt maken.
Samenvatting
Hoe verder je in de limieten opklimt, des te belangrijker wordt het voor jou om aan je spel te werken en door te ontwikkelen na de beginnersstrategie.
Je hebt nu in dit artikel geleerd hoe je de starthanden afhankelijk van je positie, je tegenstander en de acties vóór je, gevarieerder kunt uitkiezen. Overdenk vóór iedere hand die je wilt spelen de redenen die voor of tegen een raise spreken. De drie charts bieden je daarbij vooral een goed oriëntatiepunt, zodat je niet helemaal op jezelf bent aangewezen.
Bedenk echter dat een chart altijd slechts een samenvatting van complexe concepten kan zijn en nooit alles zal bevatten wat voor een beslissing belangrijk is. Je zult er dus niet aan ontkomen om in de toekomst ook weer verder dan de geavanceerde charts over je spel na te denken.
| LINKS | |||||||
|
|||||||
