Bijgewerkt op 13 mrt 26 door

Concepten: Semi-blufs - theorie en praktijk

Inleiding

In dit artikel:

  • De wiskundige achtergrond van semi-blufs
  • De praktische toepassing van semi-blufs
  • Wanneer het lonend is om ook op de river te betten

Een semi-bluf heeft, net zoals een pure bluf, het doel om de tegenstander(s) ertoe aan te zetten, met betere handen te folden. In tegenstelling tot de pure bluf heb je bij een semi-bluf een hand die middelmatig veel tot heel veel potentie heeft om zich nog tot de beste hand te verbeteren.

Met een semi-bluf probeert je de winstkans te maximaliseren, door de aanwezige kans om de beste hand te krijgen te combineren met de foldequity van je tegenstander. Dat maakt het eigenlijk een soort 'halve' bluf. Er zou toch nog iets meer in kunnen zitten.

In dit artikel zullen de wiskundige basisprincipes van semi-blufs worden uitgelegd, en zal aan de hand van voorbeelden worden verduidelijkt onder welke voorwaarden je een semi-bluf aan de pokertafel kunt (en moet) invoeren.

Voorbeeld

Preflop: Hero is MP2 met A , Q
4 folden, Hero raiset, 4 folden, BB callt

Flop: (4,5 SB) T , 7 , 2 (2 Spelers)
BB bet, Hero callt

Turn: (3,25 BB) J (2 Spelers)
BB bet, Hero raiset …

Je hebt hier een monsterdraw: negen outs voor de flush, verder drie voor de koningen (alle behalve schoppen) plus twee overcards die je ook nog drie outs kunnen geven - in totaal dus vijftien outs. Je heb dus een heel goede kans om op de river de beste hand te maken, al heb je op de turn meestal niet de beste hand.

Toch beslis je voor een raise op de turn, omdat je de tegenstander betere handen wilt laten folden. Maar hoe vaak moet de tegenstander nu een betere hand folden om een semi-bluf winstgevend te laten zijn? Hoe weet je of een raise werkelijk beter is dan een call? Hoe kun je inschatten of de tegenstander genoeg betere handen zal folden of niet. Deze en veel andere vragen rondom het thema semi-bluf zullen in het volgende hoofdstuk uitgebreid worden beantwoord.

De wiskunde van semi-blufs

De wiskunde van semi-blufs is ingewikkeld. Klassieke EV-berekeningen zijn moeilijk toe te passen. We houden ons vooral bezig met de volgende vraag:

Is raise turn beter dan call? Welke foldequity is nodig om een raise beter te maken dan een  call?

Daarvoor bekijken we de verwachtingswaardes van een call en een raise eerst apart, en dan vergelijken we ze, om tot een algemene formule te komen. Zoals bij alle formules leggen we eerst een aantal variabelen uit:

P = Potgrootte aan het begin van de ronde, dus zonder de bet van de tegenstander; bij 5BB bijvoorbeeld, is P = 5.

V = Betgrootte van Villain (tegenstander), Bet hij 1 BB dan is V = 1.

H = Betgrootte van Hero (jij), Bij een raise in Fixed Limit: H = 2

EQ = Je equity,  meestal tellen we hier in outs, maar deze laten zich gemakkelijk omrekenen: 1 out is ongeveer 2.2% equity – met een simpele flushdraw op de turn heb je dus ongeveer EQ = 0.2 of 20%.

P(F) = Kans dat de tegenstander een betere hand zal folden, callt hij alles, dan is P(F)=0; foldt hij altijd, dan is P(F)=1

Poker is een heel complex spel. Een precieze formule die met ieder detail rekening houdt, zou te lang en onhandig worden. Er zijn zoveel onbepaalde factoren en vertakkingen mogelijk dat er niets bruikbaars uit zou komen. We zijn dus gedwongen om een beetje te vereenvoudigen. Zo zullen we bijvoorbeeld de mogelijkheid van een 3-bet van Villain en ook de implied odds op de river, verwaarlozen.

Deze onnauwkeurigheden wegen tegen elkaar op, of zijn hopelijk zo klein dat ze geen beslissende invloed op ons eindresultaat hebben. Voor de volledigheid: We gaan ervan uit dat je een slechtere hand hebt dan de tegenstander.

Genoeg over de kleine lettertjes en verder met de verwachtingswaardes! We bekijken als eerste de call. Het artikel over odds en outs biedt hier trouwens een goede ondersteuning.

EV(call) = (P + V + V) * EQ – V

De term tussen de haakjes beschrijft de gehele pot aan het einde van de inzetronde, namelijk "pot aan het begin van de ronde" plus "bet van de tegenstander" plus "onze call", die natuurlijk met de bet van de tegenstander overeen komt.

Dit bedrag winnen we met een kans die met EQ overeenkomt. Logisch, equity is tenslotte niets anders dan onze kans om te winnen. Nu hebben we de winst al, maar daarvan moeten we nog onze kosten aftrekken. En die komen altijd precies overeen met V, je call.

Na dit principe – winstbedrag maal kans om te winnen min de kosten – kunnen we ook de verwachtingswaarde van een raise opstellen:

EV(raise) = P(F) * ( P + V ) + ( 1 – P(F) ) * ( ( P + 2 * H ) * EQ – H )

Hier moeten we een onderscheid inbouwen per situatie. Tenslotte maakt het een groot verschil of de tegenstander callt of foldt. Deze twee mogelijkheden bekijken we gescheiden, waarna we ze optellen, gewogen naar de kans van vóórkomen:

Foldt Villain [P(F)], dan kun je de gehele pot [(P+V)] als winst boeken. Je raise "win" je weliswaar ook, maar die moet je als kosten direct weer aftrekken. Daarmee is het eerste deel al voor elkaar.

Callt de tegenstander daarentegen, dan zijn P, V, H (je raise) en H-V (de call van de tegenstander, waarbij hij het verschil moet gelijktrekken) in de uiteindelijke pot. Samengevat volgt: ( P + 2 * H ).

Dit win je nu volgens je EQ. De kosten van de actie bestaan uit onze raise H. De kans op een call is precies de aanvulling op de fold, omdat we een 3-bet daarvan hebben uitgesloten. De tegenstander callt altijd wanneer hij niet foldt en foldt altijd wanneer hij niet callt. De kans dat dit voorkomt is dus 1 - P(F) .

De uitgangsvraag was wanneer een raise beter is dan een call is en hoeveel foldequity je daarvoor nodig hebt. Het antwoord krijgen we door EV(raise) > EV(call) te zetten en naar P(F) op te lossen. Het is voornamelijk schrijfwerk en een beetje schoolwiskunde:

P(F) berekening

  • EV(raise) > EV(call)
inzetten
  • P(F) * ( P + V ) + ( 1 – P(F) ) * ( ( P + 2 * H ) * EQ – H ) > ( P + 2 * V ) * EQ – V
uitvermenigvuldigen
  • P(F) * ( P + V ) + ( P + 2 * H ) * EQ – H – P(F) * ( ( P + 2 * H ) * EQ – H ) > ( P + 2 * V ) * EQ – V
- [ ( P + 2 * H ) * EQ – H ]
  • P(F) * ( P + V + H – EQ * ( P + 2 * H ) ) > ( 2 * V – 2 * H ) * EQ – V + H
: [ P + V + H – EQ * ( P + 2 * H ) ]
P(F) > ( ( 2 * V – 2 * H ) * EQ – V + H )
( P + V + H – EQ * ( P + 2 * H ) )

Deze formule is nog heel algemeen gehouden. Daar we hier alleen geïnteresseerd zijn in Fixed Limit, kunnen we nog concreter worden, de vaste bet-groottes invoeren [ V = 1 H = 2] en krijgen dan:

P(F) > ( 1 – 2 * EQ )/( P + 3 – EQ * ( P + 4 ) )

Toepassingsvoorbeeld: Laten we eens proberen om onze kennis op het eerste A Q - voorbeeld toe te passen. Ter herinnering:

preflop: Hero is MP2 met A Q
4 folden Hero raiset 4 folden BB callt

flop: (4,5 SB) T 7 2 (2 speler)
BB bet Hero callt

turn: (3,25 BB) J (2 speler)
BB bet Hero raiset

P is 3,25 en onze equity zal ongeveer bij 34% liggen. Met onze formule volgt dan een mininumwaarde voor P(F) van ( 1 – 2 * 0.34 )/( 3,25 + 3 – 0.34 * ( 3,25 + 4 ) = 0,32/3.785 = 0.0845 .

De tegenstander hoeft dus slechts in ~8% een betere hand als Q 2 te folden om een raise beter te maken dan een call. Wie zou dat hebben gedacht?

Een formule alleen geeft ons nog geen gevoel voor de samenhang. Plaatjes (grafieken) helpen hier vaak meer dan duizend getallen. Gelukkig laat onze vergelijking voor P = 3.25 zich ook in een coördinatensysteem samenstellen. Het grijze gedeelte beschrijft hier de combinaties van equity en foldequity waarbij een raise beter is dan een call. In de blauwe zone is een raise niet aan te raden.

Zoeken we nu weer de benodigde foldequity voor onze AsQs-situatie, dan volgen we de zwarte pijlen vanaf 0.34 EQ en komen uit bij 0.0845 voor P(fold).

 

 

Op dit moment zouden we bijna klaar zijn, ware het niet zo dat er nog de fold-button is. Ook deze optie kan vaak de beste keuze zijn en we moeten ze tegenover de twee alternatieven stellen. De verwachtingswaarde voor "fold" is 0, omdat we niets winnen, maar ook niets investeren. Het maakt de vergelijking eenvoudig, daar we de EV voor raise en call al hebben opgesteld.

Een raise is beter dan een fold, wanneer geldt:

  • EV(raise) > EV(fold)
  • P(F) * ( P + V ) + ( 1 – P(F) ) * ( ( P + 2 * H ) * EQ – H ) > 0

Samengevat

P(F) >
(H – EQ * ( P + 2 * H ))
( P + V + H – EQ * ( P + 2 * H ))

En een call is beter dan een fold wanneer odds en outs kloppen, anders uitgedrukt:

  • EV(call) > EV(fold)
  • (P + V + V) * EQ - V >0

Samengevat

EQ >
V
( P + 2 *V )

Deze formules kunnen we weer op Fixed Limit terugbrengen, P meteen op 3.25 zetten en in ons oude plaatje invoegen(Afbeelding 2). Nieuw is het beige bereik, waarin een fold beter is dan een call of raise.

 

 

De beslissing "fold of call" op grond van equity interesseert ons in een artikel over semi-blufs maar marginaal, daar je bij een semi-bluf bijna altijd een draw hebt waarmee je al snel de pot-odds hebt om te callen. Werkelijk belangrijk voor ons is hier het grijze "raise"-bereik – en dat niet alleen voor P = 3.25. Afbeelding 3 verenigt de winstgevende semi-blufrange voor verschillende waarden van P, in een afsluitende grafiek.

Met een gutshot op de turn en naar schatting 10% EQ kunnen we dus bij een potgrootte (aan het begin van de inzetronde) van 9 BB winstgevend raisen, wanneer Villain minstens 7.5% foldt. Daalt de potgrootte naar 7 BB, dan hebben we al 10% foldequity nodig en bij een P van 3 moet de tegenstander al 25% folden.

De wiskunde achter semi-blufs is behoorlijk ingewikkeld omdat vertakkingen bij de uitkomsten mee moeten worden gerekend, wat tot omvangrijke formules leidt. Deze maken het echter mogelijk om met behulp van de grafieken, een overzichtelijke voorstelling en een bruikbare snelle toepassing te bereiken.

Ook wanneer de foldequity van de tegenstander nooit precies te bepalen is, helpt de wiskunde je om van semi-blufs met de bijbehorende grafieken een gevoel te krijgen over de hoeveelheid foldequity die je nodig hebt om een winstgevende semi-bluf te starten.

Hieronder worden semi-blufs nu aan de hand van concrete spelsituaties nader uitgelegd. Daarbij wordt je ook getoond hoe je iets over je aanwezige foldequity kunt uitvinden.

De praktische toepassing van semi-blufs

Er zijn natuurlijk weer verschillende mogelijkheden voor semi-blufs. In tegenstelling tot bij pure blufs, is er echter toch een aantal situaties waarin semi-blufs als een soort standaardmove kan worden gemaakt. In principe zijn semi-blufs des te effectiever naarmate je meer outs hebt. Bot gezegd kun je stellen dat met sterke draws als OESD's en flushdraws, semi-blufs bijna altijd +EV zijn.

Dit betekent echter nog niet dat met sterke draws een semi-bluf altijd het beste spel is. In positie kun je in een heads-up het beste op de turn raisen, omdat je daardoor voor big bets vaak de hogere foldequity krijgt. In multiway-pots kun je in positie over het algemeen op de flop echter beter raisen, om de mogelijkheden open te houden voor:

  • Value-raise-slag
  • Pot zonder showdown, door druk te winnen
  • Bij weerstand de freecard-optie op de turn

Je moet out of position al op de flop het initiatief zien te krijgen om de tegenstander de kans te geven, direct op de flop of op de turn zijn (meestal betere) hand weg te leggen.

Zoals gezegd is bij semi-blufs natuurlijk de koningsdiscipline, een gevoel te ontwikkelen voor de geschatte foldequity die je bij de tegenstander kunt bereiken. Ook wanneer deze abstracte grootte niet kwantificeerbaar lijkt, zijn er mogelijkheden om benaderingen te maken, en tot een redelijk goed resultaat te komen.

Dit bereik je wanneer je jezelf bij een semi-bluf de volgende vraag stelt: Welke concrete betere handen kan ik met een raise laten folden?

Je probeert dus de range van de tegenstander in te schatten. Daarbij wordt je geholpen door stats van de tegenstander, eerdere actie, board en je geschiedenis met de tegenstander. Dan moet je jezelf concreet voorstellen welke betere handen hij daarvan zou folden. Je zou dan kunnen schatten hoe waarschijnlijk het bij zijn range is dat hij één van deze handen heeft, en zou daarmee een geschatte waarde kunnen krijgen voor je aanwezige foldequity.

Het kan natuurlijk ook goed voor je zijn wanneer je tegenstander een slechtere hand foldt, omdat hij meestal outs heeft die hij dan zou folden. Als tegenargument heb je hier echter de mogelijkheid van bluffinduce. Een extra blufbet zou dan je verliezen overcompenseren, die door het treffen van een out van je tegenstander zouden kunnen ontstaan. Over het algemeen wil je slechtere handen vooral tot folden brengen wanneer ze eigenlijk de pot-odds hebben om te callen.

VOORBEELD 1

 

Preflop: Hero is BU met Q , 9
3 folden, Hero raiset, SB 3-bet, 1 fold, Hero callt

Flop: (7 SB) 3 , 6 , J (2 Spelers)
SB bet, Hero callt

Turn: (4,5 BB) T (2 Spelers)
SB bet, Hero raiset ...

Hier willen we een goede analyse uitvoeren. Daarvoor moeten we ons met de volgende vragen bezighouden:

  • 1) Hoeveel outs heb je?
  • 2) Was is de range van de tegenstander?
  • 3) Hoeveel procent foldequity heb je nodig van betere handen, opdat EV(raise) > EV(call)?
  • 4) Welke concrete betere handen zou Villain kunnen folden? Is de potentiële foldequity groter dan de benodigde foldequity voor een semi-bluf?

Over 1) Acht outs voor de OESD zijn duidelijk. Het is alleen de vraag hoeveel outs je voor een Q of een 9 krijgt. Van de exacte berekening van deze outs kun je een analyse maken, die echter buiten het kader van dit artikel zou vallen. Dat thema wordt in dit platinum-artikel behandeld: Heads-up op de flop OOP: C/C flop zonder initiatief - zonder showdownvalue

We houden de prognose hier een beetje pessimistisch, en geven je voor de Q en de 9 samen twee outs, zodat je in totaal op tien outs komt.

Over 2) De range van je tegenstander. Omdat we geen exacte informatie hebben, geven we hem de 3-bet-standaards van een TAG. Deze range zou er zo uit kunnen zien:

33+, A2s+, KTs+, QTs+, JTs, T9s, A5o+, KTo+

Daar de tegenstander preflop een 3-bet uit de SB heeft gespeeld, kun je ervan uitgaan dat hij met zijn gehele range zowel de flop als de turn zal betten.

Over 3) Je benodigde foldequity. Hierbij kunnen we natuurlijk de bijbehorende grafieken aflezen en daarmee inschatten hoeveel foldequity je nodig hebt. Hier willen we echter nog een keer aan de hand van de formules een precieze berekening uitvoeren. Je zult zien dat dit met een beetje oefening ook helemaal niet zo moeilijk is. Zoals we hierboven hebben laten zien, geldt voor een semi-blufraise in positie bij Fixed Limit:

EV(raise) > EV(call) wanneer P(F) > ( 1 – 2 * EQ )/( P + 3 – EQ * ( P + 4 ) )

P = Potgrootte aan het begin van de ronde; dus zonder de bet van de tegenstander; bijvoorbeeld bij 5BB is P = 5.

EQ = Je equity; gewoonlijk tellen we hier in outs, maar deze kun je gewoon omrekenen: 1 out komt ongeveer overeen met 2.2% equity; met een simpele flushdraw op de turn geeft dat EQ = 0.2 of 20%.

P(F) = Kans dat de tegenstander een betere hand foldt; callt hij alles dan is P(F)=0; foldt hij altijd dan is P(F)=1.

Nu vervangen we de variabelen door onze bekende parameters, en kunnen P(F) berekenen:

  • P = 4,5 BB
  • EQ = 10 Outs x 2,2% = 22% = 0,22
  • P(F) > (1 – 2 x 0,22) / (4,5 + 3 – 0,22 * (4,5 + 4)

P(F) > 0,56 / 5,63 = 0,099 ~ 10%

Je moet in het getoonde voorbeeld bij een raise, meer dan 10% van de betere handen laten folden om EV(raise) > EV(call) te laten zijn.

Over 4) De vraag welke handen je tegenstander zou kunnen folden is natuurlijk nooit precies te beantwoorden, omdat je nu eenmaal niet voor de tegenstander op de fold-button mag drukken. We kunnen ons wel proberen voor te stellen hoe je in plaats van Villain zou spelen wanneer je op de turn een raise om de oren zou krijgen.

Op dit moment gaan we gaan we er vanuit dat de tegenstander iedere hand op de turn zou betten. We kijken ons nog een keer naar Villains range en het board:

Preflop: Hero is BU met Q , 9
3 folden, Hero raiset, SB 3-bet, 1 fold, Hero callt

Flop: (7 SB) 3 , 6 , J (2 Spelers)
SB bet, Hero callt

Turn: (4,5 BB) T (2 Spelers)
SB bet, Hero raiset ...

Villain: 33+, A2s+, A5o+, KTs+, QTs+, JTs, T9s, KTo+

De volgende handen zijn op de turn na een raise, definitief geschikt om te folden: A2s, A4s, A5, A7, A8, A9.

Juist omdat het board geen flushdraws biedt, kan het goed zijn dat A-hoog gefold kan worden. Niet iedere tegenstander speelt hier A-hoog automatisch tot de showdown. Het is ook een dure grap om telkens nog 2BB voor de calldown te investeren, want het board is niet bepaald ace-high-vriendelijk.

Verder zijn ook handen als 44, 55, A6 of zelfs 77-88 foldbaar, maar we gaan in eerste instantie uit van de als eerste genoemde handen. We moeten nu de vraag beantwoorden: Hoeveel procent maken A2s, A4s, A5, A7, A8, A9 uit van de totale range 33+, A2s+, KTs+, QTs+, JTs, T9s, A5o+, KTo+?

Daarbij komen we er niet omheen om de mogelijke combinaties uit te rekenen. Een pocketpair heeft zes, een offsuited hand twaalf en een suited hand vier mogelijke combinaties.

Daarbij moeten we echter rekening houden met de kaarten van het board en je hand (dead cards). Een hand als A9 zou theoretisch 16 mogelijke combinaties hebben, maar praktisch heeft deze hand er slechts twaalf omdat er vier mogelijkheden wegvallen vanweg je eigen 9. Dit moet bij alle mogelijke handen mee worden gerekend.

In tabelvorm kom je op het volgende beeld:.

Combinaties / dead

Villains range
33+ A2s+ A5o+ KTs+ QTs+ JTs T9s KTo+ Totaal
Combinaties 72 48 108 12 8 4 4 36 292
Dead 18 6 15 3 3 2 2 9 58
Totaal 234

Combinaties / dead

Handen die kunnen folden A2s A4s A5 A7 A8 A9 Totaal
Combinaties 4 4 16 16 16 16 72
Dead           4 4
Totaal 68

De analyse van de mogelijke combinaties laat zien dat Villain hier potentieel 68 van 234 mogelijkheden = 29% van zijn handen, op de turn na een raise zou folden. En daarbij werd nog niet niet eens meegerekend dat Villain ook een klein pair zou kunnen folden.

Eerder hebben we laten zien dat je op deze plek maar slechts in 10% van de gevallen foldequity van betere handen nodig hebt. Dus ligt je verwachte foldequity veel hoger dan de benodigde, en kun je hier zeer winstgevend een semi-bluf starten. Natuurlijk kan er ook een speler zijn die A-hoog niet zo gemakkelijk zal folden op de turn, maar je kunt er over het algemeen niet van uitgaan dat hier iedere tegenstander A-hoog op dit board downcallt.

Je ziet dat een preciese analyse moeite kost, maar het is zeker mogelijk om ook zulke abstracte groottes als de foldequity, bij benadering te berekenen. Bedenk dat ook hier altijd het gemiddelde telt, en dat het geen schande is wanneer je een keer door een A7o wordt gedowncalld en verliest.

Wanneer je echter weet dat je tegenstander A-hoog in zo een situatie nooit foldt, dan is je foldequity met betere handen op de turn = 0 en daarmee is een semi-bluf natuurlijk niet de beste optie.

VOORBEELD 2

Preflop: Hero is BB met J , 9
2 folden, MP2 callt, Button callt, SB completet, Hero checkt

Flop: (4 SB) 3 , 4 , 8 (4 Spelers)
SB (Semi-TAG) bet, Hero raiset en bet elke turn waarop MP2 en BU folden.

Het is heel waarschijnlijk dat SB hier een betere hand heeft dan jij. Het is maar af te vragen of hij een hand zoals bijvoorbeeld J4 zondermeer naar de showdown wil brengen wanneer hij op weerstand stuit.

Je kunt op de flop proberen om je tegenstander betere handen te laten folden. Je kansen daarvoor zijn behoorlijk goed. De pot is niet heel groot, en ongeraisede potten worden over het algemeen niet zo hard bevochten.

Bij deze hand is het belangrijk dat je de bluf in ieder geval op de turn voortzet. Op de flop zou Villain met een pair nog kunnen callen voor 7 tegen 1 pot-odds. Op de turn zou hij echter voor 4,5 tegen 1 ook een klein pair kunnen folden. De river moet je in deze hand niet ten koste van alles betten, want het is op dit board onwaarschijnlijk dat Villain een busted draw zou kunnen hebben die je verslaat. Daarvoor komen alleen de Q-high- tot A-high-flushdraw in aanmerking, en deze zou hij zelf op de flop vaak 3-betten.

Wanneer de tegenstander de hand echter passief speelt, zal hij op de river meestal niet meer folden wanneer hij de turn slechts callt. Naast de SB val je met je raise echter ook potentieel betere handen aan, van MP2 en BU achter jou. Deze twee zullen met 2SB en pot-odds van 3,5 tegen 1 worden geconfronteerd, zodat de tegenstander ook handen als bijvoorbeeld 66 of A3 zou kunnen folden. Voor het geval dat SB hier eventueel zelf een draw heeft, zoals bijvoorbeeld 56, zou je zelfs met een raise op de flop de beste hand kunnen kopen.

Verder kun je misschien je outs kopen wanneer handen zoals bijvoorbeeld K9 of QT folden, die je potentieel domineren. Je moet in geen geval de flop alleen maar callen omdat je daardoor hoopt op betere implied odds op de big streets. In dit voorbeeld heb je realistische kansen om betere handen te laten folden, zodat de semi-bluf altijd het betere alternatief is!

VOORBEELD 3A

Preflop: Hero is MP3 met T , 9
1 fold, Hero raiset, 3 folden, BB callt

Flop: (4,5 SB) 6 , 7 , J (2 Spelers)
BB bet, Hero callt

Turn: (3,25 BB) Q (2 Spelers)
BB bet, Hero raiset ...

Op de flop komt een zo "geliefde" donkbet van je tegenstander. Je gutshot, backdoor-flushdraw en T of 9 zijn zeven tot acht outs waard. De donkbet kun je op de flop losjes callen. Op de turn pik je nu niet alleen een OESD op; deze ontstaat ook nog door een overcard die op dit board over het algemeen een grote scarecard-uitstraling heeft.

De BB is hier onbekend, en je kunt zo natuurlijk moeilijk inschatten of hij inderdaad in staat is om een pair te folden. Eigenlijk kun je er niet te veel op hopen om je tegenstander pairs te laten folden, maar dit board en zijn ontwikkeling zijn daarvoor heel erg geschikt.

De tegenstander zou hier heel goed 22-55 kunnen folden, of een hand zoals A6 of 65, of een andere combinatie van een low pair. Er zijn ook zeldzame fishes die een hand als A3o gewoon losjes uit de heup tweemaal op dit board donken, maar op een raise folden. Je hebt hier gemiddeld duidelijk genoeg foldequity op betere handen, zodat een semi-bluf de juiste speelwijze is.

Laten we nu de situatie een beetje veranderen.

VOORBEELD 3B

Preflop: Hero is MP3 met A , K
1 fold, Hero raiset, 3 folden, BB callt

Flop: (4,5 SB) 6 , T , J (2 Spelers)
BB bet, Hero callt

Turn: (3,25 BB) 3 (2 Spelers)
BB bet, Hero???

Je wordt opnieuw geconfronteerd met een dubbele donkbet. Ook nu heb je een sterke draw met een gutshot en twee overcards, die je top-pair/topkicker zouden geven. De volgende parameters zijn hier echter anders:

  • Op de turn komt geen scarecard maar een absolute blank.
  • Je hand heeft showdownvalue, je verslaat idiotenblufs met bijvoorbeeld A4 en semi-blufs met Q9 of 98.

Hier wordt de range van betere handen die op de turn kunnen folden al weer relatief klein, zodat een semi-bluf slechts een beperkte kans op succes heeft, en je eigenlijk alleen slechtere handen tot folden brengt.

Je moet op de turn eerst maar eens 1BB investeren. Het zou kunnen dat de tegenstander op de river een betere hand checkt die hij op een raise echter niet zou folden, zodat je effectief 1BB bespaart. Verder kun je misschien een extra bluf uitlokken van een hand die op een turnraise misschien zou folden (bijvoorbeeld A4).

Het hoofdargument dat in deze situatie tegen de semi-bluf spreekt, is echter het feit dat je de sterkste nonpair-hand hebt, en dat het daarom te onwaarschijnlijk is dat Villain een betere hand (=minstens een pair) foldt.

Turnplay: Hero calls

VOORBEELD 4

Preflop: Hero is SB met A , 9
6 folden, Hero raiset, BB (26/17/2,3/34) callt

Flop: (4, SB) 5 , 7 , J (2 Spelers)
Hero bet, BB raiset, Hero???

Je zit in een blindbattle met een TAG die een lage WTS heeft, en wordt met initiatief, direct op de flop geraised. Je hebt de nutflushdraw, en moet jezelf nu afvragen of je op de flop moet 3-betten of slechts callen.

Daarvoor moet je opnieuw overwegen met welke betere handen je tegenstander zou kunnen folden. Daar je zelf A-hoog met een acceptabele kicker hebt, is het ook, door het ontbreken van een preflop-3-bet, heel onwaarschijnlijk dat je tegenstander een betere A-hoog heeft. Dus moet je met een semi-bluf de handen aanvallen die minstens een pair hebben.

Wanneer de tegenstander zou bluffen, kun je hem misschien zijn bluf laten voortzetten en je hand gewoon passief verderspelen. Daar je hier de flushdraw hebt, heeft de tegenstander ook vaak slechts vier outs wanneer je op de flop voor zou liggen.

Het gaat dus om de vraag of je tegenstander in staat is om een pair te folden. Er zijn TAG's die op de flop de zogenaamde informationraises plaatsen, om na een 3-bet uiterlijk op de turn te folden. Deze variatie kost namelijk slechts 1–1,5BB, in tegenstelling tot de 2,5BB voor de calldown. De kleine WTS van je tegenstander zou kunnen spreken voor een dergelijk type.

Je moet op de flop op de volgende manier te werk gaan:

  • 3-bet flop, bet turn tegen de hier beschreven tegenstander en iedere tegenstander die je postflop als weak kunt aanduiden.
  • 3-bet flop, bet turn tegen onbekende spelers. In het geval van twijfel liever agressief zijn. Je draw is heel sterk met >12 outs.
  • Call flop, check/call turn en check/fold de river onverbeterd tegen passieve showdown-comitted spelers. Hier is de foldequity van betere handen bijna nul, dus ren niet tegen een muur op.
  • Call flop met showdownambitie tegen agressieve LAG's wanneer het board niet bijzonder nasty wordt. Je wilt geen turnraise incasseren en bouwt liever op je showdownvalue en daarmee op bluffinduce. Dankzij je flushdraws is ook een freecard niet zo erg, omdat één tot twee potentiële outs van je tegenstander zijn verdwenen.

Wanneer doorvuren terwijl de bluf niet werkt?

Dit is een netelig thema omdat het werkelijk moeilijk is om een gepatenteerd recept te vinden. We nemen een willekeurig voorbeeld, waarbij we een bluf of semi-bluf maken, maar de tegenstander niet foldt, en we op de river altijd nog een hand hebben die lijkt op een hoopje ellende. Verder bluffen? Misschien foldt hij tenslotte toch de river...wie weet?

Toch willen we een keer proberen een beetje licht in de duisternis te krijgen. De volgende dingen moet je bedenken voordat je op de river een beslissing neemt.

PRO
  • Het board is zo samengesteld dat Villain zelf op een draw zou kunnen zitten, die op de showdown zelf busted is maar je draw-bluf nog zou verslaan.
  • Op de river komt een scarecard, die veel draws compleet zouden kunnen maken. Ook wanneer die van jou daar niet bij zit kun je hopen dat de tegenstander de handen ziet opraken waarop hij nog denkt voor te liggen.
  • De tegenstander neigt naar vreemde calls, omdat hij gewoon nieuwsgierig is naar de river en bijvoorbeeld knalhard met low pair op two pair wil drawen, maar zoiets onverbeterd zou kunnen folden.
  • De tegenstander heeft volgens PT een hoge fold-to-riverbet-waarde (dat wil zeggen > 40).
CONTRA
  • Je hebt een busted draw, die tegen een andere busted draw showdownvalue heeft.
  • Het board biedt geen draws, zodat Villain showdownvalue moet hebben wanneer hij callt en waarschijnlijk ook op een bet niet meer zal folden.
  • We hebben een read op de tegenstander, dat hij de showdown altijd ziet wanneer hij op de turn een raise callt.
VOORBEELD

Pakken we nog eens het uitgebreid geanalyseerde voorbeeld 1 op:

Preflop: Hero is BU met Q , 9
3 folds, Hero raiset, SB 3-bet, 1 fold, Hero calls

Flop: (7 SB) 3 , 6 , J (2 Spelers)
SB bet, Hero calls

Turn: (4,5 BB) T (2 Spelers)
SB bet, Hero raises, SB calls

River: (8,5 BB) 7 (2 Spelers)
SB checks, Hero???

Je moet jezelf hier afvragen: Hoeveel % foldequity heb ik nodig? Deze berekening is gemakkelijk. Hier geldt de formule uit het Pure bluf-artikel .

Bluf is +EV wanneer geldt: P(fold) > bets/pot

Bets = de kosten van de blufs = 1BB pot = de potgrootte NA de bluf = 9,5 BB

Hier geldt: bluf is +EV wanneer P(fold) > 1/9,5 = 10,5%

Foldt Villain in >10,5% van de gevallen een betere hand? Welke betere handen zou Hero op de turn kunnen callen, om op de river alsnog te folden? Ter herinnering: zijn range hebben we als volgt aangenomen:

Villain: 33+, A2s+, A5o+, KTs+, QTs+, JTs, T9s

Er zijn uiteindelijk nog maar drie handen die Villain op de river zou kunnen folden: AK, AQ en KQ. Zou hij deze folden? Waarschijnlijk wel! Welke handen zou hij op de river nog kunnen verslaan? Er is ook geen flushdraw op de turn die busted zou kunnen zijn en de 7 heeft ook nog een draw zoals 98 compleet gemaakt. Wanneer Villain AK, AQ en KQ op de river zou folden, moeten we nu kijken of deze drie handen meer dan 10,5% van zijn range uitmaken.

Op de turn had Villain met zijn hand 234 verschillende mogelijke combinaties. We zijn er echter van uitgegaan dat Villain A2s, A4s, A5, A7, A8, A9 op de turn foldt. Dit zijn 68 combinaties. Daar komt bij dat door de 7 op de river, de hand 77 nu drie mogelijke combinaties minder heeft.

Verder moeten we de handen die Villain op de turn zou 3-betten ervan aftrekken. Dit zijn JJ, TT, 66, QQ-AA, JTs en AJ. Met inachtneming van het board en je hand vormen deze handen 38 mogelijke combinaties.

Daarmee blijven op de river tenslotte 234 – 68 – 3 – 38 = 125 combinaties mogelijk. Nu moeten we berekenen hoeveel mogelijke combinaties AK, AQ en KQ maken. Ook hier moeten we bedenken dat je zelf een Q hebt, wat deze handen onwaarschijnlijker maakt. Er blijven telkens 12 mogelijkheden over voor AQ en KQ, en 16 mogelijkheden voor AK, dus in totaal 40 combinaties.

Daaruit volgt: 40 combinaties die geschikt zijn om te folden / 125 mogelijke combinaties = 32%

Wanneer Villain in staat is om op de river AK, AQ en KQ te folden dan moet je op deze plek in ieder geval op de river de laatste bullet afvuren. Je hebt >10,5% foldequity nodig, maar hebt in feite een overweldigende 32%. Zelfs wanneer Villain KQ als enige hand op de river zou folden, zou 12/125 altijd nog rond de 10% zijn, wat al bijna voor een winstgevende bluf zou volstaan, terwijl er slechts één hand op de bet foldt.

Slot

Bij de meeste semi-blufs heb je maar heel weinig foldequity nodig van betere handen, om een winstgevende move te maken. Deze is bij goede draws bijna altijd <20% en bij heel goede draws zelfs vaak kleiner dan 10%. Daarom moet je jezelf niet onzeker laten maken door series, waarbij de tegenstanders maar niet willen folden op je semi-blufs.

Op een bepaald moment is het onvermijdbaar dat er een keer meer dan tien semi-blufs achter elkaar worden gedowncalld, of dat je een 3-bet incasseert, en je in de loop kijkt. Dat betekent niet automatisch dat je moves niet goed waren. Je moet je er gewoon psychologisch op instellen dat falen bij blufs en semi-blufs procentueel steeds overheerst, maar dat je spel wiskundig gezien toch goed is.

Aan de andere kant moet je er ook op letten, steeds beter in het oog te hebben welke handen je tegenstander ook werkelijk zouden kunnen folden. Wanneer je iedere draw blind bluft, zonder na te denken over de concrete betere hand die je tegenstander zou kunnen folden, kun je ook snel een bloedneus halen.

Je hebt gezien dat je zelfs die zo hinderlijke variabele met de naam foldequity, met eenvoudige middelen en een beetje moeite realistisch kunt opbouwen. Met de hier voorgestelde concepten heb je nu de perfecte middelen om iedere spot te kunnen analyseren. Dit moet je ook regelmatig doen, want slechts wanneer je veel situaties hebt geanalyseerd krijg je een gevoel voor de bijbehorende patronen die aan tafel mogelijk zijn. Met de bijbehorende ervaring zal het je dan ook aan tafel gemakkelijk vallen om intuïtief de beste beslissing te nemen.