Preflop: Wanneer kun je coldcallen of overlimpen?
Inleiding
In dit artikel:
- Wanneer je preflop kunt coldcallen
- Alles hangt weer eens af van de pot-odds.
- Wanneer je kunt overlimpen
Onder een "coldcall" verstaan we een call voor meer dan een bet, zonder zelf te raisen.
Voorbeeld: MP3 raises, CO calls, button calls, SB calls, BB calls.
Zowel CO als BU maken in deze situatie een coldcall. De SB moet weliswaar niet de volle 2 SB zetten, maar callt meer dan een SB en maakt daarom eveneens een coldcall. De BB daarentegen callt slechts één bet, en maakt volgens deze definitie geen coldcall.
Onder "overlimpen" verstaan we een preflopcall terwijl al eerder spelers hebben gecalld. Completen uit de SB hoort daar echter niet bij.
Voorbeeld: MP3 calls, CO calls, BU calls
In deze situatie maakt MP3 een openlimp. CO en BU maken daarentegen een zogenaamde "overlimp". Het woord “limp” betekent letterlijk “hinken” en stelt een zwak overkomende actie voor, waarmee een speler in de pot “hinkt”.
Overlimpen bij een limper, en coldcallen zijn, naast openlimpen, preflop-speelwijzen die over het algemeen not done zijn, en meestal door fish worden uitgevoerd. Bij een limper is "raise of fold" meestal het algemene preflop-principe. Bij raises speel je preflop in bijna alle situaties "fold of 3-bet".
Het kan echter, zeker in speciale situaties, zinvol zijn om ook bij een limper, preflop slechts te callen (overlimpen), maar ook na een raise in plaats van te 3-betten, gewoon slechts te coldcallen. Dit is te spelen met handen die voor een 3-bet te zwak zijn, maar genoeg potentie hebben om postflop grote potten te winnen. In dit artikel leer je de basisregels van correct toegepast coldcallen en overlimpen aan tafel.
Wanneer en met welke handen kun je coldcallen?
Coldcallen wordt over het algemeen vaak door slechte tegenstanders toegepast. Als TAG ga je er meestal preflop al helemaal voor. Of je hand is goed genoeg voor een 3-bet, dan wil je de tegenstander isoleren en dead money door het eruitdringen van de blinds genereren, of je ziet je hand als te zwak en foldt direct. Daar er echter postflop nog extra geld van eigenaar zal wisselen, kan het over het algemeen ook winstgevend zijn om in veel situaties zelf een coldcall te maken. De toverwoorden luiden hier “implied odds” en “equitysprong naar de flop afwachten”.
Over het algemeen komt een coldcall alleen in aanmerking wanneer er, behalve de raiser, nog minstens één andere tegenstander op de flop zal zijn. Er zijn heel speciale uitzonderingen, waarop aan het einde van dit hoofdstuk zal worden ingegaan.
De beslissende punten over het thema coldcallen zijn:
- Welke handen komen voor een coldcall in aanmerking?
- Onder welke omstandigheden kun je deze handen werkelijk coldcallen?
Coldcallen produceert over het algemeen multiwaypots, daar je eigenlijk alleen coldcallt wanneer je minstens twee tegenstanders op de flop hebt. Daarbij krijgen de blinds door coldcallers heel goede pot-odds, zodat ze ook graag op de flop nog een woordje mee willen spreken, en deze potten vaak 4- of zelfs 5-handed kunnen worden.
Voor zulke situaties wil je graag handen hebben met een goede speelbaarheid in multiwaypotten. Bij deze handen gaat het om pocketpairs, suited connectors en suited one-gappers. Daar er hier bijna geen uitzonderingen zijn, kan dit als regel worden vastgelegd.
Het beslissende punt is: Welke pot-odds krijg je voor een call? Voor de berekening van de pot-odds moet je weten hoeveel tegenstanders er op de flop zullen zijn, en hoe groot de pot dan zal zijn. Voor de inschatting van het aantal tegenstanders maakt het geen verschil of een tegenstander gelimpt heeft, en dan iemand daarachter geraiset, of dat een tegenstander een openraise gewoon slechts coldcallt.
Een limper zal een raise in 99,9% van de gevallen callen, en zo niet, dan bedank je voor het dead money in de pot. Over het algemeen kun je natuurlijk looser coldcallen naarmate de pot-odds groter zijn, daar je coldcallhanden speculeren op een monster. Ze profiteren er eerder van wanneer er meer tegenstanders in de hand zijn, omdat deze je implied odds vergroten. Bovendien dalen bij goede pot-odds natuurlijk ook je relatieve kosten, daar je eigen aandeel in de pot omlaag gaat, naarmate de de pot-odds hoger zijn.
- MP3 limps, CO raises, Hero op de button???
- MP3 raises, CO coldcallt, Hero op de button???
In beide spots heb je postflop, behalve de raiser, zeker één extra tegenstander, daar in het eerste geval de limper de raise eigenlijk altijd zal callen. De big blind zal hier heel vaak, maar niet altijd, callen.
We bekijken je pot-odds voor een call: Je betaalt 2 SB, en hebt bij een 1/2 SB structuur een verwachte potgrootte op de flop van 7,5 – 8,5 SB, afhankelijk van of de big blind callt of niet. Wanneer we gemiddeld uitgaan van 8 SB, betaal je 1/4 van de pot, en je hebt daardoor pot-odds van 3 tegen 1.
Zat je in plaats van op de BU in de SB, dan zou je 1,5 SB van de 8 te verwachten SB op de flop betalen, en dan had je zelfs pot-odds van 4,3 tegen 1. Daarvoor zou je echter postflop zonder positie spelen.
De small blind moet je standaard niet als caller in de berekening meenemen, maar bij hem voorlopig van een fold uitgaan. Speciale reads kun je hier natuurlijk invoegen. Heeft de SB bijvoorbeeld een VP$IP van 70, en je hebt nog nooit gezien dat hij de kans laat schieten om aan een grote pot deel te nemen, dan kun je een call van hem in je pot-odds-berekening meerekenen.
Wees hier echter voorzichtig: Probeer niet je pot-odds kunstmatig te vergroten doordat je te optimistisch uitgaat van extra calls na jou!
Kleine pocketpairs coldcall je over het algemeen omdat je voor setvalue wilt spelen. Je wilt een set treffen, en daarmee zo mogelijk een reusachtige pot genereren en winnen. De kans om een set te treffen is echter slechts 7,5 tegen 1. Daar je deze odds voor een coldcall nooit zult krijgen, is het snel duidelijk dat je wel wat aan implied odds nodig hebt om de ontbrekende pot-odds daarvoor te compenseren.
In veel fora heerste een als algemeen geaccepteerde 5:1-regel. Deze zei dat je voor pot-odds van 5:1, preflop elke pocketpair op setvalue kunt coldcallen omdat je jezelf over het algemeen minstens 2,5 BB als implied odds kunt toerekenen wanneer je een set treft.
In de praktijk toegepast is deze regel echter te tight, want volgens deze regel kun je pocketpairs slechts callen wanneer je minstens 5 tegenstanders op de flop hebt, of minstens 4 tegenstanders wanneer je in de SB bent. Daarbij wordt verwaarloosd dat je ook zonder set op de flop niet altijd automatisch behind bent en in veel van dergelijke situaties nog met positieve verwachtingswaarde kunt doorspelen.
Preflop: Hero SB with 55
CO raises, Button coldcalls, Hero coldcalls, BB folds
Flop: 972 rainbow
Aangenomen ranges
- CO: 55+, A2s+, K7s+, Q9s+, JTs, A5o+, K9o+, QTo+
- Bu: 33-66, A7s-A2s, K9s-K2s, Q3s+, J7s+, T8s+, A9o-A2o, KJo-K3o, Q7o+, J8o+, T9o
In deze situatie had je op de flop ook zonder set 45% equity, wat tegen twee tegenstander een behoorlijke edge is. Het zou dus fataal zijn om slechts op setvalue "fit or fold" te spelen. Daarom kun je de benodigde pot-odds voor een coldcall met een pocketpair gemakkelijk verlagen.
Uit de gegevens van veel ervaren spelers volgt daarop de hierboven besproken 3:1-regel. Vanaf pot-odds van 3 tegen 1 kun je preflop een coldcall met pocketpairs in overweging nemen. Deze krijg je wanneer, behalve de raiser, minstens één tegenstander meespeelt die niet in de blinds zit.
Daarbij laat je bij precies 3 tegen 1 pot-odds 22 en 33 varen. Met 33 had je op het hierboven getoonde board slechts 40% equity. Over het algemeen zijn 22 en 33 zwakkere pocketpairs omdat ze minder kansen op een straight hebben, en doordat ze geen kans hebben om handen op de een of andere manier te domineren. Met 55 zou altijd nog A2-A5 gedomineerd zijn, terwijl dat met 22 niet mogelijk is.
Daar het aan tafel echter niet zo gemakkelijk is om altijd snel de pot-odds te berekenen, vooral wanneer je in de SB zit, kan een aantal regels ook eenvoudiger worden geformuleerd.
- Tegen een raiser en minstens twee verdere tegenstanders kun je iedere pocketpair coldcallen.
- Tegen een raiser en minstens één extra tegenstander kun je 55+ coldcallen, in de SB 44+.
- Tegen slechts één raiser speel je met pocketpairs altijd 3-bet of fold.
Daar je met pockets altijd showdownvalue hebt, wil je de winstkansen ook onverbeterd verhogen, de pot heads-up krijgen en dead money genereren.
Denk er bij het aantal tegenstanders aan dat volgens deze definitie, de blinds niet mee worden gerekend.
Voorbeeld: Hero in de SB met 33
- MP2 calls, MP3 calls, CO raises, Hero calls
Je hebt, behalve de raiser, met MP2 en MP3 twee verdere tegenstanders, en kunt daarom met elk pocketpair callen.
- MP2 raises, CO calls, Hero folds
Hier heb je slechts één extra tegenstander, en je foldt 33 in deze situatie. 44 of 55 kun je daarentegen misschien callen.
Suited connectors en one-gappers (in speciale situaties ook two- of three-gappers) delen de eigenschap met pocketpairs dat ze grote potten kunnen winnen. In plaats van op sets, richt je je daarmee natuurlijk op straights of flushes.
Coldcallen met suited connectors is eigenlijk vergelijkbaar met pocketpairs. Een beslissend verschil van suited connectors in vergelijking met pocketpairs is echter de ontbrekende showdownvalue. Terwijl je met een pocketpair bijna altijd ook onverbeterd kunt winnen, ben je er met een hand als T9s eigenlijk altijd op aangewezen iets op het board te treffen. Deze eigenschap zie je terug in je gedrag tegen een bepaalde tegenstander, wat aan het einde van het hoofdstuk besproken wordt.
Over het algemeen zijn dit de handen die te zwak zijn voor een 3-bet, maar multiway genoeg potentie hebben om postflop grote potten te winnen. Daarbij mag je echter niet uit het oog verliezen dat je ook “alleen” met top-pair nog een woordje mee wilt spreken. Daarom is JTs ook op een T62-rainbow-board sterker dan 65s, ook wanneer er geen straight of flush wenkt. Daar komt natuurlijk bij dat met JTs een “flush over flush”-situatie minder vaak voorkomt dan met 65s.
Net als bij de pocketpairs speelt natuurlijk ook hier het aantal tegenstanders en je daarmee verbonden pot-odds een rol. Hier gelden dezelfde regels als bij pocketpairs. Hoe meer tegenstanders je hebt, des te meer handen kun je coldcallen.
- Tegen een raiser en minstens twee tegenstanders: 98s-QJs, KJs, KTs, T8s, J9s, QTs en Q9s. In de SB ook J8s, 87s, 76s, 65s en 97s.
- Tegen een raise en minstens een tegenstander: T9s-QJs, QTs, KJs, KTs. In de SB ook 98s, 87s en J9s.
Een uitzonderingsgeval is KQs. Met KQs ben je over het algemeen sterk genoeg om een 3-bet te maken. Je moet een 3-bet ervan afhankelijk maken of je jezelf tegen de eigenlijke raiser een edge geeft.
Voorbeeld: Hero is SB met KQs
- MP2 (22/15/1,9/42) (VP$IP / PFR / AF / WTS) raises, MP3 calls, Hero coldcalls…
In deze situatie heb je tegen een relatief tighte tegenstander uit MP2 nauwelijks een edge, en zou je slechts moeten coldcallen. Bovendien is het af te vragen of je hem postflop tot folden van betere handen kunt aanzetten.
- MP3 (36/25/2,0/39) raises, CO calls, Hero 3-bets…
Hier heb je tegen MP3 een edge en ga je in ieder geval als favoriet naar de flop. Daarom wil je hier dead money produceren, en je equity uitspelen.
Heb je behalve een raiser, geen zekere klanten op de flop, dan geldt bijna dogmatisch de “3-bet of fold”-regel. Er zijn echter ook enkele uitzonderingen, waar het zinvol kan zijn om tegen een raise slechts te coldcallen.
- De raiser is uitermate agressief met maniac-tendensen en zou je goed kunnen uitbetalen.
- Je hebt geen equity-edge tegen zijn openraise-range.
- De raiser is heel showdown-gebonden, en je ziet nauwelijks kansen om hem postflop van betere handen af te krijgen.
Nemen we het volgende voorbeeld: MP3 (59/41/1,9/42) raises, Hero op de CO met T

Tegen een 40%-openraiserange heb je op deze plek 41% equity. Ook met meegerekend dead money is dat niet genoeg voor een 3-bet. Ga je ervan uit dat je tegen een dergelijke tegenstander bovengemiddelde implied odds hebt, mocht je postflop treffen, dan zou een 3-bet zelfs gemakkelijk winstgevend kunnen zijn. Toch verhoog je daarmee je variantie met een bedenkelijke edge.
Aan de andere kant ziet T9s er te mooi uit om tegen een dergelijke tegenstander, met positie gewoon weg te leggen. Daarom is in een dergelijke situatie de coldcall het beste spel. Daar je hand de best mogelijke speelbaarheid heeft, stoort het je ook niet meer wanneer je met een coldcall de overblijvende spelers achter jou, goede pot-odds geeft om te callen.
Op de flop zul je met je hand een reusachtige equitysprong maken. En juist tegen maniacs is het niet het primaire doel om preflop de kleinste equityedges te gebruiken. Je wilt de maniac liever postflop met meer informatie werkelijk leegtrekken. In dit geval kun je namelijk deze informatie beter gebruiken dan hij, en zul je gemiddeld de hoogste EV hebben, wanneer je zonder showdownvalue eerst een blik op de flop riskeert voordat je de pot kunstmatig oppompt.
Typische handen die voor een dergelijk spel in aanmerking komen zijn T9s, JTs, QTs en QJs. Bedenk echter: Wanneer de tegenstander een TAG zou zijn met (25/19/2,2/38) dan zou in deze situatie een 3-bet al weer zin kunnen hebben, omdat je tegen deze tegenstander goede kansen hebt hem postflop tot folden van betere handen aan te zetten.
Verder moet je de maniac ook ijverig isoleren wanneer je showdownvalue hebt, maar slechte speelbaarheid. In deze situatie speelt de hand met initiatief beduidend gemakkelijker. Bedenk dat dit eerder zeldzame uitzonderingen zijn, en dat je niet uit het oog mag verliezen dat de "3-bet or fold"-regel in de meeste situaties altijd nog stand houdt.
Een coldcall bij een 2/3 SB-structuur kost je slechts 2/3 BB. Daarmee lig je slechts 1/6 BB hoger dan bij een eenvoudige blinddefense, die 0,5 BB kost. Juist bij deze structuur heeft het over het algemeen zin om handen zonder showdownvalue, tegen agressieve en showdowncommitted spelers gewoon te coldcallen. In dit geval ben je zelfs uit positie en zul je vaak in onaangename postflopsituaties verkeren wanneer je zou missen.
Voorbeeld
CO (38/26/2,0/43) raises, Hero in de SB met 9

Je wilt de showdowngebonden LAG niet zondermeer isoleren en postflop in het ergste geval uit positie met 9 high verderspelen. Daar de kosten voor de coldcall slechts een klein beetje hoger zijn dan bij blinddefense in de BB, kun je hier gewoon coldcallen en de flop bekijken.
Over het algemeen kun je in dergelijke situaties 98s+, T8s, J9s, JTs en ook QTs+ gewoon coldcallen, vooral wanneer je niet gelooft dat de tegenstander postflop van aas-hoog kan loskomen.
Over het algemeen is de range van de handen die je potentieel coldcallt niet perfect uit gebalanceerd. Je kunt dus als coldcaller niet iedere hand representeren. Een oplettende tegenstander zal snel weten dat je als coldcaller óf een pocketpair, óf een suited connector hebt, en dat je in deze situatie eigenlijk nooit een aas hebt, daar je dit óf 3-bet of fold speelt. Dit is in feite echter ook het enige nadeel.
Op boards als T








Het moet je echter duidelijk zijn dat je op een A




Speel je echter tegen maniacs met T

Wanneer en met welke handen kun je overlimpen?
Onder een overlimp verstaan we een preflopcall nadat andere spelers al eerder in de pot zijn gestapt. In de bronze-sectie staan charts die aangeven met welke handen je na callers voor je, ook kunt callen: Geavanceerde charts voor het preflopspel
Over het algemeen zou deze speelwijze ook op shorthanded small stakes, zoals $1/$2, van toepassing zijn. Deze strategie uit de bronze-sectie is echter vooral voor onervaren fullring-spelers erg tight uitgelegd, om postflop zwaarwegende fouten te vermijden. Met toenemende ervaring kun je echter een beetje looser en agressiever spelen. Hieronder zullen we je een aantal richtlijnen geven, volgens welke je op MP3, de CO en de BU preflop kunt overlimpen.
Hero is Button mit T
MP3 calls, folds to Hero?
Over het algemeen zit je in een dergelijke situatie bijna altijd tegen een slechte speler, omdat TAG’s en ook thinking LAG’s nooit een openlimp zouden spelen. Je moet jezelf hier de volgende twee vragen stellen.
Over het algemeen vallen de volgende handen in deze categorie: J9s, J8s, T9s, T8s, 98s en 87s.
Alle handen zijn verder multiway goed te spelen en kunnen grote potten winnen. Het is ook helemaal niet van grote betekenis of de blinds gemakkelijk folden of niet. Folden ze, dan ben je blij met het dead money. Callen ze, dan speel je multiway in positie met de beste playability. Eveneens een comfortable situatie.
Handen zoals JTs, QTs en beter, zijn opnieuw tegen bijna iedere limp-range goed genoeg voor een raise.
Voordat je over een overlimp nadenkt zou je jezelf vooral moeten afvragen of het niet beter zou zijn om de tegenstander te isoleren. Het thema isolatieraises is weliswaar een eigen thema, maar ook bij het thema overlimpen moet dit aspect worden genoemd.
Je moet je dus vragen of je de tegenstander postflop niet betere handen zou kunnen laten folden. De “Went to showdown” van je tegenstander geeft daarover enig uitsluitsel. Is deze groter dan 40%, dan zou je jezelf voor moeten zien liggen, want je zou met een agressieve speelwijze vaak tegen de muur rennen, en door A-hoog worden gedowncalld.
Is de WTSD onder de 40%, dan kun je over een isolatieraise nadenken. Het voordeel bij het isoleren van niet showdown-gebonden spelers is, dat je op de flop naast je outs op een pair, ook met een aas een goede scarecard hebt, waarop de tegenstander vaak K-hoog of Q-hoog weg zal leggen, en in het beste geval misschien zelfs kleine pocketpairs.
MP2 (60/13/1,8/41) (VP$IP/PFR/AF/WTS) calls Hero MP3 with J

Een mooie hand, die je graag wilt spelen, en waarmee je tegen het callingstation op een goede uitbetaling hoopt, mocht je iets treffen. Wanneer je tegen deze tegenstander raiset zul je hem vaak zonder showdownvalue isoleren, en heb je postflop vaak een zwaar leven. Mocht hij je continuationbet op de flop callen, dan zul je vaak op de turn onverbeterd verder chips verbranden, en worden gedowncalld. Aan de andere kant zul je vaak check-behind turn spelen, en van K-hoog verliezen, die misschien op de turn zou hebben gefold. Aan deze marginale situaties wil je jezelf niet blootstellen, en dus wacht je liever de equitysprong naar de flop af, voordat je groot investeert. Door een call kun je jouw postflop-edge tegen de fish beduidend beter uitspelen, dan door de raise zonder showdownvalue je in een vaste betreeks met “bet flop, bet turn” te manouvreren, om een marginale, indien al aanwezige preflop-ege te pushen.
Had de tegenstander 42/12/1,7/37 stats, dan zou een isolatieraise meer zin kunnen hebben, daar je de hand eerder zonder showdown kunt winnen.
In het laatst genoemde voorbeeld kun je misschien dus alleen met J9s en T9s overlimpen. Zat je in plaats van op MP3, op de CO, dan kon je misschien met J9s, J8s, T9s, T8s en 98s overlimpen. Op de button komt daar nog 87s bij.
Bedenk ook dat een limper niet meteen een "limper" is. De één is gewoon slechts tight-passive met 25/11/1,8/40, de andere is een dikke fish met 70/4/0,8/40. Beide hebben dezelfde WTSD, maar toch zou je tegen de rock eerder tighter overlimpen, daar zijn limp-range veel pocketpairs zal omvatten, en beduidend sterker is dan die van een fish.
Dit leidt ertoe dat je tegen rocks ook met een beduidend slechtere uitbetaling moet rekenen wanneer je iets treft, en je daarmee inderdaad wint. Wanneer je hand dus een absoluut grensgeval is, moet je tegen een tighte limper ook tight overlimpen of isolatieraisen.
Overlimpen is beduidend slechter uitgebalanceerd dan coldcallen. Een goede speler zal snel herkennen dat je bij deze actie eigenlijk altijd suited connectors of one-gappers zult hebben. Over het algemeen komt overlimpen eerder voor aan softe tafels, waar tegenstanders graag openlimpen. Mochten er achter jou echter thinking TAG’s zitten, dan kunnen ze je handrange na een overlimp erg goed bepalen.
Op de flop zul je weliswaar zowel draws als made hands agressief spelen, maar je kunt bepaalde dingen niet representeren, vooral wanneer er highcards op het board liggen. Ook hier moet je duidelijk zijn dat je noch koning noch aas kunt voorwenden, zodat in veel situaties semi-blufs slechts beperkt zin kunnen hebben.
Daarom moet je bij overlimps met de volgende punten rekening houden:
-
Heb je achter jou nadenkende spelers zitten, die misschien zelfs beter zouden kunnen zijn dan jij, dan kun je beter afzien van overlimps bij een limper raise-of-fold spelen. Zo wordt het voor de tegenstander moeilijker om je op een range te zetten.
-
Is het veld na jou eerder onoplettend, of multitafelend op de automatische piloot, dan kun je overlimps naar de hierboven genoemde richtlijnen invoeren.
-
Een laatste punt is het veld na jou. Wanneer je in MP3 of op de CO zit moet je er op letten of de tegenstanders tot de button graag loose coldcalls maken of niet. Over het algemeen wil je met een raise graag postflop de button hebben. Zie je de kansen daarvoor als niet overweldigend, dan spreekt dat voor een overlimp. Ook hier moet nog eens worden gewaarschuwd dat je het met overlimps niet overdrijft. Vaak is een isolatieraise beter, daar je postflop tegen veel speler toch foldequity kunt krijgen.
Twee callers voor jou duiden al op een heel goede tafel. Daar je bij twee limpers natuurlijk betere pot-odds krijgt, en tegen de blijkbaar zwakke tegenstanders graag vaker mee wilt, kun je natuurlijk looser overlimpen.
De volgende handen komen bij twee limpers voor je in aanmerking om te overlimpen: KJo, QTo+, JTo (alleen de BU), 76s+, Q9s, T8s+, J8s+.
Over het algemeen moet je nog onderscheid maken of je op de CO of op de BU zit. Het zeker zijn van je positie is vooral een voordeel wanneer je een offsuited hand hebt, omdat deze niet zo goed is in 4- tot 6-handed pots op de flop. Daarom kun je QTo en JTo bij twee limpers op de CO beter folden, en slechts op de button overlimpen.
Ook hier is het belangrijk dat je een blik werpt op de overlimpers voor jou.
Voorbeeld: MP2 (fish) limps MP3 (TAG) overlimps Hero op de CO met 9



Hier is de situatie niet zo comfortabel als het er uitziet. Daar een TAG hier een overlimp maakt, kun je ervan
uitgaan dat hij een suited connector heeft. Hij kan je in dit geval zowel met top-pair domineren, met bijvoorbeeld J







Deze situatie komt natuurlijk heel zelden voor, zodat je de suited connectors in de meeste gevallen bij twee tegenstanders eenvoudig kunt overlimpen.
QJs en JTs hebben tegen twee limpers over het algemeen een equity-edge, zodat je jezelf kunt afvragen of het niet zin heeft om met deze handen het veld te raisen. Over het algemeen is een raise zeker niet slecht, en er zijn tot nog toe geen duidelijke aanwijzingen of raise of call met deze handen beter is.
Een voordeel van de overlimps is het feit dat je alleen met nauwkeurigere informatie meer geld in de pot zult investeren, en dus je variantie kleiner zult houden, zonder werkelijk een equity-edge “te laten liggen”.
Over het algemeen moet je bij postflop tighte spelers het veld in ieder geval raisen, daar je bij elke aas op de flop een goede foldequity hebt. Het moet je in elk geval duidelijk zijn dat je in het geval van een raise tegen drie of meer tegenstanders, niet koste wat het kost een continuationbet moet maken. Op heel ongunstige boards zoals 568, zou je de hand direct op de flop opgeven, en op een freecard hopen.
Samenvatting
Coldcallen en overlimpen wordt weliswaar over het algemeen voornamelijk door fish gespeeld, maar ook als TAG zijn er situaties waar dit het meest bruikbare middel is. Je moet altijd bedenken dat de hier getoonde ranges niet zo dogmatisch zijn als een chart. Ze dienen als richtlijn volgens welke je, in combinatie met de reads op je tegenstander, tot de beste beslissing kunt komen. Het succes komt natuurlijk alleen wanneer je de handen ook postflop correct verderspeelt.
Opdat je die hier genoemde richtlijnen nog eens compact voor je ziet, worden ze nog een keer kernachtig samengevat. Denk er aan dat je altijd nog een blik op je tegenstander werpt, en eventueel individuele aanpassingen moet maken.
- Coldcallen met pocketpairs
- Tegen een raiser en minstens twee verdere tegenstanders kun je ieder pocketpair coldcallen.
- Tegen een raiser en minstens één extra tegenstander kun je 55+ coldcallen, in de SB 44+.
- Tegen alleen maar een raiser 3-bet of fold je pocketpairs. Een coldcall is hier altijd fout.
- Coldcallen met suited connectors en suited one- of two-gappers
- Tegen een raiser en minstens twee tegenstander: 98s-QJs, KJs, KTs, T8s, J9s,
QTs en Q9s. In de SB vervolgens J8s, 87s, 76s, 65s en 97s. - Tegen een raiser en minstens één tegenstander: T9s-QJs, QTs, KJs, KTs. In de SB vervolgens 98s, 87s en J9s.
- Tegen een raiser en minstens twee tegenstander: 98s-QJs, KJs, KTs, T8s, J9s,
- Coldcallen alleen tegen de raiser
- De raiser is uitermate agressief en heeft maniac-neigingen.
- Je hebt geen equity-edge tegen zijn openraiserange.
- De raiser is heel showdown-gebonden, en je ziet nauwelijks kansen om hem postflop betere handen te laten wegleggen.
- Typische handen die voor een dergelijk spel in aanmerking komen zijn T9s, JTs, QTs en QJs.
- Overlimpen tegen één tegenstander
- Over het algemeen vallen de volgende handen in deze categorie: J9s, J8s, T9s, T8s, 98s, 87s.
Denk aan de slechte uitbalancering van je line tegen goede tegenstanders achter jou!
- Over het algemeen vallen de volgende handen in deze categorie: J9s, J8s, T9s, T8s, 98s, 87s.
- Overlimpen tegen twee tegenstanders
- KJo, QTo+, JTo (alleen de BU), 76s+, Q9s, T8s+, J8s+.
LINKS Verwante artikelen:
Uitbreidingen voor het preflopspel
Hoe speel je shorthanded
Hoe speel je in ongeraisede potten?Discussieforum:
Discussieer op het forum over de inhoud van dit artikel