Bijgewerkt op 06 jul 26 door

Shorthanded theorie

Inleiding

In dit artikel

  • Hoe speel je shorthanded
  • Dunne isolation 3-bets
  • Initiatief houden en overnemen
  • Een paar tips van pro's

Algemeen

Shorthanded verschilt in principe niet veel van het spel aan een fullringtafel. Je behandelt een shorthanded game op een zelfde manier als waarop je een fullring game behandelt waarbij de eerste spelers al hebben gefold.

=> Er is dus geen reden om in shorthanded games bijzonder loose-aggressive te zijn! Je moet ook hier tight, agressief en solide spelen.

Preflop

Het correcte preflop-spel ken je al uit het artikel Preflop: Starthanden - expert-theorie. Vooral aan een shorthanded tafel moet je je aan de volgende principes houden:

  • 1st in preflop raise of fold
  • 2nd in preflop raise of fold
  • 3rd in preflop meestal raise of fold

Deze principes gelden alleen voor je eerste preflop-acties.

Wanneer moet je raisen?

Om goed genoeg te willen zijn om mee te raisen, moet een hand aan twee voorwaarden voldoen:


    1) De hand staat voor je huidige positie in de Open Raising Chart genoteerd als een hand waarmee je kunt raisen.
    2) De equity van je hand tegen de range van de tegenstander is bovengemiddeld.

Voorwaarde 1 garandeert dat je je hand gemiddeld gezien profitabel kunt spelen tegen de handen van de spelers die na je komen.
Voorwaarde 2 garandeert dat je je hand gemiddeld gezien profitabel kunt spelen tegen de handen van de spelers die voor je aan de beurt waren.

Om je gemiddelde equity te berekenen, moet je de tegenstanders tellen die voor jou aan de beurt waren en die meedoen in de hand. Zijn er voor jou N tegenstanders in de hand gestapt, dan is de gemiddelde equity (100 / (N+1)) %. Voor een raise moet de equity van je hand tegenover de handranges van de tegenstanders groter zijn dan de gemiddelde equity.

Wanneer je in de small blind tegen één enkele raiser zit, moet je hier een uitzondering op maken. Een 3-bet kost je hier maar 2,5 SB en een volle bet kost je 3 SB. Bovendien is de kans groot dat de big blind uit de hand stapt en je dus 1 SB dead money in de pot krijgt. Een equity van 40% is al voldoende voor een 3-bet.

Wanneer moet je slechts callen?

Een preflopcall is theoretisch alleen aan de orde wanneer er aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:


    a) Twee of meer tegenstanders hebben voor je gelimpt.
    b) Je zit in de small blind.
    c) Je zit in de big blind tegen een raise.
    d) Er is eenmaal geraised, maar er zijn drie of meer spelers in de hand gestapt.

a) is van toepassing wanneer je hand onvoldoende equity heeft volgens voorwaarden 1 en 2, maar op grond van goede implied odds winstgevend is in multiwaypotten. Hierbij tellen vooral middelmatige en kleine pairs, suited azen met een zwakke kicker en middelmatige suited connectors. Het zijn in principe de handen die in de klassieke starting hands chart, een "call 2" in late position hebben.

b) komt doordat je in de SB duidelijk goedkoper in de hand kunt meegaan - namelijk voor de halve prijs. Een nadeel is echter de slechte positie en met zwakke handen vooral een lage speelbaarheid van de hand - ofwel: je weet vaak op de flop niet waar je met je hand staat. Daarom zou je in de small blind - wanneer deze 1/2 small bet groot is - slechts de handen moeten completen waarvan de equity minstens 75 % van de gemiddelde equity bedraagt. De handen die boven de gemiddelde equity liggen raisede je natuurlijk sowieso al.

c) Deze situatie is net als in b). Ook hier kun je er voor de halve prijs bij zijn. Weliswaar zijn je implied odds tegen een raise slechter dan in situatie b), maar daarvoor heb je meestal slechts één tegenstander en daarmee soms goede semi-bluf-kansen. En mocht je op de flop treffen, dan kun je gegarandeerd een check/raise plaatsen.

d) Hier geldt hetzelfde principe als bij a). Je speelt de handen waarvan de equity weliswaar niet voldoende is, maar die op grond van goede implied odds toch winstgevend zijn. Op grond van de te verwachte actie op de flop en van het feit dat je implied odds in een geraisede pot in principe kleiner zijn, moeten je handen echter duidelijk sterker zijn. Dit zijn feitelijk de "x/call 3" handen uit de klassieke starting hands chart.

Hoe moeten mijn PokerTracker stats er na deze speelwijze uitzien?

Speel je volgens dit systeem, dan hangt je VPIP natuurlijk af van met hoeveel tegenstanders je gewoonlijk aan tafel zit. Een goede richtwaarde is 18 voor 10-persoons tafels en 23 voor 6-handed tafels. Je PFR-waarde moet altijd ruwweg 2/3 van je VPIP waarde zijn. Ligt je VPIP dus bijvoorbeeld bij 24, dan moet je PFR bij 16 liggen.
Je "folded BB to steal"-waarde moet tussen de 40 en de 55 liggen.
Je "folded SB to steal"-waarde moet tussen de 80 en de 85 liggen.
Je "Attempt to steal"-waarde moet tussen de 30 en de 35 liggen.

Pimp mijn preflopspel - Verfijningen voor pro's

Allereerst een waarschuwing: De nu voorgestelde tactieken vereisen steeds perfecte randvoorwaarden en uitmuntende postflop-skills. In de verkeerde situatie of door de verkeerde speler toegepast, brengen ze meer nadelen dan voordelen.

Passieve BB-defense

Voorwaarden:
Je bent in de BB.
Je speelt heads-up tegen de raiser en er is geen andere speler in de pot.
De raiser is postflop agressief. Call je preflop en check je de flop, dan bet hij altijd.
Je hebt een goed gevoel voor flop-samenstellingen. Je bent in staat om juist die flops te herkennen, waarbij je ook zonder een bruikbare hand druk kunt zetten.
Je tegenstander is relatief tight.

Het idee:

Daar de tegenstander iedere flop bet wanneer je preflop callt en de flop checkt, kun je in plaats een preflop-3-bet en een flopbet, ook preflop slechts callen en de flop check/raisen wanneer die je bevalt. Zo breng je de tegenstander ertoe om, net zoals hiervoor, minstens 3 SB te investeren. Wanneer de flop echter een ramp voor jou is, kun je met een check/fold gemakkelijk folden en heb je dan slechts 2 SB verloren.

Problemen:

Je verliest de kans op een preflopcap. Met heel sterke handen, zoals AA-TT of AK-AQ, is dit echter precies dat wat je wilt bereiken. Het zou dus irritant zijn wanneer de tegenstander principieel tegen je 3-bet zou hebben gecapt, maar dit niet kon doen omdat je preflop slechts gecalld hebt.
Je stelt je bloot aan het gevaar om op de flop de beste hand te folden. Laten we aannemen dat je 77 hebt en de tegenstander heeft 66. Hij raiset en je callt in de BB. De flop is AKQ. Je speelt logischerwijs check/fold, maar hebt daardoor de beste hand gefold. Bij 3-bet preflop en bet flop zou je echter de pot hebben gewonnen.
Is de flop zowel voor jou alsook voor de hand van de tegenstanders een ramp, dan win je bij een '3-bet preflop, bet flop' de pot. Bij 'call preflop, check flop' pakt over het algemeen de tegenstander hem.

Oplossing:

Het eerste probleem is gemakkelijk op te lossen: Je 3-bet gewoon net zoals hiervoor al de handen waarbij je een cap wilt. De handen waarbij een cap van de tegenstander je eerder zou storen, call je alleen.
De andere twee problemen zijn moeilijker. Je zou kunnen denken dat ze gemakkelijk op te lossen zijn door de flop gewoon een keer vaker als bluf te donkbetten, in plaats van te check/raisen. Het probleem hierbij is, dat in eerste instantie geen tegenstander je gelooft. Opdat de donkbets geloofwaardig worden zou je dus ook met sterke handen moeten donkbetten. Dan verlies je echter juist het voordeel dat we eigenlijk door 'call preflop, check/raise flop' voor ogen hebben: de gegarandeerde bet op de flop!
Dus blijft als enige oplossing het volgende over: Je moet uitmuntende hand- en reads op je tegenstander maken, zodat je gericht af en toe een check/raise-bluf kunt plaatsen. Om deze te laten functioneren moet je tegenstander relatief tight zijn.


Agressieve blindstealing

 

Voorwaarden:

Je zit op de button.
De BB is te tight, dat wil zeggen "folded BB to steal" > 65 over minstens 500 handen.
De SB is geen maniac.


Het idee:

Omdat de BB te vaak foldt, krijg je op je typische stealhanden extra value. Zelfs een aantal handen die gewoonlijk geen winstgevende stealhanden zijn, worden daardoor winstgevend.
Laten we eens aannemen dat de SB in 15% van de gevallen verdedigt, en de BB 35% van de keren. De kans dat beiden folden bedraagt dan 55,25%. Je wint dus in 55,25% van de gevallen 1,5 SB. In 30% van de gevallen moet je 3 SB betalen (tegen een 3-bet) en in ca. 15% van de gevallen 2 SB (tegen een SB-call).

Wanneer we de winst van de steals daar tegenover zetten, zullen we in deze beide gevallen waarin een tegenstander verdedigt gemiddeld ca. 0,9 SB verlies maken. Aangezien de hand dan nog niet afgelopen is, kan er alsnog winst gemaakt worden met de steals. Tegen spelers die hun blinds verdedigen is er dus een "voordeel", maar dat ligt duidelijk onder de 0,9 SB. Tegen tighte blinds kunnen we dan ook beduidend vrijer stealen dan tegen spelers die hun blinds goed verdedigen. In de bovengenoemde situaties kunnen we daarom zondermeer met iedere hand stealen die we ook in de SB first-in zouden raisen.

Waarschuwing:

Het hier genoemde concept is gevaarlijk! Je moet er zeker van zijn dat de blinds werkelijk tight zijn. Daarvoor heb je óf veel handen in PT nodig, óf heel goede reads. Twijfel je, dan zou je net zoals hiervoor slechts volgens de open raising chart moeten stealen.


Thin isolation 3-bets

 

Voorwaarden:
Je bent in late position.
Een tight-aggressive tegenstander heeft vóór jou geraised. Hij is echter geen maniac!
Afgezien van de raiser is er geen andere speler in de hand.
De SB en de BB zijn geen maniacs.

Het idee:

Gewoonlijk maken we in deze situatie alleen 3-bets met handen die een equity van minstens 50% hebben. Maar juist in late position verwaarlozen we daarbij de volgende twee aspecten: Ten eerste garandeert een 3-bet ons meestal een heads-up pot tegen de raiser, waarin we positie op hem hebben. Ten tweede folden de SB en de BB waarschijnlijk. Daardoor komt er 0,75 big bets dead money in de pot, waarvan een deel volgens de equity ons toebehoort. Op basis van deze beide aspecten hebben we niet de volle 50% nodig voor een 3-bet. We kunnen gerust de ondergrens verschuiven naar 45%. Is de raiser postflop bovendien nog tight en voorspelbaar, en zijn de blinds bijzonder tight, dan kunnen we zelfs tot 40% zakken.

Waarschuwing

Zijn de blinds of de raiser loose-aggressive, dan is deze strategie contraproductief. Preflop is het risico voor een cap veel te groot, en postflop is onze foldequity met gemiste handen slechts heel gering.


Postflop


Het belangrijkste nog even opnieuw: shorthanded onderscheidt zich principieel niet van fullring. Je moet dus net zoals anders je zwakke handen folden! Praat jezelf ook niet aan dat je tegenstanders de hele tijd bluffen en beslist "ook niets hebben". Solide tight-aggressive spel is ook bij shorthanded de weg naar succes.

3-handed situaties op de flop en de turn

Het fundamentele basisprincipe: tegenstander-reductie!

Het is je doel om in bijna iedere 3-handed situatie met iedere te spelen hand minstens één van de tegenstanders al op de flop uit de hand drukken. Dit geldt zowel voor made hands als voor draws. Met draws geef je jezelf de kans om de pot zonder showdown te winnen. Met made hands moet je steeds je hand protecten.

Wanneer je de preflopraiser bent bereik je dat het beste door een eenvoudige flopbet.

Heeft echter een tegenstander de laatste preflopraise geplaatst, dan kun je deze tegenstander als uitsmijter in je voordeel gebruiken. Daar we hier over 3-handed situaties praten, kunnen we de drie spelerposities eenvoudig EP, MP en LP noemen; early- middle- en late position. Zitten we in EP en zit de preflopraiser in LP, dan kunnen we met behulp van een check/raise de MP-speler maximaal onder druk zetten. Zijn we in EP en de preflopraiser is in MP, dan betten we direct op hem in en hopen we dat hij door een raise de LP-speler voor ons wegdrukt. Verdere scenario's laten zich hier heel gemakkelijk van afleiden.

Wanneer we een monster hebben kunnen we ook zo spelen, dat we de passieve derde speler tussen ons en de preflopraiser trappen. Zijn we bijvoorbeeld in EP, de preflopraiser is in LP en we hebben een monster, dan betten we direct, in de hoop dat MP callt en LP raiset, zodat we kunnen 3-betten. Afhankelijk van onze positie is hetzelfde effect ook met een check/raise te bereiken.


Heads-up situaties op de flop en de turn


De betekenis van het initiatief


Iemand heeft het initiatief wanneer hij in de voorgaande inzetronde de laatste raise of bet heeft plaatst.

In situaties met slechts één tegenstander op de flop, is het enorm belangrijk om, wanneer je het preflop-initiatief hebt, opnieuw te betten.
Wanneer je op de flop een sterke hand hebt, moet je die protecten door een bet.
Wanneer je op de flop een zwakke hand hebt, win je door een bet vaak automatisch de pot, namelijk wanneer je tegenstanders eveneens niet hebben getroffen.
Zelfs met absolute monsterhanden moet je opnieuw betten, en zeker geen slowplay proberen. Een check in een dergelijke situatie is heel verdacht en schaadt je eerder dan dat het je helpt.

Op de turn moet je als je het initiatief hebt, in de meeste gevallen opnieuw betten.

Er zijn slechts drie heel zeldzame uitzonderingsgevallen:


OOP: check/fold op de turn

  • De kans dat je voor ligt is heel klein.
  • De kans dat je tegenstander foldt is heel klein.
  • Wanneer je checkt kun je met een zuiver geweten voor slechts één bet direct folden.

Kort gezegd: handen met een aantal outs, showdownvalue of blufkansen worden op de turn opnieuw gebet.

Voorbeeld: Je raiset preflop in de SB met QTo tegen een tighte speler. De flop is A72-rainbow. Jij bet en hij callt. De turn is een twee. Hier kun je easy check/fold spelen.


IP: check turn, fold river onverbeterd

  • De kans dat je voor ligt is heel klein.
  • De kans dat je tegenstander foldt is heel klein.
  • Wanneer je checkt kunt je onverbeterd zonder spijt op de river folden.

Kort gezegd: handen met een aantal outs, showdownvalue of blufkansen worden op de turn opnieuw gebet.

Voorbeeld: Je raiset preflop op de button tegen een tighte speler met QTo. De flop is A72-rainbow. Hij checkt, jij bet en hij callt. De turn is een 2. Hier kun je op de turn behind checken en op de river onverbeterd folden wanneer hij bet.

IP: check turn for bluffinduce

  • De kans dat je voor ligt is niet zo groot, maar nog groot genoeg om een bet te callen.
  • Wanneer je voor ligt heeft je tegenstander nauwelijks outs tegen je.
  • Op de turn zal de tegenstander bijna nooit met een slechtere hand callen.
  • Op de turn zal de tegenstander nooit een betere hand folden.
  • Je tegenstander is tight-aggressive.

Dit is die zogenaamde "way ahead/way behind"-situatie. Hij is echter heel zeldzaam! Het is het eenvoudigst te verduidelijken met een voorbeeld:

Hero is de button met KQs. De BB is een solide speler.

Preflop:
Hero raiset, SB foldt, BB 3-bet, Hero capt, BB callt.

Flop: K22-rainbow
BB checkt, Hero bet, BB callt.

Turn: A
BB checkt, Hero ???

Hier moeten we checken. De BB heeft over het algemeen een aas, een pocketpair < QQ, of een monster. Daar hij solide is, zou hij QQ en slechter op onze bet folden. Met andere handen zou hij kunnen callen of ons met een check/raise hoofdpijn kunnen bezorgen. Wanneer we echter een check-behind doen, zal hij vaak handen als QQ-55 op de river betten. We callen dan, en hebben een extra BB uit hem gehaald. Tegen een aas of een monster verliezen we echter net zoals hiervoor slechts 1 BB. Bovendien schaadt het meestal niet om een hand als QQ-55 een freecard te geven - deze handen hebben tenslotte slechts twee outs!

OOP: Het in stand houden van het initiatief

Wanneer je een speelbare hand hebt, is het out of position enorm belangrijk om op de flop het initiatief te pakken. Bet je bijvoorbeeld de flop, de tegenstander raiset en je hebt een speelbare hand, dan zou je over het algemeen '3-bet flop, bet turn' moeten spelen, wanneer je óf een enigszins bruikbare made hand hebt, óf een goede semi-bluf. Alleen met handen die je op de turn onverbeterd zou check/folden, kun je de flopraise beter niet 3-betten.

De redenen daarvoor:

Heb je een goede semi-bluf-hand, dan krijg je door '3-bet flop, bet turn' een hoge foldequity en verhinder je een check-behind van de tegenstander.
Heb je een made hand, dan garandeer je maximale value.
Heeft de tegenstander een betere hand dan jij, dan verlies je over het algemeen ook slechts 1 SB extra. Wanneer je namelijk op de turn checkt, zal de tegenstander je valuebetten - je bespaart op de turn dus niets.
Vaak bespaar je zelfs geld, daar je bepaalde handen na '3-bet flop, bet turn' veel gemakkelijker op een turnraise van de tegenstander kunt folden, of na een flopcap van de tegenstander zelfs op de turn kunt check/folden.

Voorbeeld:

Hero zit op de SB met 99 en raiset first-in. De BB callt. De flop is Js8s2h. Hero bet en BB raiset. Hier moet Hero in ieder geval '3-bet flop, bet turn' spelen, vanwege de bovengenoemde redenen.

Het overnemen van het initiatief

Nu gaan we een keer uit van een heads-up situatie op de flop. Je tegenstander heeft het initiatief.
Bijna altijd zal hij betten wanneer jij op de flop checkt. Is hij out of position en je callt de flop, dan zal hij bovendien bijna altijd de turn betten. Is hij echter op de turn in position en je hebt de flop slechts gecalld, dan neemt hij vaak door middel van een check-behind een freecard.

Dit standaardspel van de tegenstander gebruiken we maximaal met de perfecte standaard antwoorden:

OOP: check/raise flop, bet turn

Zijn we out of position en we hebben een speelbare hand, dan moeten we in principe 'check/raise flop, bet turn' spelen. Met een draw bereiken we daardoor zowel op de flop alsook op de turn een gegarandeerde en hoge foldequity. Met een made hand krijgen we daardoor op de flop vaak het maximum aan value, en verhinderen we bovendien dat onze tegenstander op de turn een freecard neemt.

IP: call flop, raise turn

Met deze speelwijze bereiken we aan de ene kant een hoge foldequity met draws, maar aan de andere kant ook veel value met made hands. Bovendien maakt deze speelwijze het je mogelijk om het gratis-showdown-effect te gebruiken. In de meeste gevallen zal de tegenstander onze turnraise namelijk niet 3-betten, zodat we in position op de river, afhankelijk van de riverkaart en situatie, óf kunnen valuebetten, óf kunnen checken. Door de raise op de turn hebben we op de river de perfecte situatie geschapen.


Een interessant punt:

Wat veel van jullie hopelijk is opgevallen, is dat bij de bovengenoemde betpatronen geen verschil wordt gemaakt tussen draws en made hands. De reden daarvoor is het standaardtype shorthanded tegenstander - een semi-loose en semi-aggressive speler. Tegen zulke tegenstanders vallen de optimale value- en semi-blufpatronen namelijk samen!

Tegen afwijkende tegenstandertypes veranderen de optimale standaardpatronen echter. Hier komt het ook vaak voor dat het valuepatroon afwijkt van het semi-blufpatroon.

Aanpassen van de betpatronen aan het type tegenstander


In principe kunnen betpatronen in heads-up situaties drie verschillende doelen hebben:


    1. Maximaliseren van de values
    2. Maximaliseren van de verhouding tussen foldequity en kosten
    3. Oplossen van uitzonderingssituaties ("way ahead/way behind" etc.)

Doel 1 is bijna zelfverklarend. Stel je voor dat je een monster hebt geflopt. Nu wil je op een manier spelen die je over het algemeen de meeste winst oplevert. Je wilt de tegenstander zover krijgen dat hij tot de showdown zo veel mogelijk geld investeert.

Doel 2 is iets complexer. Hier wil je de tegenstander namelijk laten folden. Beslissend is hierbij de verhouding tussen de gegenereerde foldequity en de kosten van het betpatroon.

Doel 3 is een verzamelbegrip voor uitzonderlijke situaties, die niet bij de doelen 1 en 2 zijn in te delen. Dergelijke situaties kunnen slechts moeizaam algemeen worden behandeld; ze moeten eerder case-by-case opgelost worden en zijn niet het thema van dit artikel.

We concentreren ons dus op doel 1 en 2, tegen verschillende tegenstandertypes. We nemen bovendien aan dat het board noch bijzonder scary, noch heel drawheavy is.

Doel 1: value


Tegen een maniac


OOP: check/call flop, bet/3-bet turn

IP: call flop, raise/cap turn


Tegen een LAG


OOP: bet/3-bet flop, bet turn

IP: call flop, raise turn


Tegen een callingstation


OOP: check/raise flop, bet turn

IP: raise flop, bet turn


Tegen een rock (tight-passive)


OOP: check/call flop, bet turn

IP: call flop, bet/call turn


Tegen een TAG


OOP: check/raise flop, bet turn

IP: call flop, raise turn

Aanpassen aan scary drawless en drawheavy boards:
Bij scary en drawless boards moet je op de turn in position tegen tightere tegenstanders niet raisen, maar slechts callen, om zo op de river een verdere bet te krijgen.
Bij drawheavy boards moet je natuurlijk ook tegen tightere tegenstanders vol agressie spelen.

Doel 2: maximalisering van de verhouding foldequity:kosten



Tegen een maniac


Vergeet het! Maniacs tot folden brengen is niet winstgevend. Speel met je sterke draws check/call.


Tegen een LAG


OOP: 'check/raise flop, bet turn' of 'check/call flop, check/raise turn'

IP: call flop, raise turn


Tegen een callingstation


Pas op: Tegen passieve callingstations heb je meer outs nodig om een semi-bluf winstgevend te maken.

OOP: check/raise flop, bet turn

IP: raise flop, bet turn


Tegen een rock (tight-passive)


OOP: check/raise flop, bet turn

IP: raise flop, bet turn


Tegen een TAG


OOP: check/raise flop, bet turn

IP: call flop, raise turn


Aanpassen van je aantal semi-blufs aan het type tegenstander


Het volgende principe moet je glashelder zijn: Hoe kleiner de kans is dat je tegenstander op een semi-bluf foldt, des te sterker moet je draw zijn. Tegen rocks kun je bijvoorbeeld, afhankelijk van het board, ook met draws raisen die bijna geen outs hebben, of zelfs met een absoluut waardeloze hand. Tegen callingstations moet je daarentegen al minstens zes discounted outs hebben, opdat een semi-bluf loont. Tegen totale maniacs, die vrijwel nooit folden, moet je geen semi-bluf proberen.
Concreet betekent dit bijvoorbeeld, dat je een gutshotstraightdraw tegen een TAG bij een passend board check/raiset, maar tegen een maniac daarentegen zelfs check/foldt!


Heads-up op de river, OOP

OOP correct spelen op de river is moeilijk en vooral ook tegenstander-afhankelijk. Met gemiddeld goede made hands zijn de moves OOP op de river doorgaans 'check/call' en 'bet-call'. Laten we de voor- en nadelen van deze moves optellen.

tegenstander vóór/vs. bet /vs. check bet/call check/call
1) Ja/raise/bet (valueraise) -2 -1
2) Ja/raise/check (pseudo-blufraise) -2 0
3) Ja/call/bet (valuebet) -1 -1
4) Ja/call/check (passief) -1 0
5) Ja/fold/bet (pseudo-bluf) +P -1
6) Ja/fold/check (pseudo-busted) +P 0
7) Nee/raise/bet (bluf bet/raise) +P2 +P1
8) Nee/raise/check (blufraise) +P2 +P0
9) Nee/call/bet (pseudo-valuebet) +P1 +P1
10) Nee/call/check (crying call) +P1 +P0
11) Nee/fold/bet (blufbet) +P0 +P1
12) Nee/fold/check (busted) +P +P

Verduidelijking:

Elke invoer geeft de kosten of de winst voor de move. Out of position heb je de keuze tussen bet/call en check/call. De eerste kolom geeft aan of je bij de showdown de slechtere hand bezit (ja/nee) en hoe de tegenstander op je acties reageert. Er wordt gerekend in big bets. "P" is de pot.

+P2 betekent dat je move niet slechts de pot wint, maar nog 2 extra BB. -1 betekent dat je niet slechts de pot verliest (die je sowieso zou hebben verloren) maar nog een extra BB (in vergelijking met check/fold).

De vraag is nu hoe je dit moet waarderen. Dat hangt vooral af van hoe waarschijnlijk de gevallen 1) tot en met 12) zijn, en hoe groot steeds het verschil tussen bet/call en check/call is. Bij de gevallen 5) en 6) is het verschil bijvoorbeeld enorm. Het aantal is bij situatie 3) bij een TAG heel hoog. Bij een passieve tegenstander is eerder het aantal van 4) heel hoog. Bij een maniac daarentegen zijn de blufkansen heel hoog.
 
Op het eerste gezicht valt het volgende op: Wanneer we bijna zeker voor liggen is een check/call niet aan de orde. De vraag is hier veel meer: bet/3-bet of check/raise? Liggen we bijna zeker achter, dan is een check/call eveneens niet aan de orde. De vraag is hier: check/fold of bet/fold? De vraag check/call of bet/call komt dus vooral voor bij handen waarbij we er niet zeker van zijn waar we staan. We weten echter zeker dat de tegenstander geen betere hand zal folden.

De belangrijkste factor in deze situatie is daarbij 10). We betten tenslotte voor value, omdat onze tegenstanders voortdurend in staat zijn om op de river te callen met een slechtere hand, waarmee ze anders gecheckt zouden hebben. Afhankelijk van de situatie en de tegenstanders zijn tevens 1), 3), 4) en 11) erg belangrijk.