Bijgewerkt op 06 jul 26 door

Stats (2) - Interpretatie

Inleiding

In dit artikel:

  • Hoe je stats goed interpreteert
  • Waarom je stats in de context moet zien
  • De gevaren van de samplesize

In het eerste deel heb je het pyramideprincipe leren kennen en je weet nu welke stats op andere stats gebaseerd zijn. Verder werd duidelijk hoe belangrijk de samplesize voor stats is en wat het principe van het interpreteren van stats inhoudt.

In dit deel zul je een dieper begrip krijgen van stats, leren hoe je stats interpreteert en leren hoe je met de samplesize omgaat. Verder lees je over het concept van de interpretatieketen.

Aan het einde van dit deel zul je begrijpen waarom bepaalde stats bij dezelfde waarde kunnen leiden tot verschillende conclusies over Villain. Afhankelijk van de context kun je de waarde op verschillende manieren interpreteren. Andere belangrijke invloeden op je beslissing, zoals boardtexture, geschiedenis of reads, worden in de voorbeelden niet concreet meegenomen.

Voor jou is het belangrijk dat je het denkproces leert kennen. Het gaat er dus eigenlijk om dat je de formule begrijpt en niet om het uit je hoofd leren van bepaalde resultaten.

Interpretatie in twee treden

Om een stat in een specifieke situatie te interpreteren bouw je een complexe interpretatieketen. Daarbij bouw je op iedere street interpretatieknopen, die zelf steeds weer zijn opgebouwd in twee fasen. De eerste fase is het bekijken van de stats in de context met andere relevante stats.

Deze resultaten interpreteer je nu in de tweede fase aan de hand van de concrete spelsituatie. Daarbij hou je rekening met alle eerdere knopen en de nog komende streets. De tweede fase van een knoop is dus het feitelijke interpreteren van je conclusies over een stat, inclusief de context-keten en met inachtneming van alle situatie-afhankelijke specifieke invloeden, zoals boardtexture, geschiedenis, tafeldynamiek, reads metagame, etc.

  • Eerste fase: het maken van een context-notitie

Je onderzoekt meerdere geïsoleerde stats en plaatst deze in de context van relevante stats over alle streets.

  • Tweede fase: interpreteren van de context-notitie in een concrete spelsituatie

Dit geeft het volgende resultaat: een knooppunt in een interpretatieketen van een street.

Natuurlijk bouw je flop-overwegingen bovenop je preflop-overwegingen. Op de turn bouw je de overwegingen op aan de hand van je preflop- en flop-overwegingen, enzovoort. Zo vormt zich dus een complexe keten: de interpretatieketen.

Hieronder zie je de opbouw van een interpretatieketen. Je ziet hier ook dat elke knoop weer met iedere andere verbonden is. Dit verduidelijkt dat je aan de hand van hun stats zowel rekening moet houden met conclusies uit eerdere streets als die van de volgende streets.

Waarom worden stats eigenlijk geïnterpreteerd? Is dit noodzakelijk?

Poker is en blijft ondanks alle stats een spel van onvolledige informatie. Vorm, tilt, afleidingen en vergelijkbare factoren kunnen iedere speler tijdens een sessie sterk van zijn gebruikelijke speelstijl laten afwijken. Afhankelijk van het type speler is het dus riskant wanneer je Villain slechts beperkt tot zijn stats.

Je kunt dus zeker zeggen dat niet alleen de verdeling van de kaarten en volgorde van de kaarten onderhevig zijn aan variantie, maar ook de speelstijl van Villain in iedere sessie.

Stats hebben de gewoonte om deze variantie in de speelstijl van een pokerspeler statistisch als gemiddelde te nemen.

Ervaren spelers kunnen door een goede observatie van hun tegenstander zeker oppikken met hoeveel risico een Villain precies speelt, of hij op tilt is, of hij een tafelhistorie met hem en andere spelers heeft, of hij goed of slecht in zijn spel zit en zo nog veel meer.

Ook deze metagame-invloeden moeten bij het interpreteren worden betrokken, voorzover je speelstijl of limiet dat toelaat.

Je ziet dus dat stats op vele manieren aangepast moeten worden wanneer je met een tegenstander in een concrete hand zit. Deze basisregel wordt steeds belangrijker naarmate je tegenstanders beter worden en je meer afwijkt van ABC-poker.

Hieronder wordt je een gestructureerde mogelijkheid uitgelegd, waarmee je jezelf de benodigde denkprocessen eigen kunt maken: de interpretatieketen.

De interpretatieketen en Villains range

Wat is een interpretatieketen?

Nadat je stats in deel 1 vooral zelfstandig hebt bekeken, zul je hier leren hoe stats aan elkaar verbonden zijn.

Interpretatieketens zijn niet vast gedefinieerd maar worden apart gevormd, afhankelijk van Villain, de situatie en de aanwezige samplesize. Bij de hier voorgestelde voorbeelden gaat het er dus om dat het proces je duidelijk wordt, opdat je later aan tafel steeds je eigen interpretatieketen kunt maken.

De interpretatieketen helpt je niet alleen om conclusies voor de actuele street te trekken, maar ook om een plan voor je hand te maken voor de komende streets.

Daarbij geldt dat je in position overwegend de gespeelde actie van Villain beoordeelt en out of position de mogelijke reactie van Villain meerekent.

Stats in de context

Stats in een context zetten houdt in dat je andere relevante stats erbij betrekt en de samenhang met deze ziet.

De I VPIP en de I PFR zijn een goed voorbeeld van stats die heel nauw met elkaar verbonden zijn en die je, bij een voldoende grote samplesize, een hele goede indruk geven over Villains preflopstijl en Villains range op de flop. Verder definieert het verschil tegelijkertijd Villains preflopcallrange.

Er is geen absoluut schema. Daarom zul je hier een aantal voorbeelden vinden die je de samenhang zullen verduidelijken.

VOORBEELD 1:

Preflop: I VPIP – I PFR – I Callrange

Overwegingen:

Hoe kleiner de opening (bijvoorbeeld Villain A met 18/16) des te…

  • …agressiever speelt Villain zijn handen preflop.
  • …vaker heeft Villain het initiatief op de flop.
  • …minder vaak callt Villain preflop passief en des te kleiner wordt zijn callrange.

Hoe groter de opening (bijvoorbeeld Villain B met 20/10) des te…

  • …passiever speelt Villain preflop.
  • …minder vaak heeft Villain het initiatief op de flop.
  • …vaker callt Villain preflop passief en des te groter wordt zijn callrange.

Bij dit voorbeeld zie je hoe deze drie stats zondermeer samenhangen en wat voor algemene conclusies je over Villains floprange kunt trekken.

Deze combinaties zijn een belangrijke aspect voor het bekijken van stats in de context. Daaruit volgt een lange keten van verbanden, die steeds verschillende interpretaties mogelijk maken en dus bij dezelfde “statwaarde”, afhankelijk van de eerdere interpretaties, afwijkende conclusies toelaten. Dit is de basis voor je context-keten.

Denk er echter aan dat poker ondanks alle stats nog steeds een spel van onvolledige informatie blijft.

Uitgaande van deze eerste interpretatiefase van de preflopstats, onderzoek je in dit voorbeeld de tweede fase van de contextketen, dus de relevante flopstats.

Flop: II Cbet – II Fold to Cbet – II Raise Cbet – AF - WTS

Overwegingen:

  • Hoe agressiever een Villain preflop speelt, des te vaker komt hij in een situatie waarin hij op de flop een II Cbet kan spelen.
  • Hoe passiever een Villain preflop speelt, des te vaker komt hij in een situatie waarin hij op de flop met een II Cbet wordt geconfronteerd.
  • Hoe agressiever een Villain speelt (AF), des te vaker zal hij op de flop betten.
  • Hoe passiever een Villain speelt (AF), des te minder vaak zal hij op de flop betten.
  • Hoe hoger de WTS van Villain is, des te minder vaak zal hij op de flop folden.
  • Hoe lager de WTS van Villain is, des te vaker zal hij op de flop folden.

Deze basisregels zijn zeker niet nieuw voor je, maar in samenhang met de interpretatieketen kun je hier op de flop al heel complexe conclusies trekken. Veel spelers hebben een speelstijl waarvan ze slechts zelden afwijken. Hoe slechter de speler is, des te sterker blijft hij trouw aan zijn speelstijl. Daarom is het altijd opvallend wanneer een speler een move maakt die zijn speelstijl lijkt tegen te spreken.

VOORBEELD 2:

Je speelt nu een hand tegen Villain A en Villain B. In beide gevallen raisen de Villains first-in vanuit MP en je callt met een pocketpair vanaf de BU. In position zul je nu op de flop door beiden met een continuationbet worden geconfronteerd. Je moet deze continuationbet dus interpreteren en gebruikt daarvoor een context-keten.

Villain A (18/16) en Villain B (20/10) hebben beiden een Cbet-waarde van 75%. Denk er even kort over na wat deze gelijke waarde zegt over de range van Villain, met betrekking tot de andere basisregels van de flop-interpretatiefase en die van de preflop-interpretatiefase.

  • Villain A (18/16, 75% Cbet)
  • Villain B (20/10, 75% Cbet)

Daar Villain A preflop agressief speelt en dus vaker kan C-betten, is de range die hij op deze plek heeft niet bijzonder sterk beperkt. Villain B is preflop passiever en hij bet en raiset dus minder vaak. Hij zal daarom over het algemeen op de flop een sterkere range hebben dan Villain A – Vergelijk hier PFR 10% met PFR 16%. Een Cbet van Villain B is daardoor ondanks dezelfde waarde minder vaak een bluf dan bij Villain A.

Dit eenvoudige voorbeeld laat je dus zien hoe dezelfde geïsoleerde stats, hier dezelfde Cbet-waarde van 75%, verschillend worden geïnterpreteerd, en tot verschillende conclusies kunnen leiden over de sterkte van Villains range, enkel omdat je er andere stats bij betrekt.

Natuurlijk onderzoek je niet alleen de II Cbet-waarde maar ook andere relevante waardes van de flop-interpretatiefase, zodat je een plan kunt maken voor de volgende streets. Je overweegt dus aan de hand van de interpretaties op de flop al hoe je de hand verder wilt spelen.

  • Villain A (18/16, 75% Cbet, AF 3.0, WTS 35%)
  • Villain B (20/10, 75% Cbet, AF 1.5, WTS 50%)

Villain B is in dit voorbeeld algeheel passiever. Je zult van hem op de volgende streets dus minder vaak actie zien, zoals een semi-bluf. Daar Villain B over het algemeen na een Cbet op de flop een sterkere range heeft dan Villain A, is een second barrel op de turn sterker in te schatten dan wanneer het een second barrel op de turn van Villain A is.

Wanneer je nu de Cbet-waarde verder interpreteert en er nog de AF en de WTS bij betrekt, dan is de conclusie bijvoorbeeld al snel dat Villain B bij een Cbet flop van 75% en een AF van slechts 1.5, het grootste deel van zijn agressie op de flop zal uitspelen.

Je plan voor de turn zou dus bijvoorbeeld kunnen zijn dat je op verdere actie van Villain B met een pocket opgeeft en als alternatief in position check-behind speelt voor een free river of gaat floaten, wat echter hier bij 50% WTS niet altijd een goed idee zal zijn. Hier moet worden vermeld dat deze gedachten natuurlijk nog door extra stats kunnen worden ondersteund, zoals de III Turn Cbet of de AF flop en AF turn.

Zoals je al weet heb je voor iedere verdere stat-trede een bijbehorende samplesize nodig. Deze belangrijke basisregel moet je zondermeer in je overwegingen opnemen, wanneer je hier bijvoorbeeld de III Turn Cbet wilt meerekenen.

Deze overwegingen zijn in de eerste fase puur op stats gebaseerd. Zometeen hoor je hoe je deze gedachten in de tweede fase aan de hand van een concrete spelsituatie interpreteert.

De AF en de WTS zijn op de flop heel nuttig, zoals in het voorbeeld werd aangegeven, hoewel het wel algemene waardes zijn en ze dus niet per se aan de flop gebonden zijn.

Over het algemeen kun je zeggen dat een hoge AF met een kleine WTS samenwerkt, en een kleine AF met een grote WTS. Dit komt doordat agressieve spelers hun handen vaak winnen door foldequity, zonder naar de showdown te gaan, wat hun WTS kleiner maakt.

Het is hier belangrijk dat je de AF en WTS altijd in samenhang met de waardes van de eerste interpretatiefase  (VPIP, PFR, call range) interpreteert, daar vooral de WTS zich relatief sterk verhoudt tot de floprange, zoals je in het eerste deel van de serie over stats al hebt geleerd.

Overwegingen over de WTS:

  • Hoe hoger de WTS, des te groter is Villains range op de showdown.
  • Hoe kleiner de floprange van Villain, des te sterker is zijn range bij dezelfde WTS op de showdown.
  • Hoe groter de floprange van Villain, des te zwakker is zijn range bij dezelfde WTS op de showdown.
  • Hoe hoger de AF, des te lager de WTS.
  • Hoe kleiner de AF, des te hoger de WTS.
Interpreteren in de tweede fase

Dit waren overwegingen van de eerste fase: context. Je zul zeker al wel hebben bedacht dat je voor concrete uitspraken over Villain natuurlijk ook belangrijke details, zoals de actuele boardtexture, moet meerekenen.

In de tweede fase interpreteer je deze resultaten aan de hand van een concrete spelsituatie. Daarbij spelen de samenstelling van het board, tafeldynamiek, reads, geschiedenis en alle extra factoren een belangrijke rol.

Het resultaat is een interpretatieknoop. In dit voorbeeld op de flop.

De tweede fase van een interpretatieknoop, dus het feitelijke interpreteren in een concrete spelsituatie, is heel complex. Je gebruik alle basisregels die hier in de andere strategieartikelen worden behandeld, waarop hier niet nader wordt ingegaan.

Dit voorbeeld heeft je verduidelijkt hoe omvangrijk de overwegingen kunnen zijn wanneer je slechts één stat interpreteert. Je hebt gezien dat stats van andere streets je ook bij de interpretatie op de actuele street kunnen helpen.

Samplesize in de interpretatieketen

De samplesize is een begrip waar je vertrouwd mee bent. Hij geeft aan hoeveel handen je in je pokerdatabase hebt van Villain. Je weet ondertussen dat deze stat heel belangrijk is voor jouw interpretaties, daar de betekenis van alle andere stats er direct van afhangt. Deze basisregels werden in deel 1 uitgelegd aan de hand van het pyramideprincipe.

Problemen met stats en samplesize

Samplesize te klein: Wat doe je?

Voordat je een stat interpreteert moet je allereerst naar de samplesize kijken, opdat je een zinvolle basis voor je interpretaties hebt.

Is de samplesize te klein voor je actuele fase, bijvoorbeeld op de turn, dan helpt het om minstens rekening te houden met de stats die beduidend minder samplesize nodig hebben. Dit zijn alle stats van de eerste trede en dus vooral de VPIP en de PFR.

Het is hier echter belangrijk dat je geen conclusies uit stats haalt die een duidelijk grotere samplesize nodig hebben. Heb je bijvoorbeeld slechts 50 handen, dan zou je in geen geval rekening moeten houden met willekeurige turnstats zoals een second barrel, of Villains 3-bet preflop. Veel trackingprogramma’s laten deze ook bij heel kleine samplesize in de overlay zien.

Om hier dus niet in de “geen-samplesize-val” te trappen zou je jezelf dus moeten aanwennen om automatisch allereerst te kijken naar de samplesize voordat je naar een of andere stat kijkt.

Is de samplesize niet groot genoeg om je tegenstander ruwweg in te delen in een spelerstype, dan moet je hem als “unknown player” behandelen.

De unknown player

Wie is eigenlijk die veel genoemde “unknown player”? Wat verwachten we van hem?

De unknown player is sterk afhankelijk van de spelvariant en de dynamiek van de limiet. Een NL10 unknown wordt dus anders ingeschat dan een NL100 unknown.

We houden bij een unknown player de voor de gespeelde limiet gebruikelijke gemiddelde pokerkennis aan. Ook iedere actie op elke streets zal een unknown player in principe zo spelen als op de limiet gebruikelijk is. Op een passieve limiet gaan we dus ook uit van passievere speelwijzes.

Een unknown player speelt dus in onze inschatting ongeveer zoals een gemiddelde regular op de limiet speelt. We zien in hem dus geen bijzonder type speler en vertrouwen hem een voor deze limiet typerend, rudimentair doordacht pokerspel toe.

Ontbrekende stats van bekende stats afleiden - Kan dat eigenlijk?

Deze aanpak is interessant wanneer je stat-overlay bepaalde stats bijvoorbeeld niet aangeeft, of wanneer je samplesize voor stats van een hogere trede (bijvoorbeeld de river) onvoldoende is.

Laten we aannemen dat je op de flop bent, met een samplesize die bij deze tegenstander voldoende is voor interpretaties van de tweede trap, dus ongeveer 500 handen. Je wilt echter de kans op een III second barrel voldoende inschatten.

De basis voor deze afleiding zijn Villains floprange als PFA, dus zijn I PFR waarde, dan zijn II continuationbet flop-waarde en als algemene stats de AF en WTS.

Het interpreteren van deze stats maakt conclusies mogelijk over de kans dat je een III second barrel op de turn kunt verwachten. Aan tafel zelf moet je natuurlijk nog rekening houden met de metagame en alle andere belangrijke factoren, zoals boardtexture, positie, aantal tegenstanders, etc.

Je moet dus ook afgeleide stats gewoon normaal in de context zien en ze dienovereenkomstig interpreteren.

Het is dus over het algemeen mogelijk om ontbrekende stats van aanwezige stats af te leiden. Het interpreteren van stats en de interpretatieketen geven je nuttige denkpatronen om de speelstijl van Villain nauwkeuriger te kunnen analyseren en iedere afzonderlijke stat in de totale context te kunnen zien. Daaruit kun je een speelstijl afleiden en erover nadenken hoe een “ontbrekende stat” in de speelstijl van Villain past.

Natuurlijk geldt ook hier: samplesize is beslissend.

Te grote samplesize – Kan dit een probleem voor je worden?

Dit kan zeker gebeuren. Ook Villains ontwikkelen zich, afhankelijk van de limiet, meer of minder succesvol verder. Daarom zullen vooral de regulars, die je vaak aan de tafels ziet en waarvan je dus een hoge samplesize hebt, hun speelstijl aanpassen en bepaalde leaks in verloop van tijd bijstellen.

Denk er maar eens aan dat je zelf op je limiet tenslotte ook een regular bent en hoe sterk je huidige spel afwijkt van je spel van enkele maanden geleden.

Het is dus zeker zinvol om meer nadruk te leggen op een actuele samplesize dan op een zo groot mogelijke, met veel handen die meerdere maanden oud zijn. Bij twijfel is teveel handen echter altijd nuttiger dan te weinig.

Stats en hun tendensen

In principe kun je zeggen: Hoe minder speciefiek een stat is, des te stabieler verloopt zijn ontwikkeling. Een goed voorbeeld zijn hier de I VPIP en de I PFR.

Situatie-afhankelijke stats hebben de neiging om sterker te schommelen. Een check/raise op de turn is tijdens deze beslissing dus meer afhankelijk van de individuele omstandigheden.

Kun je een Villain via zijn stats beperken?

Deze vraag kun je ondertussen makkelijk beantwoorden. Je weet dat stats een statistisch gemiddelde geven die in twee fases worden geïnterpreteerd en dus op zichzelf niet bijzonder betrouwbaar zijn.

De eerste fase is het interpreteren van de statistische gemiddelden onderling in de context.

De tweede fase is het interpreteren van de overwegingen uit de eerste fase tijdens een specifieke spelsituatie in een hand, met inachtneming van de boardtexture, de geschiedenis, tafeldynamiek, reads en alle andere situatie-afhankelijke invloeden.

Wanneer je Villains speelwijzes als totaalcomplex bekijkt zul je vaststellen dat de som van alle stats veel meer de speelstijl van Villain weergeeft dan zijn holecards.

Iedere stat is voor jou een facet van de speelstijl van Villain. Wanneer je leert om deze facetten specifiek te interpreteren zul je veel conclusies kunnen trekken die je in je actuele beslissingen zullen helpen.

Samenvatting

Je hebt in dit artikel geleerd dat het, ondanks alle mogelijkheden die de verschillende trackingprogramma’s je bieden, aan jou blijft hoe je met de verzamelde informatie omgaat.

Een waarde moet goed worden geïnterpreteerd, opdat hij je in je spel kan helpen om een winstgevende beslissing te nemen. Verder staat een waarde zelden alleen en moet je hem altijd in de bijbehorende context bekijken. Hoe complex de toepassingsmogelijkheden zijn heb je aan de hand van de interpretatieketen gezien.

Wanneer je de hier gegeven informatie hebt begrepen en je je van de gevaren en valkuilen bewust bent, dan zul je in je spel spoedig een machtig wapen kunnen integreren bij het gevecht om de chips.