Bijgewerkt op 06 jul 26 door

Callingstations - De verschillende karakters

» EXTRA MATERIAAL

Inleiding

Door: firsttsunami

Deze week wil ik graag ingaan op de verschillende types van het 'callingstation'. De grove eigenschappen die het spel tegen een callingstation kenmerken zijn bekend, maar een callingstation is niet meteen een callingstation. Aan de hand van reads of ook de stats, kun je duidelijke verschillen herkennen in de speelwijze. Deze verschillen zijn heel belangrijk en hebben grote invloed op ons spel.

1) Het 'vermeende' callingstation

Het vermeende callingstation, dat in wezen ook passief is, maar ook in staat tot bluffen, is over het algemeen herkenbaar aan de volgende stats:

(50/6/0.9/47)

Wanneer je slechts uitgaat van de AF kun je dit type speler als passief inschalen, maar in relatie tot zijn VPIP en zijn WTS is hij helemaal niet zo passief als de AF op zichzelf lijkt aan te duiden. Hij raiset weliswaar niet zo vaak als anderen, met een hogere AF, maar brengt heel veel slechte handen (kijk naar VPIP) naar de showdown en is over het algemeen ook moeilijk tegen te bluffen op de river. Je moet de AF altijd in relatie tot VPIP en WTS bekijken en in deze combinatie is hij geen echt callingstation. De tegenstander heeft vaak een lage AF op de flop en de turn, maar daarvoor in de plaats vaak een afwijkend hoge river-AF. Dit ligt er gewoon aan dat hij met heel veel slechte handen tevergeefs hoopt om op de river nog te treffen. Wanneer hij dan echter unimproved is en we naar hem toe checken, ziet hij vaak een kans om de pot te stealen. Je moet hier expliciet naar de river-AF kijken om te zien hoe groot zijn blufkans is. Over het algemeen bluft een dergelijke tegenstander heel vaak unimproved op de river.

Op psychologisch vlak, gezien vanuit het standpunt van de tegenstander, kun je hem met de volgende gedachten omschrijven:

  • Ik speel mijn draws en made hands ook liever passief en raise alleen wanneer zich werkelijk een goede gelegenheid voordoet (semi-bluf bij scarecard op de turn bijvoorbeeld).
  • Ik heb tot aan de river de kans om nog iets te treffen en benut deze ook. Ik zou met Q-hoog tenslotte ook nog voor kunnen liggen, omdat de tegenstander helemaal niets heeft (behoort tot de eigenschappen in voorbeeld 3).
  • Een check van de tegenstander op de river is zwakte en nu zal hij zijn hand zeker opgeven wanneer ik bet.

5.00/10.00 Fixed-Limit Hold'em (6 handed)

Preflop: Hero is SB with K, Q
4 folds, Hero raises, BB calls.

Flop: (4.00 SB) 7, 6, 2 (2 players)
Hero bets, BB calls.

Turn: (3.00 BB) J (2 players)
Hero bets, BB calls.

River: (5.00 BB) 6 (2 players)
Hero checks, BB bets, Hero calls.

Final Pot: 7.00 BB

Hier is een heel goed voorbeeld. We betten standaard de flop en de turn tegen een passieve tegenstander. Op de river komt geen draw aan en in deze situaties moeten we ook met K-hoog de river check/callen. Een check/fold is tegen deze tegenstander normaal niet aan de orde, daar hij vaak zijn gehele range unimproved zal betten (behalve aas/hoog of die 2, of vergelijkbare weake handen). Zijn callrange op de turn is vaak gewoon zo groot, dat we op de river vaak voor liggen. Any straightdraw, flushdraw, K- en Q-hoog, vaak totale nonsens zoals 94 en dergelijke. Het is sowieso niet belangrijk of we K- of A-hoog hebben, daar hij óf een made hand heeft, óf een pure bluf met een hopeloze highcard.

2) Het 'werkelijke' callingstation

Werkelijk betekent in dit verband dat ze werkelijk die eigenschappen bezitten die bij een typisch callingstation horen. Absoluut passief spel, met sterke handen ook slechts callen, te vaak naar de showdown gaan en nooit bluffen. Qua stats zou deze tegenstander er zo uit kunnen zien:

(40/5/0.5/40)

Hier moet je ook nog eens onderscheid maken bij de WTS. Er zijn callingstations die duidelijk te veel chasen, maar ook eens kunnen folden wanneer de situatie gewoon uitzichtloos is. Deze eigenschap kun je tegenstander 1 niet toekennen. De eigenschap van het nooit bluffen is echter bij beide standaard.

Op het psychologische vlak, gezien vanuit het standpunt van de tegenstander, kun je hem met de volgende gedachten omschrijven:

  • Ik wil graag zo gunstig mogelijk naar de showdown om zo min mogelijk te verliezen (de ultracallingstations willen altijd alleen het verlies minimaliseren, maar in geen geval +EV situaties door bets en raises uitbuiten).
  • De tegenstander heeft zeker een betere hand dus kan ik niet raisen, maar de showdown wil ik met mijn made hand wel graag zien (Hier heerst natuurlijk ook weer de angst om al achter te liggen, maar hier is het syndroom niet zo erg als bij de tegenstander in voorbeeld 3).
  • Waarom moet ik betten wanneer ik niets getroffen heb? Een check van de tegenstander is zeker vaak een val en hij wil me graag raisen.

    a)

    5.00/10.00 Fixed-Limit Hold'em (6 handed)

    Preflop: Hero is BB with Q, 9
    2 folds, CO calls, 2 folds, Hero checks.

    Flop: (2.40 SB) A, K, 6 (1 players)
    Hero checks.

    Final Pot: 1.20 BB

    Hier spelen we tegen de in 2 omschreven tegenstander. We hebben Q9 in de BB gecheckt, nadat de tegenstander vanuit de CO heeft gelimpt en BU en SB hebben gefold. Zoals reeds gezegd kan de tegenstander ook wel eens op de flop folden en callt hij niet met any two cards de flop. We moeten tegen deze tegenstander de volgende vuistregel goed in de oren knopen:

    Handen met showdownvalue downchecken, daar we zogezegd de unimproved 'nuts' hebben (QT en QJ zijn de enige betere unimproved handen) en hij vast niet bluft wanneer we checken en we natuurlijk ook geen betere hand kunnen laten folden door een bet. We kunnen hier werkelijk alleen hopeloze handen zoals 7-high betten, of natuurlijk onze made hands voor value/protection. Tegen een chronisch passief callingstation met WTS 45 of meer, moeten we helemaal niet betten en unimproved de hand uitchecken.

    b)

    Als standaard betten we eigenlijk altijd op de flop en de turn tegen dit soort tegenstanders. Op de river weten we dan vaak niet of we ons lowpair/topkicker nog eens zouden moeten valuebetten, of toch liever 'c/c, c/f' of 'cb IP' zouden moeten spelen. Je kunt de range van de tegenstander gewoon moeilijk inschatten, daar zulke ultra-passieven een overpair ook vaak passief spelen. Wanneer we op de flop een midpair met goede kicker hebben en, door overcards, het midpair over lowpair wordt, dan moeten we bijna altijd nog eens betten, omdat zijn range op de flop vaker een slechtere hand is dan een betere. Voorbeeld:

    5.00/10.00 Fixed-Limit Hold'em (6-handed)

    Preflop: Hero is BU with K, 7
    2 folds, CO calls, Hero raises, 2 folds, CO calls.

    Flop: (5.40 SB) 7, 4, J (2 players)
    CO checks, Hero bets, CO calls.

    Turn: (3.70 BB) Q (2 players)
    CO checks, Hero bets, CO calls.

    River: (5.70 BB) 2 (2 players)
    CO checks, Hero bets.

    Final Pot: 6.70 BB

    Hier hebben we op de river een valuebet met een midpair dat tot lowpair is geworden. We moeten echter zijn floprange in het oog houden en moeten dan erkennen dat hij vaker een slechtere 7, een 4, een pocketpair, of zelfs A-hoog heeft. Ik denk dat je bij lowpair met medium kicker, de grens voor een valuebet kunt trekken. Met 67 kunnen we beter de free SD nemen dan betten.

    BELANGRIJK:

    Agressie is niet alleen aan de AF af te lezen en een tegenstander met de bovenstaande stats is vaak ook degene die je niet zelden ziet tilten, waarop je denkt dat je tegen een maniac speelt. Je moet de tegenstander in het geheel zien. Tegenstanders met VPIP 50 en WTS 47 hebben gewoon geen enkel benul van het spel en komen veel gemakkelijker een keer op de gedachte om een hopeloze bluf te starten. Dergelijke tegenstanders denken gewoon vaak niet na en denken dat ze de tegenstander toch met een extra raise van de hand kunnen dwingen, hoewel we een sterke hand laten zien, bijvoorbeeld door een 3-bet. Je moet van dergelijke spelers altijd zo snel mogelijk een tableread oppikken, daar, door variantie, dynamiek van het spel en een nietszeggende read, een vermoedelijke passieveling ineens muteert in een maniac.

    De eerste vraag in de beoordeling van de agressie moet dus vaak de volgende zijn:

    Is de tegenstander in zijn gehele image (stats) reasonable of unreasonable?

    Van dit antwoord is namelijk veel beter af te leiden of de tegenstander in staat is om te moven of niet.

    Ik hoop dat de kleine uitstap in de geest van het callingstation jullie is bevallen. Ik zal proberen om ook zoiets te maken voor de andere tegenstandertypes :).