Bijgewerkt op 06 jul 26 door

Objectiviteit I

» EXTRA MATERIAAL

Inleiding

We houden ons deze en volgende week bezig met de objectiviteit van zienswijzen. Ik zal proberen om te tonen hoe je met bepaalde gevallen omgaat en waarop je jezelf werkelijk zou moeten concentreren.

Deze column werd geïnspireerd door een enhousiast PS-lid, waarmee ik vandaag een gesprek had.

Vallen, ze loeren overal

Iedereen van jullie kent beslist een van de volgende uitspraken; uit eigen mond of van iemand anders. Elk van deze uitspraken heeft een beslissenden denkfout in zich. Op deze wil ik nu nauwkeuriger ingaan:

'Ik ben goed genoeg, maar de fish mazzelen me weg'

Natuurlijk heeft ieder van ons al bovengemiddeld slecht lopende sessies gehad. Geen draw komt aan, al onze blufs lopen stuk en ten overvloede moeten onze made hands zich ook nog altijd tot de op één na beste hand op de river verbeteren, zodat we gedwongen zijn om veel geld te verliezen.

Het is duidelijk dat je zulke sessies slechts aan één ding kunt toeschrijven: variantie.

Maar: toch zijn zulke uitspraken, of veelmeer de gedachten die daarachter steken, onjuist. Een speler is nooit goed genoeg!
Het aanhoudende leren, dus de verbetering van de eigen skills, mag zo mogelijk nooit ophouden. Ons doel als ambitieuze pokerstrategen is dat we de limieten beklimmen. Voor deze klim moeten we ons echter steeds verbeteren! Ook de uitspraak dat je goed genoeg bent voor een limiet is misleidend. De eigen BB/100-waarde is in de meeste gevallen nog te verbeteren, ook wanneer we een limiet al 'verslaan'.

De tweede fout in deze uitspraak is de volgende: 'de fish mazzelt'.
Hier is te zien dat je het pokerspel helaas niet hebt begrepen.
Hiervoor dwalen we even een beetje af: Ten eerste naar de wiskunde en dan naar de filosofie van het poker.
Laten we zeggen dat we tegen een fish op de turn 80% kans hebben om te winnen. We betten en hij callt. Na onze bet ligt er echter slechts 3 BB in de pot. De fish callt je dus bij pot-odds van 1 op 3, maar heeft slechts genoeg outs om bij 1 op 4 te callen. Voor een call bij 1 op 3 had hij 25% kans nodig om te winnen, maar hij heeft slechts 20%. Hij investeert dus 0,2 BB foutief in de pot.

Deze 0,2 BB winnen we, wiskundig gezien altijd, of onze tegenstander nu wel of niet de river treft. Ook mazzelt de tegenstander niet op de river. Hij treft slechts het hem toekomende percentage. Ook wanneer onze tegenstander, op grond van variantie, vaker de river treft dan voorzien, dan is dat niet als mazzelen (dus als het ware als oneerlijk treffen) te zien, maar als pure variantie waar de eigenlijke fish niets mee heeft te maken.

Bovendien is deze variantie onze vriend! Hij verhult tegenover de slechte speler zijn onvermijdelijke verlies en laat hem dus vaker tegen ons spelen, daar zijn situatie als fish hem niet zo snel duidelijk wordt.

'Ik verdien te weinig geld bij het pokeren, dus ik moet meer spelen!'

Ook dit punt is in principe genomen fout, in ieder geval op je limiet.
Natuurlijk is het je doel om veel te spelen en zo spel-ervaring te verzamelen en in de limieten te klimmen. Daarmee verdien je echter (ondanks verregaande tegenovergestelde meningen) niet noemenswaardig geld. Echt geld verdien je pas wanneer je een hoge limiet verslaat, zoals $5/$10. Geld verdien je door het verbeteren van skills, omdat dit je op de lange termijn beduidend meer geld oplevert dan dom 8-tafelen op $0.5/$1. Ik ben van mening dat de verhouding tussen leren en spelen losjes 1 op 2, zo niet meer, zou moeten zijn. Zo zul je op de lange termijn meer verdienen.