Outs in poker zijn de kaarten die nog in het deck zitten en die je hand kunnen verbeteren naar een winnende hand. Ze zijn vooral van toepassing op flush- en straightdraws, waarbij er één kaart ontbreekt om de flush of straight te maken. Je kunt outs echter ook gebruiken om de kans op two pair, three of a kind, full house of four of a kind te berekenen. Hierbij geldt: hoe meer outs je hebt voor een hand, hoe groter de kans dat je die verbetert.
Het berekenen van outs is in de basis simpel. Er zitten in een deck immers 4 kaarten van een bepaalde waarde en 13 kaarten van een bepaalde suit (kleur). Een voorbeeld:
Je hebt dus een flushdraw, er ontbreekt nog één hartenkaart om je flush te maken. Omdat er in totaal 13 harten in een deck zitten en je er zelf al 4 hebt gezien, is de formule: 13 – 4 = 9 outs.
Bij een straightdraw is er een verschil of dat een ‘gutshot draw’ of een ‘open-ended draw’ is. Eerst een voorbeeld van een gutshot straightdraw:
Hierbij kan alleen één kaart – de 10 – je hand verbeteren en de straight maken. Daarvan zitten er nog 4 in het deck en dus heb je 4 outs.
Een ‘gutshot straightdraw’ kan ook een kaart in het midden missen, zoals bijvoorbeeld K-Q in je hand en 10-9 op de flop en ‘rainbow’ (van verschillende suits). Hierbij ontbreekt de boer en ook daarvan zitten er nog 4 in het deck: 4 outs.
Bij een ‘open ended’ straightdraw werkt het als volgt:
Bij deze straightdraw kunnen zowel een A als een 9 je hand verbeteren. Omdat er van elk nog 4 in het deck zitten, heb je 2 × 4 = 8 outs.
Tot slot is er nog de combo draw die zowel een flush als een straight of straight-flush kan maken. Het voorbeeld:
Deze hand kan een straight maken met een A en een 9 = 8 outs, maar ook een flush met de 9 schoppenkaarten die nog in het deck zitten. Dat zouden dus 8 + 9 = 17 outs zijn. Echter, hier zit een ‘addertje onder het gras’. Je mag dezelfde outs namelijk niet dubbel tellen voor beide mogelijke handen. De A♠ en de 9♠ maken hier zowel je flush als je straight. De uiteindelijke formule hiervoor wordt dus: 8 + 9 = 17 – 2 = 15 outs.
♥♦♠♣
Weten wat je outs zijn, is belangrijk omdat je er twee kansberekeningen mee uitvoert:
Kort gezegd bepalen outs je equity en je equity gebruik je om te weten wat slim is: callen, raisen, checken of folden.
Met de ‘2×/4×’-regel kun je via je outs snel berekenen wat bij benadering de kans is dat je na de flop je draw hit op de turn of de river. Deze statistische winkans in procenten is je equity. Daarbij maakt het voor de berekening uit of je nog twee kaarten te gaan hebt – de turn en de river – of alleen nog de river. De formules voor de 2×/4×-regel zijn daarom als volgt:
Let op: de ‘2×/4×’-regel is een vuistregel die geen exacte percentages oplevert. Het kan je alleen bij benadering een goed idee geven van wat je kansen zijn om te hitten, wat dus je equity is.
Je ziet hier al 4 van de totale 13 schoppen in het deck, dus heb je 13 – 4 = 9 outs. De formule:
Nu komt de turn 7♥, heb je je draw dus niet gehit en nog steeds 9 outs. De formule wordt nu:
Dit is een straightdraw met 4 outs, alleen de 10 kan je helpen, en daarvan zitten er nog 4 in het deck. De formule:
Nu komt de turn 7♥, je hebt je straightdraw niet gehit, dus wordt de formule:
Een open-ended straightdraw: zowel een A als een 9 kan je straight maken, je hebt dus 4 + 4 = 8 outs. De formules worden:
Hier kunnen een A en een 9 je straight maken, en daarvan zitten er nog 4 van elk in het deck. Voor een straight heb je dus 4 + 4 = 8 outs. Omdat je hier al 4 van de 13 schoppenkaarten ziet, maken 13 – 4 = 9 outs je flush. Je mag hier de A♠ en 9♠ echter niet dubbel tellen, en daarom zijn je totale outs: 8 + 9 = 17 – 2 = 15 outs. De formules:
Let op: dit zijn veel outs, waardoor de formule veel minder exact wordt. In dit voorbeeld zijn de werkelijke percentages respectievelijk ~54% en ~33%. De regel werkt het beste bij 9 outs of minder.
Gevorderde en professionele spelers leren zoveel mogelijk situaties en hun outs uit het hoofd. Maak je om te beginnen de volgende standaard outs voor draws eigen:
Situatie:
Verbeteren naar:
Outs:
Flushdraw
Flush
9
Gutshot straightdraw
Straight
4
Open-ended straightdraw
Straight
8
Combo flush/straightdraw
Flush/straight
11-15 (afhankelijk of de straight open-ended of gutshot is)
Nu je weet hoe je equity berekent met outs, kun je dit percentage vergelijken met de pot odds. Pot odds geven in een percentage aan of je investering – in de vorm van een call van een bet of raise – op de lange termijn opweegt tegen wat je ermee kunt winnen, de hoogte van de pot. Pot odds bereken je als volgt:
Een voorbeeld legt dit uit:
De formule wordt dan:
Je moet in dit voorbeeld minstens 25% van de tijd winnen om break-even te spelen. Voor een winstgevende call heb je dus meer dan 25% equity nodig.
Nu je de pot odds kent, is het simpel te bepalen of callen winstgevend is. Door je equity te vergelijken met pot odds, bereken je de expected value (EV): de verwachte winst of verlies van een beslissing. Je equity moet groter zijn dan de pot odds om een winstgevende beslissing te nemen. De regel is als volgt:
Tel ‘discounted outs’ maar half mee: soms geeft een out die jou helpt, je tegenstander een betere hand. Bijvoorbeeld: je hebt een gutshot met 4 outs, maar één van die kaarten maakt ook een mogelijke flush op het board. Tel die out maar half: reken met 3,5 outs in plaats van 4.
Bereken je outs meteen na de flop: wen jezelf eraan om meteen na de flop je outs en je equity te berekenen als je een draw hebt. Zo ben je alvast voorbereid als een tegenstander bet en is je reactie zelfverzekerd en neutraal.
Leer de belangrijkste outs uit je hoofd: leer in ieder geval de belangrijkste standaard-outs voor de draws uit je hoofd. Dit zijn: flushdraws met 9 outs, gutshot straightdraws met 4 outs, open-ended draws met 8 outs en combo draws met 11 tot 15 outs.
Verwar je outs niet met equity: outs zijn het aantal kaarten dat je helpt, equity is het percentage winkans dat je daaruit berekent. Equity alleen is niet genoeg voor een beslissing; vergelijk het altijd met de pot odds om te bepalen of een call winstgevend is.