Bijgewerkt op 13 mrt 26 door

Semi-blufreeksen - Attacking the weak

Introductie

In dit artikel

  • Semi-blufreeksen
  • Uitgebreide definitie en weakspots
  • Kosten/baten

Inleiding en definitie

Dit artikel houdt zich bezig met semi-bluffen op het hoogste niveau.

Traditioneel wordt een semi-bluf gedefinieerd als een bet of een raise in een situatie waarin er een kans bestaat dat je de tegenstanders tot folden brengt, terwijl je zelf een hand hebt die op het gegeven moment niet een sterke hand is, maar die wel outs heeft.

Deze definitie is echter beperkt en onvoldoende om het semi-bluffen onder de knie te krijgen.

Uitgebreide definitie van semi-blufs

Een semi-bluf is een betreeks die zich uit kan strekken over de flop, de turn en de river, met een hand die waarschijnlijk op het moment niet voor ligt, maar die wel outs heeft.

Deze definitie verduidelijkt dat bij Hold'em de acties in verschillende rondes niet onafhankelijk van elkaar zijn. Een bet op de turn na een check/raise op de flop heeft duidelijke een hogere foldequity dan een donkbet op de turn na een call op de flop.

De werkelijke kosten van een semi-bluf

In feite kost een semi-bluf minder dan een pure bluf. De reden hiervoor is dat je in veel gevallen de bets die je maakt met een semi-bluf terug krijgt wanneer je hit.

De werkelijke kosten (K) van een semi-bluf verkrijg je uit de hoogte van de bet (H), het aantal verwachte callers + jezelf (N) en de kans dat je één van je (dicounted) outs hit (P).

K = B*(1 - N*P)

Je moet nu rekening houden met het volgende: Wanneer je op de flop met een flushdraw als semi-bluf bet, ben je er zeker van dat je op de één of andere manier in de hand blijft tot de river. Daarom is in dit geval op de flop "P" de kans dat je iets hit tot en met de river. Dit is dus 35%. In gevallen waarin je van plan bent om de semi-bluf alleen op de turn te maken, dan moet je voor P natuurlijk uitgaan van de kans dat je tot de turn een out hit.

Een voorbeeld: We gaan ervan uit dat je op de flop tegen één tegenstander zit. Je gebruikt een flushdraw om een semi-bluf te maken, en bent van plan tot en met de river door te gaan. Dan geldt:

K = 1*(1 - 2*0,35) = 0,3

Wanneer je nu naar je tegenstander toe bet, hoe groot is de kans dan dat hij raiset? Deze kans noemen we R. Wanneer de tegenstander raiset stijgen je kosten voor de semi-bluf naar het tweevoudige.

Hierdoor geldt voor je echte kosten K* = 0,3 + R*0,3

We gaan ervan uit dat de pot op de flop 4 SB is. Makkelijk gerekend is je semi-bluf dan dus +EV wanneer je in (0,3 + R*0,3) / 4 % van de gevallen je tegenstander tot folden brengt.

Je tegenstander is hier een TAG en raiset hier in 20% van de gevallen. Je semi-bluf is dan +EV wanneer hij in 0,36/4, dus in iets meer dan 9% van de gevallen, foldt tegen jouw bet. Wanneer de tegenstander een LAG is, en in 50% van de gevallen raiset, dan heb je een foldequity nodig van minstens 0,45/4 = 11,25% - dit is nog altijd erg weinig.

Hier kunnen we dus al onze eerste tussentijdse resultaat vaststellen: Met sterke draws moet je ook heads-up tegen LAG's nog semi-bluffen.

Semi-Blufreeksen

De gevorderden onder jullie hebben zich zeker in veel gevallen het volgende afgevraagd: Stel je voor dat je op de button first-in bent en je de blinds wilt stelen. De SB foldt, de BB maakt een 3-bet. Op de flop bet de BB opnieuw naar je toe. Je hebt nu een hand met enkele outs en wilt graag semi-bluffen. De vraag is echter: "Call flop, bet/raise turn" of "raise flop, bet turn"?

Deze vraag is methodisch op te lossen. Als eerste moet je ruwweg de kosten van de beide reeksen uitrekenen. We gaan ervan uit dat je in het bovenstaande voorbeeld een flushdraw hebt.

Een bet op de flop kost je dan effectief maar 0,3 SB. Wanneer je op de turn je flush niet hit, dan daalt je equity naar ongeveer 20%. Een bet op de turn kost dus 0,6 BB. De flush wordt echter ook in 20% van de gevallen compleet gemaakt, zodat je van de 0,6 BB eenmaal 20% af kunt trekken. Een turnbet kost hierdoor dus (gezien vanaf de flop) effectief maar 0,48 BB.

We gaan ervan uit dat je tegenstander na een bet op de flop ook altijd bet op de turn. Bovendien is er opnieuw het risico (R) dat de tegenstander reraiset wanneer er geen flush aankomt op de turn.

De kosten voor "call flop, raise turn" zijn dus: 0,3 SB + (2 - PNB)*0,48 BB + R*0,48

PNB betekent hier de kans dat de tegenstander bet op de flop, maar op de turn alleen nog maar checkt.

De kosten voor "raise flop, bet turn" zijn: 0,6 SB + (1-FF)(0,48 BB) + R' = 0,3 + (1-FF)(0,48) + R'

"R" staat hier voor de extra kosten die ontstaan wanneer de tegenstander raiset op de turn, of een 3-bet maakt op de flop. Het kost te veel moeite om dit exact te berekenen, omdat je in het geval van een 3-bet op de flop je hand opgeeft wanneer dit nodig is. "FF" is hier de kans dat je tegenstander al op de flop foldt.

R' < R*0,6 BB is echter erg waarschijnlijk,
omdat een 3-bet op de turn na een "call flop, raise turn" duidelijk zeldzamer is dan een flop-3-bet na een raise op de flop of een check/raise op de turn na een "raise flop, bet turn". Aan de andere kant zijn er echter situaties waarin de tegenstander al foldt op de flop, en er zo op de turn dus geen extra kosten kunnen ontstaan. Daarom denk ik dat de volgende aanname zin heeft: R*0,6 = R'

Hierdoor kunnen we ruwweg het volgende zeggen:

Kosten voor "call flop, raise turn" = 0,15 + (2 - PNB)*0,48 + R'
Kosten voor "raise flop, bet turn" = 0,3 + (1-FF)(0,48) + R'

Kosten/baten-redenering

Nu moeten we de kosten van de betreeksen vergelijken met de door hun gegenereerde foldequity. Dit is extreem afhankelijk van de tegenstander en het board.

Misschien heb je mijn coaching gezien waarin ik speelde tegen een tegenstander met de naam Baller6969. Deze speler was extreem tight, maar zeker agressief. De kans "FF" (dat hij tegen raise op de flop foldt) lag geloof ik bij een goede 50%. De kans dat hij na een bet op de flop opnieuw zou betten op de turn was echter erg hoog, laat ik zeggen 90%, dus PNB =10%.

Hierdoor geldt:
Kosten voor "call flop, raise turn" = 0,15 + 1,9*0,48 + R' ~= 0,9 + R'
Kosten voor "raise flop, bet turn" = 0,3 + 0,5*0,48 + R' ~= 0,54 + R'

Bij deze tegenstander zien we het volgende effect: We betten weliswaar 2,5 BB bij "call flop, raise turn" en 2 BB bij "raise flop, bet turn", maar de "effectieve kosten" zijn duidelijk lager. Effectief kost "raise flop, bet turn" grof berekend 40% minder dan "call flop, raise turn". Tegen Baller6969 heb je echter geen overeenkomstige hoge foldequity met "call flop, raise turn". Daardoor is het tegen deze tegenstander beter om voor "raise flop, bet turn" te kiezen.

Waar ligt dit aan? De flop is de zogenaamde weakspot van Baller6969.

Een weakspot is de vroegste situatie in een hand waarin een speler voor het eerst een significante foldequity heeft

Bij veel spelers op de middelhoge limieten (20/40, 30/60) ligt de weakspot definitief op de turn. Heads-up zullen spelers de betreeks "raise flop, bet turn" regelmatig callen met handen als A-hoog, terwijl ze tegen "call flop, raise turn" zeer vaak folden.

Dit kan ook weergegeven worden met behulp van de bovenstaande vergelijkingen. We gaan ervan uit dat de tegenstander in het bovenstaande voorbeeld een FF-waarde van 10% heeft en een TNB-waarde van 10%. Dit is relatief typisch voor 20/40 semi-LAG's. Er geldt dan:

Kosten voor "call flop, raise turn" = 0,15 + 1,9*0,48 + R' ~= 0,9 + R'
Kosten voor "raise flop, bet turn" = 0,3 + 0,9*0,48 + R' ~= 0,73 + R'

Nu kost "call flop, raise turn" maar 12% meer dan "raise flop, bet turn". Tegen deze tegenstander schat ik dat onze foldequity bij "call flop, raise turn" een goede 50% hoger is dan bij "raise flop, bet turn". Dit type tegenstander wordt namelijk voor het eerst weak bij raises op de turn. Tegen turnraises heeft hij zijn weakspot.

Gaat het nog verder? Zijn er dus ook tegenstander die überhaupt geen weakspots hebben? Ja, zelfs relatief vaak. Dit zijn nou precies de zogenaamde maniacs die vrolijk 3-betten op de turn terwijl ze weinig of niets hebben. Dergelijke spelers verzwakken de kosten/baten berekening extreem met een semi-bluf. We kijken naar een wiskundig grensgeval: Een tegenstander die alleen bet en raiset. Tegen een dergelijke tegenstander heb je een foldequity van 0. Een semi-bluf met een flushdraw zonder high card-value is dan gegarandeerd een verliesgevend spel. Tegen een dergelijke maniac speel je met een flushdraw een simpele "call flop, call turn, fold river" (wanneer je niet hit).

Er zijn ook tegenstanders (zeer LAG, maar in staat om te folden) en situaties waarin je met je raise zelfs moet wachten tot de river. Deze situaties komen echter maar zelden voor.

Hierdoor wordt ook het principe verklaard dat: Hoe meer LAG je tegenstander is, hoe minder vaak je moet semi-bluffen, en wanneer je semi-bluft moet je een sterke draw hebben.

De weakspots van de tegenstanders zijn echter niet echt constant. Er zijn bijvoorbeeld boards die zo scary zijn dat ook een LAG al vaak tegen een raise op de flop zal folden. Aan de andere kant zijn er boards die zo onschuldig zijn dat zelfs een weak-tight speler amper aandacht schenkt aan je raise op de flop. Dit moet je meenemen bij het vinden van je beslissing.

Het algemene semi-blufprincipe

Stap 1: Het inschatten van de kosten voor een semi-blufreeks afhankelijk van je outs, het board en de types tegenstanders.

Stap 2: Het in schatten van het nut van een semi-blufreeks, ofwel het inschatten van je foldequity.

Stap 3: Het kiezen van een semi-blufreeks afhankelijk van stap 1 en 2.

Belangrijke regel: Vind de weakspots van de tegenstander en maak daar je bet

Denk erom dat de weakspot het eerst mogelijke moment in een hand is waar de tegenstander een significante foldequity heeft. Ook belangrijk: Bij bijzondere boards kan een weakspot verschuiven.