Bijgewerkt op 13 mrt 26 door

Heads-up op de flop OOP: C/C flop zonder initiatief - met showdownvalue

Inleiding

In dit artikel:

  • Vanaf 37% equity wordt het met aas-hoog winstgevend.
  • Vanaf 38-39% tegen slimme turnbetters.
  • Vanaf 35% tegen tighte turnbetters.
  • Vanaf 28-29% na preflop 3-bet.

Het komt heel vaak voor dat je in de big blind met Ax je blind verdedigt, en de flop hebt gemist. Het is de klassieke situatie, waarin je de slechte speelbaarheid van A-hoog met kleine kicker bemerkt.

 

De opties op de flop

Je hebt op de flop eigenlijk geen idee waar je staat, en moet ook nog alleen en verlaten, out of position tegen de preflop-agressor spelen. Feit is echter dat het te zwak is om iedere keer gewoon C/F te spelen wanneer je geen pair of geen sterke draw hebt getroffen, want A-hoog kan tegen stealraises vaak ook onverbeterd de beste hand zijn.

Voor C/R is deze hand over het algemeen echter weer te zwak, en daar je zelf showdownvalue hebt is het ook moeilijk om betere handen tot folden te brengen. Dus blijft in deze situatie check/call flop vaak de enige optie om de equity zinvol vanaf de flop verder te spelen.

Maar hoe moet je nu weten of je hand goed genoeg is om verder te spelen? Daarover moet het volgende artikel uitsluitsel geven. Hieronder zul je zien hoe je zonder pair of sterke draw je hand op de flop kunt evalueren, om te beslissen of je doorspeelt of niet. Daarbij gaan we uit van de algemene voorwaarde, dat de tegenstander op de flop altijd een continuationbet maakt. Dit is in werkelijkheid tot meer dan 95% het geval.

Eerste gedachten over de benodigde equity

Laten we aannemen dat je in de BB A 2 hebt. Button openraiset, en je callt. Je verwachtingswaarde voor het verdere verloop van de hand is in woorden:

EV voor jouw hand = kans om te winnen x winst – kans om te verliezen x verlies

Wiskundig ziet dat er ongeveer zo uit:

EV = EQ x G – (1-EQ) x V
EQ = Hero's equity op de flop = kans om te winnen
1 – EQ = kans om te verliezen
G = winst = pot op de flop + bonuswinst
V = verlies = postflop-verliezen wanneer je de hand doorspeelt en verliest

Deze formule geldt voor bijna alle EV-berekeningen bij poker. De moeilijkheid ligt in de berekening of het vastleggen van de variabelen winst (G) en verlies (V). Daarom wordt voorlopig bepaald onder welke voorwaarden de EV > 0 is, wat door eenvoudig omvormen van het hierboven getoonde, de volgende vergelijking oplevert:

  EV > 0 wanneer geldt:  
  EQ x G > (1 – EQ) x V  
<=> EQ x G > V – EQ x V
|  V uitvermenigvuldigen
<=> EQ x G + EQ x V > V |  + EQ x V
<=> EQ x (G + V) > V |  EQ buiten haakjes brengen
<=> EQ x (G + V) – V > 0 |  -V

Wanneer we de equity willen berekenen die je minstens nodig hebt om verder te spelen, lossen we de vergelijking naar EQ op:

EV > 0 wanneer EQ > V/(G + V)

In woorden:

EV > 0 wanneer EQ > verlies/(winst + verlies)

Met deze simpele formule kun je de minimale equity die je nodig hebt om door te spelen, snel berekenen wanneer winst en verlies bepaald worden.

Nu moeten we randvoorwaarden maken om winst en verlies te berekenen. Daarbij moeten we ons afvragen:

  • Hoe vaak bet de tegenstander na C/C flop de turn opnieuw?
  • Hoe hoog zijn onze implied odds wanneer onze hand verbetert?
  • Hoeveel kunnen we besparen wanneer we verstandige folds maken?

Beginnen we met het worst case scenario: Je staat tegen een tegenstander die na de continuationbet op de flop altijd perfect tegen je speelt, waarbij je op alle streets altijd strikt C/C speelt. In dit geval ga je altijd naar de showdown en verlies je 2,5 BB, maar je wint slechts 2,75 BB (2,25 BB op de flop + 0,5 BB continuationbet) wanneer je voor ligt, daar de tegenstander op de big streets niet meer geld in de pot zal schuiven.

Nu geldt:

EV > 0 wanneer EQ > 2,5/(2,75 + 2,5)  EQ > 2,5/5,25 = 0,48 = 48%

Dus heb je 48% EQ op de flop nodig om winstgevend te kunnen doorspelen. Het is de absolute bodemgrens omdat we hier het worst case scenario beschrijven. Boven deze equity zou iedere fold op de flop een fatale fout zijn.

Laten we nu eens aannemen dat de tegenstander een robot is, die strikt iedere street doorbet. In dit geval zijn V = 2,5 en G = 4,75 (2,25 BB op de flop + 3 x bet van de tegenstander postflop).

Nu geldt:

EV > 0 wanneer EQ > 2,5/(4,75 + 2,5)  EQ > 2,5/7,25 = 34%

In dit geval kun je winstgevend steady calldown spelen wanneer je equity op de flop minstens 34% is.

De waarheid in het echte leven ligt zoals altijd ergens daartussen. Nu gaan we er vanuit dat de tegenstander altijd flop en turn bet, maar op de river perfect speelt. Daarmee zijn onze kosten altijd nog bij 2,5 BB, de winsten 3,75BB (2,25 BB op de flop + 1,5 BB postflop voor bet flop en bet turn).

Nu volgt:


EV > 0 wanneer EQ > 2,5/(3,75 + 2,5) EQ > 2,5/6,25 = 40%

In dit geval heb je 40% EQ nodig om vanaf de flop te kunnen doorspelen.

Verdere verfijningen

Bij de overwegingen tot hier aan toe, die tot 40% equity als onderste grens voor een winstgevend doorspelen vanaf de flop leidden, worden drie punten verwaarloosd:


1.
Je speelt niet simpel calldown met iedere hand, los van hoe het board zich ontwikkelt, maar kunt ook goede folds maken.

2.
De tegenstander zou op de river bijvoorbeeld valuebets tegen jou kunnen weglaten en speelt dus niet altijd perfect.

3.
Je hebt implied odds wanneer je een out (liefst de aas) treft. 

De punten 1 en 2 verminderen je verliezen en punt 3 vergroot je winst.

Maar terug naar het begin. Laten we aannemen dat je A 2 hebt in de BB. De button openraiset en je callt. We nemen de tegenstander die altijd flop en turn bet. Tegen deze kun je dus met een equity van meer dan 40%, theoretisch altijd simpel vanaf de flop downcallen, en automatisch winst maken.

Daar je echter ook op een aantal plaatsen goede folds maakt, of zult raisen, heb je theoretisch zelfs minder equity nodig:

EQ > 1/(2,50 + 0,12 * 0,7 BB) = 1/2,58 = 39%

Ter verklaring van de formule: 2,5/6,25 = 1/2,5 = 40% EQ: dit komt overeen met de hierboven getoonde richtwaarde. Op de teller wordt nu nog 0,12 * 0,7 BB toegevoegd. 0,12 is de kans om een aas te treffen, wat je geschat 0,7 BB implied odds brengt.

Het gaat echter nog verder: De tegenstander zal niet altijd de river betten wanneer we niet verbeterd hebben. Hj zal dus valuebets missen. Bovendien kun je bij bepaalde boards ook een goede fold op de turn of river maken.

Gemiddeld kun je er daarom vanuit gaan dat je met A-hoog bij de blindverdediging, met circa 37% equity op de flop je hand met showdown-intentie kunt doorspelen. Je speelt daarmee C/C flop.

Voorbeelden met de equilator

Hero: A 2

Openraiserange van de tegenstander op de button: (ca 40%) 22+, A2s+, K2s+, Q6s+, J8s+, T8s+, 98s, 87s, 76s, 65s, A2o+, K7o+, Q9o+, J9o+, T9o

Heeft Hero op de flop A-hoog, dan kan het er als volgt uitzien:

Flop: K T 6 equity: 25% -> C/F
Flop: T 9 3 equity: 31% -> C/F
Flop: T 8 3 equity: 35% -> C/F
Flop: K 6 3 equity: 33% -> C/F
Flop: Q 6 3 equity: 37% -> C/C
Flop: J 6 3 equity: 38% -> C/C
Flop: K 3 3 equity: 40% -> C/C
Hero: K 7

Met K-hoog wordt het duidelijk moeilijker om op 37% EQ te komen.

Tegen de hierboven genoemde 40%-range van een raise van de button ziet de situatie er zo uit:

Flop: Q T 6 equity: 23% -> C/F
Flop: T 8 3 equity: 26% -> C/F
Flop: 9 6 3 equity: 30% -> C/F
Flop: 5 4 2 equity: 35% -> C/F
Flop: 4 2 2 equity: 37% -> C/C
Flop: 2 2 2 equity: 40% -> C/C
Hero: Q 7

Bij Q-hoog houdt tegen een buttonraise de lol echter op. Tegen de hierboven genoemde 40%-range van een buttonraise:

Flop: 2 2 2 equity 32% -> C/F
Hero: 2 2

Heeft Hero een pair, dan ziet de situatie er duidelijk beter uit. We nemen eens het slechtste pair op onaangename flops. Tegen de hierboven genoemde 40%-range van een buttonraise:

Flop: A 6 3 equity: 42% -> C/C
Flop: Q J 3 equity: 40% -> C/C
Flop: K Q 3 equity: 36% -> C/F
Flop: K Q 3 equity: 29% -> C/F
Flop: A K 3 equity: 28% -> C/F

Je ziet dat je met bijna elk pair kunt doorspelen. Alleen op de allerslechtste flops moet worden gefold.

Hero: 3 2

Had je inplaats van het pocketpair het kleinste lowpair, dan verbetert je equity duidelijk, omdat je nu meer outs op two pair hebt. Tegen de hierboven genoemde 40%-range van een buttonraise:

Flop: K Q 3 equity: 43% -> C/C (36% equity met 2 2 )

Het lowpair brengt je een behoorlijke 7% meer EQ dan het underpair met 2 2 , wat op dezelfde flop hierboven slechts 36% equity zou hebben.

Hero: A 2

Nu kijken we naar de invloed van een grotere raiserange. We geven de button ditmaal een loosere stealrange.

Openraiserange van button: (52%) 22+, A2s+, K2s+, Q2s+, J6s+, T7s+, 97s+, 87s, 76s, 65s, 54s, 43s, A2o+, K2o+, Q7o+, J7o+, T8o+, 98o+

Flop: K T 6 equity: 32% -> C/F (25% equity tegen 40%-range)
Flop: T 9 3 equity: 38% -> C/C (31% equity tegen 40%-range)
Flop: K 6 3 equity: 39% -> C/C (33% equity tegen 40%-range)
Flop: K 6 3 equity: 37% -> C/C

Tegen een heel loose openraiserange van de button kun je A-hoog op heel veel boards doorspelen, ook wanneer ze er op het eerste gezicht niet zo mooi uitzien. Had je tegen de 52%-range A 2 , dan had je preflop een equity-edge, en zou je theoretisch zelfs kunnen 3-betten. Daar je echter uit positie speelt is een call vaak beter, wanneer je als goede speler in staat bent om op de flop je hand werkelijk te evalueren.

Je kunt hiervoor oneindig veel voorbeelden maken. Aan tafel heb je weliswaar niet de mogelijkheid om de EQ in de hand te berekenen, maar wanneer je genoeg voorbeelden hebt berekend zul je een gevoel voor de patronen ontwikkelen, dat je dan intuïtief naar de juiste beslissing zal leiden.

Voorbeelden van zulke patronen zijn:

  • Tegen buttonraise is in de BB bijna elke pair te spelen.
  • Op paired ragged boards is zelfs K-hoog te spelen.
  • Bij twee kaarten in de playingzone is A-hoog meestal minder dan 35% EQ.
  • (Maak voor jezelf nog meer patronen.)

Bedenk dat het bij de beslissingen tot nog toe, er niet alleen om ging of je tot de turn kon spelen, maar ook of je een hand hebt om potentieel winstgevend mee naar de showdown te gaan. Hoe je puur naar odds en outs doorspeelt om de turn te zien of niet, wordt uitgelegd in het artikel Check/call flop zonder initiatief en zonder showdownvalue.

Welke invloed heeft de rake?

Zoals we hebben laten zien heb je in het geval van blinddefense tegen een buttonraise bij een ½ SB-structuur, minstens 37% equity nodig om met aas-hoog winstgevend C/C flop te kunnen spelen. Nu komt bij iedere gespeelde hand echter nog de rake aan de orde. Dit moet je dus bij de berekening van de benodigde EQ aftrekken, als logische consequentie van je te verwachten winst. Minder winst leidt er automatisch toe dat de minimale equity omhoog gaat.

REKENVOORBEELD VOOR $3/$6, 6-HANDED

Je bent in de bekende situatie: Hero is BB, button raiset, Hero callt.

Met de formule voor de berekening van je benodigde EQ ben je al vertrouwd. Nu zal echter de rake in de berekening worden betrokken.

EV > 0, wanneer EQ > verlies/((winst – rake) + verlies)

De te verwachten winst is 3,75 BB. Zou je de hand winnen, dan zal de rake gemiddeld je winst met 0,25 BB verminderen. Daaruit volgt:

EV > 0, wanneer EQ > 2,5/ ((3,75-0,25) + 2,5) = 41,7%

Wanneer je van de 41,7% (volgens het voorbeeld 40%-3% = 37%) nu 3% aftrekt, kom je op 38,7% equity.

Je hebt dus met de extra kostenfactor rake, ~39% equity nodig om winstgevend C/C flop te kunnen spelen.

De rake kan met een EQ-toeslag van tot 2% dus al een beduidende factor zijn bij de berekening van je minimaal benodigde equity op de flop.

Pas vanaf de limiet 15/30 en hoger kun je hem bij je berekening verwaarlozen.

Welke invloed heeft de blindstructuur?

Verdedig je de big blind, dan kan de potgrootte op de flop gemakkelijk variëren, afhankelijk van de blindstructuur. Dat wil zeggen de pot is op de flop bij een 1/3-structuur 1/6 SB kleiner, maar bij een 2/3-structuur 1/6 SB groter. De blindbattle wordt hier niet behandeld, omdat je op deze plek in positie speelt, wat in een extra artikel behandeld zal worden.

Zet je nu de veranderde potgrootte in de intussen bekende formule: EV > 0, wanneer EQ > verlies/(winst + verlies),
dan zie je dat de blindstructuur een verschil in de benodigde equity op de flop uit kan maken tot wel 0,5%.

Daaruit volgen de benodigde equities voor een potentiële calldown op de flop:

1/3 SB Structuur: 37,5%
2/5 SB Structuur: 37,3%
1/2 SB Structuur: 37%
2/3 SB Structuur: 36,5%

Tabel voor het bepalen van de benodigde EQ

Via de met de volgende link te downloaden Excel-tabel kun je zonder veel moeite je benodigde EQ bij verschillende preflop-acties, rake- en blindstructuren bepalen.

Download hier de Excel-tabel

Daarvoor zijn de volgende stappen nodig:

  • Bepaal je basis-EQ aan de hand van de preflop-actie.
  • Verreken de invloed van de rake.
  • Verreken de invloed de blindstructuur.
  • Bepaal daarmee je benodigde EQ.
VOORBEELD

Partypoker $5/$10

3-handed: button folds, Hero SB raises, BB 3-bets, Hero calls

  • Basis-EQ op de flop = 33%.
  • Invloed rake 2-3-handed 5$/$10 = +0.5%.
  • Invloed 2/5 blindstructuur = +0,3%
  • -> Benodigde EQ voor winstgevende C/C flop = 33% + 0.5% + 0,3% = 33,8%

Je ziet dat rake en blindstructuur een beduidende invloed op de benodigde EQ hebben, dus je moet bij je beslissing op de flop met deze factoren rekening houden.

Let op: Daar rake- en blindstructuur kunnen variëren, wordt bij alle volgende berekeningen steeds slechts de basis-equity's berekend. Denk er dus aan dat je voor jouw limiet aansluitend nog steeds zelf de rake- en blindstructuur in je berekeningen moet invoegen!

Adaptatie tegen slimme turnbetters

Bij de hierboven getoonde analyses zijn we ervan uitgegaan dat je tegenstander simpel bet flop bet turn speelt. Doet hij dat in werkelijkheid echter niet, dan verandert dat natuurlijk de stand van zaken wanneer je altijd calldown speelt. In dit geval worden je winsten kleiner.

Laten we eens aannemen dat de tegenstander altijd “verstandig” de turn in slechts 80% van de gevallen contibet, en we op een check-behind geen extra winst maken. Dan bedraagt onze winst gemiddeld slechts 3,55 BB (2,25 in de pot + 0,5 BB contibet flop + 1 BB * 0,8 contibet turn).

Daaruit volgt:

EV > 0, wanneer EQ > 2,5/(3,55 + 2,5) = 41,3%

Eigenlijk heb je in deze situatie nu 41,3% EQ nodig om te kunnen doorspelen. Een voorbeeld zou hier een tegenstander zijn die vaker zelf met A-hoog de turn check-behind speelt. In dit geval ben je gedomineerd en profiteer je nauwelijks van de freecard. Aan de andere kant kun je ook op de turn op zijn bet (die in dit geval meer sterkte betekent) vaker goede folds inbouwen.

Je ziet dat er veel parameters invloed op dit punt hebben, wat de zaak behoorlijk ingewikkeld maakt. Toch moet hier duidelijk worden dat een tegenstander die zijn contibets op de turn verstandig plaatst, en gedeeltelijk “zinloze” bets vermijdt, de zaak voor een calldown gemakkelijk verslechtert.

Hoeveel precies is nauwelijks te bepalen, daar over het algemeen een heel hoge betfrequentie op de turn de optimale speelwijze is, tegen de C/C-line met showdownvalue zonder pair. Wanneer je tegenstander een goede speler is, die je slechts moeizaam kunt outplayen, dan moet je de minimaal benodigde equity naar circa 38% tot maximaal 39% op de flop verhogen.

Praktisch betekent dat: Wanneer de beslissing werkelijk krap wordt liever folden, en dan vooral tegen slimme, agressieve tegenstanders. Bij meer dan 39% EQ is een fold echter bijna altijd een fout wanneer je de principes van de C/C-line hebt begrepen, en ook weet hoe je de hand op de turn zou moeten doorspelen.

Adaptatie tegen zwakke turnbetters

Speelt je tegenstander op de turn heel vaak check-behind, dan zou je kunnen vermoeden dat daardoor de te verwachtende winst omlaag gaat, en dat daarmee de benodigde equity op de flop hoger wordt. Dat is echter niet het geval daar a) de tegenstander bij te veel check-behinds te vaak freecards weggeeft, waarvan jij kunt profiteren en b) blufs waartegen je op de turn zou folden te vroeg opgeven, zodat je na check-behind turn, check/check river vaak de hand wint.

Dus dalen je kosten voor de calldown aanzienlijk. Daaruit volgt dat je tegen zulke tegenstanders op de flop zelfs wat looser kunt callen. Hoeveel precies is eveneens nauwelijks te bepalen, maar met 35% equity kun je definitief je handen met showdownvalue op de flop verderspelen.

Verder maak je tegen te tighte turnbetters ook veel goede folds, wat de totale kosten omlaag brengt. Daaruit volgt natuurlijk dat je zelf op de turn dienovereenkomstig tighter moet spelen omdat een bet van een dergelijke tegenstander meer betekent dan van een “blinde” turnbetter.

Een ruwe maatstaf ter bepaling van de betfrequentie op de turn van de tegenstander, is de “continuationbet turn”-waarde die PokerAce je kan tonen. Een gemiddelde TAG heeft daar een waarde van circa 70%. Gaat hij in de richting van de 80%, dan bet hij te vaak blind de turn. Gaat hij naar de 60% of daaronder, dan lijkt de tegenstander de turn te weinig te betten. Daarbij moet je er wel op letten dat je pas vanaf ongeveer duizend handen een voldoende grote samplesize hebt om de tegenstander wat dat betreft te kunnen inschatten.

Je ziet dat je A-hoog ook zonder pair en zonder sterke draw op de flop vaak winstgevend kunt doorspelen, daar je met deze hand showdownvalue hebt, en de hand ook onverbeterd kunt winnen. De passieve line ziet er vooral heel fishy uit, maar vermindert ook je kwetsbaarheid voor full-/semi-blufraises op de turn wanneer je agressief wilt spelen. Verder kun je ook blufbets van je tegenstander uitlokken.

Belangrijk: Het invoegen van de line C/C met de hierboven genoemde handen verlangt wel een speciale balancing, daar een goede tegenstander anders kan anticiperen dat je na C/C altijd slechts met een marginale hand zit, doordat je goede draws en pairs alleen maar C/R speelt. Daarom is het belangrijk dat je ook het hoofdstuk turnplay OOP zonder initiatief in je opneemt voordat je de hier getoonde strategie toepast.

Video: Bankroll-Management
.

Bekijk de video

De inhoud van dit artikel kun je nu ook als video bekijken.
Klik op het plaatje aan de linker kant om het videovenster te openen.

Lees daarnaast echter ook het artikel nog eens door om de strategie echt onder de knie te krijgen. Je pokeraccount zal je dankbaar zijn.

Na preflop 3-bet

We starten in dit gedeelte direct met een voorbeeld:

Preflop: Hero is CO with A 8

2 folds
, Hero raises, Button 3-Bets, Blinds folden, Hero calls


Flop:
(7,5 SB) Q, 7, 4 (2 players)
Hero checks, Button bets, Hero???

In deze situatie zijn er twee beslissende parameters veranderd. Aan de ene kant bedragen je pot-odds op de flop vanwege de 3-bet van de button en de gefolde blinds, nu 8,5 tegen 1 in plaats van 5,5 tegen 1, zoals tot nog toe bij de blinddefense het geval was. Aan de andere kant moet je de range van je tegenstander ditmaal als beduidend sterker zien, omdat het hier niet gaat om een stealraise van de button, maar om een 3-bet tegen je stealraise.

Nu sta je echter alleen op deze slechte flop. Wat doe je in een dergelijke situatie? Hoe kun je inschatten of je de hand kunt doorspelen of niet?

Het middel voor het beantwoorden van deze vraag heb je al in het eerdere hoofdstuk leren kennen. Als basisvoorwaarde komt hier de tegenstander die altijd op de flop en de turn bet, heel dicht bij de werkelijkheid. Na de preflop-3-bet heeft de tegenstander vaak een goede hand, en daar op de flop vanwege de grotere pots minder vaak wordt gefold, komt op de turn bijna altijd de continuationbet. Dit kan dan een made hand zijn, maar ook A-hoog. Misschien heeft de tegenstander ook helemaal niets, maar ook dan zal hij betten om te bluffen. Los van hoe het er nu uitziet; die bet op de turn komt in een dergelijke situatie nog vaker voor dan bij de eerder besproken blinddefense-situaties.

Ook hier geldt:


EV(calldown) > 0, wanneer EQ > verlies/(winst + verlies)

Dezelfde formule als bij blinddefense, alleen de parameters zijn wel veranderd.


Winst:
De winst bedraagt nu bij heel slim riverspel van de tegenstander 5,25 BB (3,75 BB op de flop + 1,5 BB voor bet flop bet turn)

Verlies: De gebruikelijke 2,5 BB voor de calldown

Daaruit volgt:

EV(calldown) > 0, wanneer EQ > 2,5/(5,25 + 2,5) = 0,323 = 32,3%

Zou je dus simpel vanaf de flop calldown spelen, dan heb je voor 8,5 tegen 1 op de flop HU minstens 32,3% equity nodig. Ook hier komen echter een aantal verzachtende omstandigheden tevoorschijn, want je zult niet onder alle omstandigheden blind downcallen. De tegenstander zal ook hier valuebets weglaten (niemand kan de river perfect spelen) en je hebt ook implied odds wanneer je treft. Deze verzachtende punten kun je met ongeveer 3-4% EQ verrekenen.

Daaruit volgt dat je op de flop hier minstens 28-29% EQ moet hebben, om C/C flop met showdown-ambities te kunnen spelen. Denk er echter ook aan om met de rake- en blindstructuur rekening te houden.

Nu willen we eens vaststellen hoe jouw equity bij de hierboven beschreven hand er uitziet. We gaan er van uit dat de tegenstander ongeveer naar de door PokerStrategy onderwezen 3-betting-standaards speelt.


Preflop:
Hero is CO with A 8

3-bet-range van de button (volgens Preflop Expert Theory ): 44+, A5s+, KTs+, QJs, JTs, A8o+, KJo+

Flop: Q 7 4 equity: 26%

Deze flop is niet echt je vriend, en je hebt hier niet eens bij benadering de benodigde 27-28% EQ om te kunnen callen. Je moet hier C/F flop spelen.

Om een gevoel te krijgen welke flops te spelen zijn, en welke niet, zullen we de flop nu eens een beetje veranderen, en de uitwerking op je EQ bekijken.

Flop: K Q 7 equity: 19% -> C/F K+Q zijn dodelijk
Flop: K 5 3 equity: 22% -> C/F Ook de koning alleen smaakt helemaal niet op de flop
Flop: J 6 4 equity: 24% -> C/F Ook zonder Q niet genoeg
Flop: K 5 3 equity: 25% -> C/F Ondanks backdoorflushdraw niet genoeg
Flop: J 5 3 equity: 26% -> C/F Loont niet
Flop: T 5 3 equity: 31% -> C/C Zonder facecard plotseling te spelen

Flop: Q 5 3 equity: 27% -> C/F Absoluut grensgeval, beter C/F
Flop: Q 4 3 equity: 28% -> C/C Absoluut grensgeval onderste C/C-Grens

Flop: Q 7 4 equity: 28% -> C/C De backdoorflushdraw laat een call toe
Flop: J 5 3 equity: 29% -> C/C De backdoorflushdraw laat een call toe
Flop: T 7 7 equity: 36% -> C/C Gepaard board ziet er goed uit
Flop: K K 3 equity: 23% -> C/F De koning blijft een slechte kaart

Deze analyses laten zien dat heel subtiele veranderingen van het board genoeg zijn om je equity van het te spelen bereik in het niet te spelen bereik te brengen.

Toch willen we proberen om een aantal patronen te vinden die je ruwe aanknopingspunten geven over de speelbaarheid van je hand:

  • Een koning op het board ziet er over het algemeen slecht uit.
  • Een backdoorflushdraw maakt veel speelbaar (wanneer er geen koning op het board ligt).
  • De meeste boards zonder facecard zijn te spelen.
  • Gepaarde boards zonder koning zijn over het algemeen te spelen.
  • (Maak voor jezelf meer patronen)

Ook hier nog eens een reminder dat hier de vraag wordt beantwoord of je C/C flop met showdown-intentie speelt of niet. Dit is hier echter een noodzakelijk onderdeel, daar een behoorlijk deel van de equity van A-high-handen door de showdownvalue komt. Je zou ook onverbeterd de beste hand kunnen hebben.

Vastleggen van de range van de tegenstander

Een lastig probleem bij het bepalen van je equity blijft natuurlijk de range van de tegenstander. Velen 3-betten preflop heel tight en anderen 3-betten heel loose. We willen verduidelijken hoe de 3-bet-range je equity op de flop kan beïnvloeden. Daarvoor grijpen we nogmaals naar het eerste voorbeeld van het thema.

Preflop: Hero is CO with A 8

2 folds
, Hero raises, Button 3-Bets, Blinds folden, Hero calls


Flop:
(7,5 SB) Q, 7, 4 (2 players)

We nemen verschillende 3-bet-ranges van de button:

A) 44+, A5s+, KTs+, QJs, JTs, A8o+, KJo+ -> Equity: 26%

B) 55+, A6s+, KJs+, QJs, A8o+, KQo -> Equity: 19%

C) 22+, A2s+, KTs+, QTs+, J9s+, T9s, 98s, 87s, A6o+, KTo+, QJo -> Equity: 32%

Range A) komt overeen met de 3-bet-chart volgens Preflop Expert Theory Gold. Tegen deze range hebben we al geanalyseerd dat je met 26% equity een krappe C/F op de flop hebt.

Nemen we nu echter een heel tighte speler met range B, dan is het natuurlijk niet verwonderlijk dat je equity er drastisch slechter uitziet. Je hebt tegen range B nog maar 19% EQ op de flop.

Een speler met range B) zou bijvoorbeeld iemand met stats van 23/14/1,7/40 (VP$IP/PFR/AF/WTS) kunnen zijn. Dit komt op hogere stakes niet zo vaak meer voor, maar af en toe zie je zulke rocks nog. Speel je echter tegen bijvoorbeeld 38/27/2,0/42, dan moet je er eventueel van uitgaan dat de tegenstander net zo loose als onze 3-bet-chart speelt.

Tegen een bredere range in geval C) heb je namelijk op de flop 32% equity, en moet je in ieder geval eerst C/C flop spelen. De wissel van een te tighte naar een te loose range voor 3-betten in de beschreven situatie, maakt hier een verschil in equity van 13% voor je uit. Dit is bij dit soort berekeningen een gigantisch verschil.

Het probleem is natuurlijk dat je niet van iedere speler steekhoudende stats tot je beschikking hebt. Bovendien zeggen de pure PA-stats ook maar beperkt iets over de 3-bet-range van de tegenstander. Voor duidelijkere informatie is het daarom ook noodzakelijk dat je tegenstanders observeert.

Maar toch kunnen we beginnen om een schema te maken voor het vaststellen van de range van de tegenstander. Dit kan nooit heel precies zijn, maar we proberen de best mogelijke weg voor de benadering te betreden.

Als default voor de 3-bet-range van de tegenstander kun je altijd van de PokerStrategy 3-bet-chart uitgaan. Je neemt een tightere range wanneer de stats dat impliceren (bijvoorbeeld tighter dan 25/18/2,0 bij 1/2 SB-structuur), of een loosere range wanneer de tegenstander >25 PFR heeft. De belangrijkste factor is daarbij je waarnemingsgave. Stats alleen geven slechts eerste aanwijzingen over de range. Je moet wel nieuwsgierig genoeg zijn om empirische gegevens te verzamelen.

In duidelijke taal betekent dat: Ook wanneer je net even geen hand actief speelt, NIET televisie kijken, chatten, surfen of de muur bewonderen, maar je tegenstander observeren. Ging het preflop via 3-bets, dan maak je in het geval van een showdown, aantekeningen wanneer de tegenstander preflop te loose 3-bet (een eenvoudige note kan er bijvoorbeeld zo uitzien: 3-bet van de BU met 65s vs CO-raise).

Voor te tighte 3-bets kun je natuurlijk niet meteen empirische gegevens verzamelen. Hierbij moeten de PT-stats genoeg zijn + eventueel de observatie wanneer je tegenstander over het algemeen preflop heel passief is. Let er daarbij echter wel op dat je voldoende samplesize voor zulke waarnemingen hebt, want ook de grootste LAG kan wel eens een tijdje kaartdood zijn.

Het vastleggen van de range van een tegenstander is moeilijk en geeft nooit een garantie op absolute nauwkeurigheid. Observeer je tegenstanders echter zorgvuldig en laat hun PT-stats in je spel vloeien. Dan zal de gemiddelde afwijking van je aangenomen range tot zijn werkelijke range, gemiddeld tot een minimum teruglopen. Met de nodige inspanning kom je zo dichterbij de optimale speelwijze, en haal je ook uit je marginale handen het maximum.

Slot

In dit artikel werden concepten uitgelegd over het spel op de flop, uit positie, zonder initiatief met showdownvalue. Je ziet dat het het heel belangrijk is om je equity op de flop werkelijk te kunnen inschatten. Daar ook je tegenstander over het algemeen twee van de drie flops mist, stelt A-hoog of zelfs ook K-hoog vaak een speelbare hand voor, die over het algemeen potentie kan hebben om ook onverbeterd tot de showdown te gaan.

In dit artikel werd je getoond met welke parameters je rekening moet houden voor de waardering van je hand op de flop, uit positie, zonder initiatief, en hoe je deze gebruikt om tot de beste beslissing over het verdere verloop van je hand te komen.