Bubblefactors in verschillende SnG-types
Inleiding
In dit artikel:
- De bubblefactor
- De callranges veranderen
- Hoe jij je moet aanpassen
In dit artikel worden met behulp van de zogenaamde bubblefactors de verschillende SnG-types vergeleken. Je zult leren hoe het spel in de vroege fase, op de bubbel en "in the money" verschilt voor de verschillende types SnG's.
We kijken hiervoor naar de volgende SnG-types:
- Fullring-SnG met een gewone 50%/30%/20% uitbetalingsstructuur
- Shorthanded-SnG met een uitbetalingsstructuur van 65%/35%
- Double or Nothing-SnG met een uitbetalingsstructuur van 20%/20%/20%/20%/20%
Om de berekeningen in dit artikel te kunnen begrijpen moet je vertrouwd zijn met de odds & outs en het Independent Chip Model.
De Bubblefactor
Kijk naar het voorbeeld van een situatie uit het artikel over de verwachtingswaarde in SnG's:
Je zit met acht andere spelers aan de tafel en jullie hebben allemaal een stack van 1500. Om het gemakkelijk te houden zijn er geen blinds. Je bent als laatste aan de beurt en één van de spelers voor jou gaat all-in.
Onafhankelijk van je hand en de range van Villain kun je nu met behulp van de ICM berekenen hoe vaak je in deze situatie moet winnen om de call profitabel te maken. Wanneer er geen sprake is van een uitbetalingsstructuur heb je odds van 1:1, je moet dus in meer dan 50% van de gevallen winnen om geld te verdienen met je call.
Het ICM schat de geldwaarde van je stack als volgt in, in de verschillende situaties:
- Hero foldt: Hiermee heeft Hero nog altijd zijn 1500 chips, dit is 11,1% van het prijzengeld.
- Hero callt en wint: Hiermee heeft Hero 3000 chips, dit is volgend het ICM 20,3% van het prijzengeld. De overige 1,8% wordt over de andere spelers verdeeld.
Hiermee bereken je de benodigde winstkans (de equity van je hand tegen de range van de tegenstander):
P(win) = EQ(fold)/EQ(win) = 11,1%/20,3%
P(win) = 55%
Je hebt dus aan het begin van een fullring-SnG met een gewone uitbetalingsstructuur 5% meer equity nodig tegen de range van de tegenstander dan je bijvoorbeeld in een cashgame zou hebben. Dit komt doordat de winst wanneer je wint kleiner is dan je verlies wanneer je verliest. Je odds van 1:1 zijn dus in werkelijkheid odds van ongeveer 0,8:1. Volgens deze odds heb je ongeveer 55% ( = 1/(0.8+1)) equity.
Het quotiënt (uitkomst van de deling) uit de kosten bij verlies (in $) en die van de winst (in $) heet de bubblefactor. Het begrip bubblefactor werd geïntroduceerd door Tysen Streib in het boek "Kill everyone". De bubblefactor geeft dus aan in welke mate de uitbetalingsstructuur in een bepaalde situatie jouw pot-odds beïnvloedt.
Definitie: De factor waarmee je jouw pot-odds in chips kunt onderscheiden van je odds in dollars noem je de bubblefactor.
Belangrijk: De blinds spelen geen rol in de berekening van de bubblefactor. De blinds hebben wel invloed op je odds, maar de bubblefactor blijft hetzelfde. Dit is een van de voordelen van de bubblefactor.
Als je je bubblefactor weet, dan maakt het geen verschil of de blinds op dat moment 100/200, 400/800 of 123/211 zijn. Je berekent zoals gewoonlijk je pot-odds en deelt ze door je bubblefactor. Dit zijn je odds volgens het ICM. Ook EV(Fold), de verwachtingswaarde voor de equity na een fold, heeft betrekking op situaties zonder blinds.
In een cashgame is je bubblefactor gelijk aan 1. Je kunt nu de bubblefactor berekenen voor het bovenstaande voorbeeld:
- Wanneer je verliest, verlies je 11,1% van het prijzengeld.
- Wanneer je wint, win je 9,2% van het prijzengeld (= 20,3% - 11,1%)
Hier krijg je dus een bubblefactor van 11,1/9,2 = 1,2.
Je krijgt nu je werkelijke pot-odds wanneer je "gewone" pot-odds deelt door de bubblefactor. Dit betekent dat je bij pot-odds van 1:1 in werkelijkheid 0,8:1 (= 1/1,2 : 1) voor een call krijgt. Met behulp van de bubblefactor kun je nu ook de werkelijke odds bepalen in lastige situaties, zonder dat je opnieuw de equityberekeningen hoeft te maken.
De eerste hand van een 9-handed fullring-SnG met een gewone uitbetalingsstructuur. De big blind is 50 en alle spelers hebben een stack van 1500 chips.
UTG limpt, UTG+1 raiset naar 100 en Hero kiest ervoor om op de button te raisen naar 300. UTG gaat nu all-in met zijn 1500 chips en UTG+1 foldt.
Er zitten nu 1975 chips in de pot en Hero moet 1200 chips betalen voor een call. Hij krijgt dus odds van 1,65:1 en moet dus in meer dan 37% van de gevallen winnen op de showdown om break-even te spelen.
Zijn werkelijke odds zijn nu echter 1,375 :1 (= 1,65/1,2 : 1), waarbij Hero dus meer dan 42% equity nodig heeft.
In de vroege fase
Aangezien de bubblefactor wordt bepaald door de uitbetalingsstructuur, krijg je in een zelfde situatie voor elk SnG-type een andere waarde als bubblefactor. Bereken om te beginnen de equity die je nodig hebt voor een profitabele coinflip in een vroege fase van de verschillende SnG-types.
De stacks om mee te beginnen zijn voor de verschillende toernooitypes als het volgt:
| Chipverdeling | 9-max | DoN | 6-max |
| UTG | 1500 | ||
| UTG+1 | 1500 | 1500 | |
| UTG+2 | 1500 | 1500 | |
| MP1 | 1500 | 1500 | |
| MP2 | 1500 | 1500 | 1500 |
| MP3 | 1500 | 1500 | 1500 |
| CO | 1500 | 1500 | 1500 |
| BU | 1500 | 1500 | 1500 |
| SB | 1500 | 1500 | 1500 |
| BB | 1500 | 1500 | 1500 |
Met behulp van de ICM kun je jouw equity na een fold, het verlies en na de winst van de hand berekenen. Uit deze gegevens kun je voor elk type de bubblefactor afleiden.
Dit betekent dat je voor een coinflip in een fullring- of shorthanden-SnG de bekende 55% equity nodig hebt. In een Double or Nothing-SnG heb je daarentegen een veel hogere waarde nodig bij odds van 1:1, namelijk een equity van 67%.
Zelfs wanneer je weet dat je tegenstander in de vroege fase van een DoN-SnG een willekeurige hand heeft, moet je dus folden met AKo. Je hebt namelijk maar ongeveer 65% equity tegen deze range. In een DoN moet je dus bijzonder tight spelen.
Aan de bubble
We gaan nu kijken naar de bubblefactor van de verschillende SnG's op de bubble, waarbij alle spelers een gelijke stack hebben.
We krijgen de volgende waardes voor de bubblefactor:
| ICM/equity | Fold | Lose | Win | BF |
| 9-max (4 spelers hebben 4000) | 25 | 0 | 38,5 | 1,9 |
| DoN (6 spelers hebben 2250) | 16,7 | 0 | 20 | 5,1 |
| 6-max (3 spelers hebben 3000) | 33 | 0 | 55 | 1,7 |
Wanneer je ervan uitgaat dat iemand voor jou all-in gaat, dan heb je voor een profitable coinflip op de bubble 67% equity nodig in een fullring-SnG, 63% equity in een shorthanded-SnG en zelfs 83% equity in een DoN-SnG.
In een SH-SnG kun je op de bubble dus iets looser callen dan in een FR-SnG.
Heb je een hand zoals AKo en denk je dat je tegenstander any two cards heeft, dan heb je 65% equity. In een SH-SnG kun je dan dus net callen, maar bij een FR-SnG moet je net folden, ook wanneer je zeker weet dat de tegenstander met iedere hand all-in gaat.
Het is nog slechter gesteld met een DoN-SnG. Azen bezitten 85% equity tegen een range van 100% van de tegenstander, hiermee kun je dus callen. Koningen hebben daarentegen maar iets meer dan 82% equity en deze moet je dan ook folden.
Op welke manier veranderen de bubblefactors wanneer er op de bubble sprake is van een chipleader?
Kijk hiervoor naar de volgende verdeling in stacks in een FR-SnG:
CO 8000
BU 4000
SB 4000
BB 4000
Aangezien alle stacks nu verschillende groottes hebben, hebben alle spelers een andere bubblefactor tegen elke speler die een andere stack heeft. De hoeveelheid chips die een tegenstander heeft maakt namelijk een verschil. De hoeveelheid chips die jij riskeert door een all-in of een call speelt hierbij een rol.
Je kunt nu op de gebruikelijke manier de verschillende bubblefactors berekenen.
| Hero | Villain | Fold | Lose | Win | BF |
| CO | BU, SB, BB | 33 | 22,33 | 41 | 1,3 |
| BU, SB, BU | CO | 22,4 | 0 | 33 | 2,1 |
| BU, SB, BU | BU, SB, BB | 22,4 | 0 | 35,7 | 1,7 |
De bubblefactor toont hier aan hoeveel beter de odds moeten zijn die Hero nodig heeft tegen een bepaalde tegenstander.
Een voorbeeld berekening van de bubblefactor van de CO tegen de BB:
Situatie na een fold:
CO 8000 33.0%
BU 4000 22.3%
SB 4000 22.3%
BB 4000 22.3%
Situatie na een call&lose:
CO 4000 22.3%
BU 4000 22.3%
SB 4000 22.3%
BB 8000 33.0%
Situatie na een call&win:
CO 12000 41.0%
SB 4000 29.5%
BB 4000 29.5%
De bubblefactor is het quotiënt van het mogelijke verlies en de mogelijke winst.
Verlies: 33.0% - 22.3% = 10.7%
Winst: 41.0% - 33.0% = 8.0%
Daardoor krijgen we een bubblefactor van: BF(CO vs BB) = 10.7%/8.0% ~ 1.3
Uit de eerste regel kun je bijvoorbeeld afleiden dat de chipleader tegen een push van één van de shortstacks bij odds van 2:1 eigenlijk odds van 1,67:1 nodig heeft.
De verschillende bubblefactors laten zich gemakkelijk samenvatten in een bubblefactor-tabel. Voor de bovenstaande situatie ziet dit er als volgt uit:
| Bubblefactor | CO | BU | SB | BB |
| CO | - | 1,3 | 1,3 | 1,3 |
| BU | 2,1 | - | 1,7 | 1,7 |
| SB | 2,1 | 1,7 | - | 1,7 |
| BB | 2,1 | 1,7 | 1,7 | - |
In de tabel wordt de chipleader weergegeven als CO, maar hij kan natuurlijk in iedere positie.
Wanneer de blinds bijvoorbeeld 400/800 zijn, en de chipleader in de small blind beslist om met 32o all-in te gaan nadat de beide spelers voor hem hebben gefold, dan heeft de speler in de big blind odds van 1,5:1. Aangezien hij een bubblefactor van 2,1 heeft, betekent dit dat de big blind in werkelijkheid odds van 0,7:1 heeft. Hij heeft dan dus 59% equity nodig tegen de range van de chipleader.
Met behulp van de equilators krijg je de volgende winstgevende handen tegen een push met any two cards van de big blind:
55+, A4s+, K9s+, QTs+, A8o+, KTo+ (17%).
Wanneer de BB callt met deze range, dan heeft een push van de SB een verwachtingswaarde van +1,3%. Dit betekent dat de small blind in deze positie in bijvoorbeeld een $100 SnG zelfs door het maken van een push met de slechtst mogelijke hand $13 verdient. De big blind kan hier niets tegen doen wanneer hij van plan is om winstgevend te spelen.
Hier is duidelijk de sterkte aangetoond van het hebben van een grote stack op de bubble.
Had één van de andere twee small stacks in de SB gezeten, dan had de BB met elke hand kunnen callen die meer dan 53% equity had, wanneer hij uit zou gaan van een range van any two cards. Hij zou dan namelijk odds hebben gehad van 1,5:1 en werkelijke odds van 0,9:1 (de bubblefactor is 1,7).
Met behulp van Equilator ziet zijn range er dan als volgt uit:
44+, A2s+, K3s+, Q7s+, J8s+, T9s, A2o+, K6o+, Q9o+, JTo
Ter vergelijking kijken we nu naar de stackverdeling op de bubble in een Double or Nothing, waarbij alle spelers 2250 chips hebben.
Hier is het voldoende om één bubblefactor te berekenen, aangezien alle spelers dezelfde stack hebben.
| ICM/equity | Fold | Lose | Win | BF |
| MP2 | 16,7 | 0 | 20 | 5,4 |
Wat betekent een bubblefactor van 5,4 nu voor je strategie?
Wanneer één van de tegenstanders all-in gaat en jij op de BB zit, dan krijg je odds van 2:1. Door de uitbetalingsstructuur heb je dus een equity van ongeveer 73% nodig tegen de range van de tegenstander. Tegen een willekeurige hand kun je dus pas callen met handen vanaf TT.
Nu zijn de stacks op de bubble van een DoN als volgt verdeeld:
MP2 4285
MP3 2143
CO 2143
BU 2143
SB 2143
BB 2143
Hiermee krijg je de volgende bubblefactor-tabel:
| Bubblefactor | MP2 | MP3 | CO | BU | SB | BB |
| MP2 | - | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 |
| MP3 | 5,4 | - | 4 | 4 | 4 | 4 |
| CO | 5,4 | 4 | - | 4 | 4 | 4 |
| BU | 5,4 | 4 | 4 | - | 4 | 4 |
| SB | 5,4 | 4 | 4 | 4 | - | 4 |
| SB | 5,4 | 4 | 4 | 4 | 4 | - |
Wanneer één van de shortstacks een push maakt tegen de chipleader, bezit deze een bubblefactor van 3. Dit betekent dat deze bijvoorbeeld bij odds van 1,5:1 een equity van 67% nodig heeft tegen de range van een shortstack. Wanneer de shortstack iedere hand pusht, dan moet de chipleader alleen callen met 88+, ook al zou hij bij verlies slechts de helft van zijn stack verliezen in plaats van te bubblen.
De chips die hij eventueel zou kunnen winnen zouden de chipleader niet helpen, aangezien het sowieso onwaarschijnlijk is dat hij zal bubblen.
Ter vergelijking: Een shortstack kan een push van de chipleader bij odds van 1,5:1 alleen callen wanneer hij meer dan 78% equity heeft tegen de range van de big stack.
Tegen een willekeurige hand heeft hij deze equity alleen met QQ+. Bij odds van 1:1 kan een shortstack alleen met AA profitabel callen tegen de chipleader.
Ga ervan uit dat je op de bubble zit in een shorthanded-SnG met een platte uitbetalingsstructuur van 65%/35% en dat alle spelers een gelijke stack hebben.
Je berekent je bubblefactor op de gebruikelijke manier:
| ICM/equity | Fold | Lose | Win | BF |
| BU | 33 | 0 | 55 | 1,5 |
Kijk nu als voorbeeld naar de volgende situatie:
BU foldt, SB pusht en jij krijgt odds van 2:1. Vanwege je bubblefactor van 1,5 heb je voor een call 43% equity nodig tegen de range van de SB, in plaats van de 33% pure chip-odds.
Stel je nu een bubblesituatie voor met een chipleader.
BU 4500
SB 2250
BB 2250
Als voorbeeld bereken je de bubblefactor van de button tegen één van de smallstacks:
| ICM/equity | Fold | Lose | Win | BF |
| BU | 44 | 28 | 54 | 1,6 |
De bubblefactor-tabel ziet er dan als volgt uit:
| Bubblefactor | BU | SB | BB |
| BU | - | 1,6 | 1,6 |
| SB | 1,8 | - | 1,3 |
| BB | 1,8 | 1,3 | - |
De chipleader heeft bij odds van 2:1 tegen één van de shortstacks een equity nodig van 45%. In vergelijking daarmee hebben de shortstacks een equity van 47% nodig tegen de chipleader. Precies 2% equity meer dus.
Bij een shorthanded game hoeft de callrange op de bubble dus duidelijk minder ingeperkt te worden dan bij een fullring-SnG. Hier kun je bijna met dezelfde range bij dezelfde odds callen, onafhankelijk van het feit of de push van de chipleader of de andere shortstack komt.
In the money
Het spel in the money verschilt sterk tussen de verschillende SnG-types.
In een shorthanded-SnG zit je nu heads-up. Je bubblefactor is daardoor 1, net als in een cashgame. De odds die je krijgt door je chips kun je dus ook gebruiken voor het vaststellen van je range.
Bij de DoN-SnG's is er geen sprake van een ITM-spel. Op het moment dat je in het geld zit is het spel meteen beëindigd.
Je hoeft dus alleen maar te kijken naar de bubblefactor voor het ITM-spel van een fullring-SnG. De uitbetalingsstructuur is de klassieke 50/30/20.
Bereken nu de bubblefactor voor een situatie waarin alle drie de spelers een stack van 3000 chips bezitten.
| ICM/equity | Fold | Lose | Win | BF |
| Hero | 33 | 20 | 43 | 1,3 |
Je bubblefactor van 1,3 zorgt ervoor dat je iets tighter wordt, maar je bent wel veel eerder bereid om met een bredere range te callen wanneer je denkt dat je tegenstander erg loose is.
Bij de gemiddelde hoogte van de blinds in deze fase, zal deze fase veel korter duren dan de eigenlijke bubblefase. Bij odds van 2:1 heb je meer dan 40% equity nodig tegen de range van je tegenstanders. Dit is meestal het geval bij erg veel handen.
Hieruit kun je concluderen dat de zinsnede "In een SnG speel je ten eerste om in het geld te komen en daarna voor de overwinning" zeker waarheid bevat.
Als afsluiting krijg je nog een bubblefactor-tabel voor het ITM-spel met twee grote en één kleine stack. Er is sprake van de volgende verdeling van chips:
BU 4000
SB 4000
BB 2000
| Hero | Villain | Fold | Lose | Win | BF |
| BU | SB | 36 | 20 | 46 | 1,6 |
| BU | BB | 36 | 29 | 42 | 1,2 |
| SB | BB | 29 | 20 | 36 | 1,3 |
Het valt hier op dat het ITM-spel in een FR-SnG sterk op het spel op de bubble van een SH-SnG lijkt, en dat de push- en callranges niet bijzonder veel verschillen.
Het gebruik van de bubblefactor tijdens het spelen
Vanwege de extra handelingen in de berekeningen wordt het berekenen van de odds duidelijk ingewikkelder, en zullen de meest spelers hier op zijn minst terwijl ze spelen erg veel moeite mee hebben.
Het moet ook niet zo zijn dat je de factor voor elke situatie precies weet, je moet hem enigszins nauwkeurig in kunnen schatten. Je moet een gevoel ontwikkelen over hoeveel equity je nodig hebt in bepaalde situaties, vooral op de bubble tegen de chipleader of de shortstack.
Voor een goede houvast moet je je naast de benodigde equity's voor een coinflip in de verschillende fases van een SnG ook bewust zijn van de bubblefactor, zodat je kunt reageren op de verschillende odds.
Voor een fullring-SnG is dat bijvoorbeeld de bekende 55%; voor een coinflip in de vroege fase en op de bubble eerder 65%. Dit komt overeen met de bubblefactors van 1,2 voor de vroege fase en 1,8 voor de late fase.
In hun boek "Kill Everyone" stellen Nelson, Streib en Lee erg veel nuttige bubblefactor-tabellen tot je beschikking, en ze gaan expliciet in op de strategieën die daaruit voortvloeien tegen de verschillende spelers. Verder hebben zij ook de grootte van de bubblefactors bij grote MTT's zoals de WSOP en de Sunday Million onderzocht. Voor elke serieuze SnG-speler is dit boek een moet-je-hebben.
Ter afsluiting vind je hieronder nog een simpele chart waarin je jouw odds met behulp van de bubblefactor kunt omrekenen naar de equity die je nodig hebt. Dit is om te zorgen dat je een gevoel ontwikkeld over hoe de benodigde equity wijzigt wanneer de bubblefactor verandert.
| Odds | tot | Bubblefactor | Equity in % |
| 1,0 | 1,0 | 1,0 | 50 |
| 1,0 | 1,0 | 1,2 | 55 |
| 1,0 | 1,0 | 1,5 | 60 |
| 1,0 | 1,0 | 2 | 67 |
| 1,0 | 1,0 | 2,5 | 71 |
| 1,0 | 1,0 | 3 | 75 |
| 1,0 | 1,0 | 3,5 | 78 |
| 1,0 | 1,0 | 4 | 80 |
| 1,0 | 1,0 | 4,5 | 82 |
| 1,0 | 1,0 | 5 | 83 |
| 1,0 | 1,0 | 5,5 | 84 |
| 1,0 | 1,0 | 6 | 86 |
| 1,0 | 1,0 | 7 | 88 |
| 1,0 | 1,0 | 8 | 89 |
| 1,2 | 1,0 | 1,0 | 45 |
| 1,2 | 1,0 | 1,2 | 50 |
| 1,2 | 1,0 | 1,5 | 56 |
| 1,2 | 1,0 | 2 | 63 |
| 1,2 | 1,0 | 2,5 | 68 |
| 1,2 | 1,0 | 3 | 71 |
| 1,2 | 1,0 | 3,5 | 74 |
| 1,2 | 1,0 | 4 | 77 |
| 1,2 | 1,0 | 4,5 | 79 |
| 1,2 | 1,0 | 5 | 81 |
| 1,2 | 1,0 | 6 | 83 |
| 1,2 | 1,0 | 7 | 85 |
| 1,2 | 1,0 | 8 | 87 |
| 1,5 | 1,0 | 1,0 | 40 |
| 1,5 | 1,0 | 1,2 | 44 |
| 1,5 | 1,0 | 1,5 | 50 |
| 1,5 | 1,0 | 2 | 57 |
| 1,5 | 1,0 | 2,5 | 63 |
| 1,5 | 1,0 | 3 | 67 |
| 1,5 | 1,0 | 3,5 | 70 |
| 1,5 | 1,0 | 4 | 73 |
| 1,5 | 1,0 | 4,5 | 75 |
| 1,5 | 1,0 | 5 | 77 |
| 1,5 | 1,0 | 6 | 80 |
| 1,5 | 1,0 | 7 | 82 |
| 1,5 | 1,0 | 8 | 84 |
| 2,0 | 1,0 | 1,0 | 33 |
| 2,0 | 1,0 | 1,2 | 38 |
| 2,0 | 1,0 | 1,5 | 43 |
| 2,0 | 1,0 | 2 | 50 |
| 2,0 | 1,0 | 2,5 | 56 |
| 2,0 | 1,0 | 3 | 60 |
| 2,0 | 1,0 | 3,5 | 64 |
| 2,0 | 1,0 | 4 | 67 |
| 2,0 | 1,0 | 4,5 | 69 |
| 2,0 | 1,0 | 5 | 71 |
| 2,0 | 1,0 | 6 | 75 |
| 2,0 | 1,0 | 7 | 78 |
| 2,0 | 1,0 | 8 | 80 |
| 2,5 | 1,0 | 1,0 | 29 |
| 2,5 | 1,0 | 1,2 | 32 |
| 2,5 | 1,0 | 1,5 | 38 |
| 2,5 | 1,0 | 2 | 44 |
| 2,5 | 1,0 | 2,5 | 50 |
| 2,5 | 1,0 | 3 | 55 |
| 2,5 | 1,0 | 3,5 | 58 |
| 2,5 | 1,0 | 4 | 62 |
| 2,5 | 1,0 | 4,5 | 64 |
| 2,5 | 1,0 | 5 | 67 |
| 2,5 | 1,0 | 6 | 71 |
| 2,5 | 1,0 | 7 | 74 |
| 2,5 | 1,0 | 8 | 76 |
| 3,0 | 1,0 | 1,0 | 25 |
| 3,0 | 1,0 | 1,2 | 29 |
| 3,0 | 1,0 | 1,5 | 33 |
| 3,0 | 1,0 | 2 | 40 |
| 3,0 | 1,0 | 2,5 | 45 |
| 3,0 | 1,0 | 3 | 50 |
| 3,0 | 1,0 | 3,5 | 54 |
| 3,0 | 1,0 | 4 | 57 |
| 3,0 | 1,0 | 4,5 | 60 |
| 3,0 | 1,0 | 5 | 63 |
| 3,0 | 1,0 | 6 | 67 |
| 3,0 | 1,0 | 7 | 70 |
| 3,0 | 1,0 | 8 | 73 |
Samenvatting
Door de bubblefactor kun je de odds die je krijgt voor je chips relatief gemakkelijk omrekenen in de odds die je nodig hebt volgens het ICM.
Door de factoren van dezelfde fase in verschillende types SnG's te vergelijken, kun je nu herkennen hoe sterk het verschil kan zijn in de verandering van je rang in een SnG, afhankelijk van in welke fase van een SnG je zit, en tegen welke tegenstander je speelt.
Door de bubblefactors krijg je niet alleen een gevoel voor wanneer, maar ook hoe sterk je jouw range in bepaalde situaties moet wijzigen.
| LINKS | ||||||||||
|
||||||||||