Al zo'n 20 jaar volg ik het snookeren op de BBC. Afgelopen weken stond in het teken van het WK.
Na elf maanden geen enkel toernooi te hebben gespeeld, komt Ronnie O'Sullivan als regerend wereldkampioen aan de start.
De eerste ronde was nog wat wiebelig maar daarna heeft hij al z'n tegenstanders makkelijk verslagen. Vanavond prolongeerde hij dus zijn titel.
Dat vind ik een ongekend grote prestatie. Daar heb ik eigenlijk geen woorden voor.
Alle topsporters hoor je constant over wedstrijdritme vinden enz. Ze vinden allemaal dat ze veel wedstrijden nodig hebben om in vorm te komen.
Dan komt er een 37 jarige Engelsman die spot met deze wetmatigheid en vervolgens met kop en schouders boven de rest uitsteekt.
Daar bovenop komt nog dat Ronnie O'Sullivan aan manisch-depressiviteit lijdt, net als ik. Wanneer ik hem in een interview hoor praten over de grote psychische druk die zo'n toernooi met zich meebrengt, dan heb ik hele diepe bewondering voor de wijze waarop hij daar mee omgaat.
Uit eigen ervaring weet ik dat dit soort psychische druk een funeste uitwerking kan hebben op je gemoedstoestand.
Al met al heb ik de afgelopen 2,5 week genoten hoe een mens één kan zijn met een keu en een witte bal. O'Sullivan is zó veel beter dan de anderen en die anderen zijn voorwaar geen kleine jongens in snooker land.