Preflop: Starthanden - expert-theorie
Inleiding
In dit artikel:
- Het equityprincipe
- De openraisechart
De sleutelfactor voor de juiste speelwijze van een hand, is de zogenaamde pot-equity. De pot-equity van een hand is een procentuele waarde, die de winstkans van deze hand aangeeft, in relatie tot de hand van de tegenstander - aangenomen dat alle spelers tot de showdown callen. Zo heb je bijvoorbeeld met AQo tegen twee tegenstanders met een random hand, een pot-equity van 46%.
De equity
Neem aan dat je preflop raiset en dat de spelers in de SB en BB callen met hun random handen (ze kunnen dus alles hebben). Dan komen er zes small bets in de pot. Van deze zes small bets “is” nu 46% van jou, dus 2,76 small bets. Je hebt zelf echter slechts twee small bets geïnvesteerd en dus als het ware 0,76 small bets “winst” gemaakt.
Natuurlijk zijn dit slechts theoretische waardes, daar de hand tenslotte preflop nog niet is afgelopen en er nog van alles kan gebeuren. Speel je bijvoorbeeld je AQo-hand slecht verder en de tegenstanders spelen hun random handen perfect, dan zul je in de loop van de hand een deel van je voordeel van 0,76 small bets verliezen.
Met behulp van grote databases en simulaties is echter vast te stellen dat het voordeel van de preflop-equity bij gepast spel zich vertaalt in een verwachtingswaardevoordeel. En dit verwachtingswaardevoordeel wordt door een raise nog vergroot.
Daarom moet je ieder equityvoordeel, als is het nog zo klein, al preflop maximaal uitbuiten door een raise. Je hebt een equityvoordeel wanneer de equity van je eigen hand hoger is dan de gemiddelde equity, waarbij deze gemiddelde equity weer volgt uit het aantal tegenstanders.
De blinds worden echter niet meegeteld. Bij n spelers (inclusief jezelf) ligt de gemiddelde equity op (1/n)*100%. Is er bijvoorbeeld vóór jou precies één speler ingestapt, dan ligt de gemiddelde equity op 50%. Zijn er twee spelers ingestapt, dan ligt ze op circa 33%. Zijn er drie spelers ingestapt, dan ligt ze op 25%...
Downloads
De openraisechart als PDF-bestand
Hoe gebruik je het equityprincipe?
Hoe pas je nu het equityprincipe toe op de concrete preflopspeelwijze? Hier moet je met twee dingen rekening houden:
-
A: Wat gebeurt er gemiddeld na mij? Hoeveel tegenstanders zijn er na mij nog aan de beurt? Hoe hoog is de kans dat er na mij nog een sterke hand komt?
-
B: Wat is er vóór mij gebeurd? Wat hebben de tegenstanders gedaan die voor mij in de pot zijn gekomen? Wat zijn het voor tegenstanders, ofwel: welke handen spelen ze gewoonlijk? Heb ik een equityvoordeel op de handen voor mij?
Factor A is relatief constant, want je weet gewoon niet welke handen de mensen achter jou zouden kunnen hebben. Ze hebben tenslotte nog niets gedaan. Je kunt echter, afhankelijk van het aantal tegenstanders achter jou, inschatten hoe groot het risico is dat daar sterkere handen aanwezig zijn.
Factor B moet natuurlijk concreet per situatie apart worden behandeld, daar de acties van de tegenstanders en de speeltypes, waardevolle informatie leveren die je in je beslissing moet meenemen.
Factor A kan door een chart bijna compleet worden afgedekt, zoals in het volgende gedeelte wordt getoond. Zijn er al tegenstanders in de hand gekomen, dan kun je opnieuw de chart als basis nemen, maar dan pas je hem aan met een terugblik op wat er voor je is gebeurd.
De openraisechart ORC
Op grond van de eerder genoemde overwegingen vormt een zogenaamde ‘Open Raising Chart’ de basis van de preflopstrategie. Deze chart geeft een lijst - gegroepeerd in pairs, suited en offsuited hands - van de minimale handen waarmee je moet raisen wanneer er voor jou nog geen speler in de pot is gekomen. Alle betere handen worden natuurlijk ook geraiset. Is AT bijvoorbeeld in de chart opgenomen, dan raise je natuurlijk ook met AJ, AQ en AK.
Wanneer je deze chart volgt, raise je met juist die handen, die over het algemeen tegen de tegenstanders achter jou gegarandeerd een winst laten zien; zelfs wanneer je uitgaat van verstandige tegenstanders (dat wil zeggen: ze folden hun slechte en 3-betten hun goede handen).
Deze chart is universeel in te zetten voor alle tafelgroottes, behalve heads-up. Wanneer er minder dan tien spelers aan tafel zijn behandel je de situatie gewoon alsof de eerste spelers aan tafel al zouden hebben gefold. Aan een 6-max-tafel begint de chart dus pas bij MP2.
Download de ORC als printversie (Adobe Reader PDF-formaat)
|
De openraisechart
|
Wanneer wijk je van de ORC af?
De openraisechart zegt je concreet slechts wat je moet doen wanneer er voor je nog geen tegenstander in de pot is gekomen. Zijn er voor jou echter al tegenstanders in de pot ingestapt, dan wordt het zogenaamde equityprincipe van toepassing. Je moet hierbij twee dingen controleren:
- A: Heeft je hand gemiddeld een equityvoordeel op de tegenstanders achter jou?
- B: Heeft je hand gemiddeld een equityvoordeel op de tegenstanders vóór jou?
Het antwoord op vraag A is eenvoudig. Een hand heeft altijd een equityvoordeel op de tegenstanders achter jou wanneer hij in de openraisechart is opgenomen.
Het antwoord op vraag B is complexer. Het hangt er namelijk doorslaggevend van af wat voor tegenstanders vóór jou, welke acties hebben uitgevoerd. Afhankelijk van het type tegenstander en de acties (call, raise, 3-bet, enz.), kun je ongeveer inschatten welke handen ze kunnen hebben, en dus hun handrange (dat is: het spectrum van hun mogelijke handen) bepalen.
Is deze inschatting eenmaal gemaakt, dan kun je met behulp van de Equilator controleren of je hand een equityvoordeel heeft tegen de handranges van de tegenstanders voor je, of niet.
Hierbij gaat het, zoals gezegd, niet om het inschatten van je equity tegen een toevallige hand, maar om het inschatten van je equity tegen concrete handranges van de tegenstanders, die je handmatig in de Equilator hebt ingevoerd.
Zie je een equityvoordeel op de spelers voor en na jou, dan moet je raisen of reraisen. Zie je slechts in één geval een equityvoordeel, dan moet je meestal folden. In uitzonderingsgevallen kan een call ook correct zijn. Wat dat voor uitzonderingen zijn wordt later nog besproken.
Download hier de PokerStrategy.com Equilator
Volgens de bovenstaande theorie speel je preflop strikt volgens het principe “raise or fold”. Toch zijn er ook gevallen waarin een call op zijn plaats is. Bovendien zijn er een aantal gevallen waarin je ook met handen raiset of 3-bet, die daar volgens de eigenlijke theorie te zwak voor zijn.
Een openlimp is een call die je maakt wanneer je als eerste in de hand instapt. Openlimpen is in principe slechts in early position een optie. Het wordt gedaan met handen die niet in de openraisechart zijn opgenomen en goede implied odds opleveren. Je hoopt erop dat er achter je zoveel mogelijk tegenstanders met nog zwakkere handen eveneens gewoon callen, zodat je gunstig de flop kunt zien.
Bij de lage limieten (tot 0.5/1) lukt dat heel vaak. Je callt als eerste met een hand als 22, drie mensen callen achter jou en niemand raiset. Bij hogere, tightere en agressievere tafels lukt dit echter in de meeste gevallen niet. Wanneer je hier met 22 callt, zal het vaak gebeuren dat iedereen op één tegenstander na foldt, en dat deze je met een raise isoleert, waarmee hij je dus in een hoogst verliesgevende situatie brengt.
Daarom zijn er bij een limiet als 0.5/1, waar de tegenstanders over het algemeen veel te veel handen spelen, relatief veel openlimps uit early position. Bij tightere tafels zijn er nauwelijks nog openlimpers.
De volgende ranges zijn aanbevelingen voor het openlimpen in UTG en UTG+1:
- Aan loose tafels op 0.5/1 tot 2/4: 88-22, KJs-KTs, QJs-QTs, JTs, A9s-A2s
- Aan de iets loosere tafels op 3/6 en 5/10: 88-77, KJs, QJs, A9s-A8s
Afhankelijk van hoe loose of tight je tafel is kun je nog handen toevoegen of bestaande handen weglaten. In geval van twijfel kun je echter beter de tightere variant kiezen.
Openlimpen is zoals gezegd slechts in early position een optie, dus in de eerste drie seats van een volle tienpersoonstafel. Vanaf MP1 en dus dus ook bij alle tafels met slechts 7 of minder spelers, is openlimpen bijna altijd een fout.
Heeft voor je precies één tegenstander gecalld of geraiset, dan is het bijna nooit correct om slechts te callen. Of je raiset, óf je foldt. Wat je moet doen vind je uit via het equityprincipe.
Aan heel loose en passieve tafels bestaat vervolgens de mogelijkheid tot een loose limp. Dit is een mogelijkheid met handen die tegen de betreffende tegenstander voor jou een goede equity-edge hebben, maar die niet in de ORC zijn opgenomen. Wanneer je er zeker van bent dat achter jou nog een aantal loose-passive fishes met over het algemeen nog zwakkere handen in de hand zullen stappen, dan kun je ook na slechts één limper vóór je meelimpen, omdat je er dan van uit kunt gaan dat je aan het einde van de preflopronde een equity-edge zult hebben tegen het totaal aan ingestapte tegenstanders. De theoretische basis voor deze zogenaamde ‘loose limps’ lijkt dus erg op die van de openlimp.
Hebben er twee of meer tegenstanders voor je slechts gecalld, dan raise je net zoals hiervoor alle handen die volgens het equityprincipe een voordeel hebben. Bovendien kun je met bepaalde handen bij goede implied odds slechts callen. Hieronder vallen vooral middelmatige en kleine pairs in multiwaypotten. Juist daar hebben deze handen immers fantastische implied odds.
Daarvoor tellen ook zeker de sterkere suited connectors, zoals T9s en 98s. Hoe zwakker je hand is, des te meer tegenstanders heb je over het algemeen nodig voor een call. Aangezien je ondertussen de charts uit de beginners- en bronze-sectie hebt geleerd, bezit je al een goed gevoel voor zulke calls. Bedenk echter altijd dat je iedere hand met een equityvoordeel moet raisen. Tegen twee heel loose tegenstanders voor jou, die slechts callen, raise je bijvoorbeeld met handen als A7s of K9s.
In heel zeldzame gevallen zou je ook op een raise en meerdere callers voor je slechts kunnen callen. Dit is het zogenaamde ‘coldcallen’ en is bijvoorbeeld soms met pairs een optie. Heb je bijvoorbeeld 66 in late positie en er zijn drie callers en een raiser voor je, dan kun je daar twee bets mee callen. Voor een reraise is je hand definitief te zwak, maar op grond van de vele tegenstanders en de goede implied odds is een call winstgevend.
Een zwakke hand is in dit verband een hand die voor de betreffende positie niet in de openraisechart staat. Dit betekent dat KQo op UTG een zwakke hand is. Aan een tafel met wereldklasse-spelers zou het inderdaad een verliesgevende zaak zijn om met KQo in UTG te raisen. Aan een dergelijke tafel moet je deze hand zelfs folden.
Aan een normale low of middle limit-tafel zitten echter altijd mensen die duidelijk te loose spelen op raises. Zo zouden ze bijvoorbeeld je raise met KQo kunnen coldcallen met handen als KJo of QJs etc. Juist dit effect is dat wat een hand als KQo in UTG aan een dergelijke tafel winstgevend maakt.
In het geheel zijn er slechts twee handen waar dit effect op van toepassing is: AJo en KQo. Aan iedere normale tafel kun je deze handen UTG winstgevend raisen.
Typische shorthandedsituatie: voor jou raiset één tegenstander en niemand callt. Je overweegt of je zou moeten 3-betten of folden. Je hebt tot nog toe nauwelijks reads of stats van de tegenstander. Uit de prefloptheorie weet je dat je tegen een typische tegenstander 46% equity nodig hebt. Ben je in de small blind, dan is zelfs 43% equity voldoende. Wat is echter een typische tegenstander?
Weet je niets over de tegenstander, dan ben je aan de zekere kant wanneer je aanneemt dat hij preflop optimaal speelt, wat hij nu net doet wanneer hij volgens de openraisechart speelt. Deze basisgedachte leidt tot de onderstaande 3-bet-chart. Het gaat ervan uit dat de tegenstander volgens de ORC speelt en geeft alle handen waarmee je dan 3-bet, afhankelijk van in welke positie je tegenstander heeft geraiset. Je positie speelt daarbij geen rol, omdat sowieso slechts sterke handen voor een 3-bet aan de orde zijn.
De afzonderlijke kolommen betrekken zich daarom op de positie van de raiser. Het principe ken je al uit de geavanceerde charts uit de bronze-sectie.
Download hier het overzicht als printversie (Adobe Reader PDF-formaat)
|
3-bet tegen openraise (inclusief SB-defense)
|
Zoals al eerder vermeld zou je een afzonderlijke raiser voor je kunnen 3-betten wanneer je hand ten eerste in de ORC is opgenomen en ten tweede je equity tegen deze tegenstander groter of gelijk is aan 50%.
Toch kun je over het algemeen deze 50%-eis iets naar beneden corrigeren. Daar zijn twee redenen voor: ten eerste heb je positie op de tegenstander en ten tweede breng je door een 3-bet vaak beide blinds tot folden, en heb je dus dead money in de pot (dat wordt verdeeld tussen jou en de tegenstander).
Zonder het verder voor te rekenen: tegen een loose-aggressive tegenstander heb je minstens 48% equity nodig. Tegen een gemiddelde tegenstander is 46% equity al voldoende.
Hoe speel je in de blinds?
Het equityprincipe is fundamenteel en geldt dus ook voor de blinds. Elke hand met een equity-edge wordt net zoals hiervoor geraiset of gereraiset.
Toch zijn er gevallen waarin je handen kunt spelen die je op een non-blind-positie niet had kunnen spelen. De reden daarvoor is dat je gedwongen al een bepaalde basisinzet - namelijk je blind - hebt geïnvesteerd. Daarmee worden natuurlijk zowel calls als raises voor jou gunstiger dan ze eigenlijk zouden zijn.
Dit heeft tot gevolg dat je in de blinds vaak ook handen kunt spelen die minder dan de gemiddelde equity hebben.
De centrale vraag luidt nu dus: Hoe diep kun je met je equity-eisen gaan, opdat een hand nog winstgevend is?
Ben je in de big blind en werd er voor je geraiset, dan raise je natuurlijk al de handen waarvan de equity boven de gemiddelde equity ligt.
Met handen die te zwak zijn voor een raise maar waarvan de equity minstens 70% van de gemiddelde equity bedraagt, zou je slechts moeten callen.
Bij heads-up is de gemiddelde equity bijvoorbeeld 50%. 70% daarvan geeft 35%. Ben je dus in de BB, de button raiset en de SB foldt, dan heb je een hand nodig die tegen de raiserange van de tegenstander tenminste 35% equity heeft.
Bij drie spelers is de gemiddelde equity 33%. 70% daarvan geeft circa 23%, wat wederom overeen komt met de equity die je nodig hebt. Bij meer spelers verloopt de berekening vergelijkbaar.
Vaak kom je in de volgende situatie terecht. Je bent in de SB en iedereen op één tegenstander na foldt naar je toe. Deze tegenstander raiset. Ook hier geldt het basisprincipe: 3-bet of fold.
Nu heb je echter al geld in de vorm van een small blind geïnvesteerd. Daardoor wordt een 3-bet in verhouding natuurlijk gunstiger. Dit leidt ertoe dat je gewoonlijk al vanaf een equity van 43% tegen de raiserange van de tegenstander winstgevend kunt 3-betten. Tegen een loose-aggressive tegenstander moet dat echter minstens 45% zijn.
Wanneer de small blind slechts 1/3 van een small bet zou bedragen, heb je voor een 3-bet tegen een typische tegenstander 45% nodig en 47% tegen een LAG.
Wanneer de small blind echter 2/3 van een small bet zou bedragen, heb je voor een 3-bet tegen een gemiddelde tegenstander slechts 41% nodig en 43% tegen LAG.
Met completen in de small blind bedoelt men dat je vanaf de small blind callt wanneer er voor jou nog niet werd geraiset. Daar je de small blind al hebt betaald kost een call nu effectief slechts een gedeelte van een small bet. Daar je dus zogezegd een korting op de call krijgt kun je effectief meer handen spelen dan volgens het equityprincipe mogelijk zou zijn.
Nu kun je argumenteren dat je, daar in de meeste gevallen een call slechts de helft kost, in feite ook slechts een half zo hoge equity nodig hebt om te spelen. Dit zou ook werkelijk zo zijn wanneer de hand preflop al afgelopen zou zijn. Toch kom je juist met heel zwakke handen postflop (met zogenaamde reverse implied odds) vaak in vervelende situaties - ofwel: je verliest op de flop, de turn en de river bovengemiddeld veel geld wanneer je achter ligt. Het preflop-equitynadeel wordt als het ware door de postfloprondes nog vergroot.
Daarom de volgende aanbeveling: je completet in de small blind met alle handen waarmee je ook op de button slechts gecalld had. Bovendien complete je met de handen waarvan de equity minstens 70% van de gemiddelde equity bedraagt. Volgens dit principe complete je duidelijk meer handen dan je tot nog toe gewend bent. Zo is het bijvoorbeeld correct om met een hand als T6s na twee tighte limpers te completen.
Wanneer de small blind 2/3 van een small bet bedraagt, complete je de handen die je ook op de button had gecalld en bovendien de handen waarvan de equity minstens 50% van de gemiddelde equity bedraagt.
Wanneer de small blind slechts 1/3 van een small bet bedraagt, complete je slechts de handen die je ook op de button gecalld had.
Juist bij shorthanded games komt het vaak voor dat je in de small blind bent en alle tegenstander vóór je folden. Tegen een typische agressieve tegenstander in de big blind geldt hier net zoals hiervoor het volgende principe: raise of fold. Je raiset al de handen die in de ORC voor de SB zijn opgenomen. Alle andere handen fold je.
Tegen een agressieve tegenstander in een “SB tegen de BB”-situatie slechts te completen is een fout, daar je de tegenstander dan de mogelijkheid geeft om je met zijn sterke handen te raisen en met zijn zwakke handen een gratis flop te zien.
Tegen een passieve tegenstander is opencompleten echter een heel goede optie. Een passieve tegenstander zal je dan slechts heel zelden raisen. Daar komt bij dat je hier op tighte raises achter jou dan vaak zelfs kunt folden, namelijk telkens wanneer je equity tegen zijn raiserange kleiner is dan 35%.
In de meeste gevallen zal een passieve tegenstander je SB-complete echter niet raisen. Wanneer hij checkt en het tot de flop komt, kun je bijna iedere flop betten, zonder ook maar het board te zien. Nu is het voldoende wanneer je tegenstander in 33% van de gevallen foldt, opdat deze bet winstgevend is. En bij een zó kleine pot zal de tegenstander zeker in 33% van de gevallen folden. Je maakt alleen een uitzondering wanneer je hand heel sterk is en je gelooft dat je door een andere aanpak extra value kunt pakken.
Precies daarom is de SB-complete een sterke strategie met zwakke handen wanneer je tegenstander dat toestaat. Tegen zulke tegenstanders kun je in de SB iedere hand, ook 32o, completen en dan de flop betten.
Voorbeeldanalyses
De hier voorgestelde theorie is complex en je weet in een aantal situaties niet meteen wat nu juist is. In dit geval geldt: In geval van twijfel speel je zoals je het volgens de charts uit de beginners- en bronze-sectie zou doen. De bijbehorende hand noteer je voor jezelf en achteraf analyseer je deze in alle rust, om zo te bepalen welke actie nu werkelijk correct zou zijn geweest.
Je kunt natuurlijk niet altijd tijdens het spel spontaan je equity tegen de handranges van de tegenstander uitrekenen en dienovereenkomstig spelen.
Het moet je doel zijn om op de lange termijn een goed gevoel voor preflop-equity-edges te krijgen. Dit krijg je vooral door intensief met de Equilator, gemiddelde equity's tegen bepaalde handranges te zoeken en analyseren. Zo weet je dan bijvoorbeeld met welke handen je ruw geschat een PFR 10/VPIP 30-limper kunt isoleren en met welke niet, welke handen tegen een PFR 10-speler een 3-bet waard zijn, enzovoort.
Probleem: Een tegenstander met een PFR van 10% raiset in MP1. Je bent in MP2. Met welke handen zou je 3-betten en met welke handen callen of folden?
Oplossing: Je schat dat een tegenstander met een PFR van 10% in MP1 ca. 8% van zijn handen raiset. Equilator geeft dan de volgende range: 88+, ATs+, KTs+, QJs, AJo+.
Nu bekijk je met Equilator de handen die tegen deze range een equity van minstens 46% hebben. De analyse geeft het volgende: TT+, AQs+, AQo+.
Dat is de range voor een 3-bet. Er zijn geen handen waarmee je slechts callt.
Probleem: Een tegenstander met PFR 10 en VPIP 30 limpt in MP2. Je bent in MP3. Met welke handen zou je hem met een raise isoleren?
Oplossing: Je verkrijgt zijn handrange wanneer je in Equilator een 30%-range aangeeft en de bovenstaande 10% eruit neemt, omdat hij daar tenlostte mee zou hebben geraiset.
Dit geeft de tegenstander de volgende limprange: 77-55, A8s-A2s, K9s-K5s, Q9s-Q7s, J8s+, T8s+, 98s, ATo-A7o, A5o, KJo-K9o, Q9o+, J9o+, T9o.
Nu is de eerste vraag met handrange je tegen deze range minstens 50% equity bezit. Dat is volgens Equilator: 55+, A2s+, K9s+, QTs+, A5o+, KTo+, QJo.
Dit zijn echter niet allemaal handen die je kunt raisen, omdat er nog spelers na jou komen. Daarom “verreken” je deze range met de handen die in de ORC staan voor jouw positie, omdat deze ook de benodigde equity tegen de spelers na je hebben.
Dan blijf dit over: 55+, A9o+, KJo+, QJo+, A6s+, K9s+, QTs+.
Uit de openraiserange van de ORC zijn daarmee JTs, J9s en T9s weggevallen. JTs bezit een equity van 47%, maar kan ondanks het kleine verschil in equity vervolgens worden geraiset, daar deze hand heel goed in position in een geraisete pot te spelen is. Je kunt op de flop namelijk vaak goed een freecard nemen, voorzover de blinds callen.
Extra limphanden zijn er tegen deze tegenstander niet, daar in ieder geval het tweede criterium (voldoende equity-edge tegen de tegenstander na jou) niet vervuld is, en handen zoals A8o, die weliswaar een equity van 53% tegen de limpers hebben, op grond van reverse implied odds niet geschikt zijn om te limpen. Je zou echter wel altijd kunnen raisen met A8o.
Probleem: Een tegenstander met PFR 10 en VPIP 15 limpt UTG. Iedereen foldt naar je toe en je zit op de button. Met welke handen speel je?
Oplossing: Dit ietwat extreme voorbeeld verduidelijkt waarom er juist in late positie heel veel handen in de ORC staan, die heel vaak gefold moeten worden wanneer er limpers voor je zijn.
Ten eerste zoek je de handrange van de tegenstander. Typisch voor een VPIP 15/PFR 10-speler die UTG limpt, is een range als: 99-88, ATs-A9s, KJs, QJs. Deze handen zijn niet met Equilator verkregen, maar komen uit de praktijk.
Nu onderzoek je de handen in de ORC op hun prestatie tegen deze range, zoals gewend volgens het equity-principe. Daar er precies één tegenstander voor jou is ingestapt heb je een equity nodig van 50% of meer. Op basis van je voordeel ten opzichte van de blinds kun je echter een klein stukje lager gaan; laten we zeggen naar 48%.
Tegen de aangenomen range hebben de volgende handen de benodigde equity van minstens 48%: 99+, ATs+, KJs+, ATo+, KQo.
Daar al deze handen ook in de ORC voor de button zijn opgenomen, vormen ze je raiserange in deze situatie. Handen als KJo (46,4%) moet je daarentegen folden.
Conclusie
De omschakeling van het blind met charts spelen naar het zelfstandige spel volgens equity is een belangrijke mijlpaal in het worden van een pokerspeler. Dit artikel heeft je laten zien hoe je door middel van het equityprincipe preflopsituaties kunt analyseren en correcte spelbeslissingen kunt maken; ook wanneer dat vaak pas in de nabeschouwing mogelijk is.
De in dit artikel voorgestelde ORC vormt de basis van het preflopspel. Het bevat alle handen waarmee je in ieder geval winstgevend kunt openraisen. Wanneer je, op welke manier, afwijkt en op raisers en limpers reageert, werd besproken in die mate, dat je in staat zou moeten zijn om met Equilator en rekenmachine bewapend, zelf optimale speelwijzes en ranges uit te vinden.
| LINKS | |||||
|
|||||